← België

ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090515.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 15 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090515.9 Rolnummer: 51.192 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-06-10 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 19:46 Fiche Op grond van artikel 15 § 1 van het K.B. van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden is de werkuitkering Activaplan een uitkering zoals bedoeld in artikel 7 van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders. Het gaat dan ook niet om een aanvulling op een sociale zekerheidsuitkering, maar wel om een sociale zekerheidsuitkering als dusdanig. Maar deze werkuitkering wordt ingevolge dezelfde bepaling slechts toegekend, indien voldaan is aan de voorwaarde dat er een arbeidsovereenkomst werd afgesloten, waarin het door de werkgever te betalen nettoloon bekomen wordt door de werkuitkering in mindering te brengen van het nettoloon voor de beschouwde maand. Hieruit volgt dus dat de betrokkene eerstens recht heeft op een loon lastens zijn werkgever ingevolge de arbeidsovereenkomst die hij met deze heeft afgesloten en dat vervolgens de werkuitkering op het nettoloon in mindering mag worden gebracht. Op dit loon zijn de bepalingen van de loonbeschermingswet van toepassing. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Werkloosheidsvergoeding Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING - WERKLOOSHEID - Bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden. Wettelijke bepalingen: Besluitwet - 28-12-1944 - 7 - 01 ELI link Pub nr 1944122850 Koninklijk Besluit - 19-12-2001 - 15,§1 - 39 ELI link Pub nr 2001013227 Nota: Gerangschikt onder V A (Besluitwet 28/12/1944), art. 7 (K.B. van 19/12/2001), art. 15 §

  1. Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 15 MEI
  2. 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: Mevrouw H. B., Appellante, vertegenwoordigd door Mevrouw E. Vande Velde, syndicaal afgevaardigde, drager van volmacht; Tegen : De Heer F. J., Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter G. Van Gent loco Mters Peeters en Aerts, advocaten te 3090 Overijse; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (12de kamer) op 10 april 2008; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 14 juli 2008; - de besluiten en synthesebesluiten voor geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 28 november 2008 en 31 maart 2009; - de besluiten voor appellante partij neergelegd ter griffie op 30 januari 2009 - de bundel met stukken neergelegd door appellante partij ter griffie op 30 januari 2009; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 24 april 2009; geïntimeerde partij legde een bundel neer, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. 1.FEITEN EN RECHTSPLEGING. Op 28 december 2001 ondertekende mevrouw B. een halftijdse arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ( 1 jaar) als administratief bediende in het tandartskabinet van de heer J. , ingaande op 9 januari 2002 met een overeengekomen maandloon van euro 570,
  3. Deze arbeidsovereenkomst werd blijkbaar afgesloten ingevolge het K.B. van 8 augustus 1997, waarbij de werkgever een tussenkomst in betaling van het nettoloon bekwam in het kader van een herinschakelingsprogramma. Aldus werd deze arbeidsovereenkomst opgemaakt volgens het formulier C201.4 van de R.V.A. Op 14 december 2001 was het door de heer J. ingediende herinschakelingsproject goedgekeurd door de R.V.A. Met ingang van 1 januari 2002 werd deze maatregel echter bij K.B. van 19 december 2001 afgeschaft en vervangen door het Plan Activa , waardoor de werkgever kon genieten van vermindering van sociale zekerheidsbijdragen én van een financiële tussenkomst van de R.V.A. in het loon van de tewerkgestelde werknemer. De heer J. werd hiervan ingelicht bij schrijven van de R.V.A. van 23 oktober 2002 en 7 november
  4. In de brief van 23 oktober 2002 ontving hij de werkkaart, de bijlage Activa Arbeidsovereenkomst, die de werkneemster moet indienen bij haar uitbetalingsinstelling en het attest C78 Activa. Omdat de tussenkomst in het loon in het herinschakelingsprogrmamma ( euro 433,81) en deze tussenkomst in het Activa programma ( euro 250) verschillend zijn, heeft de werkgever voor elke maand een verbeterde loonfiche opgemaakt, rekening houdend met de lagere tussenkomst van de R.V.A. in het kader van het Plan Activa. Het saldo loon dat mevrouw B. aldus moest ontvangen, werd haar niet uitbetaald, reden waarom haar vakorganisatie de heer J. op 20 oktober 2003 en 21 oktober 2003 in gebreke stelde i.v.m. deze achterstand die becijferd werd op euro 1.286,
  5. Klaarblijkelijk werd door de uitbetalingsinstelling het door de R.V.A. teveel betaalde teruggevorderd en ingehouden op de latere werkloosheidsuitkeringen van mevrouw B.. Omdat partijen niet tot een oplossing kwamen, heeft mevrouw B. op 15 maart 2004 dagvaarding uitgebracht voor de arbeidsrechtbank te Brussel in betaling van de achterstallen die herbecijferd werden op euro 1.096,26, te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten en de kosten. Zij stelde deze vordering ex delicto, waarbij zij schadevergoeding vroeg bij wijze van herstel in natura, minstens bij equivalent. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 10 april 2008 werd de vordering onontvankelijk verklaard wegens verjaring, daar er geen delictuele grond was voor de vordering, omdat de vergoedingen geen loon betroffen. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 14 juli 2008, tekende mevrouw B. hoger beroep aan en hernam zij haar oorspronkelijke vordering.
  6. BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. 2.
  7. Standpunten van partijen. Niet betwist wordt dat de vordering van mevrouw B., bezien vanuit artikel 15 van de arbeidsovereenkomstenwet, verjaard is omdat ze meer dan één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst werd ingesteld. Om die reden heeft zij een burgerlijke vordering ex delicto ingesteld met verwijzing naar de verjaringstermijn van 5 jaar van artikel 26 V.T. Wb. Sv. Zij houdt voor dat het door haar gevorderde bedrag loon is en verwijst naar de strafbepaling van artikel 42 van de loonbeschermingswet van 12 april
  8. De heer J. daarentegen stelt dat mevrouw B. geen loon vordert doch wel een aanvullende werkloosheidsuitkering in het kader van het herinschakelingsprogramma, zodat de strafbepaling van artikel 42 van de loonbeschermingswet niet toepasbaar is. De eerste rechter is dit standpunt bijgetreden, omdat de herinschakelingsvergoeding een aanvulling is op de werkloosheidsuitkering, die dus geen loon kan zijn op grond van artikel 2, laatste lid, 3° van de loonbeschermingswet. De heer J. verwijst voor zijn standpunt naar een arrest van het arbeidshof Luik van 17 januari 2001 ( JTT 2001, 164), dat bij nader inzien betrekking heeft op een tewerkgestelde werkloze in de zin van artikel 165 van het oude werkloosheidsbesluit van 20 december
  9. (Een dergelijke vorm van tewerkstelling ligt hier echter niet voor.) 2.
  10. Leidt het Activa Plan tot een verplichting tot betaling van loon? De heer J. bekwam op 14 december 2001 een erkenning voor een tewerkstelling in het kader van een herinschakelingsprogramma overeenkomstig het K.B. van 8 augustus 1997, dat echter werd opgeheven door artikel 30 van het K.B. van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden ( B. S. 12 januari 2002), zodat de R.V.A. terecht aan de heer J. meedeelde dat hij met ingang van 9 januari 2002 voor mevrouw B. aanspraak diende te maken op de voordelen van het plan Activa, zoals dat voortvloeit uit de artikels 5, 6, 7, 13 en 15 van het K.B. van 19 december
  11. Ingevolge de artikelen 5 en 6 van dit K.B. kon hij bij een aanwerving van een werkzoekende van minder dan 45 jaar aanspraak maken op vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid. Ingevolge artikel 7 had de werkzoekende van minder dan 26 jaar recht op een werkuitkering van euro 250 bij een halftijdse tewerkstelling, maar dan diende deze werkzoekende een werkkaart te hebben, uitgereikt door de R.V.A., waarin gearresteerd werd dat zij voldoet aan de vereiste voorwaarden. Op grond van artikel 15 §1 van dit K.B. is deze werkuitkering een uitkering zoals bedoeld in artikel 7 van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders. Anders dan de eerste rechter stelt, gaat het hier dan ook niet om een aanvulling op een sociale zekerheidsuitkering, maar wel om een sociale zekerheidsuitkering als dusdanig. Maar deze werkuitkering wordt ingevolge dezelfde bepaling slechts toegekend, indien voldaan is aan de voorwaarde dat er een arbeidsovereenkomst werd afgesloten, waarin het door de werkgever te betalen nettoloon bekomen wordt door de werkuitkering in mindering te brengen van het nettoloon voor de beschouwde maand. Hieruit volgt dus dat de betrokkene eerstens recht heeft op een loon lastens zijn werkgever ingevolge de arbeidsovereenkomst die hij met deze heeft afgesloten en dat vervolgens de werkuitkering op het nettoloon in mindering mag worden gebracht. Op dit loon zijn de bepalingen van de loonbeschermingswet van toepassing, omdat dit loon aan de werknemer wordt uitbetaald als loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever (vgl. Artikel 2,1° wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon de werknemers). In de inleidende dagvaarding heeft mevrouw B. haar eis voorgesteld als een loonvordering en uit de analyse van het K.B. van 19 december 2001 volgt dat dit terecht is en dat ze inderdaad in eerste orde van haar werkgever loon dient te vragen, waarna mits voldaan is aan alle voorwaarden, de werkuitkering van het Activa Plan in mindering kan worden gebracht. 2.
  12. Toepassing en gevolgen voor de verjaring. Het feit dat aan de voorwaarden werd voldaan volgt uit de toekenning van de werkkaart en dit opent voor de werkgever de mogelijkheid om te genieten van de voordelen van het K.B. van 19 december 2001 ( zie artikel 13). De R.V.A. heeft de heer J. hiervan ingelicht in de brief van 23 oktober 2001 en heeft alle documenten voor mevrouw B. overgemaakt. Het feit dat vervolgens op de loonfiches de correcte werkuitkering van euro 250 voor een halftijdse tewerkstelling in mindering gebracht werd op het nettoloon toont aan dat de heer J. zeer goed wist hoe het systeem werkte en dat hiervoor ook alles in orde werd gebracht. Er is dan ook geen enkele reden waarom hij na aftrok van de juiste werkuitkering niet meer zou gehouden zijn tot betaling van het verschuldigde saldo nettoloon. Terecht stelt mevrouw B. dat deze niet-betaling van loon strafbaar wordt gesteld door artikel 42 van de Loonbeschermingswet, zodat zij zich kan beroepen op de verjaringstermijn van artikel 26 V.T. Wb. Sv. De vermeende moeilijkheden i.v.m. de werkuitkering, die de heer J. wil vinden binnen de verhouding mevrouw B. versus RVA zijn hier dan ook niet ter zake, daar hier enkel de verhouding werkgever - werknemer kan worden nagegaan, meer bepaald de correcte betaling van het loon van mevrouw B. door de heer J.. Immers in eerste orde staat hij zelf in voor de betaling van het overeengekomen loon. Voor zover uit de voorgebrachte stukken kan worden afgeleid, kan aan de R.V.A. overigens weinig verweten worden, daar het project van het herinschakelingsprogramma weliswaar goedgekeurd werd op 14 december 2001 op een ogenblik dat het K.B. van 8 augustus 1997 nog gold, maar bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst op 9 januari 2002 was dit niet meer het geval en golden de maatregelen van het K.B. van 19 december 2001 (B.S. 12 januari 2002). Hiervan werd de heer J. door de R.V.A. geïnformeerd en de juiste documenten werden hem overgemaakt. Uit de stukken kan afgeleid worden dat hij deze documenten ook oordeelkundig heeft aangewend en op de hoogte was van de nieuwe regeling van het Activa Plan. Zelfs indien hij van oordeel zou zijn dat er in hoofde van de R.V.A. een onjuiste toepassing zou zijn gemaakt, dan stond het hem vrij de R.V.A. hierop aan te spreken en eventueel in de procedure te betrekken, maar ook dit gebeurde niet. Er is dan ook geen enkele reden waarom hij het verschuldigde loon niet aan mevrouw B. zou moeten betalen en de vordering in schadevergoeding bij wijze van herstel in natura is dan ook geenszins verjaard, maar gegrond. De becijfering van het achterstallig loon wordt niet betwist en is overeenkomstig de door de heer J. overgemaakte loonfiches. Aangezien de loonfiches werden afgeleverd en niet aangeduid wordt welke sociale documenten eventueel nog zouden verschuldigd zijn, is de vordering tot afgifte ongegrond. In die mate dient het hoger beroep gegrond te worden verklaard. De gerechtskosten dienen ten laste van geïntimeerde te worden gelegd maar zijn beperkt tot de dagvaardingkosten, daar overeenkomstig artikel 1022 Ger. Wb. de rechtsplegingsvergoeding enkel een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijkgestelde partij. Het Grondwettelijk Hof achtte in het arrest 182/2008 van 18 december 2008 deze regeling niet discriminerend ten aanzien van partijen die verdedigd worden door een vakbondsafgevaardigde, zodat deze laatsten geen aanspraak kunnen maken op de rechtsplegingsvergoeding. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende, Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond, Veroordeelt de heer J. tot betaling aan mevrouw B. van een bedrag van euro 1.096,26 netto wegens schadevergoeding bij wijze van herstel in natura hoofdens loonachterstallen, te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten vanaf de datum van hun eisbaarheid. Wijst het meergevorderde af. Veroordeelt de heer J. tot betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen, deze aan de zijde van mevrouw B. beperkt tot de dagvaardingskosten of euro 77,23, en voor zover als nodig aan de zijde van geïntimeerde begroot op euro
  13. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw S. ALAERTS, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, Mevrouw B. MUSSCHE, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS, S. ALAERTS. B. MUSSCHE. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 15 mei 2009 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS. L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090515.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.