← België

ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070731.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 31 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070731.3 Rolnummer: 49.422 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2008-08-22 Raadplegingen: 159 - laatst gezien 2026-07-02 15:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het staat aan de echtgenote van de overledene te bewijzen dat hij bij het ongeval onder toepassing viel van de sociale zekerheidsregeling voor werknemers als werknemer verbonden door een arbeidsovereenkomst of daarmee gelijkgestelde; het is de rechter die op grond van de voorliggende feitelijke elementen uitmaakt of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Begrip en bewijs Vrije woorden: BEROEPSRISICO'S - ARBEIDSONGEVALLEN IN DE PRIVE SEKTOR - Wet van 10 april 1971 - Toepassingsgebied - Arbeidsovereenkomst - Voltijdse tewerkstelling als kok in een ziekenhuis - Vakantieperiode - Ontmanteling van koelcellen voor een groothandem in groenten en fruit - Elektrocutie - Geen schriftelijke arbeidsovereenkomst - Bewijslast - Bevoegdheid van de rechter. Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 1 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Nota: Gepubliceerd in JTT 2008, p.

  1. Gerangschikt onder VI A art.
  2. Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux du travail - - 2008(29-32) Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 DECEMBER
  3. 5DE KAMER Arbeidsongeval Tegensprekelijk Definitief In de zaak: N.V. K.B.C.-VERZEKERINGEN, met maatschappelijke zetel gevestigd te 3000 LEUVEN, Waaistraat
  4. Appellante, vertegenwoordigd door Mr. K. GEERTS, advocaat te Leuven. Tegen: B. C., wonende te [xxx]. Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. N. VAN BAELEN, advocaat te Mechelen.    Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit : Gelet op de stukken van rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de 1ste kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 5 december 2006; - het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 12 januari 2007; het tussenarrest van dit Hof d.d. 31 juli 2007; de besluiten van de partijen en de besluiten na tussenarrest van geïntimeerde partij; Gehoord de partijen in hun middelen en beweringen ter openbare terechtzitting van 26 november 2007 waarna de debatten gesloten werden. Gelet op de neergelegde stukken.   Met het arrest van 31 juli 2007 werd het hoger beroep van de N.V. KBC Verzekeringen ontvankelijk doch ongegrond verklaard en het bestreden vonnis bevestigd waarin werd beslist dat wijlen de heer P., echtgenoot van mevrouw B., overleden was door een arbeidsongeval. Gelet op de devolutieve kracht van het hoger beroep diende het Hof uitspraak te doen over de omvang van de verschuldigde vergoedingen. De heropening der debatten werd bevolen om partijen toe te laten standpunt in te nemen omtrent de berekening van het basisloon. De N.V. KBC Verzekeringen berekende het basisloon op een bedrag van euro 20.291,18 uitgaande van het loon van een gelijksoortige werknemer. Wijlen de heer P. had immers maar één uur gewerkt. Mevrouw B. betwist die berekening niet en deze komt volgens de bijgevoegde stavingsstukken correct voor. Er is derhalve grond toe de vordering van mevrouw B. zoals in conclusie na heropening der debatten geformuleerd, toe te kennen. Die vordering wordt overigens niet door de N.V. KBC Verzekeringen betwist.   OM DEZE REDENEN : Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Recht sprekend op tegenspraak; Gelet op de devolutieve werking van het hoger beroep; Het arrest van 31 juli 2007 aanvullend; Veroordeelt de N.V. KBC Verzekeringen tot betaling aan mevrouw B. in eigen naam en in haar hoedanigheid van ouder en beheerder over de persoon en de goederen van haar minderjarige zoon, Jeroen P. van volgende bedragen : - euro 1.667,77 ( euro 20.291,18/365 x 30) als begrafeniskosten verschuldigd in het raam van de arbeidsongevallenwet, - de wettelijke lijfrente ingevolge art. 12 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 gelijk aan 30 % van euro 20.291,18, renten gekoppeld aan de index der consumptieprijzen, - de wettelijke rente ingevolge art. 13 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 gelijk aan 15 % van euro 20.291,18, renten gekoppeld aan de index der consumptieprijzen, - de wettelijke en gerechtelijke intresten op de achterstallige vergoedingen; Veroordeelt de N.V. KBC Verzekeringen tevens tot de kosten van beide aanleggen; Deze kosten werden tot op heden als volgt begroot : - voor appellante partij : zoals vermeld in het arrest d.d. 31 juli 2007, - voor geïntimeerde partij : euro 71,62 dagvaarding, euro 218,64 rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg, euro 297,45 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (na indexaanpassing), euro 61,95 aanvullende rechtsplegingsvergoeding hoger beroep,   Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare te­rechtzitting van de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 17 december 2007, waar aanwezig waren : Mevr. G. BALIS: Voorzitter, De Heren : E. MAGNUS : Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, P. MANS : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-arbeider, D. DE RAEDT: Grif­fier, E. MAGNUS P. MANS D. DE RAEDT G. BALIS PDF document ECLI:BE:CTBRL:2007:ARR.20070731.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.