id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 10 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081010.2 Rolnummer: 50.117 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-10-20 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-02 18:05 Fiche Het geven van belangrijke voordelen aan een bediende verstoort de normale verhouding leverancier/klant en creëert een verdoken cultuur van het bevoordelen via geschenken, het overtreden van dergelijke deontologische evidenties maakt de professionele samenwerking tussen partijen onmiddelijk onmogelijk, zodat het ontslag om dringende reden terecht werd gegeven. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - BEDIENDEN. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 35 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 OKTOBER
- 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: De Heer R. S., Appellant,geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter K. De Cuyper loco Mter A. Peeters, advocaat te 1060 Brussel Tegen : C.V.A. NYCOMED CHRISTIAENS, met zetel gevestigd te 1080 Brussel, Gentsesteenweg, 615, KBO nr. 0403.054.202, Geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter Ch. Delporte, advocaat te 1040 Brussel; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (2de kamer) op 25 mei 2007; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 31 juli 2007; - de besluiten en aanvullende besluiten voor geïntimeerde neergelegd ter griffie van dit Hof, respectievelijk op 5 oktober 2007 en 5 december 2007; - de besluiten en aanvullende synthesebesluiten voor appellant neergelegd ter griffie van dit Hof, respectievelijk op 31 juli 2007 en 29 oktober 2007; - de bundel met stukken neergelegd ter griffie van dit Hof door appellant op 1 september 2008; - de bundel met stukken neergelegd ter griffie van dit Hof door geïntimeerde op 3 september 2008; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 12 september 2008, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. x x x I. RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING. De heer S. is op 19 juni 1976 in dienst gekomen bij de N.V. Christiaens, de rechtsvoorgangers van de C. V. A. Nycomed Christiaens ( hierna genoemd Nycomed) en werkte er gedurende 32 jaar in het labo te Machelen. Sinds de maand juli 1998 kreeg hij de functie van Facility Manager, omdat door een herstructurering het labo naar het buitenland werd overgebracht. Alzo stond hij in voor de regeling van het onderhoud van de gebouwen, het onderhoud van de telefonie en het beheer van het wagenpark, dat bestond uit 140 bedrijfswagens. Hij diende in deze functie contacten te leggen met leveranciers en verkopers en hij legde dan het meest gunstige voorstel voor aan de directie. Bij aangetekende brief van 9 augustus 2005 werd hij ontslagen met dringende reden, als volgt: "..Op vrijdag 6 augustus 2005 hebben we inderdaad zekerheid over de onderstaande feiten gekregen. Ziehier de feiten : ondergetekende, M. S., verneemt op 20 juni toevallig van een leverancier Flexis dat voor het verkrijgen van een bestelling bij Nycomed er eerst een cadeau/bijdrage aan de heer R. S. dient gegeven te worden! Op basis van deze verklaring hadden wij verkozen deze verantwoordelijken van Flexis niet te geloven, en daarop voegde hij aan zijn verklaring toe dat dit ook bij andere leveranciers zo gebeurde met R . S., o. a. met één van onze leveranciers van ons wagenpark! Na deze verklaring neemt de toenmalige algemeen directeur, de heer M. K., onmiddellijk contact op met garage B. voor een afspraak. Gelet op het vertrek op verlof van de familie B. op 21 juli, kon deze afspraak slechts plaatshebben op vrijdag 5 augustus om 16u
- Ondergetekende M. S. gaat naar de garage B. en op vraag of er door R. S., onze beheerder van het wagenpark, gesjoemeld wordt, reageerde mevrouw B. zeer ontzet en gaf onmiddellijk toe dat ook zij hiermede geconfronteerd is en slachtoffer is. De heer M. K., die niet bevoegd was als algemeen directeur, woonde het gesprek bij. Volgens de verklaring van mevrouw B. M. en van haar zoon, die ondertussen aan ons gesprek deelneemt, beschikt R. S. sedert 2002 "gratis" over een wagen van B.. "Hij heeft deze wagen geëist voor zijn dochter. Het manoeuvre van R. S. was de bestellingen van de wagens en de herstellingen meer en meer bij een andere V.W.- verdeler te plaatsen en alzo chantage te kunnen uitoefenen op B. om een persoonlijk voordeel te bekomen tegen een vlotte samenwerking met Nycomed. De wagen was aanvankelijk een V.W. Polo en dit werd op zijn verzoek een Golf omdat de dochter ondertussen een kind had." Uw dochter rijdt reeds drie jaar gratis met een wagen van B. en dit om een normale relatie tussen leverancier/bedrijf te bewaren. Op 9 augustus heeft mevrouw B. - D.S., afgevaardigd beheerder van garage B., ons de feiten schriftelijk bevestigd. Tijdens het onderhoud van vrijdagmiddag bij B. maakten mevrouw en zoon mij ook over dat de opkopers van wagens zich er reeds meermaals en sedert jaren beklaagd hadden over het handelen en de oneerlijke praktijken van R. S.. De opkoper moest telkens de factuur van Nycomed voor de aankoop van een firmawagen verlagen om alzo aan R. S. de geëiste som te kunnen overhandigen. Als Facility Manager en onder andere verantwoordelijke van ons wagenpark hebt u misbruik gemaakt van uw functie, en oneerlijke praktijken toegepast die zowel schade toegebracht hebben en nog steeds toebrengen aan de firma Nycomed maar ook aan derden die u hebt afgeperst...." Op 1 september 2005 reageerde de raadsman van de heer S. en nodigde Nycomed uit om tot een minnelijke oplossing te komen, omdat de heer S. misschien een fout begaan had, maar geen zwaarwichtige fout, gelet op zijn onberispelijke carrière van meer dan 39 jaar; bij dit schrijven was een persoonlijke brief van de heer S. gevoegd, waarin hij zijn verontschuldigingen aanbood en de feiten grotendeels bevestigde, maar de nadruk legde op de omstandigheid dat het initiatief voor de relatiegeschenken van de andere kant kwam en dat hij het bedrijf nooit had benadeeld. Er kwam geen oplossing en op 22 september 2005 dagvaardde de heer S. Nycomed in betaling van een opzeggingsvergoeding van 42 maanden, begroot op euro 194.892,56, en in betaling van euro 2500 als tussenkomst in de advocatenkosten; tevens vroeg hij de afgifte van een verbeterd C 4 formulier. De N.V. Nycomed stelde voor de eerste rechter een tegeneis in betaling van euro 1000 schadevergoeding wegens schade aan haar goede naam. Bij vonnis van de 2de kamer van de arbeidsrechtbank van Brussel van 25 mei 2007 werden deze hoofd- en tegenvordering beiden ontvankelijk, doch ongegrond verklaard. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen op de griffie van het arbeidshof te Brussel op 31 juli 2007, tekende de heer S. hoger beroep aan tegen de afwijzing van zijn hoofdvordering; Nycomed betekende incidenteel beroep aan tegen de afwijzing van haar tegenvordering. II. BEOORDELING Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep.
- De dringende reden Op grond van artikel 35, 3° lid van de arbeidsovereenkomstenwet mag een ontslag om dringende reden niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept. Artikel 35, laatste lid, voegt hieraan toe dat de partij die een dringende reden inroept, het bewijs moet leveren dat zij deze termijn geëerbiedigd heeft. De heer S. roept in dat de feiten al langer bekend waren aan de werkgever, met name sinds 20 juni 2005, en dat de werkgever dus niet aantoont dat de drie werkdagentermijn gerespecteerd werd. Tevens verwijst de heer S. naar de overlegprocedure met de syndicale afvaardiging, die vermeld is in het arbeidsreglement en die evenmin werd nageleefd. Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt. Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig zijn : - er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer, - die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt, - en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief (zie. W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium 04-05, nr. 5249). Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren. Benevens het foutief karakter zal de rechter dus tevens de ernst van de tekortkoming dienen te beoordelen (cfr. Mallie J., noot onder AH Brussel, 20.6.1980, T.S.R. 1981,41). Bij de beoordeling van een dringende reden dient uiteraard rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de zaak. Het feit dat het ontslag om dringende reden rechtvaardigt, is immers het feit met inachtneming van alle omstandigheden die het feit het karakter geven van een zwaarwichtig motief (Cass., 13 december 1982, Arr. Cass., 1982-1983, 504; Cass., 16 juni 1971, J.T.T. 1972, 37; Cass., 23 mei 1973, J.T.T. 1973, 212). De heer S. betwist dat de voorgehouden dringende reden in de juiste omstandigheden werd weergegeven en houdt voor dat alleszins de zwaarwichtigheid van de feiten niet is aangetoond.
- De drie werkdagen termijn. Terecht heeft de eerste rechter vastgesteld dat de in de ontslagbrief ingeroepen feiten op 20 juli 2005 onvoldoende bekend waren aan Nycomed. In eerste instantie geloofde de werkgever immers de aantijging van de leverancier Flexis niet en het is omdat deze verder verwees naar misbruiken bij de leverancier van het wagenpark, dat Nycomed het nodig vond verder onderzoek te doen bij de garage B.; omwille van het verlof had dit contact slechts plaats op vrijdag 5 augustus 2005 en het zijn de daar bekomen inlichtingen, die voor Nycomed het bewijs aanbrachten dat de professionele samenwerking met de heer S. onmiddellijk onmogelijk was geworden; het ontslag op 9 augustus 2005 was dan ook tijdig. 1.2.De procedure in het arbeidsreglement. Nycomed betwist niet dat zij de procedure van artikel 59 van het arbeidsreglement niet gevolgd heeft in de zin dat zij niet beraadslaagd heeft met de vakbondsafvaardiging over het ontslag van de heer S., wat volgens artikel 59 vereist is bij een definitief ontslag. Nycomed legt echter uit dat zij gelet op de vakantieperiode niet in de mogelijkheid was om de syndicale afvaardiging te bereiken en te contacteren en dat zij alleszins de vormvereisten en de drie werkdagentermijn van artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet wenste na te leven; tevens is zij samen met de eerste rechter van mening dat artikel 59 van het arbeidsreglement niet van toepassing is bij een ontslag om dringende reden, omdat hiervoor een specifiek artikel 58 is voorzien. Het arbeidshof beschouwt een ontslag om dringende reden wel als een definitief ontslag, maar in artikel 59 van het arbeidsreglement wordt een dergelijk definitief ontslag enkel vermeld als sanctie voor de tekortkoming met betrekking tot de verplichtingen van onderhavig arbeidsreglement of met betrekking tot inbreuken op gegeven richtlijnen of van toepassing zijnde instructies, zowel vanuit technisch als vanuit administratief oogpunt; in deze zaak wordt aan de heer S. verweten dat hij de regels in verband met de eerlijkheid heeft overtreden, maar hierover staat als dusdanig niets te lezen in de voorschriften en verplichtingen van het arbeidsreglement (hoofdstukken VI tot XI); evenmin wordt voorgehouden dat Nycomed specifieke instructies of richtlijnen zou hebben gegeven in verband met de deontologie; in die zin is artikel 59 hier niet van toepassing. De opsomming van mogelijke dringende redenen in artikel 58 van het arbeidsreglement gebeurt in uitvoering van artikel 6, 4e van de arbeidsreglementenwet, maar hierin wordt uitdrukkelijk gezegd dat deze opsomming geldt onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de rechtbanken. In artikel 58 is anders dan in artikel 59 geen verplichting tot raadpleging van de syndicale afvaardiging opgenomen. Ook al kan een ontslag met dringende reden de ( zwaarste) disciplinaire sanctie zijn, dan nog kunnen de disciplinaire bepalingen van de arbeidsreglementenwet geen afbreuk doen aan artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet, dat als lex specialis primeert (F. Dorssemont, De disciplinaire macht van de werkgever, in Actuele problemen van arbeidsrecht 7, 211, nr. 93-94); hieruit volgt dat Nycomed alleszins de drie werkdagentermijn in verband met het inroepen van de dringende reden diende te respecteren. Artikel 58 van het arbeidsreglement doet hieraan ook geen afbreuk. 1.
- De dringende reden. De door de Nycomed ingeroepen dringende reden kunnen worden geresumeerd in de zin dat de heer S. voor zichzelf voordelen vroeg aan leveranciers van zijn werkgever, die zich hierdoor onder druk gezet voelden bij het verwerven van bestellingen. Het arbeidshof acht deze feiten bewezen, gelet op de verklaringen van de betrokkenen, bevestigd door de erkenning van de fout door de heer S. in zijn verontschuldigingbrief van 29 augustus
- De heer S. wil de impact van deze dringende reden minimaliseren door voor te houden dat het initiatief niet van hemzelf kwam, doch van de leveranciers; dit wordt tegengesproken door de verklaringen van de betrokkenen, maar alleszins doet deze omstandigheid geen afbreuk aan de ernst van de dringende reden. Ook het evidente feit dat de eindverantwoordelijkheid bij de directie lag doet geen afbreuk aan de ernstige fout van de heer S., daar hij zijn directie volledig diende voor te lichten en hij de aan hem verstrekte voordelen verborgen hield; ook de mogelijke discussies tussen Nycomed en de leveranciers, wat normaal kan voorvallen in elke commerciële verhouding, hebben geen relevantie voor de beoordeling van de dringende reden. Het kan niet ontkend worden dat de normale verhouding leverancier/klant verstoord wordt door een verdoken cultuur van het bevoordelen via geschenken, zeker niet wanneer het hier gaat over belangrijke voordelen, zoals het permanent gratis ter beschikking stellen van een wagen aan de dochter van de heer S. of het schenken van een fototoestel aan hemzelf; uit de reacties van de leveranciers volgt overigens dat ze zich hierdoor onder druk gezet voelden en dat deze cultuur de normale marktwerking verstoorde. Wanneer Nycomed dit voor het eerst vernam, geloofde zij de aantijging niet, omdat ze het evident vond dat een dergelijke flagrante overtreding van de deontologie van hun Facility Manager niet strookte met het beeld van eerlijkheid, dat ze hadden van de heer S.. Doordat hij deze deontologische evidenties overtrad, betreft het hier dan ook feiten die de professionele samenwerking tussen partijen onmiddellijk onmogelijk maakten en het ontslag om dringende reden werd dan ook terecht gegeven. Terecht heeft de eerste rechter dan ook de vordering van de heer S. afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond.
- Incidenteel beroep : schade aan de goede naam van de werkgever. Nycomed stelde een tegenvordering in betaling van een schadevergoeding wegens aantasting van zijn goede naam door de gedragingen van de heer S.. Terecht heeft de eerste rechter deze tegenvordering afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond, omdat Nycomed niet aantoont in welke mate de goede naam geschaad is en welke schade hieruit gebeurlijk zou voortvloeien. Door het onmiddellijk optreden van Nycomed was het voor de leveranciers duidelijk dat de ongepaste gedragingen enkel toe te rekenen waren aan de heer S. en dat de onderneming hiertegen streng optrad en zich ermee niet vereenzelvigde. De aantasting van de goede naam is dan ook niet aangetoond. Het incidenteel beroep is ongegrond. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Verklaart het hoofdberoep ontvankelijk, doch ongegrond; Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk, doch ongegrond; Bevestigt het bestreden vonnis; Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, tot op heden begroot aan de zijde van appellant op 291,50 euro en aan de zijde van geïntimeerde op 297,45 euro . Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, De heer Ch. LAURIERS, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS. Ch. LAURIERS. A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 10 oktober 2008 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS. L. LENAERTS. L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081010.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div