← België

ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081107.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 07 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081107.2 Rolnummer: 49.897 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-11-13 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 18:16 Fiche Het uitoefenen van een activiteit tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid maakt op zich geen dringende reden uit; arbeidsongeschiktheid impliceert immers dat de werknemer ingevolge ziekte of ongeval zijn werk, m.a.w. de overeengekomen arbeid, niet meer kan uitvoeren; het uitvoeren van andere dan de met de werkgever overeengekomen arbeid tijdens de arbeidsongeschiktheidperiode, is volgens de rechtspraak geen tekortkoming; maar wanneer de bewuste activiteit dezelfde en a fortiori een grotere inspanning vraagt dan de bedongen arbeid, kan de arbeidsongeschiktheid wel in vraag worden gesteld en mogelijkerwijze een ontslag om dringende reden verantwoorden. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - BEDIENDEN - Dringende reden. - Arbeidsongeschiktheid - uitoefenen van een activiteit : geen dringende reden Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 35 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 7 NOVEMBER

  1. 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: DE B.V.B.A. FITNESS & HEALTH SHAFFEN, met zetel gevestigd te 3290 Diest, Postbaan, 38, Appellante, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter E. Van Erum, advocaat te 3290 Diest; Tegen : Mevrouw H. V., wonende te [xxx], Geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mevrouw I. Godts, syndicaal afgevaardigde, drager van volmacht; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Leuven (1ste kamer B) op 12 april 2007; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 30 mei 2007; - de besluiten en synthesebesluiten van geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 28 juni 20070 en 22 augustus 2008; - de besluiten van appellante neergelegd ter griffie op 31 maart 2008; - de bundel met stukken neergelegd door appellante partij ter griffie op 4 juli 2008; - de bundel met stukken neergelegd door geïntimeerde partij ter griffie op 22 augustus 2008; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de buitengewone openbare terechtzitting van 3 oktober 2008, waarna de debatten gesloten werden. x x x
  2. DE FEITEN EN RECHTSPLEGING. Mevrouw H. V. kwam op 12 november 2003 in dienst bij de bvba Fitness & Health Schaffen als bediende met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd; ze had de functie van fitnessmedewerker in het fitnesscentrum te Schaffen; in die hoedanigheid gaf ze aerobiclessen. Op 28 juni 2005 was mevrouw V. ziek, wat ze telefonisch meldde en wat ze op 29 juni 2005 met een medisch attest verantwoordde; niet betwist wordt dat zij het huis mocht verlaten. Op 30 juni 2005 werd zij ontslagen met dringende reden, omdat zij op die dag een aerobicles gegeven had voor eigen rekening, wat in strijd was met de ingeroepen arbeidsongeschiktheid; tevens werd gewezen op moeilijkheden en discussies met de zaakvoerder en de klanten, het niet bereikbaar zijn per telefoon en het niet bijwonen van de teamvergaderingen; ten slotte werd onderlijnd dat de houding van mevrouw V. tot moeilijkheden aanleiding gaf in verband met de vervanging van haar lessen. De vakorganisatie van mevrouw V. reageerde op dit ontslag in een brief van 18 juli 2005, waarin betwist werd dat mevrouw V. een les zou gegeven hebben; men stelde dat zij enkel wat informatie gegeven had bij gelegenheid van een activiteit, georganiseerd door KVLV; ook de andere feiten werden ontkend; men vroeg betaling van een opzeggingsvergoeding, gelijk aan het loon van 3 maanden en een afrekening van een aantal andere nog openstaande posten. In een brief van de werkgever van 25 juli 2005 en in een bijkomend schrijven van de raadsman van de bvba van 4 augustus 2005 werd de versie van mevrouw V. betwist, waarop de vakorganisatie nogmaals reageerde op 12 december 2005 door te verduidelijken dat de broer van mevrouw V. de les overgenomen had en zijzelf enkel wat theoretische uitleg over de oefeningen had gegeven; voor zover de arbeidsongeschiktheid werd betwist diende de werkgever volgens de vakorganisatie een controlearts in te schakelen. Partijen kwamen dus niet tot overeenstemming en op 23 december 2005 dagvaardde mevrouw V. haar werkgever in betaling van een opzeggingsvergoeding van euro 7.598,
  3. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank van Leuven van 12 april 2007 werd deze vordering gegrond verklaard, omdat de afwezigheid van mevrouw V. gedekt werd door een medisch attest; bij betwisting diende de werkgever een controlearts te sturen; tevens kon de werkgever geen bewijs putten uit eigen beweringen. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 30 mei 2007, tekende de bvba Fitness & Health Schaffen hoger beroep aan en vroeg dat de oorspronkelijke vordering als ongegrond zou worden afgewezen. Mevrouw V. vroeg in haar beroepsconclusie dat de bvba bijkomend zou worden veroordeeld tot afgifte van de aangepaste sociale documenten.
  4. BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Ook het beperkte incidenteel beroep in verband met de afgifte van de sociale documenten is ontvankelijk. Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt. Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig moeten zijn : - er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer, - die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt, - en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief (zie. W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium 04-05, nr. 5249). Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren. In beginsel kan een verantwoorde afwezigheid een ontslag om dringende reden niet rechtvaardigen ( W. VAN EECKHOUTTE, A. TAGHON, S. VAN OVERBEKE, Overzicht van rechtspraak Arbeidsovereenkomsten (1988-2005), T.P.R. 2006/1, 523, nr. 395). Het uitoefenen van een activiteit tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid maakt op zich geen dringende reden uit; arbeidsongeschiktheid impliceert immers dat de werknemer ingevolge ziekte of ongeval zijn werk, m.a.w. de overeengekomen arbeid, niet meer kan uitvoeren; het uitvoeren van andere dan de met de werkgever overeengekomen arbeid tijdens de arbeidsongeschiktheidperiode, is volgens de rechtspraak geen tekortkoming; maar wanneer de bewuste activiteit dezelfde en a fortiori een grotere inspanning vraagt dan de bedongen arbeid, kan de arbeidsongeschiktheid wel in vraag worden gesteld en mogelijkerwijze een ontslag om dringende reden verantwoorden ( zelfde auteurs, 525-526, nr. 396). In deze zaak is er tussen partijen betwisting omtrent de aard van de activiteit van mevrouw V. op 30 juni 2005; de bvba houdt op gezag van haar zaakvoerster voor dat mevrouw V. een volledige aerobicles heeft gegeven, terwijl betrokkene uitlegt dat het de laatste les was van een cyclus voor KVLV- vrouwen, zodat de les verkort werd tot een halfuur, waarna men samen een versnapering zou nuttigen, wat zij als afscheid wou meemaken; mevrouw V. houdt voor dat zij bij het begin van deze korte les enkel wat toelichting heeft gegeven en dat haar broer de les heeft overgenomen door de oefeningen voor te doen. Mevrouw V. ondersteunt haar versie door verklaringen van de deelnemers en van haar broer. De werkgever, op wie de bewijslast rust, brengt geen nuttige bewijselementen aan en beperkt zich tot het zoeken naar tegenstrijdigheden, zonder het bewijs te geven dat er een ernstige tekortkoming zou zijn, die de professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Terecht heeft de eerste rechter dan ook de dringende reden niet weerhouden bij gebrek aan bewijs, zodat het hoger beroep ongegrond is. Mevrouw V. heeft tevens recht op afgifte van de gebruikelijke sociale en fiscale documenten. Op grond van artikel 1017, 1 Ger. Wb. dient appellante tot de kosten van het hoger beroep te worden veroordeeld; mevrouw V. nodigt het hof uit om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof in verband met een mogelijke ongelijkheid in artikel 1022 Ger. Wb.; gelet echter op het feit dat een dergelijke prejudiciële vraag reeds aan het Grondwettelijk Hof is overgemaakt, gaat zij akkoord om in afwachting van de uitspraak hierover de beslissing over de begroting van de rechtsplegingsvergoeding op te schorten; gebeurlijk kan mevrouw V. dan gebruikmaken van artikel 1021, 2 Ger. Wb. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond; Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk, en gegrond; Bevestigt het bestreden vonnis; en veroordeelt bijkomend de bvba Fitness & Health Schaffen tot afgifte aan mevrouw V. van de aangepaste sociale documenten in verband met de opzeggingsvergoeding, met name de loonafrekening en een aangepast formulier C
  5. Veroordeelt appellante tot de kosten van het hoger beroep, deze tot op heden begroot aan de zijde van appellant op euro 900 en aan de zijde van geïntimeerde niet begroot. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS, L. REYBROECK. A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 7 november 2008 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081107.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.