id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 24 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090424.4 Rolnummer: 51.072 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-05-11 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-07-02 19:37 Fiche Wanneer de werkgever na een IBO-overeenkomst een tewerkstelling aanbiedt in een verschillend arbeidsregime, dat niet voldoet aan de minimumvoorwaarden van tewerkstelling, zoals vastgelegd in een algemeen verbindend verklaarde CAO, kan aan de werknemer niet verweten worden met dit aanbod niet te hebben ingestemd en dient de werkgever de overeengekomen vergoeding voor een schending van de tewerkstellingsverbintenis te betalen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Werkgelegenheid - Tewerkstelling - Beroepsopleiding - Tewerkstellning - Vlaanderen Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING - BEROEPSOPLEIDING - IBO-overeenkomst - Sanctie niet naleving tewerkstellingsgarantie. Wettelijke bepalingen: Besluit Vlaamse Executieve - 21-12-1968 - 125 - 36 Link Justel databank 19681221-36 Nota: V P (Besluit Vlaamse Executieve 21.12.1968), art.
- Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 24 APRIL
- 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: Mevrouw W.R. , wonende te [xxx], Appellante, vertegenwoordigd door Mevr. S. Knoop, syndicaal afgevaardigde, drager van volmacht; Tegen : DE N.V. IMMO EN STUDIEBUREEL ALDIMO, met zetel gevestigd te 3300 Tienen, Leopoldvest, 3, ingeschreven in de B.T.W.-administratie onder het nummer 435.205.148, Geïntimeerde, vertegenwoordigd door A. Coun, advocaat te 3300 Tienen; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Leuven (1ste kamer B) op 14 februari 2008; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 12 juni 2008; - de besluiten en synthesebesluiten van geïntimeerde partij ontvangen ter griffie, respectievelijk op 3 november 2008 en 6 februari 2009; - de synthesebesluiten van appellante partijen ontvangen ter griffie op 30 december 2008; - de bundel met stukken van appellante partij neergelegd ter griffie op 12 juni 2008; - de bundel met stukken van geïntimeerde partij neergelegd ter griffie op 27 februari 2009; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 27 maart 2009, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. x x
- FEITEN EN RECHTSPLEGING. Op 18 augustus 2006 ondertekenden mevrouw W.R. , de N.V. Immo Studiebureel Aldimo en de V.D.A.B. een overeenkomst voor beroepsopleiding in een onderneming voor een periode van 26 weken, beginnend op 18 augustus 2006 en eindigend op 14 februari 2007, waarbij het gemiddelde brutoloon werd vastgesteld op euro 1.694,88 per maand. Ingevolge artikel 2d van deze overeenkomst verbindt de N.V. zich om mevrouw W.R. de eerste kalenderdag na de opleiding in dienst te nemen met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en haar te werk te stellen onder de voor haar beroep geldende voorwaarden en minstens aan hetzelfde arbeidsregime als tijdens de opleiding voor een periode minstens gelijk aan de duur van de opleiding, hetzij 26 weken. Ingevolge artikel 6 van deze overeenkomst wordt de niet-naleving van deze tewerkstellingsverbintenis gesanctioneerd met betaling van een vergoeding gelijk aan het resterend gedeelte van het loon dat de werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleiding. Na deze opleiding heeft de N.V. Immo Studiebureel Aldimo ( hierna afgekort tot N.V. Aldimo) aan mevrouw W.R. een arbeidsovereenkomst handelsvertegenwoordiger aangeboden voor de periode van 15 februari 2007 tot 15 augustus 2007 met een vast maandloon van euro 1.534,25 per maand, gebeurlijk aangevuld met een bijkomende commissie van 0,365 % op de omzet voor zover de persoonlijke omzet euro 250.000 bedraagt. De persoonlijke omzet wordt als volgt berekend : de factuurbedragen die exclusief door tussenkomst van de handelsvertegenwoordiger door de werkgever worden uitgeschreven en dit na aftrek van de korting, ristorno, creditnota, taksen of andere kosten. Mevrouw W.R. aanvaardt deze overeenkomst niet omdat ze niet voldoet aan de tewerkstellingsverbintenis van artikel 2d van de IBO-overeenkomst. Er volgt dan een intense briefwisseling tussen de raadsman van de N.V. en de vakorganisatie van mevrouw W.R. omtrent dit werkaanbod. Mevrouw W.R. houdt voor dat ze met ingang van 15 februari 2007 verder gewerkt heeft, maar dit wordt met klem tegengesproken door de N.V. Aldimo, die stelt dat mevrouw W.R. enkel af en toe op de werkplaats verscheen om haar e-mail correspondentie na te kijken. Uit de briefwisseling volgt tevens dat de N.V. slechts akkoord ging met de verdere tewerkstelling op voorwaarde dat mevrouw W.R. de aangeboden arbeidsovereenkomst ondertekende. Partijen kwamen niet tot overeenstemming en ze legden op 13 september 2007 hun betwisting voor aan de arbeidsrechtbank te Leuven door middel van een proces-verbaal van vrijwillige verschijning, waarbij mevrouw W.R. de schadevergoeding overeenkomstig de IBO-overeenkomst ten bedrage van euro 10.938,80 vroeg, samen met het achterstallig loon voor februari of euro 865,96 en het vakantiegeld einde dienst of euro 132,84 te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten en met de kosten. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Leuven van 14 februari 2008 werd deze vordering afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond, omdat aangenomen werd dat mevrouw W.R. de arbeidsovereenkomst niet heeft willen aannemen, terwijl zij daarvoor geen deugdelijke redenen had. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen op de griffie van het arbeidshof te Brussel op 12 juni 2008, tekende mevrouw W.R. hoger beroep aan en hernam ze haar oorspronkelijke vordering.
- BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. 2.
- De overeenkomst voor beroepsopleiding in een onderneming en de contractbelofte. De overeenkomst voor beroepsopleiding in een onderneming van 18 augustus 2006 bepaalt in artikel 2d : De onderneming gaat de verbintenis aan : d. De cursist vanaf de eerste kalenderdag na de opleiding in dienst te nemen met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Onverminderd wettelijke bepalingen betreffende het beëindigen van de arbeidsovereenkomsten om een dringende reden, mag de onderneming aan voormelde arbeidsovereenkomst slechts een einde maken ten vroegste na verloop van de tijd overeenstemmend met de duur van de opleiding. De onderneming verbindt zich ertoe de cursist die de opleiding in de onderneming beëindigd heeft, tewerk te stellen in de onderneming onder de voor dat beroep geldende voorwaarden en minstens aan hetzelfde arbeidsregime als tijdens de opleiding in de onderneming ( onze onderlijning). Zoals uit de hoofding van de overeenkomst blijkt, werd deze overeenkomst opgesteld overeenkomstig artikel 120 -129 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988; artikel 2d van de overeenkomst is dan ook in overeenstemming met artikel 125 van dit besluit. Deze contractbelofte doet geen afbreuk aan de dwingende bepalingen van het arbeidsrecht. De sanctie voor de schending van deze verbintenis wordt bepaald in artikel 6 van de overeenkomst : ... Indien de onderneming de tewerkstellingsverbintenis, zoals omschreven in artikel 2d niet naleeft, is hij, onverminderd de wettelijke en conventionele bepalingen betreffende de arbeidsovereenkomsten, een vergoeding verschuldigd gelijk aan het resterend gedeelte van het loon dat de werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleiding. ... In deze zaak heeft de N.V. Aldimo na de afloop van de IBO-overeenkomst een arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger aan mevrouw W.R. aangeboden, doch deze voldeed niet aan de voorwaarden van artikel 2d. Terecht verwijst mevrouw W.R. naar artikel 2 van de arbeidsovereenkomst, waaruit volgt dat het slechts om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gaat en niet om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Tevens is het brutoloon in artikel 4 van de arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordiger bepaald op de euro 1.534,25, terwijl in artikel 8 van de IBO-overeenkomst het loon vastgelegd is op euro 1.694,
- Weliswaar kan dit brutoloon aangevuld worden met een commissieloon, maar dit gebeurt pas zodra de handelsvertegenwoordiger een persoonlijke omzet realiseert van euro 250.
- De N.V. Aldimo houdt voor dat het begrip omzet verwijst naar de verkoopprijzen van de onroerende goederen. Artikel 4 verwijst naar de factuurbedragen die door de werkgever worden uitgeschreven. Alleszins volgt uit dit artikel niet dat gegarandeerd is dat mevrouw W.R. hetzelfde loon behoudt dan van toepassing tijdens de beroepsopleiding. Bovendien is het loon in de aangeboden arbeidsovereenkomst gebaseerd op het loon van de categorie 1 volgens de classificatie van het paritair comité 218; deze geldt voor de bedienden waarvan de functie wordt gekenmerkt door : a) kennis hebben opgedaan welke overeenstemt met het programma van het lager onderwijs en voldoende is om functies te kunnen uitoefenen van het minste niveau, welke door de wet of de rechtbank worden erkend als zijnde van intellectuele aard; b) de juiste uitvoering van een eenvoudig bijkomstig werk. Het gaat hier dus om functies die geen persoonlijk initiatief vergen, doch louter worden uitgevoerd volgens vooraf vastgelegde regels. Het is overduidelijk dat een dergelijke classificatie niet kan gelden voor het werk van een handelsvertegenwoordiger, wiens taken in de overeenkomst omschreven worden als : - buitendienst in de meest ruime zin - het opstellen van contracten - bezoeken met cliënten - het plaatsen en weghalen van publiciteitspanelen. Bovendien stelt artikel 8 van de C.A.O. van 29 mei 1989 in verband met de arbeids- en beloningsvoorwaarden ( K.B. 6 augustus 1990, B.S. 31 augustus 1990) dat de handelsvertegenwoordigers van 25 jaar en ouder recht hebben op de lonen van de categorie 4; de N.V. Aldimo toont niet aan dat het aangeboden loon met de categorie 4 overeenstemt en dat het loon voldoet aan de voor het beroep geldende voorwaarden. Deze bepalingen zijn alleszins dwingend en bovendien met strafsancties gesanctioneerd, zodat de werknemer geen lagere loonvoorwaarden kan aanvaarden. Ook het feit dat een 13e maand en dubbel vakantiegeld verschuldigd is, kan geen argument vormen, omdat dit resulteert uit de verplichtingen zoals ze volgen uit de wet en de CA.O. De aan mevrouw W.R. aangeboden arbeidsovereenkomst voldoet dus niet aan de contractbelofte van artikel 2d van de opleidingsovereenkomst, waarin gesteld wordt dat de tewerkstelling diende te gebeuren onder de voor het beroep geldende voorwaarden en minstens aan hetzelfde arbeidsregime als tijdens de opleiding. Terecht werd deze dan ook door haar niet aanvaard. Na heel wat briefwisseling over en weer heeft de N.V. op 8 mei 2007 een nieuw arbeidsvoorstel overgemaakt, ditmaal voor onbepaalde tijd en mogelijk in een andere vestiging, maar ook dit voorstel voldeed nog niet aan de minimumvoorwaarden in verband met de verloning, daar de looncategorie 2 evengoed onvoldoende is voor een handelsvertegenwoordiger. Bovendien kon dat voorstel ook niet meer voldoen aan de bepaling van artikel 2d van de IBO-overeenkomst, omdat de indienstneming moest ingaan vanaf de eerste kalenderdag na de opleiding. Het verzet van mevrouw W.R. tegen de aangeboden arbeidsovereenkomst was dan ook terecht. De overige ingeroepen argumenten kunnen hieraan geen afbreuk doen. De onderneming heeft de tewerkstellingsverbintenis niet nageleefd en is dan ook gehouden de schadevergoeding te betalen die bedongen werd in artikel 6 van de IBO-overeenkomst. Deze wordt in ondergeschikte orde (vgl. 2.2 hierna, waar het bestaan van een arbeidsovereenkomst tijdens de maand februari niet wordt aanvaard) door mevrouw W.R. begroot op euro 10.938,80 + 1.004,51 of euro 11.943,31 en op deze becijfering wordt geen kritiek uitgebracht. 2.
- Achterstallig loon februari 2007 en vakantiegeld einde dienst. Mevrouw W.R. houdt voor dat zij na 14 februari 2007 is blijven werken en zij vraagt loon voor deze prestaties plus vakantiegeld einde dienst. Deze tewerkstelling wordt door de N.V. ten stelligste betwist. Zij stelt dat mevrouw W.R. op ongeregelde tijdstippen op het bureel binnenkwam om haar e-mail te controleren en over het werkaanbod te discussiëren. In de briefwisseling van de vakorganisatie wordt beweerd dat er na 14 februari 2007 een mondelinge arbeidsovereenkomst zou zijn ontstaan, maar dit wordt door de N.V. ten stelligste betwist en zij drong steeds aan op ondertekening van de voorgestelde arbeidsovereenkomst. Deze werd echter omwille van de hierboven besproken redenen niet aanvaard. Er was dan ook geen wilsovereenstemming over het bestaan van een arbeidsovereenkomst en mevrouw W.R. blijft ook volledig in gebreke om aan te tonen dat zij daadwerkelijk arbeid zou hebben verricht. Haar vordering is op dit punt dan ook ongegrond. 2.
- De gerechtskosten. De gerechtskosten vallen ten laste van de N.V. Aldimo, maar ingevolge artikel 1022 Ger. Wb. kan een partij die niet door een advocaat wordt bijgestaan, geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. Overeenkomstig het arrest 182/2008 van het Grondwettelijk Hof is de uitsluiting van de rechtzoekende die door een vakbondsafgevaardigde worden bijgestaan, uit het toepassingsgebied van de wet, niet ongrondwettelijk. Aangezien de procedure bij vrijwillige verschijning werd ingeleid zijn er dan ook geen vergoedbare gerechtskosten in hoofde van mevrouw W.R.. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende, Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, Veroordeelt de N.V. Immo Studiebureel Aldimo tot betaling aan mevrouw W.R. van een schadevergoeding van euro 11.943,31, te vermeerderen met moratoire intresten vanaf 22 februari 2007 en gerechtelijke intresten. Legt de gerechtskosten ten laste van de N.V., deze door mevrouw W.R. begroot op euro 1.100, doch door het hof herleid tot nihil en voor zover als nodig aan de zijde van de N.V. begroot op euro 2.
- Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, De Heer E. VAN LAER, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer R. VANDENPUT, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS, E. VAN LAER. R. VANDENPUT. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 24 april 2009 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090424.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div