id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 24 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081024.4 Rolnummer: 50.156 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-11-13 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 18:11 Fiche Het feit dat de opzeggingstermijn kan worden bepaald met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen doet geen afbreuk aan het algemene opzet van de opzeggingsregeling, die tegemoet dient te komen aan de mogelijkheid van de werknemer om een gelijkwaardige betrekking te vinden; hierbij is de concrete economische of financiële situatie van de werkgever geen richtinggevend element. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Opzegging Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - BEDIENDEN - Opzeggingstermijn - Wederzijdse belangen - Artikel 82 §3 AOW. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 82,§3 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 24 OKTOBER
- 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: De Heer L. R., wonende te [xxx], Appellant, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter V. Simeons, advocaat te 1080 Brussel; Tegen : DE N.V. SABENA TECHNICS, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1200 Brussel, R. Mounierlaan, 2 en met exploitatiezetel gevestigd te 1930 Zaventem, Nationale Luchthaven Brussel, gebouw 40/345, Geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter N. Vanhoucke loco Mter L. De Schrijver, advocaat te 9031 Gent; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (12de kamer) op 15 maart 2007; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 9 augustus 2007; - de besluiten voor geïntimeerde neergelegd ter griffie van dit Hof op 20 november 2007; - de besluiten voor appellant neergelegd ter griffie van dit Hof op 29 februari 2008; - de bundel met stukken neergelegd ter griffie van dit Hof door appellant op 17 september 2008; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 19 september 2008; geïntimeerde partij legde een bundel neer, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. x x x
- RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING. De heer R. was sinds 1 mei 1999 in dienst van de N.V. Sabena Technics als magazijnier- bediende met behoud van de anciënniteit die hij verworven had bij Sabena sedert 2 november
- Op 16 januari 2002 werd binnen de onderneming een C.A.O. afgesloten in het kader van een herstructureringsplan omwille van de crisis in de luchtvaart; in artikel
- 6 van deze C.A.O. was opgenomen dat de bedienden in het kader van het collectief ontslag konden ontslagen worden wanneer hun profiel niet meer paste binnen de noden en de vereisten van de nieuwe werkorganisatie; in dat geval zou hen een vooropzeg van drie maanden per begonnen vijf jaar dienst worden voorgesteld, aangevuld met een aanvullende vergoeding naargelang het aantal jaren anciënniteit. Tengevolge hiervan werd de heer R. ontslagen bij aangetekend schrijven van 19 augustus 2002 en er werd hem een opzeggingsvergoeding gelijk aan het loon van 12 maanden uitbetaald. De heer R. was het niet eens met deze opzeggingsvergoeding en maakte aanspraak op een bijkomende vergoeding van 7 maanden; zijn vakorganisatie schreef de N.V. hiertoe aan bij brieven van 3 september 2002, 24 oktober 2002, 25 september 2003 en 21 oktober
- Op 4 februari 2004 dagvaardde de heer R. de N.V. Sabena Technics in betaling van een bijkomende opzeggingsvergoeding van 7 maanden, door hem becijferd op euro 19.949,46, te vermeerderen met de wettelijke intresten; in ondergeschikte orde in een schadevergoeding van euro 19.949,46 te vermeerderen met de vergoedende intresten. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank Brussel van 15 maart 2007 werd deze vordering gedeeltelijk gegrond verklaard en werd de N.V. veroordeeld tot betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding van twee maanden, becijferd op euro 5.093,72 te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten op het nettobedrag; tevens werd de N.V. toegestaan om deze opzeggingsvergoeding te betalen in tweemaandelijkse schijven. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 9 augustus 2007, tekende de heer R. hoger beroep aan en hij hernam hij zijn oorspronkelijke vordering, met dien verstande dat hij deze herleidde tot een aanvullende opzeggingsvergoeding van 6 in plaats van 7 maanden; de N.V. Sabena Technics tekende incidenteel beroep aan en stelde dat de toegekende opzeggingsvergoeding van 12 maanden voldoende was, zodat de vordering van de heer R. ongegrond had moeten worden verklaard. 2 . BEOORDELING Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep. De opzeggingstermijn bij toepassing van artikel 82 § 3 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak (Cass., 8 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, 17; Cass., 17 september 1975, T.S.R. 1976, 14; Cass., 3 februari 1986, J.T.T. 1987, 58; Cass., 4 februari 1991, R.W. 1990-1991, 1407) en met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen ( Cass., 19 januari 1977, Arr. Cass. 1977,5 161; Cass., 9 mei 1994, Soc. Kron. 1994,2 153). De N.V. Sabena Technics wil uit het feit dat de opzeggingstermijn kan worden bepaald met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen, afleiden dat haar moeilijke economische situatie een richtinggevend element dient te zijn voor het vaststellen van deze opzeggingstermijn. De reden waarom bij de bepaling van de opzeggingstermijn rekening moet worden gehouden met de belangen van beide partijen wordt toegelicht in de conclusie van advocaat - generaal H. Lenaerts bij Cass., 19 januari 1977 in De grote arresten van het Hof van Cassatie in sociale zaken, 1996, 327 in de zin dat de bepaling van de opzeggingstermijn door de rechter in de plaats komt van de overeenkomst tussen partijen, zodat hij dus de termijn dient te bepalen zoals partijen dat zouden gedaan hebben, indien zij overeenstemming hadden bereikt. Dit houdt in dat de rechter beider belang in aanmerking moet nemen, zoals zij dat zelf zouden gedaan hebben, en daartussen een billijk evenwicht moet zoeken dat partijen zelf niet hebben bereikt. Hierbij mag de rechter wel rekening houden met het algemene opzet van de wettelijke opzeggingsregeling, die om genoemde redenen het belang van de werknemer hoger aanslaat dan dat van de werkgever. In geen geval mag er echter bewust het belang van deze laatste volledig buiten beschouwing laten. Het algemene opzet blijft echter dat men tegemoet moet komen aan de kans van de werknemer om een gelijkwaardige betrekking te vinden en hierbij is de concrete economische of financiële situatie van de werkgever geen richtinggevend element ( Arbeidshof Brussel, 29 april 1998, J.T.T. 1998, 438; Arbeidshof Brussel, 16 mei 2008, J.T.T. 2008, 334; RYCKX, Bepaling van opzeggingstermijnen voor hogere bedienden in CBR Jaarboek 2003 - 2004, 437). Rekening houdend met de anciënniteit ( 17 jaar en 8 maanden), de leeftijd ( 41 jaar), de functie van magazijnier en het jaarloon van euro 30.562,32 kan de opzeggingstermijn worden bepaald op 18 maanden, zodat de bijkomende opzeggingsvergoeding begroot kan worden op het loon van 6 maanden of 30.562,32 x 6/12 = euro 15.281,
- De vraag tot mensualisering op grond van artikel 39 bis van de arbeidsovereenkomstenwet is zonder voorwerp geworden, daar er reeds meer dan 18 maanden na het ontslag verstreken zijn. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond; verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk en ongegrond. Vernietigt het betreden vonnis en opnieuw recht doende, Verklaart de oorspronkelijke vordering van appellante gedeeltelijk gegrond en Veroordeelt de N.V. Sabena Technics tot betaling aan de heer R. van een bedrag van euro 15.281,16 te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 19 augustus 2002 en de gerechtelijke intresten op het overeenstemmende nettobedrag. Wijst het meer gevorderde af. Veroordeelt de N.V. Sabena Technics tot betaling van de gerechtskosten aan de zijde van de heer R. begroot op het basisbedrag 1.100 euro en aan de zijde van de N.V. niet begroot tot op heden. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, De Heer S. VAN DER HOEVEN, Adjunct-griffier. L. LENAERTS. S. VAN DER HOEVEN. L. REYBROECK. A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 24 oktober 2008 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door de Heer S. VAN DER HOEVEN, Adjunct-griffier. L. LENAERTS. S. VAN DER HOEVEN. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081024.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div