id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 26 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20080926.1 Rolnummer: 50.814 Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-10-02 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-02 17:59 Fiches 1 - 3 Artikel 30 Wet sociale verkiezingen voorziet niet in de mogelijkheid van een bezwaar betreffende het verder zetten van de ingezette procedure sociale verkiezingen 2008 en het verrichten van het alle door de Wet sociale verkiezingen 2008 opgelegde handelingen. Men kan hiertoe dan ook evenmin beroep aantekenen binnen het kader van artikel 4 Wet gerechtelijke procedures
- De Wet gerechtelijke procedures 2008 doet echter geen afbreuk aan de algemene bevoegdheid van de arbeidsgerechten ingevolge artikel 24 van de Bedrijfsorganisatiewet (wat betreft afdeling IV betreffende de ondernemingsraden) (zie Cass., 8 maart 2004, J.T.T. 2004, 374 en S.R.K. 2007,591). Waar artikel 4 niet van toepassing is, zijn de gewone regels van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing en kan tegen een vonnis ingevolge artikel 24 van de Bedrijfsorganisatiewet beroep worden aangetekend ingevolge artikel 616 van het Gerechtelijk Wetboek. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Algemeen Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Artikel 616 Gerechtelijk Wetboek. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 616 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Nota: Bovenstaande korte inhoud is gerangschikt onder I A art. 616; eveneens gerangschikt onder IV Bis A art. 24 en IV Bis E (Wet 4.12.2007), art.
- Een andere korte inhoud is gerangschikt onder IV Bis E (Wet 4.12.2007), art.
- UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Bedrijfsorganisatie - Ondernemingsraad Vrije woorden: ORGANISATIE VAN HET BEDRIJFSLEVEN - ONDERNEMINGSRADEN. Wettelijke bepalingen: Wet - 20-09-1948 - 24 - 01 ELI link Pub nr 1948092002 Nota: Bovenstaande korte inhoud is gerangschikt onder IV A art. 24; eveneens gerangschikt onder I A art. 616 en IV BIS E (Wet 4.12.2007), art.
- Een andere korte inhoud is gerangschikt onder IV BIS E (Wet 4.12.2007), art.
- Vrije woorden: ORGANISATIE VAN HET BEDRIJFSLEVEN - SOCIALE VERKIEZINGEN. Wettelijke bepalingen: Wet - 04-12-2007 - 4 - 31 ELI link Pub nr 2007012769 Nota: Bovenstaande korte inhoud is gerangschikt onder IV BIS E (Wet 4.12.2007), art. 4; eveneens gerangschikt onder I A art. 616 en IV Bis A art.
- Een andere korte inhoud is gerangschikt onder IV BIS E (Wet 4.12.2007), art.
- Fiche 4 Wanneer de werkgever de verkiezingsprocedure heeft opgestart, dan is er een verplichting om de verkiezingen te organiseren, tenzij er binnen de wettelijke termijn een beroep werd aangetekend tegen de beslissing op X-35 (J. Vantournout, Praktijkgids sociale verkiezingen 2008, a.w. p. 509, nr. 647 met verwijzing naar Cass., 5 december 2005, R.W. 2006-2007, p. 1153). Ingevolge artikel 2 van de wet van 8 november 2007, (de zogenaamde Drempelwet 2008) moet een ondernemingsraad worden opgericht bij een gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling van tenminste 100 werknemers, maar de concrete toetsing hiervan op het niveau van de onderneming dient te gebeuren binnen de bepalingen van artikel 12 van de Wet sociale verkiezingen 2008 en gebeurlijk artikel 3 van de Wet gerechtelijke procedures
- Gelet op het openbare orde karakter van deze wettelijke bepalingen, kan hiervan niet worden afgeweken. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - PROTOCOLLEN EVRM - Aanvullend protocol van 20 maart 1952 bij het EVRM - Recht op vrije verkiezingen - art. 3 Vrije woorden: ORGANISATIE VAN HET BEDRIJFSLEVEN - SOCIALE VERKIEZINGEN. Wettelijke bepalingen: Wet - 04-12-2007 - 12 - 30 ELI link Pub nr 2007012768 Nota: Bovenstaande korte inhoud is gerangschikt onder IV Bis E (Wet 4.12.2007), art.
- Een andere gkorte inhoud is gerangschikt onder I A art. 616, IV Bis A art. 24 en IV Bis E (Wet 4.12.2007), art.
- Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN 26 SEPTEMBER
- 5de KAMER Sociale Verkiezingen Tegensprekelijk t.a.v. het A.C.V. en in afwezigheid van de betrokken partijen Definitief In de zaak: TREBOS DUFERCO LA LOUVIERE N.V., met zetel gevestigd te 3150 Tildonk, Kleine Terbankstraat, z/n, met maatschappelijke zetel gevestigd te 7100 La Louvière, Rue des Rivaux, 2, Appellante, vertegenwoordigd door Mter C. Coomans loco Mter D. Claes, advocaat te 1170 Brussel; Tegen : HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND VAN BELGIE (A.C.V.) representatieve werknemersorganisatie, met zetel gevestigd te 1031 Brussel, Haachtsesteenweg, 579, Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter K. Timmerman, advocaat te 3000 Leuven; Betrokken partijen :
- HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND, afgekort A.B.V.V., met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Hoogstraat, 42,
- DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE, afgekort A.C.L.V.B., met zetel gevestigd te 1070 Brussel, Poincarélaan, 74-74, en met administratieve zetel gevestigd te 9000 Gent, Koning Albertlaan, 95,
- DE NATIONALE CONFEDERATIE VOOR HET KADERPERSONEEL, afgekort N.C.K., met zetel gevestigd te 1030 Brussel, Lambermontlaan, 171 bus 4, Niet verschijnend; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Leuven (1ste kamer) op 3 maart 2008; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 3 april 2008; - de besluiten en synthesebesluiten voor het A.C.V. neergelegd ter griffie van dit Hof, respectievelijk op 4 juni 2008 en 18 juli 2008; - de besluiten voor appellante neergelegd ter griffie van dit Hof op 4 juli 2008; - de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2008, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. x x x I. RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING In het kader van de informatie te verstrekken op de dag X-60 heeft DUFERCO TREBOS op 7 december 2007 de nodige mededelingen gedaan in verband met : - het feit dat er geen wijzigingen waren in de structuur van de onderneming en er geen nieuwe criteria van zelfstandigheid of onafhankelijkheid waren ten aanzien van de juridische entiteit, - het aantal arbeiders, bedienden en jonge werknemers, - de functies van het leidinggevend personeel, - de datum van aanplakking van de verkiezingsdatum. Deze mededelingen werden verricht zowel voor het comité voor preventie en bescherming op het werk als voor de ondernemingsraad. Na de wettelijk voorziene raadplegingen besliste de werkgever overeenkomstig artikel 12 van de Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen van het jaar 2008 (hierna genoemd Wet S.V. 2008) - over de functies van het leidinggevend personeel en van de personen die deze functies uitoefenen, - over het aantal technische bedrijfseenheden of juridische entiteiten waarvoor organen moeten worden opgericht met hun beschrijving in de zin dat de technische bedrijfseenheid bestaat uit DUFERCO LA LOUVIERE S.A., afdeling TREBOS; - er werden geen kaderfuncties aangeduid. Ook hier betroffen de beslissingen zowel het comité voor preventie op het werk als de ondernemingsraad, waarvoor telkens afzonderlijke formulieren werden opgemaakt. Op de dag X, zijnde 5 februari 2008, deed de N.V.DUFERCO TREBOS enkel nog een aanplakking voor het preventiecomité en niet meer voor de ondernemingsraad. Nog dezelfde dag wees het A.C.V. de onderneming op het ontbreken van een aanplakking voor de ondernemingsraad en zij vroeg dat er op de dag X+14 een wijzigende beslissing zou worden kenbaar gemaakt. Bij aangetekende brief van 8 februari 2008 liet de onderneming weten dat zij enkel doorging met de procedure voor het comité voor preventie en bescherming op het werk, daar het personeelsbestand minder dan 100 werknemers telde; ook aan het personeel werd een gelijkaardige mededeling gedaan via aanplakking. Op 25 februari 2008 legde het A.C.V. een verzoekschrift neer bij de griffie van de arbeidsrechtbank te Leuven met de bedoeling de bij TREBOS DUFERCO ingezette procedure sociale verkiezingen 2008 te laten verder zetten, zoals zij aanvankelijk gestart was, namelijk zowel voor het comité voor preventie en bescherming op het werk als voor de ondernemingsraad en derhalve vast te stellen dat op onwettige gronden de procedure voor de ondernemingsraad niet langer werd voortgezet, zodat de onderneming onverwijld diende over te gaan tot het verrichten van alle door de Wet sociale verkiezingen (Wet S.V. 2008) opgelegde handelingen, zulks onder verbeurte van een dwangsom van 2.500 euro per dag vertraging en voor elke dag dat de data van de wettelijke procedure overschreden werden. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank van Leuven van 3 maart 2008 verklaarde deze rechtbank de vordering ontvankelijk, omdat zij tijdig werd ingediend in het kader van artikel 4 van de Wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen van het jaar 2008 ( hierna aangeduid als Wet gerechtelijke procedures 2008). De eerste rechter heeft de vordering gegrond verklaard omdat, wanneer een werkgever beslist tot het opstarten van de wettelijke procedure voor beide organen en deze beslissing herhaalt ( X-60 en X-35), en deze stappen definitief zijn geworden, dan dienen deze ook zo gehandhaafd te blijven in de verdere procedure, nu alle rechtsmiddelen daartoe uitgeput zijn; de gevraagde dwangsom werd niet toegekend omwille van de uitvoerbaarheid van het vonnis en het mogelijke toezicht van de diensten van de sociale inspectie. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen op de griffie van het Arbeidshof te Brussel op 3 april 2008, heeft TREBOS DUFERCO beroep aangetekend tegen dit vonnis, waarbij zij haar aanvankelijke argumentatie herhaalde, met name dat de oorspronkelijke vordering van het A.C.V. onontvankelijk is, omdat het beroep geen steun kan vinden in artikel 4 van de Wet gerechtelijke procedure 2008 en om die reden tevens laattijdig is en omdat de vordering alleszins ongegrond is gelet op het openbare orde karakter van de wetgeving met betrekking tot de sociale verkiezingen. Het A.C.V. antwoordt hierop dat dit hoger beroep onontvankelijk is, omdat in het kader van artikel 4 van de Wet gerechtelijke procedure 2008 geen beroepsmogelijkheid voorzien is en voor het overige herneemt het ook de argumentatie die voor de eerste rechter werd naar voren gebracht. II. BEOORDELING.
- Ontvankelijkheid van het hoger beroep en van de oorspronkelijke vordering. Om de ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering te beoordelen, dient het Arbeidshof na te gaan of de oorspronkelijke vordering van het A.C.V. kan kaderen in artikel 4 van de Wet gerechtelijke procedures 2008; dezelfde vraag rijst i.v.m. de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Artikel 4, 3de lid bepaalt immers dat de uitspraak van de arbeidsrechtbank niet vatbaar is voor hoger beroep. Het onderwerp van de vordering dient volgens artikel 1034ter, 4° van het Ger. Wb. in het verzoekschrift te worden omschreven, en dit dient "het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering " te bevatten; hierbij wordt niet de rechtsregel bedoeld, maar wel de feitelijke gegevens die aan de vordering ten grondslag liggen, zodat het aan de rechter staat om op basis van de voorgedragen feiten de rechtsregels toe te passen op grond waarvan hij uitspraak doet, zonder dat hij het voorwerp of de oorzaak van de vordering mag wijzigen (Cass. 24 november 1978, A.C. 1978-1979, 341). In het inleidend verzoekschrift heeft het A.C.V. het onderwerp van de vordering omschreven als het verder zetten van de sociale verkiezingen wat betreft de ondernemingsraad en de veroordeling van de onderneming tot het verrichten van alle door de Wet S.V. 2008 opgelegde handelingen; kan dit verbonden worden met artikel 4 van de Wet gerechtelijke procedures? Deze bepaling regelt het beroep van de werknemers of van de betrokken representatieve werknemersorganisaties tegen de beslissing of de afwezigheid van beslissing omtrent de klachten als bedoeld in artikel 31 van de Wet S.V.
- Artikel 31 van deze wet heeft betrekking op de beslissing van de ondernemingsraad of het comité, of bij ontstentenis ervan van de werkgever over de ingediende klachten over de punten die in artikel 30 vermeld zijn. In artikel 30 worden volgende punten vermeld : "
- De kiezerslijst.
- De vaststelling van het aantal mandaten per orgaan en per categorie.
- De lijst van het leidinggevend personeel.
- De lijst van de kaderleden." Artikel 30 voorziet dus niet in de mogelijkheid van een bezwaar betreffende het verder zetten van de ingezette procedure sociale verkiezingen 2008 en het verrichten van het alle door de wet S.V. 2008 opgelegde handelingen. Er is in deze zaak evenmin een beslissing van de ondernemingsraad of het preventiecomité; een beslissing van de werkgever is enkel mogelijk bij ontstentenis van deze organen, die bij TREBOS DUFERCO wel bestonden, zodat de werkgever dus ook niet bevoegd was om op grond van artikel 31 van de Wet S.V. 2008 een beslissing te nemen. Het A.C.V. kon dan ook geen beroep aantekenen binnen het kader van artikel 4 Wet gerechtelijke procedures 2008 en de eerste rechter kan dan ook niet gevolgd worden, waar hij de ontvankelijkheid van de vordering beoordeelt vanuit dit wetsartikel. Waar artikel 4 niet van toepassing is, zijn de gewone regels van het Ger. Wb.van toepassing en kan tegen het vonnis van de eerste rechter beroep worden aangetekend ingevolge artikel 616 van het Ger. Wb.. Want de Wet gerechtelijke procedures 2008 doet geen afbreuk aan de algemene bevoegdheid van de arbeidsgerechten ingevolge artikel 24 van de Bedrijfsorganisatiewet (wat betreft afdeling IV betreffende de ondernemingsraden) (zie Cass., 8 maart 2004, J.T.T. 2004, 374 en Soc.Kron. 2007, 591). Anders dan artikel 4 van de Wet gerechtelijke procedures 2008, voorziet artikel 24 van de Bedrijfsorganisatiewet niet in een termijnregeling, zodat de vordering van het A.C.V. dan ook tijdig is ingesteld; ingevolge voornoemd artikel 24 § 1 dient ze ontvankelijk te worden verklaard. Overigens verwijst geïntimeerde zelf naar de motivering van het cassatiearrest van 6 januari 1997 om aan te duiden dat het beroep van het A.C.V. niet kadert in artikel 4 van de Wet gerechtelijke procedure 2008 maar wel in artikel 24 van de Bedrijfsorganisatiewet. Waar de procedure betrekking heeft op het verder zetten van de verkiezingsprocedure teneinde tot de oprichting van een ondernemingsraad te komen, zijn dan ook de oorspronkelijke vordering en het hoger beroep ontvankelijk.
- De grond van de zaak. Appellante verdedigt haar standpunt om de sociale verkiezingen enkel voor het preventiecomité verder te zetten door te verwijzen naar het openbare orde karakter van de sociale verkiezingswetgeving. De sociale verkiezingswetgeving raakt inderdaad aan de openbare orde (A. Van Regenmortel, Sociale verkiezingen en ontslagbescherming. Aard van de bepalingen :openbare orde of dwingend recht in Het statuut van de beschermde werknemer. Een stand van zaken in het nieuwe millenium, ( Ed. J. Goemans), Intersentia p. 9-58, J. Vanthournout, Praktijkgids sociale verkiezingen 2008, Intersentia en SD Works, 2007, p. 97 en H. Buyssens, Sociale verkiezingen en de rechter : Knelpunten in De sociale verkiezingen doorgelicht, eds. P. Humblet en J. Vanthournout, Intersentia 2007, p. 126) Het openbare orde karakter sluit uit dat de partijen er zelf over beschikken (H. Buyssens, a.w. p. 127 nr. 17 en 18). In die zin heeft appellante gelijk, waar zij erop wijst dat een gebeurlijke overeenkomst of een éénzijdige wilsuiting hier niet kunnen worden ingeroepen en ook de verwijzing van de eerste rechter naar een conventionele oprichting is hier niet terzake, daar partijen in discussie zijn over de wettelijke oprichting van een ondernemingsraad. De wetgever heeft door het vastleggen van het verkiezingscontentieux het overleg op bedrijfsvlak via rechtstreekse vertegenwoordiging willen garanderen door een inspraak- en informatiekanaal te creëren, waardoor de werknemers kennis konden nemen van onder meer de financiële en economische situatie van de onderneming; hierdoor werd uitvoering gegeven aan de Kaderrichtlijn 2002/14/EG. De wetgever heeft dan ook voldoende rechtszekerheid willen garanderen in verband met het oprichten van de overlegorganen en in die zin behoort het sociale verkiezingscontentieux tot de openbare orde (H. Buyssens, a.w. p. 127, nr. 15). Ingevolge artikel 12, 2de a) van de Wet S.V. 2008 dient de werkgever op de dag X-35 te beslissen over het aantal technische bedrijfseenheden of juridische entiteiten, waarvoor organen moeten worden opgericht, met hun beschrijving. In casu heeft de N.V. DUFERCO TREBOS met betrekking tot de oprichting van een ondernemingsraad in haar afdeling TREBOS een positieve beslissing genomen. Waar de beslissingsmacht hier bij de werkgever ligt, kan hij deze beslissing in het kader van de dwingende kalender van de Wet S.V. 2008 achteraf zelf niet meer aanvechten (J. Vantournout en A. Leurs, Overzicht rechtspraak sociale verkiezingen 2004 in de Sociale verkiezingen doorgelicht, a.w. p. 42, nr. 33). Ingevolge de Wet S.V. 2008 kunnen enkel de werknemers en de representatieve werkgeversorganisaties beroep aantekenen tegen deze beslissing en het staat dan ook vast dat de beslissing van de werkgever, bij gebreke aan dergelijk beroep, definitief is; bovenvermelde auteurs wijzen er terecht op dat in het andere geval men alle discussies, die moeten beslecht worden binnen de verkiezingskalender, telkens opnieuw zou kunnen heropenen, bv ook wanneer de bescherming van een personeelsafgevaardigde ingevolge de wet van 19 maart 1991 aan de orde is, wat juist zou leiden tot de negatie van de door de wetgever beoogde rechtszekerheid i.v.m. de werking van de overlegorganen. Wanneer de werkgever de verkiezingsprocedure heeft opgestart, dan is er een verplichting om de verkiezingen te organiseren, tenzij er binnen de wettelijke termijn een beroep werd aangetekend tegen de beslissing op X-35 (J. Vantournout, Praktijkgids sociale verkiezingen 2008, a.w. p. 509, nr. 647 met verwijzing naar Cass., 5 december 2005, R.W. 2006-2007, 1153). Niet betwist wordt dat ingevolge artikel 2 van de wet van 8 november 2007, (de zogenaamde Drempelwet 2008) een ondernemingsraad moet worden opgericht bij een gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling van tenminste 100 werknemers, maar de concrete toetsing hiervan op het niveau van de onderneming dient te gebeuren binnen de bepalingen van artikel 12 van de Wet S.V. 2008 en gebeurlijk artikel 3 van de Wet gerechtelijke procedures
- Gelet op het openbare orde karakter van deze wettelijke bepalingen, kan hiervan niet worden afgeweken. Het vonnis van de eerste rechter kan dan ook worden bijgetreden, zij het op andere gronden. Partijen melden ons dat, gelet op de uitspraak van de eerste rechter in verband met de uitvoerbaarheid van zijn vonnis, men inmiddels de verkiezingen voor de ondernemingsraad heeft laten doorgaan, zodat de vordering in verband met de dwangsom zonder voorwerp is. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak en in afwezigheid van de betrokken partijen, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond, Bevestigt het vonnis van de eerste rechter op andere gronden, Veroordeelt appellante tot de kosten van het hoger beroep, deze begroot aan de zijde van appellante op 1200 euro en aan de zijde van geïntimeerde op 1200 euro . Aldus gewezen door de 5de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, De heer G. JACOBS, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De heer J.P. VAN CONINGSLOO, Raadsheer in sociale zaken als werknemer arbeider, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS. G. JACOBS. J.P. VAN CONINGSLOO. De heer J.P. VAN CONINGSLOO die bij de debatten aanwezig was en aan de beraadslaging heeft deelgenomen verkeert in de onmogelijkheid om te ondertekenen. Overeenkomstig het artikel 785 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het arrest getekend door de heer L. LENAERTS en de heer G. JACOBS. L. HERREGODTS, Griffier. Het arrest is uitgesproken op de buitengewone openbare terechtzitting van de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 26 september 2008 door door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20080926.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.