← België

ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090227.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 27 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090227.2 Rolnummer: 46.630;46.810 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-03-05 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-02 19:18 Fiche 1 De materiële bevoegdheid wordt bepaald naar het onderwerp van de vordering zoals deze door de eiser wordt geformuleerd, ongeacht de vraag of de vordering op deze basis gegrond kan bevonden worden. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Materiële bevoegdheid. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 578 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Nota: Gerangschikt onder I A art.

  1. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder I A art. 627, 9°. Gepubliceerd in J.T.T. 2009,302 Fiche 2 Volgens artikel 627, 9° Ger.Wb. is tot kennisneming van de vordering alleen bevoegd de rechter van de plaats waar ... de werkplaats, het magazijn, het kantoor gelegen is en in het algemeen, van de plaats die bestemd is voor de exploitatie van de onderneming, de uitoefening van het beroep of de werkzaamheid van de ... vereniging ... voor alle geschillen bedoeld in o.m. het artikel
  2. De deelneming van een betaalde sportbeoefenaar aan wedstrijden over gans het land en zelfs in het buitenland volstaat niet om te doen besluiten tot de territoriale bevoegdheid van alle arrondissementen waarin deze wedstrijden kunnen plaatsvinden UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Territoriale bevoegdheid Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Territoriale bevoegdheid. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 627, 9° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Nota: Gerangschikt onder I A art. 627, 9°. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder I A art.
  3. Gepubliceerd in J.T.T. 2009,302 Annotaties Publicaties: Journal des Tribunaux du travail - - 2009, blz 302 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 27 FEBRUARI
  4. 3de KAMER Bediendecontract Op tegenspraak Definitief + verzending Arbeidshof Gent (afdeling Brugge) In de zaken : A.R. nr. 46.630 : De Heer B. R., Appellant, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter H. Vanden Nest loco Mter E. Gevaert, advocaat te 8500 Kortrijk; Tegen : De Heer S. C., 1ste geïntimeerde, appellant op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter K. De Saedeleer loco Mter J. Maeschalck, advocaat te 1731 Zellik; Mevrouw V. F., en Mevrouw V. C., , beiden handelend in hun hoedanigheid van erfopvolgers van de Heer W. V., voormalig beheerder van de V.Z.W. WIELERCLUB KORTRIJKE GROENINGHE SPURTERS Tweede geïntimeerden, geïntimeerden op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter J. Dekeyzer loco Mters Debel & Matthijs, advocaten te 8560 Wevelgem; A.R. nr. 46.810 : Mevrouw V. F., en Mevrouw V. C., beiden handelend in hun hoedanigheid van erfopvolgers van de Heer W. V., voormalig beheerder van de V.Z.W. WIELERCLUB KORTRIJKE GROENINGHE SPURTERS; Appellanten, geïntimeerden op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter J. Dekeyzer loco Mters Debel & Matthijs, advocaten te 8560 Wevelgem; Tegen : De Heer S. C., 1ste geïntimeerde, appellant op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter K. De Saedeleer loco Mter J. Maeschalck, advocaat te 1731 Zellik; De Heer B. R., Tweede geïntimeerde, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter H. Vanden Nest loco Mter E. Gevaert, advocaat te 8500 Kortrijk; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (2de kamer) op 4 maart 2005; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 28 april 2005 in de zaak met A.R. nr. 46.630 en op 17 juni 2005 in de zaak met A.R. nr. 46.810; - de akte van gedinghervatting neergelegd ter griffie van dit Hof op 31 mei 2005; - de besluiten van partijen; - de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de buitengewone openbare terechtzitting van 30 januari 2009, waarna de debatten gesloten werden 1.FEITEN EN RECHTSPLEGING. Op 26 december 2002 bracht de heer C. S. dagvaarding uit lastens de heren R. B. en W. V. voor de arbeidsrechtbank te Brussel en vroeg de veroordeling, solidair, in solidum, minstens de ene bij gebrek aan de andere, tot betaling van een schadevergoeding van euro 8.739,49 voor niet betaalde lonen en premies, vermeerderd met interesten. De heer V. stelde een tussenvordering in vrijwaring in lastens de heer B. voor het geval hij zou veroordeeld worden op de vordering van de heer S.. De heren B. en V. waren beheerders van de V.Z.W. Wielerclub Kortrijk Groeninghe Spurters, die vrijwillig ontbonden werd. Bij vonnis van 4 maart 2005 werd de hoofdvordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard voor een solidaire veroordeling van euro 7.039,41, te vermeerderen met de compensatoire interesten vanaf 1 juli 2001 en de gerechtelijke intresten; de tussenvordering werd afgewezen als zijnde ongegrond. De heren B. en V. betwistten zowel de materiële als de territoriale bevoegdheid van de eerste rechter, die zich bevoegd achtte. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen op de griffie van het arbeidshof te Brussel op 28 april 2005, tekende de heer B. hoger beroep aan en handhaafde hij zijn exceptie van onbevoegdheid en vroeg ondergeschikt dat de vordering van de heer S. onontvankelijk, minstens ongegrond zou worden verklaard ( A. R. 46.630) Ook de erfopvolgers van wijlen de heer W. V. tekenden hoger beroep aan tegen het vonnis en handhaafden tevens hun onbevoegdheidexceptie en zij vroegen verder de algehele of minstens gedeeltelijke vernietiging van het vonnis van de eerste rechter wat betreft de toewijzing van de oorspronkelijke vordering van de heer S.; in nog meer ondergeschikte orde vroegen zij dat de oorspronkelijke vordering in vrijwaring gegrond zou worden verklaard. De heer S. stelde incidenteel beroep in en vroeg de volledige toewijzing van zijn oorspronkelijke vordering.
  5. BEOORDELING. Aangezien de beide hogere beroepen betrekking hebben op dezelfde vordering en op hetzelfde vonnis, dienen ze voor een goede rechtsbedeling te worden samengevoegd. Wat betreft de bevoegdheid.
  6. De materiële bevoegdheid. In de inleidende dagvaarding van 26 december 2002 verwijst de heer S. uitdrukkelijk naar het bestaan van een arbeidsovereenkomst en hij steunt zijn vorderingen hierop. Terecht stelt de eerste rechter dat de materiële bevoegdheid bepaald wordt naar het onderwerp van de vordering zoals deze door de eiser wordt geformuleerd, ongeacht de vraag of de vordering op deze basis gegrond kan bevonden worden ( Cass., 8 september 1978, R.W.1978-1979, 960; Cass., 4 mei 1981, R.W. 1982-1983, 147). De arbeidsrechtbank heeft zich dan ook terecht materieel bevoegd verklaard rekening houdend met artikel 578,1° Ger. Wb.
  7. De territoriale bevoegdheid. De eerste rechter verklaarde zich tevens territoriaal bevoegd op grond van artikel 627,9° Ger. Wb. en schoof het bevoegdheidsbeding in de overeenkomst van 5 september 2000 terzijde gelet op artikel 630 Ger. Wb. Volgens artikel 627,9° Ger. Wb. is tot kennisneming van de vordering alleen bevoegd de rechter van de plaats waar ... de werkplaats, het magazijn, het kantoor gelegen is en in het algemeen, van de plaats die bestemd is voor de exploitatie van de onderneming, de uitoefening van het beroep of de werkzaamheid van de ... vereniging ... voor alle geschillen bedoeld in o.m. het artikel
  8. De eerste rechter achtte zich aldus bevoegd omdat de heer S. in het gerechtelijk arrondissement Brussel aan wielerwedstrijden had deelgenomen, georganiseerd door de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond. Hij verwees daarbij naar analogie naar de rechtspraak in verband met de territoriale bevoegdheid van handelsvertegenwoordigers, wiens sector zich over meerdere arrondissementen uitstrekt. Zoals uit de naam van de wielerclub zelf blijkt, was de V.Z.W. gevestigd en verankerd te Kortrijk, in welk arrondissement de kantoren gelegen zijn en de exploitatie plaatsvond; ook de uitoefening van het beroep en de werkzaamheid van de vereniging, met onder meer de trainingen in functie van de te rijden wedstrijden, gebeurden aldaar. De deelneming van een betaalde sportbeoefenaar aan wedstrijden over gans het land en zelfs in het buitenland volstaat niet om te doen besluiten tot de territoriale bevoegdheid van alle arrondissementen waarin deze wedstrijden kunnen plaatsvinden ( zie J. Petit, Sociaal Procesrecht, ICA, Die Keure, 661, nr. 575; D. Marechal, Compétence territoriale et jurisdictions sociales, http://liege.obfg.be/revue/ Info-de Droit-Social 291001.htm en de aldaar aangehaalde rechtspraak in verband met sportbeoefenaars; Arbh. Antwerpen, 28 juni 2005, RABG 2005, 1658). In dit laatste arrest wordt terecht de parallel met de handelsvertegenwoordigers verworpen, omdat de activiteit van de handelsvertegenwoordiger in de sector bestendig is en dit niet kan vergeleken worden met een relatief kortstondige aanwezigheid bij een éénmalige wedstrijd. Bij een handelsvertegenwoordiger behoort de afspraak rond de sector overigens tot de contractuele overeenkomst tussen werkgever en werknemer, terwijl de beslissing omtrent de plaats van een wielerwedstrijd voortvloeit uit de keuze van de organisatoren en van de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond, zijnde derden bij de overeenkomst. Terecht vergelijken de erfgenamen V. dan ook eerder met de tewerkstelling bij een aannemer, waar ook de toevallige plaats van de werf niet de territoriale bevoegdheid conditioneert of met de tewerkstelling van buschauffeurs, waar ook de reisweg niet als beslissend criterium voor de territoriale bevoegdheid geldt (Arrond.rb. Luik, 13 september 2001, J.L.M.B. 2001, 1579). Ten onrechte heeft de eerste rechter zich dan ook territoriaal bevoegd geacht en bij toepassing van artikel 643 Ger. Wb. beslist de rechter in hoger beroep over de exceptie van onbevoegdheid en verwijst hij de zaak, indien daartoe grond bestaat, naar de bevoegde rechter in hoger beroep, hier het arbeidshof te Gent afdeling Brugge, zodat aldaar verder kan geoordeeld worden als naar recht. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Voegt de hogere beroepen, gekend onder A. R. 46.630 en 46.810 samen, Verklaart zich territoriaal onbevoegd en verzendt de zaak bij toepassing van artikel 643 Ger. Wb. naar het arbeidshof te Gent afdeling Brugge. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De Heer L. LENAERTS, Raadsheer, De Heer E. VAN LAER, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer H. ENGELEN, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. HERREGODTS, L. LENAERTS, E. VAN LAER. H. ENGELEN. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 27 februari 2009 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090227.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.