id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 25 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070725.2 Rolnummer: 49.888 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-08-26 Raadplegingen: 149 - laatst gezien 2026-07-02 15:55 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het overnemen van Engelse termen is een algemene tendens wat betreft functiebenamingen en technische termen, uitvindingen of innovaties die hun intrede doen, zonder dat daarvoor reeds een Nederlandse benaming bestaat. Gelet op die evolutie en aangezien de (Engelse) benamingen van functies en toestellen intussen courant worden gebruikt is geen inbreuk op het taaIdecreet voorhanden. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Taalgebruik in sociale zaken Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - DECRETEN - Taalgebruik - Decreet van 19 juli 1973 - Documenten in het Nederlands opgesteld - Met benamingen van functies, materialen en toestellen in het Engels - Geen inbreuk op het decreet. Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 19-07-1973 - 3 - 01 ELI link Pub nr 1973071902 Nota: Gepubliceerd in JTT 2008, p.
- Gerangschikt onder I F A (Decreet van 19 juli 1973), art.
- Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux du travail - - 2008(130-131) Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 25 JUlI
- Vakantiekamer Wet van 19 maart 1991 Tegensprekelijk Definitief In de zaak: De BVBA Coca Cola Enterprises Belgium, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1070 Brussel, Bergensesteenweg,1424, Appellante, Geïntimeerde op incidenteel beroep,vertegenwoordigd door Mr. Sara Cockx en Meester Patrick Maarten, advocaten te 1160 Brussel; Tegen: 1) O. H. ,wonende te [xxx], Eerste geïntimeerde, appellant op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door Mr. Remi Swennen, advocaat te 1731 Zellik; 2) Het ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV), met zetel te 1000 Brussel, Hoogstraat42, Tweede geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Remi Swennen, advocaat te 1731 Zellik; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest: Gelet op: De stukken van de rechtspleging en ondermeer het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken op tegenspraak door de 4de kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 15 mei 2007 (AR nr. 20580/07), Het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen op de griffie van het Arbeidshof op 29-05-2007; De conclusie van geïntimeerden, ontvangen ter griffie op 18-06-2007; De conclusie van appellante, ontvangen ter griffie op 2-07-2007; De synthesebesluiten voor geïntimeerden, ontvangen ter griffie op 9-07-2007; Het eensluidend verklaard afschrift van de beschikking dd. 7-06-2007 van het Arbeidshof te Brussel conform art. 747§2 Ger. W. Het bundel met stukken vanwege appellante ontvangen ter griffie op 29 mei
- Het bundel met stukken van geïntimeerden ontvangen ter griffie op 18 juni
- Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 11 juli 2007 waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen voor uitspraak op 18 juli
- De uitspraak werd op 17 juli 2007 verdaagd naar 25 juli 2007 wegens de onmogelijkheid dezelfde zetel van het Hof samen te stellen. I. RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING De heer E.O. is op 1 augustus 2000 als arbeider bij Coca-Cola in dienst getreden. Hij werd tewerkgesteld op de exploitatiezetel te Londerzeel en oefende er de functie uit van "Technicus Epuipment Prepare & Repair", ingedeeld in klasse
- In de gedetailleerde beschrijving van die functie werd verduidelijkt dat hij "technische taken vervulde voor het herstellen of opknappen van vending (frisdrankautomaat) of fountainmateriaal (frisdrankverdeler met tapkraantje) teneinde een degelijk en functionerend gereviseerd apparaat ter beschikking te stellen." In de werkplaats te Londerzeel worden thans volgende activiteiten verricht: vendoractiviteiten: deze hebben betrekking op het klaarmaken, herstellen en moderniseren van frisdrankautomaten. cooleractiviteiten: deze hebben betrekking op het klaarmaken, herstellen en moderniseren van koelkasten voor het opslaan van frisdranken. Voordien werden daar enkel vendoractiviteiten verricht. Het opknappen van coolers gebeurde door externe leveranciers zoals "Norcool". Het aantal coolers op de markt, was toen beperkt en voornamelijk bestemd voor festivals en concerten. De heer El O. was aanvankelijk tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 augustus tot 31 oktober
- Hij bleef nadien verder tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf 26 augustus 2002 werkte hij tijdelijk als Fountain plaatser ter vervanging van een andere werknemer. Bij de sociale verkiezingen van 2004 werd de heer El O. verkozen tot plaatsvervangend personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad en tot personeelsafgevaardigde in het comité voor preventie en bescherming op het werk voor het ABVV. Hij geniet bijgevolg een ontslagbescherming zoals voorzien in de wet van 19 maart 91 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, en de kandidaat personeelsafgevaardigden. Volgens de vennootschap was er de laatste jaren een toenemende vraag ontstaan naar coolerapparaten en werd er amper nog gewerkt op fountains. De cooleractiviteiten werden vanaf 2003 in het bedrijf uitgevoerd zodat zij het nodig achtte de functies te herschikken en aan te passen aan de gewijzigde activiteit van de onderneming. In de loop van 2005-2006 werd overleg gepleegd met de syndicale delegatie en de ondernemingsraad met betrekking tot de omschrijving van 4 basisfuncties ter vervanging van de oorspronkelijke functieomschrijvingen: cooler prepare technicien: met focus op cooleractiviteiten (montage, demontage, configuratie van de coolers en testen ervan) Refurbishment technicien: met focus op refurbishment (met als hoofdtaak het klaarmaken van vending- en coolerapparaten. vending A-technicien: met focus op vending activiteiten (montage en demontage, configuratie van de vendors..) vending B-technicien: met focus op vending activiteiten (configuratie en programmatie van de vendors en het testen ervan) De heer El O. kreeg de functie van Vending- B-technicien toegewezen. Hij opperde bezwaren tegen de functiewijziging o.m. omdat hij niet wenste deel te nemen aan het wascabine rotatiesysteem. De vennootschap meende dat die bezwaren werden opgelost door het opstellen van een wekelijkse planning met beurtrolsysteem voor het werken in de wascabine. De facto werden de Vending B techniciens niet in de wascabine tewerkgesteld. Bij aangetekende brief van 29-8-06 bevestigde de vennootschap aan de heer El O. dat hij voortaan de functie van Vending-B-technicien zou uitvoeren waarvan hij de functieomschrijving ontving. Op 25 oktober 2006 werd aan de heer El O. verzocht, wegens een tekort aan personeel en in het kader van het beurtrolsysteem, een aantal taken uit te voeren die betrekking hadden op coolers, hetgeen hij weigerde. Hij werd daarvoor met een brief van 25 oktober 2006 in gebreke gesteld en de vennootschap stelde zware sancties in het vooruitzicht indien hij zou weigeren zijn verplichtingen als werknemer na te komen. De heer El O. antwoordde met een brief van 27 oktober 2006 dat de activiteit "cooler prepare" niet voorzien was in zijn arbeidsovereenkomst. Coca -Cola antwoordde met brief van 24 november 06 als volgt : Wij hebben dan ook op 25 oktober 2006 om 7h moeten vaststellen dat u geweigerd heeft om de taak van cooler prepare uit te voeren. Zoals eerder bevestigd zijn wij verplicht om de werkorganisatie te regelen in functie van de aanvraag van onze klanten. Als men op vending refurbishment onvoldoende werk heeft voor de hele ploeg moeten wij onze medewerkers andere taken toevertrouwen binnen dezelfde functie. Deze schommelingen van activiteiten en taken hebben geleid tot nieuwe functieomschrijvingen. Wij kunnen niet tolereren dat een medewerker zich niet houdt aan de werkverdeling die op een eerlijke rotatiesysteem gebaseerd is. Dit is een manifeste weigering tot uitvoering van taken van de functieomschrijving. Op 12 december 2007 weigerde de heer El Ouaämari opnieuw activiteiten uit te voeren op coolers. De vennootschap beschouwde die houding als manifeste insubordinatie en als werkweigering en werkverlating. Zij achtte deze onaanvaardbaar nu alle andere werknemers die taken wel waarnamen op basis van het rotatiesysteem en de heer El O. reeds in gebreke was gesteld. Zij achtte de voortzetting van de arbeidsrelatie in die omstandigheden niet langer mogelijk en startte een procedure tot erkenning van een dringende reden zoals voorzien in de wet van 19 maart
- Bij aangetekende brieven van 14 februari 2007 gericht aan de heer El O. en aan de werknemersorganisatie ABVV stelde de vennootschap hen op de hoogte van haar voornemen om de heer El O. te ontslaan wegens dringende reden. De inhoud van die brief luidde als volgt: In het kader van de procedure voorzien door de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, delen wij u ons voornemen mee om voor de heer H. El O.,wonende te [xxx], gelet op zijn hoedanigheid van plaatsvervangend lid van de ondernemingsraad en lid van het comité voor preventie en bescherming op het werk, aan de arbeidsrechtbank de toelating te vragen om deze werknemer te ontslaan om dringende reden. De dringende reden die tot het voorgenomen ontslag hebben geleid, werden uiteengezet in een schrijven dat vandaag aan uw lid per aangetekende post werd verzonden. We geven u hierbij de volledige tekst van dit schrijven weer: Geachte heer Gelet op uw hoedanigheid van plaatsvervangend lid van de ondernemingsraad en lid van het comité voor preventie en bescherming op het werk, delen wij u, in het kader van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid,gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, alsmede voor de kandidaat personeelsafgevaardigden ons voornemen mee u te ontslaan om dringende reden. De zware tekortkomingen die u heeft begaan, die elk vertrouwen schenden en die iedere toekomstige samenwerking definitief onmogelijk maken, kunnen als volgt worden samengevat: U wordt tewerkgesteld bij Coca Cola Enterprises Belgium bvba, Technisch Coördinatiecentrum Londerzeel, en dit in de hoedanigheid van arbeider (technieker) In de werkplaats op de site te Londerzeel worden een aantal hoofdactiviteiten verricht, met name Vendor-activiteiten: dit betreft het klaarmaken, herstellen en moderniseren van frisdrankautomaten; Cooler- activiteiten: dit betreft het klaarmaken, herstellen en moderniseren van koelkasten van Coca-Cola waarin frisdranken kunnen worden opgeslagen In het kader van de Europese commerciële plannen en de wensen van de klanten is er de voorbije jaren een sterker groei geweest in koelkasten gerelateerde activiteiten (coolers) eerder dan in frisdrankautomaten activiteiten (vendors). Deze verandering heeft ook een aantal aanpassingen van de organisatie van het werk op de site te Londerzeel met zich meegebracht. Om ontslagen ingevolge deze verandering te vermijden en om schommelingen in beschikbaarheid van technici (ziekte,opleiding, vergaderingen...) op de site op te vangen, werd samen met de ondernemingsraad de noodzaak besproken om de flexibiliteit in een duidelijker kader te plaatsen. Op 21 november 2005 vond een eerste voorstelling plaats aan de ondernemingsraad, waarbij een tijdsbesteding per activiteit werd weergegeven, een overzicht van de bestaande flexibiliteit van de medewerkers evenals een voorstel van 4 functies om de activiteiten te kunnen waarnemen. De omschrijving van de diverse functies gebeurde samen in overleg met de medewerkers (in werkgroep) en met de professionele ondersteuning van de firma Berenschot. De ondernemingsraad werd geïnformeerd over het verloop van het proces. De diverse gesprekken resulteerden uiteindelijk in een omschrijving van 4 basisfuncties ter vervanging van de oorspronkelijke allesomvattende functiebeschrijving van Technieker Equipment Prepare & Repair: Cooler Prepare - technicus: focus op cooler activiteiten(montage en demontage, configuratie van de coolers,..),testen van coolers; Refurbishment technicus: focus op refurbishment(2 hoofdtaken vending & cooler prepare) Vending A technicus: focus op vending activiteiten (montage en demontage, configuratie van de vendors,...) Vending B technicus: focus op vending activiteiten (configuratie en programmatie van de vendors,...) met bijkomend het testen van de vendors. Uit de functieomschrijving van Vending B Technicus blijkt dat de hoofdtaken van deze functie de volgende zijn: 1.configuratie en programmatie van de vendor; 2.finale testen en controles; 3.andere taken, rekening houdend met de kennis van medewerker. Dit laatste, met name de flexibiliteit in functie-inhoud was, zoals gesteld, noodzakelijk wilde men ontslagen vermijden en schommelingen in de activiteiten kunnen opvangen. Deze 4 functie beschrijvingen werden vervolgens op 8 maart 2006 goedgekeurd door de syndicale delegatie in de lokale classificatie commissie. Na overleg met de syndicale delegatie, ontvingen de verschillende medewerkers een bevestiging van de finale functieomschrijving. Met uitzondering van 2 medewerkers, waaronder u zelf, werd desbetreffende brief voor akkoord getekend door de betrokken medewerkers van Londerzeel. In juli 2006 vond een gesprek met u plaats omtrent de functiebeschrijving, waarbij bleek dat er een vrees was rond het wascabine rotatiesysteem Om hier een evenwichtig systeem uit te werken, werd overeengekomen dat er wekelijks een planning bekend gemaakt zou worden waarbij het afdelingshoofd in het oog zou houden welke tijd in de wascabine gepresteerd werd. Dit werd u ook als dus danig bevestigd bij aangetekend schrijven op 29 augustus
- Tevens werd u de functie van Vending Technicus B bevestigd. De inhoud van deze brief werd nooit betwist. Uiteindelijk zijn de activiteiten op de wascabine als dus zodanig laag geworden dat niemand van de ploeg van Vending Technicus ingeschakeld werd. In het kader van een beurtrol diende u vervolgens op 25 oktober 2006, in toepassing van de functiebeschrijving waarmee u akkoord was, een aantal deeltaken uit te voeren met betrekking tot de coolers, hetgeen door u ten onrechte geweigerd werd. Bij brief van 25 oktober 2006 werd u hiervoor in gebreke gesteld. In deze brief werd ook uitdrukkelijk toegevoegd: "wij verzoeken u bijgevolg verder uw verplichtingen als werknemer na te komen, zoniet zullen wij ons verplicht zien zware sancties te nemen. Bij brief van 27 oktober 2006 reageerde u hierop en stelde u dat de activiteit "cooler prepare" geen deel uitmaakte van de arbeidsovereenkomst. Bij brief van 24 november 2006 heeft Coca-Cola Enterprises Belgium hierop gereageerd door te stellen dat: "wij hebben dan ook op 25 oktober 2006 om 7h moeten vaststellen dat u geweigerd heeft om de taak van cooler prepare uit te voeren. Zoals eerder bevestigd zijn wij verplicht om de werkorganisatie te regelen in functie van de aanvraag van onze klanten. Als men op vending refurbishment onvoldoende werk heeft voor de hele ploeg moeten wij onze medewerkers andere taken toevertrouwen binnen dezelfde functie. Deze schommelingen van activiteiten en taken hebben geleid tot nieuwe functieomschrijvingen. Wij kunnen niet tolereren dat een medewerker zich niet houdt aan de werkverdeling die op een eerlijk rotatiesysteem gebaseerd is. Dit is een manifeste weigering tot uitvoering van taken van de functieomschrijving. Op de toolboxmeeting van 29 januari 2007 werd de beurtrol voor de vending technicians op de cooler prepare nogmaals besproken in het kader van een nieuw beurtrolsysteem om er voor te zorgen dat elke vending technician op jaarbasis ongeveer evenveel tijd op de cooler prepare zou spenderen. Gezien u hierop niet aanwezig was, werd het systeem u op 7 februari 2007 toegelicht. Ondanks de ingebrekestelling en ondanks de duidelijke communicatie omtrent de rolbeurt,heeft u op maandag 12 februari 2007 opnieuw geweigerd om op de cooler prepare te werken, dit in aanwezigheid van de syndicale delegatie. Het feit dat u blijft weigeren activiteiten uit te voeren op cooler prepare is onaanvaardbaar en maakt manifest insubordinatie uit evenals werkweigering en werkverlating. Al uw collega's nemen immers wel deze taken waar op basis van het rotatiesysteem. Het feit dat u hieromtrent al verschillende gesprekken gehad hebt en dat u in oktober 2006 schriftelijk in gebreke gesteld geweest bent om deze taken uit te voeren en dit thans nog zonder enige reden weigert, maakt daarenboven een verzwarende omstandigheid uit. In de gegeven omstandigheden kunnen wij dan ook geen enkel vertrouwen meer in u stellen om de arbeidsovereenkomst verder te zetten. Wij stellen vandaag uw vakbondsorganisatie op de hoogte van ons voornemen u om dringende reden te ontslaan. Bovendien richten wij vandaag een verzoekschrift tot de arbeidsrechtbank zoals voorzien in de procedure van de wet van 19 maart 1991 houdende een bijzondere ontslagregeling. De arbeidsrechtbank werd vandaag nog bij verzoekschrift gevat, zoals voorzien door de procedure van de wet van 19 maart 1991 houdende een bijzondere ontslagregeling. Hoogachtend Op dezelfde datum richtte zij een verzoekschrift aan de Arbeidsrechtbank zoals voorzien in de procedure uitgewerkt door de wet van 19 maart
- De Voorzitter van de Arbeidsrechtbank riep partijen op tegen 21 februari 2007 om hen in te lichten over de draagwijdte van de te volgen procedure. Op 27 februari 2007 werden partijen opnieuw opgeroepen door de Voozitter van de Arbeidsrechtbank doch er kon geen verzoening tot stand worden gebracht. Bij beschikking van 27 februari 2007 heeft de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank beslist tot schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Op 28 februari 2007 liet de vennootschap de dagvaarding betekenen aan de heer El O. en het ABVV overeenkomstig de bij wet van 19 maart 1991 voorziene procedure. De vennootschap vorderde dat de voorzitter van de Arbeidsrechtbank, bij toepassing van de wet van 19 maart 1991 de dringende reden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst zou erkennen, zodat de arbeidsovereenkomst van de heer El O. zou kunnen beëindigd worden zonder opzeggingstermijn noch -vergoeding. Met het bestreden vonnis verklaarde de Arbeidsrechtbank de vordering ontvankelijk doch ongegrond. Zij was van oordeel dat de voorgeschreven termijn werd nageleefd, hetgeen door de heer El O. was betwist en dat geen schending van het taaldecreet van 19 juli 1973 kon worden vastgesteld zoals hij had aangevoerd. Zij overwoog verder dat de oorspronkelijke functie van de heer El O. specifiek betrekking had op vending en fountainmateriaal en niet op koelkasten, in tegenstelling tot de nieuwe functie zodat er wel degelijk een wijziging aan de oorspronkelijke functie werd aangebracht. Zij meende dat uit de omschrijving van de functie van Vending technician B niet kon worden afgeleid dat de vraag tot uitvoering van "andere taken" op zeer occasionele basis zou geschieden. Zij stelde vast dat de heer El O. daar reeds in februari 2006 op had gewezen en dat hij duidelijk te kennen had gegeven dat hij niet akkoord ging met de nieuwe functie. Bovendien achtte zij niet aangetoond dat de gegeven opdracht in overeenstemming was met de nieuwe functieomschrijving nu daarin werd vermeld dat het om taken ging die de betrokkene in het verleden reeds had uitgevoerd. Nu de weigering kaderde in een niet aanvaarde en onrechtmatige functiewijziging kon op die basis volgens haar niet worden besloten tot het bestaan van een dringende reden. II VORDERINGEN IN HOGER BEROEP De vennootschap is het niet eens met de uitspraak van de Arbeidsrechtbank. Zij verzoekt dat het Hof deze zou hervormen in de mate dat haar vordering ongegrond werd verklaard en haar oorspronkelijke vordering zou inwilligen doch meende dat het vonnis kon worden bevestigd in de mate dat daarin werd beslist dat de voorgeschreven termijn werd nageleefd en dat er geen inbreuk werd gepleegd op het Taaldecreet van 19 juli
- Zij verzoekt de tegeneis van de heer El O. onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren. De heer El O. stelde bij conclusie incidenteel hoger beroep in tegen het vonnis in de mate dat de Arbeidsrechtbank had geöordeeld dat geen inbreuk werd gepleegd op het taaldecreet en dat de vennootschap tijdig was overgegaan tot het instellen van een procedure in de zin van art. 4 e.v. van de wet van 19 maart
- Hij verzoekt het vonnis op die punten te hervormen en te zeggen voor recht dat de vennootschap niet binnen de bij de wet gestelde termijn van 3 werkdagen na kennisname van de feiten is overgegaan tot het neerleggen van het verzoekschrift tot erkenning van de dringende reden en dat de stukken die de vennootschap voorbrengt in het kader van zijn tewerkstelling en in het kader van de procedure strijdig zijn met de bepalingen van het Taaldecreet van 19 juli 1973 en als nietig moeten worden aangezien zonder dat die nietigheid hem nadeel zou kunnen berokkenen. Voor het overige verzoekt hij om de bevestiging van het vonnis. Hij verzoekt dat de vennootschap bovendien zou worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding voor de schade die hij geleden heeft door het feit dat hij in het kader van zijn verdediging een beroep heeft moeten doen op een juridisch raadsman en begroot het bedrag van die schadevergoeding voorlopig op 10.000 Euro. Standpunt van de vennootschap: De documenten neergelegd in deze procedure zijn in overeensteming met het Nederlands Taaldecreet. Het feit dat alleen een aantal functies of typische materialen en toestellen een courante Engelse benaming krijgen doet daaraan geen afbreuk. Coca -Cola heeft de procedure gestart binnen de drie werkdagen na de tweede weigering van de heer El O. om uitzonderlijk op een cooler te werken. Het komt de werkgever toe te oordelen vanaf wanneer er van insubordinatie sprake is die de voortzetting van de arbeidsovereenkomst onmogelijk maakt. Hij heeft gemeend dat dit het geval was wanneer opnieuw een opdracht werd geweigerd nadat de heer El O. in gebreke was gesteld wegens een eerdere weigering. De vraag van Coca—Cola aan de heer El O. om occasioneel werk te verrichten op de coolers wanneer dit noodzakelijk is past binnen de functiebeschrijving die hij minstens impliciet heeft aanvaard, past bovendien in de oorspronkelijk contractueel overeengekomen functiebeschrijving aangezien op de coolers vergelijkbaar werk wordt verricht als op de vendors waarvoor eveneens technische capaciteiten nodig zijn en waarbij eveneens een kwaliteitscontrole moet worden verricht en een correct functionerend apparaat moet worden afgeleverd. Het werken op coolers past bovendien binnen het ius variandi van de werkgever die de mogelijkheid moet hebben om de werknemers occasioneel te vragen een taak uit te voeren die niet in hun functiebeschrijving staat vermeld maar wel beantwoordt aan hun opleiding en bekwaamheid. De weigering om tot tweemaal toe op een cooler te werken in plaats van op een vendor is een inbreuk op art 17,1° en 2° WAO en een manifeste insubordinatie De Arbeidsrechtbank heeft geen rekening gehouden met de dagelijkse ondernemingsrealiteit en de evolutie in de productie en materialen. Zij heeft evenmin rekening gehouden met het feit dat de nieuwe functiebeschrijvingen uitvoerig en in detail werden besproken met de ondernemingsraad en de syndicale afvaardiging. Een occasionele vraag op de coolers te werken bij een grote meervraag kan niet als een essentiële wijziging van de functie worden beschouwd. Wat de tegenvordering van de heer El O. betreft die ertoe strekt haar te horen veroordelen tot een schadevergoeding voor de advocatenkosten, werpt zij op dat deze onontvankelijk is daar zij voor het eerst in hoger beroep werd ingesteld. In ondergeschikte orde betoogt zij dat zij geen fout heeft begaan. Uiterst ondergeschikt stelt zij dat de rechtsplegingsvergoeding vermoed wordt alle kosten van de procedure te dekken hetgeen bevestigd wordt in de wet van 21-4-2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat. Standpunt van de heer El O. Het gebruik van Engelse woorden in de documenten bestemd voor het personeel vormt een inbreuk op het Nederlands Taaldecreet van 19-7-
- Reeds op 25-10-2006 was de vennootschap er volledig van op de hoogte dat hij geen taken wilde uitvoeren die verband hielden met cooler prepare daar zij niet in zijn functieomschrijving werden vermeld. Indien de vennootschap meende dat dit een dringende reden uitmaakte had zij op dat ogenblik de procedure moeten starten. De oorspronkelijk overeengekomen functie maakte het voorwerp uit van een gedetailleerde functiebeschrijving waarin als bekwaamheidsniveau het niveau A2 electro-mechanica of gelijkwaardig door ervaring werd vermeld. Vanaf 2001 heeft hij bijna uitsluitend kwaliteitscontrole verricht en maakte hij als enige technicus deel uit van de overleggroep die instond voor de beoordeling van de kwaliteit van de toestellen. In juni 2006 werd hem de kwaliteitscontrole ontnomen doch bleef hij gelijkaardig controlewerk verrichten nl. het programmeren, configureren en testen van automaten. Hij betwist de nieuwe functie te hebben aanvaard daar hij steeds heeft geweigerd op de coolers te werken. Coolers zijn volgens hem eenvoudige toestellen. Het gewoon opknapwerk kan door om het even wie worden verricht zonder vereiste van enig diploma. De automaten zijn technisch veel ingewikkelder. Behalve een koelsysteem bevatten zij een ingewikkeld informaticasysteem dat geenszins vergelijkbaar is met het systeem van de coolers. Hij heeft duidelijk vermeld dat hij de weging aanvaardde, doch niet instemde met de uitvoering van de functie door hemzelf. De nieuwe functieomschrijving maakt het mogelijk om aan iedereen om het even welk werk op te leggen, meer bepaald is dit volgens hem het geval voor de art. 3.1 , art. 3.3 en art. 3.4 van de nieuwe functieomschrijving. De nieuwe functieomschrijving vermeldt als opleidingsniveau A3 of gelijkwaardig door ervaring, terwijl hij een opleiding A2 heeft genoten en daarenboven 6 jaar ervaring had opgedaan. Er was geen akkoord vanwege de ondernemingsraad en syndicale delegatie met betrekking tot de nieuwe functieomschrijvingen. Er werd slechts een akkoord bereikt over de weging. Als voorwaarde werd gesteld dat zij enkel golden voor de arbeiders die deze vrijwillig aanvaardden en dat er geen druk zou worden uitgeoefend op diegenen die niet akkoord waren. De bewering van de vennootschap over de toename van de cooleractiviteiten is onjuist. Voor "vendors" waren voor 2007 1000 bijkomende plaatsingen voorzien zodat het werk dat hij verrichtte slechts kon toenemen. Er werd zelfs een verzoek tot het presteren van overuren ingediend. Dat andere werknemers de nieuwe regeling wel aanvaardden is irrelevant daar de meeste van hen lager gekwalificeerd waren zodat zij geen nadelige gevolgen konden ondervinden door de wijziging. De houding van de vennootschap is in strijd met art 11 van de CAO voor 2005 en 2006 en met art. 3 van het arbeidsreglement Er is geen sprake van insubordinatie. Hij wil immers het overeengekomen werk verder uitvoeren, doch weigert enkel een onaanvaardbare functiewijziging te aanvaarden. De reden voor het ontslag is te vinden in zijn interventie op de bijeenkomsten van de ondernemingsraad met betrekking tot de polyvalentie. V BEOORDELING: 1.Ontvankelijkheid Het hoger beroep werd ingesteld binnen de bij art. 11 van de wet van 19 maart 1991 voorgeschreven termijn. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidsvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Het incidenteel hoger beroep is eveneens ontvankelijk. 2.Ten Gronde A. De naleving van de termijn voor het geven van ontslag. De bij art 4§1 van de wet van 19 maart 1991 voorgeschreven kennisgeving van de verweten tekortkomingen en het verzoekschrift werden aangetekend verstuurd op 14 februari 2007, hetzij binnen de drie werkdagen na de vaststelling van de weigering van de heer El O. om de hem gegeven opdracht uit te voeren zoals vereist bij die wettelijke bepaling. Het begrip dringende reden stemt overeen met de omschrijving in art. 35 WAO, nu de wet van 19 maart 1991 daaraan geen andere invulling heeft gegeven. Het gaat derhalve om een ernstige tekortkoming die de verder zetting van de arbeidsovereenkomst onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Het feit dat een ontslag om dringende reden rechtvaardigt is het feit samen met alle omstandigheden die daarvan een dringende reden kunnen maken. (Cass.3-6-96, JTT 96, 437; Cass. 13-12-82, Arr.Cass.82-83, nr. 223; Cass. 18-2-80 Arr.Cass. 79-80, 724; Cass. 16-12-79,JTT 81.35) Het is de herhaling van de weigering om een opdracht uit te voeren niettegenstaande de ingebrekestelling die de heer El O. ontving voor de eerdere weigering, die de vennootschap als een dringende reden heeft beschouwd. Het stond haar vrij bij de eerste weigering de heer El O. in gebreke te stellen en nog een kans te geven om zijn houding te herzien. De herhaling van eerdere feiten kan voor de werkgever het element zijn dat aan die feiten de ernst van een dringende reden verleent. Daaruit blijkt dat de betrokkene zijn houding niet wenst te veranderen hetgeen een volledige vertrouwensbreuk bij de werkgever kan teweeg brengen. Een ontslag om dringende reden is een zeer zware sanctie. Er kan de werkgever niet worden verweten dat hij bij een eerste inbreuk eerst minder ingrijpende maatregelen overweegt om een verhoopte uitvoering van de professionele samenwerking te bekomen en pas in laatste instantie wanneer die maatregelen geen vruchten afwerpen een ontslag om dringende reden overweegt. Bij het voortduren of het herhalen van een tekortkoming, komt het de werkgever toe te bepalen vanaf wanneer hij de verderzetting van de professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk acht. (Cass.27-11-95, JTT 96,141; Cass. 19-9-94, JTT 95,29) Het Hof deelt het standpunt van de Arbeidsrechtbank dat de procedure tijdig werd gestart. B. Inbreuk op het Nederlands Taaldecreet Het Decreet van de Nederlandstalige Cultuurraad van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen legt in art. 3 het gebruik van het Nederlands op voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers in het Nederlands taalgebied. Art. 10 van het Nederlands Taaldecreet sanctioneert de stukken of handelingen die daarmee in strijd zijn met nietigheid. De door de vennootschap neergelegde documenten zijn in het Nederlands opgesteld doch een aantal van de daarin vermelde benamingen van functies, van bepaalde materialen en toestellen worden met een Engelse benaming benoemd. Terecht merkt de vennootschap op dat door de internationalisering van het bedrijfsleven die Engelse benamingen worden overgenomen en courant gebruikt. Dit is een algemene tendens wat functiebenamingen betreft en technische termen, uitvindingen of innovaties die hun intrede doen, zonder dat daarvoor reeds een Nederlandse benaming bestaat. Deze worden of, in het Nederlands geïncorporeerd zonder een verdere wijziging te ondergaan, of na een "vernederlandsing" van hun vreemde benaming of krijgen mettertijd een nieuwe Nederlandse benaming. Nieuwe Nederlandse benamingen laten nogal eens op zich wachten. Gelet op deze evolutie en aangezien de (Engelse) functiebenamingen en toestellen intussen courant worden gebruikt is het Hof van oordeel dat geen inbreuk op het taaldecreet voorhanden is. In een arrest van 7 maart 2005 oordeelde het Hof van Cassatie dat het vermelden in een vonnis van Engelse benamingen waarmee bepaalde functies in een bedrijf werden aangeduid geen schending uitmaakte van art. 37 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Die wet voorziet eveneens in een nietigheidssanctie bij overtreding van het voorgeschreven taalgebruik. (korte inhoud in Soc.Kron. 06;53) C. De gegrondheid van de ingeroepen dringende reden; Kenmerkend voor de vier nieuwe functieomschrijvingen die de vennootschap wenste in te voeren is dat zij naast bepaalde kerntaken ook de mogelijkheid inhielden de werknemers andere taken te laten uitvoeren in functie van de noden van het bedrijf om soepel te kunnen inspelen op de gewijzigde vraag. Zij beoogde hiermee de toegenomen vraag naar coolers, de wisselende werkdruk te verzoenen met werkzekerheid en afwisseling in de job. Reeds vanaf april 2003 werd aan het classificatiesysteem gewerkt en werd hiervoor een beroep gedaan op een gespecialiseerde firma. De aangelegenheid werd besproken in de ondernemingsraad waarbij opgemerkt werd dat dit nationaal diende besproken te worden volgens de arbeiders-CAO 2005-
- (Verslag ondernemingsraad 21 november 2005) Het komt de werkgever toe de maatregelen te nemen die hij nodig acht om tegemoet te komen aan de gewijzigde noden van het bedrijf. De vennootschap toont aan dat er zich inderdaad wijzigingen voordeden in de vraag. Zij heeft de functies willen aanpassen om ontslagen te vermijden. De vennootschap diende daarbij het principe voor ogen te houden dat de arbeidsovereenkomsten die zij met haar werknemers heeft gesloten partijen tot wet strekken en te goeder trouw moeten worden uitgevoerd, zoals bepaald in art. 1134 Burgerlijk Wetboek. Dat principe geldt eveneens voor de werknemers. In het overeenkomstenrecht impliceert de goede trouw een loyale samenwerking tussen de contractpartijen. Partijen mogen erop vertrouwen dat de medecontractant bij de totstandkoming en de uitvoering van de overeenkomst mede oog heeft voor hun belangen. De overeenkomst te goeder trouw uitvoeren betekent o.m. die overeenkomst interpreteren op een redelijke en billijke wijze waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de bedoeling en gerechtvaardigde verwachtingen van partijen bij het sluiten van de overeenkomst. Gedragingen die aan de wederpartij beletten zijn normale voordeel uit de overeenkomst te halen zijn verboden. (W.Van Eeckhoutte, Goede trouw in het arbeidsovereenkomstenrecht, een aanzet tot herbronning en reïntegratie, TPR 90 p 975 e.v. De functie is een wezenlijk bestanddeel van de arbeidsovereenkomst. Zij staat voor de inhoud van de uit te voeren arbeid die het voorwerp is van de werknemersverbintenis in de arbeidsovereenkomst. Een eenzijdige belangrijke wijziging van de functie, staat gelijk met een verbreking van de arbeidsovereenkomst, tenzij zij door de werknemer wordt aanvaard. (Cass.4-2-2002, JTT 2002,121, noot C.Wantiez; Cass7-2-83; Arr.Cass. 82-83, nr.324;Cass. 1-12-80, Arr.Cass. 80-81, 361) Uit art. 1134 BW, 1ste en 2de lid volgt dat een eenzijdige wijziging van wat overeengekomen werd principieel onmogelijk is, ongeacht of het om essentiële of bijkomstige voorwaarden gaat. Dit wordt bevestigd in art 20,1° WAO volgens welk de werkgever verplicht is de werknemer te doen arbeiden op de wijze, tijd en plaats zoals overeengekomen. (Cass. 20-12-93; Soc.Kron.94, 105 noot Funck H. en Degrauwe J.) De uitvoering van de overeenkomst te goeder trouw brengt echter met zich mee dat in bepaalde gevallen wijzigingen mogelijk zijn. (W.Van Eeckhoutte, De ondraaglijke onveranderlijkheid van de arbeidsovereenkomst in Sociaal recht niets dan uitdagingen, Mys & Breesch, 1996 p 51 e.v. De heer El O. werd aangeworven in de functie van Technicus Epuipment Prepare & Repair, ingedeeld in klasse
- Die functie werd beschreven in een gedetailleerde functiebeschrijving. Daaruit blijkt dat het niveau ervan overeenstemde met A2 electro-mechanica of gelijkwaardig door ervaring. De heer El O. had een A2 opleiding doorlopen en beschikte op het ogenblik van de feiten over een bijkomende praktijkervaring van 6 jaar. De omstandigheid dat hij gedurende verschillende jaren kwaliteitscontroles uitvoerde en deelnam aan een werkgroep daar rond, wijst erop dat hij technisch hoog gekwalificeerd was. Die taak komt er immers op neer dat hij de door andere werknemers uitgevoerde taken aan een controle onderwierp. De overeengekomen functie behelsde het klaarmaken en herstellen van frisdrankautomaten (vendings) en frisdranktoestellen met tapkraan (fountains). De hertekening van de functie zoals aan de heer El O. meegedeeld in augustus 2006 : Vending B Technicien, bestond nog steeds in essentie uit diezelfde taak: "verkoopsautomaten configureren, programmeren en de finale testen en controles uitvoeren". Kwaliteitscontrole maakte daarvan deel uit. De overkoepelende kwaliteitscontrole werd beperkt tot twee werknemers die daarin de beste resultaten hadden behaald. De heer El O. heeft zijn kerntaak sindsdien normaal uitgevoerd en betwist ook niet dat zij in overeenstemming is met zijn kwalificaties. De betwisting betreft de andere taken die in die functieomschrijving worden opgenomen: 3.1:die volgens hem een aantal taken opsomt die hij in het verleden nooit heeft verricht. Op basis van de uiteenzettingen van partijen kan het Hof dit niet nagaan. 3.3: indien de werkorganisatie dit vereist zal de vending technicus andere deeltaken uitvoeren dewelke hij/zij in het verleden nog heeft uitgevoerd 3.4.vervult periodieke taken volgens een beurtrol zoals de wascabine, orde en netheid van de workshop e.d. De heer El O. heeft van meet af aan meegedeeld dat hij wel akkoord was met de weging van de nieuwe functie (Vending techniciën B) doch niet met de uitvoering ervan door hemzelf.(verklaring van 3-3-06). Hij merkte bovendien op dat het punt 3.3 te vaag was en te weinig concreet. Die opmerking is terecht en niet onredelijk. Ook punt 3.
- mist duidelijkheid nu daarin slechts enkele taken zijn opgenomen en de frequentie ervan niet wordt vermeld. Onduidelijkheid over de aard en frequentie van bijkomende taken kon inderdaad aanleiding geven tot het opdragen van deeltaken die niet in overeenstemming zijn met de kwalificaties van de werknemer, waarmee niet gezegd wil zijn dat die bedoeling bij de vennootschap voorlag. In een brief van 28 augustus 2006 aan de heren De Valck en Ferrant m.b.t. de functiebeschrijving en de optimalisering van de werkorganisatie legde zij er de nadruk op dat het hoofdobjectief bleef om een optimale werkorganisatie te garanderen door maximaal de kennis en de ervaring van de medewerkers te respecteren en te bevorderen. Zij herhaalde dit in de brief van 29 augustus 2006 waarbij zij aan de heer El O. zijn functieomschrijving meedeelde. Het ware aangewezen geweest de taken verder te concretiseren naar inhoud en naar frequentie. Volgens de uiteenzetting van de vennootschap en de voorgelegde stukken werd daarover enkel gesteld dat een gelijke verdeling van de taken tussen de werknemers werd beoogd. Het Hof merkt op dat wat de zorg voor orde en netheid op de werkvloer betrof,(art. 3.4) die taak ook reeds in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst was voorzien, zodat de heer El O. daartegen geen bezwaar kan maken. Volgens de vennootschap maakte de heer El O. als enige bezwaar tegen het vervullen van taken die niet overeenstemmen met de overeengekomen functie. De heer El O. brengt daartegen in dat hij een van de enigen is die nadeel kon lijden bij het nieuwe systeem daar hij hoger gekwalificeerd is dan de meeste werknemers, hetgeen door de vennootschap niet wordt betwist. Tot tweemaal toe heeft de heer El O. geweigerd aan een cooler te werken. Het is die weigering die hier beoordeeld dient te worden. De heer El O. meent in art. 3.3 van de nieuwe functiebeschrijving een grond te kunnen vinden voor zijn weigering. Hij beweert in het verleden niet op coolers te hebben gewerkt. Op het ogenblik dat hij in dienst trad werd die activiteit ook niet uitgevoerd binnen de onderneming. Bij de interpretatie van de functieomschrijving dient voornamelijk rekening te worden gehouden met de inhoud van de technische taken en is de aard van de toestellen waarop die moeten uitgevoerd ondergeschikt aan die taakinhoud. Dat de coolers (of drankkoelkasten) technisch veel eenvoudiger zijn dan de drankautomaten is zeker aannemelijk. Zij bestaan enkel uit een koelsysteem en een ventilatiesysteem, terwijl de drankautomaten daarnaast nog zijn uitgerust met een betaalsysteem en een selectiesysteem. Dat voor het werken op een cooler geen bijzondere technische kwalificatie is vereist is derhalve eveneens aannemelijk. Het staat vast dat de heer El O. over de technische kennis beschikt om een cooler klaar te maken of te herstellen. De drankautomaten waarop hij werkte bevatten trouwens eveneens een koelsysteem. Aangezien het werken aan een cooler geen bijzondere technische kwalificatie vereist, kan dergelijke taak zeker niet regelmatig aan de heer El O. worden opgedragen. Uit de voorliggende gegevens blijkt dat dit slechts tweemaal is gebeurd nl. in oktober '06 en in februari '07, hetgeen sporadisch kan genoemd worden. Volgens de gegevens die de vennootschap voorlegt dienden op dat ogenblik een aantal toestellen te worden afgewerkt en was het personeel ontoereikend, zodat de gegeven opdracht niet onredelijk was. In die omstandigheden was de herhaalde weigering van de heer El O. de opdracht uit te voeren onterecht en kan zij hem als een tekortkoming worden aangerekend. Dergelijke weigering strookt niet met een uitvoering van de overeenkomst te goeder trouw. Gelet op de hoger gemaakte opmerking over de vaagheid van de mogelijke neventaken en over de frequentie waarmee zij konden worden opgedragen kan die weigering echter niet als een dringende reden tot ontslag worden beschouwd. Bovendien blijkt uit de verklaringen van de syndicale afvaardiging dat zij vanaf het begin van de onderhandelingen heeft benadrukt dat de nieuwe functiebeschrijvingen op nationaal vlak dienden te gebeuren en niet lokaal, verwijzend naar de afgesloten CAO (05-06) en voor de goede werking van het bedrijf aan de nieuwe functiebeschrijvingen haar goedkeuring heeft gehecht op voorwaarde dat zij door de werknemers werden aanvaard en dat geen druk op hen die weigerden zou worden uitgeoefend. Die goedkeuring betrof de weging van de functies en niet de implementatie ervan. De besprekingen in de nationale werkgroep m.b.t. de functiewijzigingen waren bovendien niet afgesloten. Dat als kwalificatieniveau voor de nieuwe functie A3 werd vermeld, terwijl de functieomschrijving bij aanwerving A2 vermeldde en hij zich door 6 jaar praktijkervaring verder had bekwaamd, was zeker van aard om het wantrouwen van de heer El O. te wekken met betrekking tot een mogelijke uitholling van zijn functie inhoud. Het Hof is dan ook van oordeel dat aan de heer El O. geen tekortkoming kan worden verweten die de verder zetting van de professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk zou maken. Vordering tot schadevergoeding wegens advocatenkosten Deze vordering werd door de heer El O. voor het eerst in graad van beroep ingesteld en heeft betrekking op de advocatenkosten zowel voor de procedure in eerste aanleg als voor de procedure in hoger beroep. De vennootschap werpt terecht op dat die vordering niet ontvankelijk is. Krachtens art. 812, tweede lid Gerechtelijk Wetboek kan tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet voor de eerste maal plaatsvinden in hoger beroep. Daaruit volgt dat die bepaling uitsluit dat wanneer een partij in eerste aanleg geen vordering heeft ingesteld tegen een bepaalde partij in hoger beroep voor het eerst een vordering wordt ingesteld tegen die partij. (Cass.16-12-2004) Een tegenvordering die voor het eerst in hoger beroep wordt ingesteld is slechts toelaatbaar indien zij een verweermiddel is tegen de hoofdvordering of strekt tot gerechtelijke schuldvergelijking. (Cass. 10-4-78; Arr. Cass. 78, 918) Om deze redenen, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verklaart de vordering tot schadevergoeding wegens advocatenkosten onontvankelijk. Veroordeelt appellante tot de kosten van het hoger beroep, de kosten worden als volgt begroot: - voor appellante partij : euro 291,52 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, - voor geïntimeerde partijen : euro 291,52 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de vakantiekamer van het Arbeidshof te Brussel op vijfentwintig juli tweeduizend en zeven. Waren aanwezig: G. BALIS: Kamervoorzitter. G. JACOBS: Raadsheer in sociale zaken als werkgever. P. Mans: Raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider. L. COEN: Griffier. L. COEN. G. BALIS. P. Mans G. Jacobs PDF document ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070725.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div