← België

ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20080619.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 19 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20080619.4 Rolnummer: 50.366 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2008-10-21 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 17:41 Fiche Krachtens artikel 2 § 6 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is het steunverlenend O.C.M.W. van een persoon die een studie volgt in de zin van art. 11 § 2

  1. a)van de wet van 26 mei 2002 tot instelling van het recht op maatschappelijke integratie dat van de gemeente waar de student op het ogenblik van zijn aanvraag zijn inschrijving heeft als hoofdverblijfplaats in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Art. 2 § 6 van de wet van 2 april 1965 verwijst naar de studie in de zin van art. 11 § 2
  2. a)van de wet van 26 mei 2002 doch neemt de leeftijdsvoorwaarde niet over van de afdeling waarvan het deel uitmaakt. Art. 2 § 6 voornoemd is dan ook van toepassing, ook al is de student ouder dan 25 jaar. Het O.C.M.W. dat bevoegd is op het ogenblik van de steunaanvraag, blijft bovendien bevoegd zolang de betrokken persoon zijn studie voortzet ('het blijft bevoegd tijdens de ononderbroken duur van de studie' kan men lezen in de Ministeriële omzendbrief van 3 augustus 2004, blz. 14). UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BIJSTAND AAN PERSONEN - OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (OCMW) - Taken OCMW - Steun OCMW Vrije woorden: SOCIALE VOORZORG - OPENBARE CENTRA VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN - territoriale bevoegdheid - persoon die een studie volgt Wettelijke bepalingen: Wet - 02-04-1965 - 2 §6 - 01 ELI link Pub nr 1965040210 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN NEGENTIEN JUNI TWEEDUIZEND EN ACHT 7de KAMER Not. 580, 2 G.W. Maatschappelijke Integratie Tegensprekelijk Heropening der debatten In de zaak: OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN HOLSBEEK, waarvan de zetel gevestigd is te 3220 Holsbeek, Dreef 1, appellant, vertegenwoordigd door Mr. K. Timmerman, advocaat te 3000 Leuven. Tegen : A.R., eerste geïntimeerde, vertegenwoordigd door de heer W.A., volmachtdrager. het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LEUVEN, met zetel te 3000 Leuven, A. Vesaliusstraat 47, tweede geïntimeerde, vertegenwoordigd door V. Boesmans loco Mr. Th. Hoschet, advocaat te 3000 Leuven. X X X Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de toepasselijke wetgeving, in het bijzonder : Het Gerechtelijk Wetboek. De wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. De wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Gelet op de stukken van rechtspleging, in het bijzonder : Het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Leuven op 3 oktober (2006, lezen :) 2007. Het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 5 november 2007. De besluiten en aanvullende besluiten in hoger beroep door de Heer A. neergelegd op 20 november 2007 en 13 februari 2008. De besluiten in hoger beroep door het O.C.M.W. te Holsbeek neergelegd op 7 februari 2008. De besluiten in hoger beroep door het O.C.M.W. te Leuven neergelegd op 21 december 2007. Het eensluidend schriftelijk advies van de heer André, Substituut-generaal, ter griffie neergelegd op 10 april 2008. De repliekbesluiten van de HEER A. neergelegd op 25 april 2008. De repliekbesluiten van het O.C.M.W. Leuven neergelegd op 25 april 2008. Gehoord partijen ter openbare terechtzitting van 3 april 2008. De zaak is op 25 april 2008 in beraad genomen. Het hoger beroep werd tijdig en op geldige wijze ingesteld en is derhalve ontvankelijk. I. DE BESLISSINGEN Met de beslissing van 5 oktober 2006 verklaart het O.C.M.W. te Holsbeek zich onbevoegd, en stuurt het dossier naar het O.C.M.W. te Leuven. Met de beslissing van 8 november 2006 verklaart het O.C.M.W. te Leuven zich bevoegd. Wel weigert hij het leefloon en de steun, daar de heer A. reeds een diploma heeft dat voldoende kansen op de arbeidsmarkt biedt. De Heer A. tekent beroep aan tegen de twee beslissingen bij de Arbeidsrechtbank te Leuven. II. HET VONNIS Met het vonnis van 3 oktober (2006, lezen :) 2007 heeft de Arbeidsrechtbank te Leuven de twee verhalen van de Heer A. gevoegd en : Het O.C.M.W. te Leuven buiten de zaak gesteld. De beslissingen van 5 oktober en 30 oktober 2006 van het O.C.M.W. te Holsbeek vernietigd en het O.C.M.W. te Holsbeek bevoegd verklaard om steun te verlenen aan XX. III. HET HOGER BEROEP Het O.C.M.W. te Holsbeek tekent hoger beroep aan. Het vordert voor recht te zeggen dat niet hij maar wel het O.C.M.W. te Leuven bevoegd is om de aanvraag van 2 oktober 2006 van de Heer A. ten gronde te behandelen. Het O.C.M.W. te Leuven vordert het vonnis te bevestigen, of tenminste de debatten te heropenen voor wat betreft de grond van de zaak. De Heer A. vordert het vonnis te bevestigen en de zaak terug te verwijzen naar de Arbeidsrechtbank te Leuven, die over het leefloon of steun zal beslissen. IV. DE FEITEN De Heer A. is op 29 september 1978 geboren. Tot 2002 werkt hij als werknemer. Vanaf september 2002 wordt de arbeidsovereenkomst geschorst, in het kader van het tijdskrediet. De Heer A. bekomt een onderbrekingvergoeding. In september 2002 vat hij studies aan van industrieel ingenieur, aan een hogeschool. Van 2002 tot 2004 wordt hij met zijn ouders te Holsbeek gedomicilieerd, waar hij effectief verblijft. Op 1 oktober 2004 neemt het tijdskrediet een einde. De arbeidsovereenkomst blijft geschorst wegens onbetaald verlof, maar de Heer A. bekomt geen onderbrekingsvergoeding meer. In september 2004 vraagt de Heer A. leefloon of steun aan, bij het O.C.M.W. te Holsbeek. Het O.C.M.W. weigert leefloon of steun te verlenen, wegens gebrek aan werkbereidheid. Met een arrest van 14 juni 2007 bevestigd het Arbeidshof deze beslissing. De Heer A. dient een voorziening in cassatie in. Van september 2004 tot augustus 2006 blijft XX te Holsbeek gedomicilieerd. Tijdens de week verblijft hij in een peda; tijdens weekeinden en vakantie bij zijn ouders. Op 30 juni 2006 behaalt hij het diploma industrieel ingenieur (opleiding elektromechanica, optie elektrotechniek). Op 22 augustus 2006 schrijft hij zich in aan de Katholieke Universiteit te Leuven (K.U.L.), voor het eerste jaar burgerlijk ingenieur (werktuigkundig-elektrotechnisch ingenieur, richting elektro-techniek). Het betreft een programma van twee jaar voor industrieel ingenieurs (zie attest K.U.L. van 22 augustus 2006). Op 30 september 2006 dient de Heer A. een nieuwe aanvraag in bij het O.C.M.W. te Holsbeek. Hij vordert opnieuw leefloon of steun. Hij vraagt zijn inschrijving in het bevolkings-register te Leuven, waar hij effectief verblijft. Hij bezoekt nog maar sporadisch zijn ouders te Holsbeek. Op 10 oktober 2006 wordt hij als hoofdverblijfplaats in het bevolkingsregister te Leuven ingeschreven. In juli 2007 slaagt de Heer A. in het eerste jaar burgerlijk ingenieur (richting elektrotechniek) volgens het programma van twee jaar voor industrieel ingenieurs (attest K.U.L. van 4 juli 2007) V. DISCUSSIE Bevoegd O.C.M.W. 1. Krachtens art. 2 § 6 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (O.C.M.W.), is het steunverlenend O.C.M.W. van een persoon die "een studie volgt in de zin van art. 11 §2
  3. a)van de wet van 26 mei 2002 tot instelling van het recht op maatschappelijke integratie" dat van de gemeente waar de student op het ogenblik van zijn aanvraag zijn inschrijving heeft als hoofdverblijfplaats in het bevolkings(- of vreemdelings)register. Luidens art. 11 §2 van de wet van 26 mei 2002 is een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie in bepaalde gevallen verplicht. Littera
  4. a)beoogt het geval van "een studie met een voltijds leerplan", dat de betrokken persoon "aanvat, hervat of voortzet in een door de gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs-instelling", "met het oog op een verhoging van zijn inschakelingskansen in het beroepsleven". Artikel 11 gaat over het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, en maakt deel uit van de afdeling 1 van Hoofdstuk II van de wet, zijnde de afdeling "Maatschappelijke integratie voor personen jonger dan 25 jaar". 2. Art. 2 § 6 van de wet van 2 april 1965 verwijst naar de studie in de zin van art. 11 §2a). Het neemt de leeftijdvoorwaarde niet over, van de afdeling waarvan het deel uitmaakt. Art. 2 § 6 is dan ook van toepassing, ook in het geval dat de student ouder dan 25 jaar is. 3. Het O.C.M.W., dat bevoegd is op het ogenblik van de steunaanvraag, blijft bevoegd, zolang de betrokken persoon de studie "voortzet" ("het blijft bevoegd tijdens de ononderbroken duur van de studie", stelt de ministeriële omzendbrief van 3 augustus 2004, blz. 14). Het is niet vereist dat het O.C.M.W. op het ogenblik van de steunaanvraag effectief steun heeft toegekend. Het volstaat dat er een aanvraag van de student was waarna het bevoegde O.C.M.W. (dat van de gemeente waar de student op het ogenblik van zijn aanvraag zijn inschrijving had als hoofdverblijf-plaats in het bevolkingsregister) ofwel steun toekende ofwel steun weigerde (in die zin, zie de omzendbrief). In 2004 tijdens zijn studie heeft de Heer A. een steunaanvraag ingediend bij het O.C.M.W. te Holsbeek. Op dat ogenblik verbleef hij en was hij ingeschreven in het bevolkingsregister te Holsbeek, als hoofdverblijfplaats. Het O.C.M.W. blijft bevoegd zolang de Heer A. de studie voortzet. 4. De vraag die zich stelt is dan ook, of de Heer A. in oktober 2006 : Ofwel zijn studie "voortzette" (in dit geval is het O.C.M.W. te Holsbeek bevoegd). Ofwel een nieuwe studie aanvatte (in dit geval is het O.C.M.W. te Leuven bevoegd, de Heer A. was inderdaad bij de aanvraag van 2006 te Leuven ingeschreven). 5. Met het Openbare Ministerie is het Hof van mening dat de Heer A. in oktober 2006 zijn studie voortzette : een studie van burgerlijk ingenieur die hij via een opleiding als industrieel ingenieur voerde. Het diploma industrieel ingenieur is inderdaad een voorwaarde, om het bijzondere studieprogramma burgerlijk ingenieur in twee jaar te kunnen volgen (zie documentatie van de universiteiten in het dossier van de Heer A.). Door dat studieprogramma te volgen, vat de Heer A. dan ook geen nieuwe studie aan ; als nieuwe, onafhankelijke studie bestaat het niet. De studenten burgerlijk ingenieur zijn ofwel bachelors in de ingenieurswetenschappen (zij zetten dan de studie burgerlijk ingenieur voort tijdens het gewoon programma), ofwel afgestudeerde industriële ingenieurs (zij zetten dan de studie burgerlijk ingenieur voort tijdens het bijzondere programma in twee jaar). Het O.C.M.W. te Holsbeek was dan ook in 2006 bevoegd om de aanvraag te behandelen. 6. Overeenkomstig art. 1068 van het Gerechtelijk Wetboek dient het Arbeidshof nu de zaak verder ten gronde te behandelen. Op verzoek van de partijen worden de debatten heropend. OM DEZE REDENEN : De zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel; Recht doende op tegenspraak, Ontvangt het hoger beroep, en verklaart dit ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Alvorens recht te spreken ten gronde, heropent de debatten. Stelt de heropening der debatten op de openbare terechtzitting van de zevende kamer van dit Hof op 5 maart 2009 te veertien uur dertig, te 1000 Brussel, Poelaertplein 3, zaal 0.6. Houdt de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel op negentien juni tweeduizend en acht, waar aanwezig waren : mevrouw M. DELANGE, Raadsheer de heer I. VAN DAMME, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever de heer J.P. VAN CONINGSLOO, Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer arbeider mevrouw G. DE SAEDELEER, Griffier G. DE SAEDELEER M. DELANGE J.P. VAN CONINGSLOO I. VAN DAMME PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20080619.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.