id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 18 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070518.6 Rolnummer: 299/KG Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-01-06 Raadplegingen: 160 - laatst gezien 2026-07-02 15:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit het feit dat een scheidsrechter op de loonbrieven als bediende aangegeven wordt creëert een voldoende schijn van recht dat hij verbonden was door een arbeidsovereenkomst. Een advocaat kan naast zijn beroep en ondermeer in zijn vrije tijd een andere bezigheid hebben die hij in dienstverband uitoefent. Wanneer een scheidsrechter in categorie B gerangschikt wordt en occasioneel of bij wijze van stage in categorie A gefloten heeft, dan kan het terugbrengen naar categorie B prima facie niet als een zelfs mogelijke functiewijziging beschouwd worden. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Begrip - bestaansvereisten - vorm - Algemeen Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Ondergeschikt verband - Aangeven als bediende op loonbrieven -Advocaat die een andere bezigheid uitoefent in dienstverband - Impliciet ontslag -Functiewijziging - Scheidsrechter - Terugbrengen naar oorspronkijke catergorie. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-5822 - 3 - 01 Link Justel databank 58220703-01 Nota: Gerangschit onder II AAN art.
- Gepubliceerd in SRK 2008, p.
- Annotaties Publicaties: Sociaalrechtelijke kronieken - - 2008(174-177) Chroniques de droit social - - 2008(174-176) Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 18 MEI 2007 1STE KAMER Kortgeding Tegensprekelijk Definitief Inzake : G.M., wonende te [xxxxx]. Appellant, verschijnend in persoon en bijgestaan door Mr D. HEYLEN loco Mr L. VERMEULEN, advocaat te Herselt. Tegen : V.Z.W. KONINKLIJKE BELGISCHE VOETBALBOND, met burelen gevestigd te 1020 BRUSSEL, Houba de Strooperlaan
- Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr W. MERTENS, advocaat te Beringen. Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest: Gelet op de stukken van de rechtspleging en meer bepaald op : - de dagvaarding in kortgeding ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 27 december 2006; - het voor eensluidend verklaard afschrift van de beschikking gewezen op tegenspraak door de Kamer zetelend in kort geding van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 22 januari 2007; - het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van dit Hof op 7 februari 2007; - de besluiten van de partijen en de synthese-besluiten van geïntimeerde partij; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 4 mei 2007, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen. Gelet op de neergelegde stukken. Ontvankelijkheid van het hoger beroep : Het hoger beroep, ingeleid bij voormeld verzoek-schrift werd tijdig en op geldige wijze ingesteld, wat overigens niet betwist wordt, en is derhalve ontvankelijk. Voorwerp en rechtspleging : De bij voormelde dagvaarding in kortgeding ingeleide en bij synthesebesluiten aangepaste vordering beoogt dat : - " de schorsing wordt bevolen van de beslissingen van de K.B.V.B. (C.S.C.) van 21 oktober 2006 en 18 november 2006; - de K.B.V.B. al zijn arbeidsvoorwaarden, inclusief de functie van scheidsrechter van de categorie ‘B1' en het hiermee overeenstemmende loon, zoals die van kracht waren vóór de beslissing van 21 oktober 2006 zal behouden; - hij verder zal worden tewerkgesteld als scheids-rechter in de eerste nationale voetbalafdeling en de andere nationale afdelingen, dit in overeenstemming met zijn functie (categorie) en alleszins met een frequentie die overeenstemt met het gemiddelde aan-tal wedstrijden in de eerste nationale voetbalafde-ling en de andere nationale afdelingen die per voetbalseizoen geleid worden door scheidsrechters van de B-categorie die gedurende een volledig seizoen actief zijn in de eerste nationale voetbalafdeling (scheidrechters van de categorie ‘B1')"; verder te zeggen voor recht dat deze maatregelen van toepassing zullen blijven tot op het ogenblik dat er een akkoord wordt gesloten over de wijziging van de arbeidsovereenkomst of totdat die arbeidsovereen-komst met onderlinge toestemming of eenzijdig wordt beëindigd." In ondergeschikte orde verzoekt appellant de K.B.V.B. te horen bevelen de evaluatieverslagen van zijn prestaties met betrekking tot een aantal wedstrijden over te leggen. De Voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Brussel verklaarde zich bij op tegenspraak gewezen beschikking van 22.01.2007 bevoegd om kennis te nemen van de zaak om vervolgens de vordering ongegrond te verklaren, oorspronkelijke eiser, huidige appellant hiervan af te wijzen en hem tot de kosten van het geding door oorspronkelijke verweerder, huidige geïntimeerde begroot op 72,88 euro te veroordelen. Het tegen deze beschikking ingestelde hoger beroep beoogt : " in hoofdorde : de vordering van de heer G.M. ontvankelijk en gegrond te verklaren. Bijgevolg : - de schorsing te bevelen van de beslissingen van de K.B.V.B. (C.S.C) van 21 oktober 2006 en 18 november 2006; - de K.B.V.B. te veroordelen alle arbeidsvoorwaarden van de heer G.M., inclusief de functie van scheidsrechter van de categorie ‘B1' en het hiermee overeenstemmende loon, zoals die van kracht waren vóór de beslissing van 21 oktober 2006, te behouden; - de K.B.V.B. te bevelen de heer G.M. verder te werk te stellen als scheidsrechter in de eerste nationale voetbalafdeling en de andere nationale afdelingen, dit in overeenstemming met zijn functie (categorie) en alleszins met een frequentie die overeenstemt met het gemiddelde aantal wedstrijden in de eerste nationale voetbalafdeling en de andere nationale afdelingen die per voetbalseizoen geleid worden door scheidsrechters van de B1-categorie Ten slotte te zeggen voor recht dat deze maatregelen van toepassing zullen blijven tot op het ogenblik dat er tussen partijen een akkoord wordt gesloten over de wijziging van de arbeidsovereenkomst of totdat die arbeidsovereenkomst met onderlinge toestemming of eenzijdig wordt beëindigd. De K.B.V.B. te verwijzen in de kosten van beide instanties, in ondergeschikte orde : met toepassing van art. 877 Ger. W. aan de K.B.V.B. te bevelen de evaluatieverslagen van de prestaties van de heer G.M. met betrekking tot volgende wedstrijden (neer te leggen) : - Germinal-Beerschot - RAEC Mons van 19.08.2006 (verslag de heer Goethals); - MVV Maastricht - FC Zwolle van 08.09.2006 (verslag de heer Van Ettekoven); - SK Beveren - Zulte-Waregem van 01.10.2006 (verslag de heer Goethals). In die hypothese de beslissing aangaande de kosten aan te houden." Geïntimeerde verzoekt in syntheseberoepsbesluiten : " Het hoger beroep van appellant ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren. Dienvolgens de bestreden beschikking van de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Brussel d.d. 22.01.2007 te willen bevestigen. In uiterst ondergeschikte orde, indien het Arbeidshof van oordeel is dat er maatregelen zouden kunnen worden opgelegd aan concluante - quod certe non - , te zeggen voor recht dat deze maatregelen op straffe van verval gekoppeld zijn aan de voorwaarde dat appellant binnen 1 maand na het tussenkomen van het arrest, een procedure ten gronde betreffende onderhavig geschil voor de bevoegde rechtbank dient op te starten. Tenslotte appellant te veroordelen tot de kosten van het geding, [...]". Bespreking : Betreffende de bevoegdheid : Geïntimeerde verklaart in zijn synhesebesluiten de bevoegdheid van de Voorzitter van de Arbeidsrecht-bank niet verder te betwisten en zich bij diens uitspraak hieromtrent neer te leggen. Meer bepaald wat de hoogdringendheid betreft, bepaalt artikel 584, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek dat de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank bevoegd is om bij voorraad uitspraak te doen in kort geding van zodra de hoogdringendheid in de gedinginleidende akte ingeroepen wordt. Indien de hoogdringendheid niet bewezen wordt, is de vordering echter ongegrond (cfr. Cass., 11 mei 1990, Arr. Cass., 1990-91, nrs. 535 en 537; 10 april 2003, Soc. Kron., 2004, p. 304). Gezien appellant in de gedinginleidende dagvaarding laat gelden dat "deze vordering is uiteraard hoogdringend vermits verzoeker thans door haar werkgever verplicht wordt een lagere functie waar te nemen", wordt de hoogdringendheid wel degelijk ingeroepen en is de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank wel degelijk bevoegd om kennis te nemen van de zaak. Feitelijke gegevens : Er zijn verschillende categorieën van scheidsrechters, dit naargelang het niveau waarop zij actief zijn. De A-categorie is opgedeeld in een subcategorie ‘A1' die zeven ‘FIFA-scheidsrechters' bevat, zijnde de scheidsrechters die ook internationale wedstrijden fluiten, en een subcategorie ‘A2', die de wedstrijden leiden in de eerste nationale afdeling. De B-categorie is op haar beurt onderverdeeld in twee subcategorieën, met name de subcategorie ‘B1' waartoe scheidsrechters behoren die ook in de eerste nationale afdeling fluiten en de subcategorie ‘B2' waartoe de scheidsrechters behoren die hoogstens tot in de tweede nationale afdeling fluiten. Op basis van zijn prestaties in het voetbalseizoen 2005/2006 werd appellant door de Centrale Scheidsrechterscommissie (C.S.C), die deel uitmaakt van de K.B.V.B. (geïntimeerde), gepromoveerd naar de subcategorie ‘B1' waardoor hij wedstrijden in de eerste nationale voetbalafdeling ("Jupiler League") mocht leiden. De scheidsrechter moet om wedstrijden te mogen leiden volgens de categorie waartoe hij behoort ook jaarlijks slagen in theoretische en fysieke proeven die door de C.S.C. worden georganiseerd. Daarna volgt een evaluatie van bepaalde wedstrijden die door de betrokken scheidsrechter worden geleid. Op 19 augustus 2006 leidde appellant aldus in de eerste nationale afdeling de wedstrijd Germinal Beerschot Antwerpen - RAEC Mons. De waarnemer van de C.S.C. (de heer Goethals) quoteerde de prestatie van appellant met 13/
- Op 8 september 2006 volgde de wedstrijd MVV Maastricht - FC Zwolle in de Nederlandse eerste divisie. Voor deze wedstrijd werd appellant door de Nederlandse waarnemer, de heer Van Ettekoven, gequoteerd met 8,4/
- Op 1 oktober 2006 leidde appellant opnieuw een wedstrijd in de (Belgische) eerste nationale afdeling, met name KSK Beveren - SV Zulte-Waregem. Appellant werd opnieuw geëvalueerd door de heer Goethals, die hem een quotatie van 11/20 toekende. Op basis van de evaluatieverslagen die de heer Goethals opstelde van de wedstrijden Germinal Beerschot Antwerpen - RAEC Mons en KSK Beveren -SV Zulte-Waregem, besliste de C.S.C. tijdens haar vergadering van 21 oktober 2006 appellant - zonder hem hierover te horen - "terug te plaatsen in categorie ‘B2' ", wat impliceerde dat hij niet langer in de eerste nationale afdeling mocht leiden (stuk 4 K.B.V.B.), zonder rekening te houden met het positieve evaluatieverslag dat door de Nederlandse waarnemer werd opgesteld naar aanleiding van de wedstrijd MVV Maastricht - FC Zwolle. Na de kennisgeving van de beslissing tot "terugplaatsing" deelde appellant aan de C.S.C op gemotiveerde wijze mee niet akkoord te gaan met deze beslissing. Hij vestigde daarbij de aandacht op het feit dat één van de vaststellingen van de heer Goethals m.b.t. de wedstrijd KSK Beveren - SV Zulte-Waregem tijdens de bespreking van videobeelden na de training van de scheidsrechters van eerste en tweede nationale afdeling te Leuven op 9 november 2006 werd tegengesproken door een ander lid van de C.S.C, de heer Michel Piraux. Op basis hiervan verzocht hij de C.S.C. het evaluatieverslag van de desbetreffende wedstrijd te herzien en terug te komen op de beslissing tot terugzetting in de categorie ‘B2'. Hij verzocht tevens gehoord te worden om zijn argumentatie toe te lichten. Op 18.11.2006 werd appellant door de C.S.C. gehoord, die haar eerder op 21.10.2006 genomen beslissing bevestigde zoals volgt : " Overwegende dat : - de Commissie zich bij haar administratieve beslissing d.d. 21.10.2006 heeft gebaseerd op de beide vormingsverslagen van de heer Goethals en hieruit heeft geconcludeerd dat de vorming niet geslaagd was; - de bewuste fase uit de wedstrijd Beveren-Zulte/Waregem (afkeuren doelpunt Zulte/Waregem en gele kaart aan speler Beveren voor het vroegtijdig uit de muur komen) waarnaar de scheidsrechter in zijn brief verwijst, niet doorslaggevend was bij de eindbeslissing van de Commissie en dat de Commissie er trouwens op wijst dat de door de scheidsrechter genomen beslissing (fout + disciplinaire sanctie) bij voormelde fase in de wedstrijd niet correct was; - bij de beslissing van de Commissie dd. 21.10.2006 geen sprake was van een categoriewijziging, zoals de scheidsrechter in zijn brief vermeldt, maar dat hij behoorde en blijft behoren tot de B-categorie. Het enige gevolg van het niet-slagen van de vorming is dat de scheidsrechter voorlopig niet meer aangeduid zal worden voor wedstrijden in 1ste Nationale. - de wedstrijden in het kader van de uitwisseling van scheidsrechters met de Nederlandse en Luxemburgse Voetbalbond niet worden meegerekend in de evaluaties van scheidsrechters en dat bijgevolg de wedstrijd MVV Maastricht-FC Zwolle (2de Nationale KNVB), die door de scheidsrechter op 08.09.2006 werd geleid, niet heeft meegespeeld in de evaluatie van zijn vorming; beslist de Commissie haar beslissing d.d. 21.10.2006 te bevestigen". Betreffende de gegrondheid van de vordering : Geïntimeerde betwist het bestaan van een arbeidsovereenkomst bij gebreke aan de drie essentiële bestanddelen ervan, namelijk loon, gezag en arbeid. Hij stelt dat er in casu geen sprake is van beroepsarbeid omdat de doorslaggevende beweegreden van appellant niet het verwerven van loon is; appellant is immers advocaat van beroep en slechts scheidsrechter als hobby. De sommen die hij hiervoor ontvangt zijn geen loon doch vergoedingen. Hij valt bovendien niet onder de Wet Betaalde Sportbeoefenaar van 24.02.
- Appellant laat integendeel gelden dat hij wel degelijk arbeidsprestaties levert onder het gezag van geïntimeerde, die hem instructies geeft i.v.m. de te fluiten wedstrijden, de inhoud van de functie, de controle en de evaluatie van de prestaties. "Het feit dat maandelijks loonbrieven worden afgeleverd, waaruit blijkt dat RSZ-bijdragen en bedrijfs-voorheffing werden ingehouden, bevestigt alleen maar het bestaan van een arbeidsovereenkomst", evenals de vermeldingen op die loonbrieven. De aansluiting van de scheidsrechter bij de sociale zekerheid van werknemers is op zich geen voldoende aanwijzing voor een arbeidscontract. De loonbrieven opgemaakt door het sociaal secretariaat in opdracht van de werkgever vermelden echter het volgende : " Paritair Comité 200.00 Beroep/Functie Scheidsrechter Contracttype bepaalde duur Personeelstype bediende Lonen gepresteerde uren." De Voorzitter van de Arbeidsrechtbank leidt in zijn beschikking hieruit dan ook terecht af dat deze gegevens een voldoende schijn van recht met betrekking tot het bestaan van een arbeidsovereenkomst van bediende vormen, wat volstaat om over de gegrondheid van de vordering in kort geding op dat gebied te oordelen, ongeacht het oordeel van een rechtbank zetelend ten gronde (zie in dezelfde zin: Arbr. Brussel, 20 april 2000, aangeh.). Een advocaat kan bovendien naast zijn beroep en ondermeer in zijn vrije tijd een andere bezigheid hebben die hij in dienstverband uitoefent. Appellant houdt voor dat door hem op het einde van het voetbalseizoen 2005/2006 te promoveren naar de (sub)categorie B1 (waardoor hij wedstrijden in de eerste nationale afdeling kon en mocht leiden), hem daadwerkelijk aan te duiden voor het leiden van wedstrijden in de hoogste voetbalafdeling en hem het met deze wedstrijden overeenstemmende loon (900,00 euro bruto per wedstrijd, cfr. o.m. stukken 14 en 16) te betalen, geïntimeerde duidelijk de verbintenis heeft aangegaan hem met ingang van het seizoen 2006/2007 als scheidsrechter te werk te stellen in (o.m.) de eerste nationale voetbalafdeling. Appellant besluit, op basis van de inhoud van de voormelde beslissingen van de C.S.C. tot een eenzijdige wijziging van essentiële bestanddelen van de arbeidsovereenkomst met name in casu een functiewijziging door zijn degradatie van Cat. ‘B1' naar ‘B2' en een loonsvermindering van 1.000 euro naar 250 euro per gefloten wedstrijd, waarbij hij zich steunt op art. 1134 B.W. en art. 20, 1° van de wet op de arbeidsovereenkomsten van 03.07.1978 (AOW). Het feit dat een werknemer eventueel impliciet ontslag zou kunnen inroepen, ontneemt hem inderdaad niet de mogelijkheid om in kortgeding het behoud van de overeengekomen arbeidsvoorwaarden te vorderen (cfr. D. Cuypers "Het injunctierecht staande de arbeidsovereenkomst" in M. Rigaux e.a. (cds) Actuele problemen van het Arbeidsrecht 7, Antwerpen, Intersentia, 2205, p. 28 nr. 13), wat echter nog geen afbreuk mag betekenen aan de beperkte toetsingsbevoegdheid van de kortgedingrechter omtrent een bestreden beslissing. Oordelend in functie van een in zijnen hoofde voldoende schijn van recht m.b.t. het bestaan van een arbeidsovereenkomst, welke betwisting omtrent het bestaan zelf tot de appreciatie van de bodemrechter behoort, dient te worden rekening gehouden met het feit dat appellant : - behoort tot categorie B van scheidsrechters; - door de C.S.C. in het voetbalseizoen 2005-2006 gepromoveerd werd naar de subcategorie B 1°; - hierdoor ook voetbalwedstrijden mocht leiden in de eerste nationale voetbalafdeling; - op een totaal van 7 wedstrijden, in een tijdspanne van ca 2 maanden (30.7.2006 - 1.10.2006) tweemaal werd aangeduid als scheidsrechter in de eerste nationale voetbalafdeling; - voor het fluiten van de wedstrijd Germinal Beerschot-Antwerp tegen RAEC Mons een evaluatie kreeg van 13/20 en voor de wedstrijd KSK Beveren tegen SV Zulte-Waregem op 01.10.2006 een evaluatie van 11/20; - op grond van de evaluatieverslagen van de heer Goethals door de C.S.C. bij beslissing van 21.10.2006 werd teruggeplaatst in de subcategorie B 2°; - hieromtrent op zijn verzoek werd gehoord door de C.S.C. die haar beslissing van 21.10.2006 op 18.11.2006 bevestigde of zodoende na tegensprekelijk debat. Dat op basis hiervan dient te worden vastgesteld dat appellant niet behoorde tot categorie A 2° van scheidsrechters maar door zijn promotie naar subcategorie B 1° wedstrijden mocht leiden in de eerste nationale afdeling na de nodige theoretische en fysische proeven te hebben afgelegd en regelmatig te worden geëvalueerd. Dat er bijgevolg van geen "functiewijziging" noch "loon"-verlies, zoals de degradatie en de ontvangen vergoedingen door appellant bestempeld worden, sprake kan zijn gezien appellant tot categorie B van scheidsrechters is blijven behoren en zijn promotie naar subcategorie B 1° hem alleen de mogelijkheid bood ook wedstrijden op nationaal niveau A 2 te leiden indien aan bepaalde voorwaarden was voldaan. Dat het tijdelijk behoren tot subcategorie B 1 en de mogelijkheid daardoor ook A 2 wedstrijden te kunnen leiden bijgevolg hoegenaamd geen verworven recht uitmaakt en bovendien beperkt blijft tot één voetbalseizoen, doch een nieuwe tijdelijke en voorwaardelijke promotie voor appellant uiteraard wel mogelijk blijft, zonder dat het instellen van een vordering hieromtrent enige invloed mag hebben, zoals appellant beweert, wat ontoelaatbaar is, zoals geïntimeerde wel weet, en wat door haar in casu dan ook volledig wordt ontkend. Dat appellant eveneens niet kon beweren dat de C.S.C. geen rekening hield met zijn argumentatie die hoofdzakelijk handelde over de volgens hem door de heer Goethals verkeerd gedane vaststellingen en over het feit dat de zeer goede evaluatie van 8,4/10 van de heer Van Ettekoven betreffende de door hem op 08.09.2006 gefloten wedstrijd tussen MVV Maastricht - F.C. Zwolle in de Nederlandse eerste divisie niet in rekening werd gebracht, gezien juist de concrete inhoud van de voormelde beslissing van 18.11.2006 van de C.S.C. waarin trouwens eveneens reeds wordt vermeld dat appellant behoorde en blijft behoren tot categorie B en van geen categoriewijziging sprake is en alzo reeds geantwoord wordt op het aangetekend schrijven d.d. 24.11.2006 van de raadsman van appellant. Dat er zodoende geen reden tot schorsing van de aangevochten beslissingen bestaat a fortiori tot het toekennen van de overige onderdelen van de vorde-ring, eveneens met dien verstande dat de rechter zich niet in de plaats mag stellen van de opdracht- of werkgever m.b.t. de betwiste evaluaties zelf, terwijl het verzoek in ondergeschikte orde tot neerlegging van voormelde evaluatieverslagen wordt afgewezen gezien de beslissing van 18.11.2006 van de C.S.C. genomen werd na deze verslagen te hebben onderzocht en appellant in zijn kritiek hierop te hebben gehoord. Dat het hoger beroep zodoende ongegrond is. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, zetelend in kort geding, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Bij voorraad rechtsprekend na tegensprekelijk debat; Verklaart het hoger beroep ongegrond; Bevestigt de bestreden beschikking d.d. 22 januari 2007 van de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank, zetelend in kortgeding; Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep; Deze kosten werden tot op heden als volgt begroot : voor appellante partij : euro 145,78 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, euro 60,74 uitgavenvergoeding, voor geïntimeerde partij : euro 145,78 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (na herleiding), Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 1ste Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 18 mei 2007, waar aanwezig waren: De Heer M. DE CUYPER : Raadsheer, De Heren : G. JACOBS : Raadsheer in sociale zaken als werkgever, P. BUYENS : Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, D. DE RAEDT : Griffier, G. JACOBS, P. BUYENS, D. DE RAEDT, M. DE CUYPER, PDF document ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070518.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.