id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 19 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081219.5 Rolnummer: 50.222 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-02-05 Raadplegingen: 124 - laatst gezien 2026-07-02 18:35 Fiches 1 - 2 Degene die zich op het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger beroept, moet zijn hoedanigheid bewijzen;de bediende wiens activiteiten zowel commerciële als andere aspecten vertoont, maar die niet bewijst welke van beide aspecten doorslaggevend is, kan zich niet beroepen op de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger. Wanneer een belangrijk deel van de taken betrekking heeft op de opvolging van geplaatste IT-consultants, toont men onvoldoende aan dat men werkt als handelsvertegenwoordiger, omdat dergelijke opvolging geen hoofdzakelijk verband houdt met het onderhandelen en het sluiten van zaken. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Handelsvertegenwoordigers Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 4 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gerangschikt onder II AAN art.
- Eveneens gerangschikt onder II DN art.
- Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - HANDELSVERTEGENWOORDIGERS - Handelsvertegenwoordiger die in dienst wordt genomen om op bestendige wijze zijn beroep uit te oefenen. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 88 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gerangschikt onder II DN art.
- Eveneens gerangschikt onder II AAN art.
- Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 19 DECEMBER
- 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Heropening der debatten op 26 juni 2009 om 14 uur 30'. In de zaak: DE USG INNOTIV SAP N.V. (voorheen BUREAU VAN DIJK COMPUTER SERVICES N.V.), met zetel gevestigd Buro & Design Center, 1020 Brussel, Esplanade B69, Geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep,vertegenwoordigd door Mter R. Claes, advocaat te 1150 Brussel; Tegen : Mevrouw M.-J. B., wonende te [xxx], Geïntimeerde, appelante op incidenteel hoger beroep, verschijnend in persoon en bijgestaan door Mter O. Van Obberghen, advocaat te 1800 Vilvoorde; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (2de kamer) op de openbare terechtzitting van 8 mei 2007; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 7 september 2007; - de besluiten voor geïntimeerde neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 7 februari 2008; - de besluiten voor appellante neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 9 april 2008; - de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 21 november 2008, waarna de debatten gesloten werden.
- DE FEITEN EN RECHTSPLEGING. Mevrouw B. kwam op 9 december 2002 in dienst van het toenmalige Bureau van Dijk Computers Services, thans appellante, ( hierna afgekort en aangeduid als BVD) in de hoedanigheid van Account Manager Secondment and European Commission. In die hoedanigheid diende zij hoogopgeleide IT consultants te plaatsen bij grote bedrijven en onder meer bij de directoraten-generaal van de Europese commissie. Na het samengaan van BVD met Beaver werd mevrouw B. ontslagen op 17 januari 2006 met betaling van een opzeggingsvergoeding, gelijk aan het loon van 3 maanden, becijferd op euro 17.682,
- Op 18 mei 2006 liet de raadsman van mevrouw B. aan BVD weten dat hij niet akkoord kon gaan met deze opzegging en maakte hij een ontwerp van dagvaarding over op basis waarvan hij een opzeggingsvergoeding vroeg berekend op het loon van 11 maanden, samen met een uitwinningsvergoeding, achterstallige commissielonen, een achterstallige 13e maand en het vakantiegeld erop en toekomstig commissieloon. Bij antwoordschrijven van 23 mei 2006 verwierp de raadsman van BVD deze aanspraken. Partijen kwamen aldus niet tot overeenstemming en op 30 oktober 2006 ging mevrouw B. tot dagvaarding over, waarbij zij vroeg : - een aanvullende opzeggingsvergoeding van euro 100.156,98 - een uitwinningsvergoeding van euro 32.138,04 euro - achterstallig variabel loon van euro 31.227,84 vermeerderd met het vakantiegeld hierop - commissieloon na einde arbeidsovereenkomst ten bedrage van euro 13.938,45 en euro 7.806,
- Bij vonnis van de arbeidsrechtbank van Brussel van 8 mei 2007 werd deze vordering ontvankelijk en gegrond verklaard in volgende mate : - een aanvullende opzeggingsvergoeding van euro 60.498,16 onder aftrek van een nettobedrag van euro 1.677,65 - een uitwinningsvergoeding van euro 29.317,75 - achterstallig variabel loon 2005 ten bedrage van euro 31.127,84 en euro 1 provisioneel als vakantiegeld hierop, dit alles te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten en met de gerechtskosten. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 7 september 2007 tekende de huidige appellante hoger beroep aan tegen dit vonnis teneinde de oorspronkelijke vordering van mevrouw B. te zien afwijzen als ongegrond. Mevrouw B. tekende incidenteel beroep aan teneinde haar oorspronkelijke vordering integraal te zien toekennen.
- BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep. Het arbeidshof zal eerst nagaan of mevrouw B. kan beschouwd worden als handelsvertegenwoordiger, wat van belang is voor haar vordering in verband met de uitwinningsvergoeding en het commissieloon na einde tewerkstelling; vervolgens zal haar aanspraak op variabel loon en op een bijkomende opzeggingsvergoeding worden onderzocht. 2.1 Is mevrouw B. handelsvertegenwoordiger? In artikel 4 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt de activiteit van een handelsvertegenwoordiger omschreven als volgt : " De arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger is de overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich verbindt tegen loon cliënteel op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers ". De vertegenwoordigingsactiviteit dient in hoofdzaak te worden uitgeoefend, wat volgt uit artikel 88 van de arbeidsovereenkomstenwet : Op de bepalingen van deze titel kan zich alleen beroepen de handelsvertegenwoordiger die in dienst wordt genomen om op bestendige wijze zijn beroep uit te oefenen, zelfs indien hij door zijn werkgever wordt belast met bijkomstig werk dat van andere aard is dan de handelsvertegenwoordiging. Dat voordeel wordt... niet verleend aan de bediende die er af en toe mede wordt belast, samen met zijn arbeid binnen de onderneming, stappen te doen bij de cliëntèle. Degene die zich op het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger beroept, moet zijn hoedanigheid bewijzen (Arbh. Antwerpen, 13 februari 2004, J.T.T. 2004, 361 met een omstandige analyse van de parlementaire voorbereiding in verband met de bewijslast en P. Leclercq, Het statuut van de handelsvertegenwoordiger, Kluwer,Sociale Praktijkstudies, 2006, 19); de bediende wiens activiteiten zowel commerciële als andere aspecten vertoont, maar die niet bewijst welke van beide aspecten doorslaggevend is, kan zich niet beroepen op de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger (Arbh. Brussel, 27 januari 2004, A. R. 39.550). In verband met de juiste activiteit van mevrouw B. verwijzen beide partijen naar de omschrijving in de inleidende dagvaarding, waarin te lezen staat : Haar functie bestond voornamelijk uit beheer van bestaande klanten, prospectie bij bestaande klanten, prospectie bij nieuwe klanten, aanwerving van consultants, follow-up van consultants bij de klant. In deze omschrijving ligt een groot gewicht op het beheer van de bestaande klanten en de aanwerving en de follow-up van consultants bij de klant. Mevrouw B. verwijst naar een verklaring van de commercieel verantwoordelijke van BVD om voor te houden dat haar taak vooral commercieel was en zij leidt hieruit af dat zij als handelsvertegenwoordiger moet worden beschouwd. Nochtans omschrijft deze verklaring haar situatie als volgt : Elke week hadden we een individueel onderhoud om haar portfolio te evalueren, evenals de evolutie van de verschillende contracten die zij beheerde. Hieruit kan afgeleid worden dat een belangrijk gedeelte van haar taak bestond in het beheren en opvolgen van de werkzaamheden van de consultants. Ook in haar beroepsconclusie, pagina 17, bevestigt mevrouw B. dat de opvolging van bestaande contracten uitermate belangrijk was, omdat dit kon resulteren in nieuwe of voortgezette contracten. Aldus wordt echter de handelsvertegenwoordigingactiviteit beschouwd als een afgeleide van de opvolging van de consultants; dit laatste onderdeel wordt als uitermate belangrijk en dus primordiaal omschreven. Dit wordt ook bevestigd door de verklaring van de heer Eric Beekmans, waarin kan gelezen worden dat de opvolging van de consultants een erg belangrijk onderdeel was, omdat dit juist bij ING omwille van specifieke omstandigheden per uitzondering niet diende te gebeuren. Anderzijds onderlijnt mevrouw B. op pagina 10 van haar beroepsbesluiten dat een groot deel van haar activiteiten gericht was op het plaatsen van consultants bij de Europese commissie; dit gebeurde echter in het kader van een raamcontract binnen een consortium met twee concurrenten, waarbij de leiding van het consortium in handen lag van SERCO. In graad van hoger beroep brengt appellante bijkomende stukken voor omtrent dit consortium ( haar stukken 11 en 12) waaruit kan afgeleid worden dat de contracten verworven werden op het niveau van het consortium via geanonimiseerde cv's met de logo's van de drie maatschappijen. Het onderhandelen over en het sluiten van zaken gebeurde dan ook niet via bezoeken van mevrouw B. bij de directoraten-generaal van de Europese commissie, maar kaderde in de werkzaamheid van het consortium. De omstandigheid dat nadien mevrouw B. opvolgingscontacten had met de directoraten-generaal, maakt niet dat zij hierdoor als handelsvertegenwoordiger kan worden beschouwd. De talrijke verklaringen, die mevrouw B. voorbrengt in verband met een zogenaamde vertegenwoordigingstaak, doelen dan ook voor een belangrijk deel op de opvolging en tonen dan ook onvoldoende aan dat mevrouw B. als handelsvertegenwoordiger kan worden beschouwd, omdat deze zogenoemde vertegenwoordiging geen hoofdzakelijk verband houdt met het onderhandelen en het sluiten van zaken. Er is dan ook niet aangetoond dat mevrouw B. in hoofdzaak cliënteel opspoorde en bezocht met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken. Ze kan dan ook niet als handelsvertegenwoordiger worden beschouwd en haar vorderingen in verband met de uitwinningsvergoeding en de commissielonen na einde tewerkstelling zijn dan ook ongegrond. Terecht heeft de eerste rechter bovendien vastgesteld dat het variabel loon hier geen commissieloon is. Het hoofdberoep met betrekking tot de uitwinningsvergoeding is gegrond en het incidenteel beroep met betrekking tot de commissielonen na einde tewerkstelling is ongegrond. 2.2 Het variabel loon. In artikel 6 van de arbeidsovereenkomst van 29 .11.2002 wordt bepaald : Het bruto maandloon van de werknemer bedraagt euro
- Het variabele gedeelte van het loon bedraagt euro 27.000/jaar bij het behalen van 100 % target. Tot 31 december 2002 wordt het variabele gedeelte pro rata gegarandeerd. ... Op 29 april 2003 wordt een aanvullende overeenkomst afgesloten waarin voor het jaar 2003 variabel loon in het vooruitzicht wordt gesteld als aanvulling op het vast loon en berekend in verhouding tot het bereiken van de tussen partijen overeengekomen doelstellingen. Deze variabele premie kan slechts verworven worden volgens de regels en voorwaarden bepaald in deze overeenkomst en zijn bijlage die elke vroegere overeenkomst vervangt en vernietigt. In de bijlagen worden doelstellingen vastgesteld voor een volwaardige variabele premie op het niveau van euro 27.
- In 2003 wordt het variabel loon op deze basis berekend en uitgekeerd, datzelfde gebeurt voor 2004 en men vindt hiervan de bevestiging in de e-mail van 20 januari 2005 van manager Rika Coppens aan mevrouw B.. Uit de loonfiche van januari 2005 kan afgeleid worden dat mevrouw B. aldus voor het jaar 2004 een variabel loon ten bedrage van euro 31.227,84 ontving. De jaarlijkse uitbetaling van het variabel loon toont dan ook aan dat voor mevrouw B. het recht op variabel loon ter waarde van euro 27.000 bij het bereiken van 100 % van de doelstellingen verworven was, zodat uit de aanvullende overeenkomst voor het jaar 2003 geenszins kan afgeleid worden dat mevrouw B. hiervan afstand zou gedaan hebben; deze overeenkomst bepaalde immers slechts de regels en voorwaarden en deed geen afbreuk aan het principieel recht op variabel loon ter grootte van euro 27.000 bij het bereiken van de doelstellingen, zoals vastgesteld in artikel 6 van de arbeidsovereenkomst. BVD kan zich niet beroepen op het Schema variabele verloning 2005 Bureau van Dijk CS België. Mevrouw B. betwist dat dit stuk tijdens haar tewerkstelling aan haar is voorgelegd en zij stelt dat zij dat onmogelijk zou kunnen aanvaard hebben, daar het variabel loon bij 100 % target herleid werd van euro 27.000 naar volgens haar zeggen euro 5.000, wat ze alleszins zou beschouwd hebben als een wijziging van een essentieel bestanddeel van haar arbeidsovereenkomst. Het door BVD voorgelegde stuk werd door mevrouw B. niet ondertekend, zodat het niet terzake dienend is en niet kan aangewend worden als bewijs dat mevrouw B. akkoord zou gegaan zijn met een substantiële vermindering van haar variabel loon. Terecht stelt mevrouw B. dat het bedrag van euro 700 in de bijkomende loonfiche voor oktober 2005 slechts kan beschouwd worden als een voorschot op het haar toekomende variabel loon. Waar het variabel loon voor de prestaties 2005 dus verder moet worden berekend op basis van de aanvullende overeenkomst van 29 april 2003, daar ze ook nadien de berekeningsbasis is gebleven, dienen deze regels nog wel te worden toegepast op de doelstellingen voor het jaar
- Partijen hebben hierover betwisting en er wordt door niemand een concrete becijfering van het variabel loon voorgebracht. In verband met het behalen van de doelstelling toont mevrouw B. wel aan dat zij zowel bijdroeg tot het zakencijfer van het Bureau van Dijk als tot dit van Beaver, aangezien zij gelet op de samenwerking tussen de twee maatschappijen voor beiden werkte ( haar stukken 8, 12 en 13). In ondergeschikte orde, houdt BVD voor dat voor zover voor het jaar 2005 zou gewerkt worden met een combinatie Beaver objectieven en bonusregeling Van Dijk dit tot een resultaat zou leiden van euro 9.053,15, maar hierbij wordt klaarblijkelijk uitgegaan van het niet toepasselijke Schema 2005 (zie hierboven) en enkel van de Beaver objectieven, terwijl mevrouw B. zowel voor BVD als Beaver werkte. Het past derhalve de debatten te heropenen teneinde appellante in de mogelijkheid te stellen om op basis van de zakencijfers van beide afdelingen toepassing te maken van de afspraken die zijn vastgelegd in de aanvullende overeenkomst van 29 april 2003 in verband met het variabel loon; mevrouw B. kan dan bij wijze van repliek haar opmerkingen over deze becijfering formuleren. Het arbeidshof kan dan nadien een beslissing nemen in verband met het gevraagde variabel loon, het vakantiegeld hierop en de begroting van de opzeggingsvergoeding. De behandeling van deze vorderingen wordt dan ook aangehouden. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en reeds gedeeltelijk gegrond wat betreft de uitwinningsvergoeding , Verklaart het incidenteel hoger beroep ontvankelijk en reeds ongegrond wat betreft de commissielonen einde dienst, Hervormt het bestreden vonnis en reeds gedeeltelijk opnieuw recht doende, Verklaart de vordering van mevrouw B. wat betreft de uitwinningsvergoeding ontvankelijk, doch ongegrond, Bevestigt het vonnis wat betreft de afwijzing van de vordering commissielonen einde dienst, Houdt de overige vorderingen aan en Beveelt de heropening der debatten teneinde appellante in de mogelijkheid te stellen om op basis van de zakencijfers van de afdelingen Bureau Van Dijk en Beaver toepassing te maken van de afspraken die zijn vastgelegd in de aanvullende overeenkomst van 29 april 2003 in verband met het variabel loon en teneinde geïntimeerde toe te laten haar opmerkingen op deze afrekening te formuleren. Bepaalt de conclusietermijnen als volgt : Appellante partij zal haar besluiten na heropening der debatten neerleggen ter griffie en overleggen uiterlijk op 25 februari 2009; Geïntimeerde partij zal haar besluiten na heropening der debatten neerleggen ter griffie en overleggen uiterlijk op 24 april 2009; Stelt deze heropening der debatten op de openbare terechtzitting van de 3de Kamer van het Arbeidshof op 26 juni 2009 om 14 uur 30'. Houdt de kosten aan. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS, L. REYBROECK. A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 19 december 2008 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.20081219.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div