← België

ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060921.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 21 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060921.6 Rolnummer: 45246 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-10-20 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-01 04:47 Fiche Een rolstoel van het merk RGK en van het type Maxima met aangepaste ergonomische zitting is een uitzonderlijke verstrekking waar het RIZIV in gebreke blijft aan te tonen dat er op de Belgische arbeidsmarkt een rolwagen bestaat die, eventueel na aanpassing, op dezelfde doeltreffende wijze tegemoet kan komen aan de handicap van de aanvrager. Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID DER WERKNEMERS - ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - Bijzonder solidariteitsfonds - Uitzonderlijke verstrekking - Rolstoel. Wettelijke bepalingen: Wet - 14-07-1994 - 25 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN EENENTWINTIG SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN ZES. 7de KAMER Not. 580, 2° G.W. Ziekte- en Invaliditeitsverzekering Tegensprekelijk Definitief In de zaak: RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING, met zetel te 1150 Brussel, Tervurenlaan 211, appellant, vertegenwoordigd door Mr. J. Swerts loco Mr. L.P. Orban, advocaat te 1180 Brussel, Tegen: 1.L.G., eerste geïntimeerde, verschijnend in persoon, 2. de LANDSBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKENFONDSEN, met zetel te 1150 Brussel, Sint-Huibrechtsstraat 19, tweede geïntimeerde,vertegenwoordigd door Mr. A. Wattecamps loco H. Demeester, advocaat te 9000 Gent, Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, op tegenspraak gewezen t.a.v. appellant en eerste geïntimeerde en bij verstek t.a.v. tweede geïntimeerde door de Arbeidsrechtbank te Brussel op 13 februari 2004; het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 18 maart 2004; het voor eensluidend verklaard afschrift van het arrest dd. 27 januari 2005 van deze kamer; de besluiten in hoger beroep na het tussenarrest door appellant neergelegd; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen ter openbare terechtzitting van 22 juni 2006, waarna de debatten gesloten werden. X X X Bij arrest dd. 27 januari 2005 van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel wordt het hoger beroep ontvankelijk verklaard en wordt Dokter V. M. M. als deskundige aangesteld met als opdracht : " eerste geïntimeerde te onderzoeken, kennis te nemen van de stukken en medische bundels die hem door partijen of de geneesheren die hen bijstaan zullen worden overgemaakt, de letsels en behoeften van eerste geïntimeerde te beschrijven; te bepalen welke rolstoel voor hem aangewezen en noodzakelijk is om tegemoet te komen aan zijn behoeften en de pijn maximaal kan verlichten; te zeggen of dergelijke rolstoel voorkomt op de limitatieve lijst en zo niet te bepalen of de door eerste geïntimeerde aangekochte rolstoel met ergonomische zitting een uitzonderlijke verstrekking is; verder te bepalen of deze rolwagen beantwoordt aan een indicatie die voor eerste geïntimeerde op medisch-sociaal vlak absoluut is". Het deskundig verslag wordt op 31 januari 2006 ter griffie van het Arbeidshof neergelegd. Als klinisch onderzoek wordt in het verslag het volgende vermeld : " De heer L.G. meet 1,79 m en weegt 80 kg. Hij presenteert zich in een rolstoel van het merk RGK, type Maxima. De rolstoel is van een degelijke constructie. Merkwaardig is het feit dat de voetsteunen niet afneembar zijn. De "zit" vertoont verschillende compartimenten met verschillende hoogten en verschillende weerstand. De zit is in het kniegedeelte naar de knieën toe eerder naar boven oplopend, dan is er een vlak gedeelte en dan een gedeelte zonder effectieve steun. De rugsteun is gepolsterd in de bovenste helft. Verder wordt er gebruik gemaakt van een Roho antidecubituskussen. We kunnen inderdaad vaststellen dat de heer L.G. een complete dwarslaesie D10 vertoont. Patiënt vertoont geen afwijkingen aan de cervicale wervelzuil, aan de bovenste ledematen en geen afwijkingen van de craniale zenuwen. Het klinisch neurologisch onderzoek van de bovenste ledematen is binnen normale grenzen. Ter hoogte van de wervelzuil bemerken we een litteken dat begint in het midden van de schouderbladen en doorloopt tot laag sacraal. Ondanks de liggende houding op de onderzoekstafel is er toch een zekere scoliotisch component vooral over het lumbaal segment. De passieve mobiliteit van de rechter heup is goed bewaard. De passieve mobiliteit van de linker heup is wat beperkt. Er is wat extensiedefict ter hoogte van de rechter en linker knie, maar de passieve flexie van beide knieën is normaal. De passieve mobiliteit van de enkels is nog relatief goed. De peesreflexen aan de onderste ledematen zijn afwezig. Er kan geen duidelijke clonus worden opgewekt. Er is wel wat spastische reactie bij mobilisatie van de ledematen". De deskundige Dokter M. V. M. besluit als volgt : " De rolstoel, die voor hem aangewezen is en noodzakelijk om tegemoet te komen aan zijn behoeften en de pijn maximaal te verlichten, is een type rolstoel RGK. Dergelijke rolstoel komt niet voor in de limitatieve lijst. De door eerste geïntimeerde aangekochte rolstoel met ergonomische zitting blijkt dus een uitzonderlijke verstrekking te zijn. Deze rolwagen beantwoordt aan de indicatie die voor eerste geïntimeerde op medisch en sociaal vlak absoluut is". Uit de beschrijving in de brochure van de verdeler van de ergonomische rolstoelzitting blijkt dat de ergonomische zit als het ware de vlakken (horizontale deel zitting) met de wig (schuin deel zitting) combineert en dat de "knik" in het zitoppervlak, daar waar het horizontaal deel overgaat in het schuin oplopend deel, bewerkstelligd wordt door een "knik" in de zitframebuizen; bij de ergonomische zit hoort een ergonomische rugleuning, waarvan het eerste deel verticaal loopt en het tweede deel schuin achterwaarts over één of meerdere centimeters. Als conclusie wordt in de brochure vermeld dat de ergonomische zitting de evolutie van de rolstoel-zitting is, die ontstaat wanneer de positieve eigenschappen van de vlakke zitting en de wigzitting "gematched" worden en dat zithouding, rompstabili-teit, drukverdeling en rolstoelaandrijving door toepassing van de ergonomische zitting verbeterd worden. Het Hof is samen met de deskundige van oordeel dat uit wat voorafgaat duidelijk is dat de rolstoel RGK met ergonomische zitting een uitzonderlijke ver-strekking is en dat appellant in gebreke blijft aan te tonen dat er op de Belgische markt een rolwagen bestaat (eventueel met aanpassingen) die op dezelfde doeltreffende wijze tegemoet komt aan de handicap van eerste geïntimeerde zoals de rolstoel van het merk RGK met een ergonomische zitting. Verder blijkt dat eerste geïntimeerde zich niet onmiddellijk tot een buitenlandse verkoper heeft gericht, zonder op zoek te gaan naar een aangepast model op de Belgische markt zoals appellant beweert: in het medisch verslag van Dokter C. K. dd. 25 juli 2003 en gericht aan Dokter V. K. merkt Dokter K. op dat betrokkene niet rechtstreeks een firma in Nederland contacteerde doch wel uitgebreid geëvalueerd werd door zeer ervaren collega's van de zitkliniek van het revalidatiecentrum te Hoensbroek die dan betrokkene verder verwezen naar een firma voor aankoop van dergelijke rolstoel. Het Hof sluit zich volledig aan bij het advies van de deskundige en neemt aan dat de rolstoel RGK met ergonomische zitting voor eerste geïntimeerde aangewezen en noodzakelijk is om tegemoet te komen aan zijn behoeften en om de pijn maximaal te verlichten, dat deze rolstoel een uitzonderlijke verstrekking is en beantwoordt aan de indicatie die voor de heer L. op medisch en sociaal vlak absoluut is. Tenslotte stelt het Hof vast dat in het verzoek-schrift tot hoger beroep appellant de zeldzame aandoening die de vitale functie aantast heeft betwist, maar dit niet meer doet in besluiten. In ieder geval is duidelijk dat de ependymoma van betrokkene een zeldzame optredende aandoening is die de vitale functies aantast (zie deskundig verslag van Dokter V. K.). Aan de voorwaarden van artikel 25 ,§ 2 van de Z.I.V.-wet voor tegemoetkoming in het kader van het Bij-zonder Solidariteitsfonds is voldaan). OM DEZE REDENEN : De zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel; Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Recht doende op tegenspraak, Gehoord de heer André, Substituut-generaal, in zijn mondeling eensluidend advies, terstond uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 juni 2006, waarop geen repliek door partijen; Verklaart het hoger beroep ongegrond; Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschik-kingen; Verwijst overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, appellant en tweede geïntimeerde tot de kosten van hoger beroep ieder voor de helft, kosten tot op heden begroot op : voor appellant 142,80 Euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep voor eerste geïntimeerde niet begroot - voor tweede geïntimeerde niet begroot voor de deskundige op 406,34 Euro Stelt vast dat appellant thans de kosten van de rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg begroot op 107,09 Euro. Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel op éénentwintig september tweeduizend en zes. Waar aanwezig waren : mevrouw B. VAN DE VELDE, Voorzitter de heer E. VAN LAER, Raadsheer in Sociale zaken als werkgever, de heer J.P. VAN CONINGSLOO, Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer arbeider mevrouw G. DE SAEDELEER, Griffier PDF document ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060921.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.