id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 05 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081205.3 Rolnummer: 49.690 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-12-11 Raadplegingen: 131 - laatst gezien 2026-07-02 18:27 Fiche Wanneer de werkgever aan de werknemer het privaat gebruik van de bedrijfswagen toestaat, moet hij tijdens de periode van gewaarborgd loon wegens ziekte aan de werknemer het behoud van dit voordeel geven, zodat de werknemer bij vrijwillige teruggave van de wagen het recht heeft op een gelijkwaardig voordeel, daar anders het loon als essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst wordt verminderd. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Schorsing (arbeidsovereenkoms) Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - BEDIENDEN - Recht op privaat gebruik bedrijfswagen - Gewaarborgd loon ziekte. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 70 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 5 DECEMBER
- 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: De Heer B. J., Appellant, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mevrouw C. Boehlen, syndicaal afgevaardigde, drager van volmacht; Tegen : DE B.V.B.A. WANZL, met zetel gevestigd te 3001 Heverlee, Ambachtenlaan, 36, met ondernemingsnummer 0425 269 375, Geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter S. Geuvens loco Mter J. Goedhuys, advocaat te 3001 Leuven (Heverlee); Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Leuven (1 ste kamer B ) op de openbare terechtzitting van 18 januari 2007; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 28 maart 2007; - de besluiten en aanvullende synthesebesluiten van geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 5 maart 2008 en 30 juli 2008; - de besluiten van appellant neergelegd ter griffie op 27 mei 2008; - de bundel met stukken neergelegd door appellante partij ter griffie op 27 mei 2008; - de bundel met stukken neergelegd door geïntimeerde partij ter griffie op 1 september 2008; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 7 november 2008, waarna de debatten gesloten werden. x x x
- DE FEITEN EN RECHTSPLEGING. Op 7 januari 2002 kwam de heer B. in dienst van de B.V.B.A. WANZL als projectcoördinator. Tijdens een functioneringsgesprek in 2003 zou men aan de heer B. hebben laten kennen dat hij beter naar een andere dienstbetrekking zou zoeken. Bij aangetekende brief van 25 maart 2004 werd de arbeidsovereenkomst van de heer B. opgezegd met een opzeggingstermijn van 3 maanden, ingaande op 1 april
- Tijdens de opzeggingsperiode werd de heer B. ziek van 31 mei 2004 tot en met 18 juni
- Tijdens deze ziekteperiode werd de heer B. op 11 juni 2004 uitgenodigd om zijn bedrijfswagen in te leveren; dit gebeurde zonder discussie ; maar later bij aangetekende brief van 24 juni 2004 tekende de heer B. hiertegen toch protest aan, omdat de bestaande loon- en arbeidsvoorwaarden tijdens de opzeggingstermijn niet behouden bleven, waardoor een essentieel element van zijn arbeidsovereenkomst gewijzigd werd, met name zijn verloning en waarbij hij vroeg dat dit zou worden hersteld. Rekening houdend met de schorsing wegens ziekte, liep de opzeggingstermijn af op 22 juli
- De vakorganisatie van de heer B. stelde op 16 februari 2005 de B.V.B.A. in gebreke in betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding van 2 maanden, het loon voor de feestdag van 15 augustus 2004 en een vergoeding voor de waarde van het privégebruik van de wagen tijdens de periode van 11 juni 2004 tot en met 22 juli 2004, begroot op euro 350 x 3/13 x 6 weken = euro 484,
- De werkgever reageerde hierop bij aangetekende brief van 2 maart 2005 en gaf meer duidelijkheid omtrent haar houding in verband met de opzegging; uit de reactie van de vakorganisatie van 13 mei 2005 volgt dat partijen niet tot overeenstemming kwamen, zodat op 6 juni 2005 een dagvaarding volgde, waarbij de heer B. vorderde : - een opzeggingsvergoeding van 2 maanden of euro 7.215,66 - feestdagenloon 15 augustus 2004 of euro 127,51 - vergoeding verlies voordeel bedrijfswagen of euro 484,62, - bedragen te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten - afgifte sociale en fiscale documenten Bij vonnis van de arbeidsrechtbank van Leuven van 18 januari 2007 werd deze vordering slechts gegrond verklaard wat betreft het feestdagenloon en wat betreft de vergoeding voor de auto, maar dan voor een bedrag van euro 167; tevens diende de B.V.B.A. de aangepaste sociale en fiscale documenten af te leveren. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof op 23 maart 2007, tekende de heer J. B. hoger beroep aan en hernam hij zijn oorspronkelijke vordering, behalve wat betreft het feestdagenloon, waarvoor hij slechts de intresten vorderde ten bedrage van euro 8,
- Bij incidenteel beroep vroeg de B.V.B.A. dat de oorspronkelijke vordering integraal zou worden afgewezen.
- BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep. 1.De vergoeding voor privégebruik firmawagen vanaf 11 juni
- Niet betwist wordt dat de heer B. een bedrijfswagen, VW Caddy, ter beschikking had en dat hij deze wagen ook privé mocht gebruiken; dit volgt overigens uit de loonfiches. Een bedrijfswagen is een arbeidsgereedschap, dat de werknemer in goede staat aan de werkgever moet teruggeven ( artikel 17, 5° van de arbeidsovereenkomstenwet). Het privégebruik van de firmawagen is echter een voordeel voor de werknemer, dat hem ingevolge de arbeidsovereenkomst toekomt als tegenprestatie voor zijn arbeid, zodat het een loonelement is. Een bediende die is aangeworven voor onbepaalde tijd, behoudt het recht op zijn loon gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ( artikel 70 van de arbeidsovereenkomstenwet). Wanneer de arbeidsovereenkomst omwille van ziekte geschorst is, wordt ze niet uitgevoerd, zodat de bediende tijdens deze periode geen recht heeft op het behoud van het arbeidsgereedschap, maar de werkgever kan anderzijds het gewaarborgd maandloon niet verminderen. Hieruit vloeit voort dat de werkgever tijdens deze periode alleszins aan de werknemer het behoud van dit voordeel moet geven, zodat de werknemer bij vrijwillige teruggave van de wagen recht heeft op een gelijkwaardig voordeel, daar anders het loon als essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst wordt verminderd. (vgl. J. HERMAN, Bedrijfswagen en schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, Or. 2001, 113 e.v., meer bepaald 115) Ook tijdens de opzeggingperiode heeft de werknemer recht op behoud van alle voordelen die aan zijn tewerkstelling waren verbonden. Terecht vraagt de heer B. dan ook een vergoeding voor het privégebruik van de wagen voor de periode van 11 juni 2004 tot 22 juli 2004; ook de eerste rechter erkende dit recht, maar heeft het voordeel van het privégebruik van de firmawagen begroot op zijn fiscale waarde, terwijl het voordeel op zijn reële waarde dient te worden vergoed. Gelet op het feit dat aan de heer B. een VW Caddy was er beschikking gesteld, raamt het arbeidshof dit voordeel op euro 200 per maand. De heer B. heeft dan ook recht op een vergoeding van euro 200 x 3/13 x 6 weken = euro 276,
- In die mate is zijn hoger beroep op dit punt gegrond; het incidenteel beroep is ongegrond. 2.De passende opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn bij toepassing van artikel 82 § 3 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak (Cass., 8 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, 17; Cass., 17 september 1975, T.S.R. 1976, 14; Cass., 3 februari 1986, J.T.T. 1987, 58; Cass., 4 februari 1991, R.W. 1990-1991, 1407) en met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen ( Cass., 19 januari 1977, Arr. Cass. 1977,5 161; Cass., 9 mei 1994, Soc. Kron. 1994,2 153). Ten onrechte stelt de N.V. dat het voordeel van het privaat gebruik van de firmawagen niet meer in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding mag worden opgenomen, omdat de bedrijfswagen tijdens de ziekteperiode was teruggevraagd; hierboven werd beslist dat de heer B. recht had op het behoud van dit voordeel en dat het kan worden geraamd op euro 200 per maand. De opzeggingsvergoeding kan dan ook worden berekend op basis van volgend jaarloon : vast loon euro 2762,73 x 13,92 = euro 38.457,20 werkgeversbijdrage groepsverzekering euro 636,72 privaat gebruik firmawagen euro 2.400,00 totaal euro 41.493,92 Mits een juiste evaluatie te geven aan de anciënniteit ( 2 jaar en 2 maanden), de leeftijd (° 13/07/1959, 44 jaar en 8 maanden), de functie van projectcoördinator en het jaarloon van euro 41.493,92 kan de opzeggingstermijn in redelijkheid worden bepaald op 4 maanden. Aangezien de heer B. reeds een opzeggingstermijn van drie maanden gepresteerd heeft, heeft hij nog recht op een opzeggingsvergoeding van 1 maand, die kan worden begroot op euro 41.493,92 x 1/12 = euro 3.457,
- In die mate is het hoger beroep gegrond. Aldus houdt het arbeidshof niet alleen rekening met de anciënniteit, maar ook met de leeftijd, de functie en het bedrag van het loon en deze laatste factoren bemoeilijken in de situatie van de heer B. de kans om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden. Ten onrechte wil de B.V.B.A. als omstandigheid eigen aan de zaak inroepen het feit dat er in de loop van 2003 een functioneringsgesprek is geweest; dit is geen element dat verband houdt met de kans om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden. 3.De intrest op het feestdagenloon van 15 augustus
- Partijen zijn het erover eens dat de feestdag van 15 augustus betaald is omstreeks 4 mei
- De B.V.B.A. vroeg dienaangaande het bewijs dat de heer B. in augustus 2004 niet voor een andere werkgever had gewerkt en dit werd haar slechts bezorgd bij brief van 31 januari
- Op grond van artikel 14 van het K.B. van 18 april 1974 tot uitvoering van de feestdagenwet moet de werkgever het feestdagenloon voor de feestdagen die vallen in de periode van 30 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst slechts betalen, indien de werknemer niet arbeidt voor een nieuwe werkgever; de B.V.B.A. bekwam hiervoor slechts de gegevens op 31 januari 2006, zodat de heer B. slechts aanspraak kan maken op intresten tussen 31 januari 2006 en 4 mei 2006, of euro 71,49 x 7% x 3/12 = euro 1,
- Behoudens dit gedeelte is het incidenteel beroep gegrond. Wat betreft de toegekende bedragen heeft de heer B. recht op de aangepaste sociale en fiscale bescheiden. Wat de intresten betreft, werd het Koninklijk Besluit van 3 juli 2005 door de wetgever bekrachtigd via de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (B.S. 16 juni 2008). Hieruit volgt dat de intresten op de toegekende bedragen slechts kunnen berekend worden op de netto bedragen,daar de beëindiging van de tewerkstelling dateert van 22 juli 2004, hetzij voor 1 juli
- Op grond van artikel 1017, 1 Ger. Wb. dient appellant tot de kosten van het hoger beroep te worden veroordeeld; de heer B. nodigt het hof uit om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof in verband met een mogelijke ongelijkheid in artikel 1022 Ger. Wb.; gelet echter op het feit dat een dergelijke prejudiciële vraag reeds aan het Grondwettelijk Hof is overgemaakt, gaat zij akkoord om in afwachting van de uitspraak hierover de beslissing over de begroting van de rechtsplegingsvergoeding op te schorten; gebeurlijk kan de heer B. dan gebruikmaken van artikel 1021, 2 Ger. Wb. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Verklaart het hoofdberoep en het incidenteel beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, Vernietigt het bestreden vonnis van 18 januari 2007, behalve wat betreft de gerechtskosten eerste aanleg en opnieuw recht doende voor het overige, Verklaart de oorspronkelijke vordering van de heer B. ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond en veroordeelt de B.V.B.A. Wanzl tot betaling van volgende bedragen aan de heer B.: - Opzeggingsvergoeding van euro 3.457,83 - Vergoeding privé gebruik firmawagen van euro 276,92, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten op netto en te vermeerderen met euro 1,25 als intrest op feestdagenloon Veroordeelt de B.V.B.A. Wanzl tot afgifte aan de heer B. van de aangepaste sociale en fiscale bescheiden voor de toegekende bedragen. Veroordeelt de B.V.B.A. Wanzl tot de gerechtskosten hoger beroep, deze, voor zover als nodig, begroot aan de zijde van de B.V.B.A. Wanzl op euro 900 en aan de zijde van de heer B. niet begroot. Wijst het meergevorderde af. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS, L. REYBROECK. A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 5 december 2008 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081205.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div