← België

ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090626.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 26 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090626.4 Rolnummer: 50.057 Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 242 - laatst gezien 2026-07-03 03:17 Fiche 1 Een vrije onderwijsinstelling oefent bij de aanstelling van haar personeel geen deel uit van het openbaar gezag en neemt geen bindende beslissingen, maar zij benoemt haar personeelsleden bij middel van een gewone arbeidsovereenkomst, waarvan de toetsing tot de gewone rechtbanken behoort. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Beginselen (gerechtelijk recht - algemene beginselen) - Bevoegdheid Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Bevoegdheid gewone rechtbanken personeel vrij onderwijs. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 578,1° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Nota: Gerangschikt onder I A art. 578, 1°. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder II S (Decreet VL 27/03/1991), art.

  1. Fiche 2 De sanctie voor het niet kandideren met een aangetekende brief voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) voorzien in artikel 23 van het rechtspositiedecreet vrij onderwijs van 27 maart 1991, zoals van toepassing voor 1 september 2003, bestaat enkel in het wegvallen van het voorrangsrecht voor het volgend schooljaar en niet in het vervallen van gans de voorrangsregeling, die aan het recht op TADD verbonden is. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - ONDERWIJS - Onderwijsnetten - Vrij onderwijs Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ARBEID IN OVERHEIDSSECTOR OF ONDERWIJS - Rechtspositiedecreet vrij onderwijs - Sanctie vormvoorwaarden TTAD. Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 27-03-1991 - 23 - 40 Link Justel databank 19910327-40 Nota: Gerangschikt onder II S (Decreet VL 27/03/1991), art.
  2. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder I A art. 578, 1°. Tekst van de beslissing rep.nr ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ───────── ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN ZESENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN NEGEN. 3e KAMER bediendecontract tegenspraak definitief In de zaak : VdW , wonende te [xxx] appellante , ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd door meester R. Arts loco meester J. Vermassen, advocaat te Lede, tegen : 1.KATHOLIEK ONDERWIJS HOLSBEEK, vereniging zonder winstoogmerk, met zetel te 3220 Holsbeek, Kleine Langeveld 30, eerste geïntimeerde, ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd door meester C. Vangeel loco meester J. Hendrickx, advocaat te Anwerpen 2.DE VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, tweede geïntimeerde, ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd door meester V. Schalenbourg loco meester S. Butenaerts, advocaat te Brussel. * * * * Na beraad, spreekt het arbeidshof te Brussel volgend arrest uit : Het arbeidshof neemt kennis van de volgende procedurestukken: -het eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak door de eerste kamer van de arbeidsrechtbank te Leuven op 24 mei 2007, - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 12 juli 2007; - de conclusies voor de beide partijen, - de voorgelegde stukken; De partijen werden gehoord in de mondelinge uiteenzetting van hun middelen en conclusies ter openbare terechtzitting van 5 juni 2009, waarna de debatten werden gesloten en de zaak voor uitspraak werd gesteld op heden. * * *
  3. FEITEN EN RECHTSPLEGING Mevrouw VdW is sedert 1996 in dienst bij het schoolbestuur van de VZW Katholiek Onderwijs Holsbeek. Samen met haar collega's, T. En J., kandideerde zij bij haar inrichtende macht voor een vaste benoeming met ingang van 1 januari
  4. Mevrouw VdW brengt geen documenten voor i.v.m. haar kandidatu(u)r(en), zodat de naleving van de vormvereisten, wat haar betreft, niet kan worden nagezien. De vaste benoemingen werden toegekend aan haar twee collega's. Bij schrijven van haar vakorganisatie van 30 september 2004 betwistte zij de vaste benoemingen van beide collega's, omdat zij voorafgaandelijk aan de vaste benoeming werden aangesteld in een TADD ( tijdelijke aanstelling van doorlopende duur) na een kandidaatstelling hiertoe die niet werd verzonden bij aangetekende brief, maar die door de betrokkenen aan de school werd overhandigd tegen ontvangstbewijs. Mevrouw T. deed dit op 13 mei 2003 en mevrouw J.e deed dit op 10 juni
  5. De onderwijsinstelling handhaafde de vaste benoemingen van de twee collega's, zodat mevrouw VdW op 21 januari 2005 de VZW Katholiek Onderwijs Holsbeek en de Vlaamse Gemeenschap in de persoon van de gemeenschapsminister van Onderwijs en Vorming dagvaardde voor de arbeidsrechtbank te Leuven. Mevrouw VdW vroeg de veroordeling van de VZW tot betaling van euro 1 provisioneel als schadevergoeding wegens het niet bekomen van de vaste benoeming en vroeg tevens dat er ten aanzien van de VZW en de Vlaamse Gemeenschap zou worden gezegd voor recht dat de vaste benoemingen van T. en J.e niet correct zijn gebeurd en derhalve niet tegenstelbaar zijn aan de subsidiërende overheid. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Leuven van 24 mei 2007 werden deze vorderingen ontvankelijk doch niet gegrond verklaard, omdat er geen nietigheidsanctie was ingeschreven in het decreet voor de kandidaatstelling voor een TADD en een afgifte tegen ontvangstbewijs in principe evenwaardig is aan een aangetekend schrijven. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 12 juli 2007, betekende mevrouw VdW hoger beroep aan tegen dit vonnis en hernam zij haar oorspronkelijke vordering.
  6. BEOORDELING Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. 2.
  7. De bevoegdheid van de arbeidsgerechten. Geïntimeerden houden voor dat een vaste benoeming in het vrij onderwijs een administratieve rechtshandeling is, zodat de betwisting hierover niet tot de bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort, maar wel een objectief geschil uitmaakt dat onder de bevoegdheid van de administratieve rechter, met name de Raad van State valt. De vrijheid van onderwijs, neergelegd in artikel 24 G.W., houdt in dat de onderwijsverstrekking geen aan de overheid voorbehouden bevoegdheid is en dat een inrichtende macht van het gesubsidieerd vrij onderwijs, zolang zij zich houdt aan de bepalingen ter zake van o.m. subsidiëring, een onderwijs mag aanbieden dat een keuzemogelijkheid inhoudt om het personeel te kiezen dat wordt tewerkgesteld met het oog op de verwezenlijking van de eigen onderwijsdoelstellingen. Zij oefent hierbij geen deel uit van het openbaar gezag en neemt geen bindende beslissingen, maar zij benoemt haar personeelsleden bij middel van een gewone arbeidsovereenkomst, waarvan de toetsing tot de gewone rechtbanken behoort. ( Cass. (verenigde kamers) AR C.02.0177.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020906.8, 6 september 2002 Arr.Cass. 2002, 1747, concl. BRESSELEERS; noot VERSTEGEN, R.; JTT 2003, 249; NJW 2002, afl. 4, 132, noot -; TORB 2002-03, afl. 1, 93, noot ORNELIS, F) De eerste rechter heeft zich dan ook terecht bevoegd verklaard, temeer daar de vordering strekte tot veroordeling tot betaling van een schadevergoeding van euro 1 provisioneel, zodat mevrouw VdW zich bij het stellen van haar vordering alleszins gesteund heeft op de schending van een subjectief recht. 2.
  8. Toepasselijke wetgeving. De regelgeving in verband met de vaste benoeming in een wervingsambt van het gesubsidieerd vrij basisonderwijs is neergelegd in artikel 31 van het rechtspositiedecreet van 27 maart
  9. Artikel 31 werd vervangen door artikel IX.65 van het Onderwijsdecreet XIV van 14 februari 2003 en dit nieuwe artikel bepaalt in zijn §1, 4° o.m. als voorwaarde voor een vaste benoeming dat een personeelslid: op 31 december voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Ingevolge artikel IX. 92 trad dit nieuwe artikel in werking op 1 september 2003, zodat het van toepassing is op de vaste benoemingen ingaande op 1 januari 2004, waaronder de vaste benoemingen van de dames T. en J.e. In het Onderwijsdecreet XIV wordt ook de regelgeving in verband met de tijdelijke aanstelling doorlopende duur gewijzigd door artikel IX. 58, dat artikel 23 van het rechtspositiedecreet van 27 maart 1991 vervangt en dat onder meer bepaalt dat het kandideren voor een TADD dient te gebeuren met een ter post aangetekende brief op straffe van verlies ervan voor het volgend schooljaar. Ingevolge artikel IX. 92 trad ook deze nieuwe regeling inwerking op 1 september
  10. De TADD kandidaturen van de dames T. en J.e werden respectievelijk ingediend op 13 mei 2003 en 10 juni 2003, zodat op dat ogenblik de nieuwe bepaling van het Onderwijsdecreet XIV (art. IX,58) nog niet van toepassing was. In haar vorige versie bepaalde artikel 23 §4 van het rechtspositiedecreet in verband met tijdelijke aanstellingen : De kandidaat die een beroep wenst te doen op de voorrangsregeling, moet, op straffe van verlies van zijn voorrang voor het volgend schooljaar, voor 15 juli bij de inrichtende macht kandideren bij een per post aangetekende brief. Deze bepaling is derhalve de leidraad voor de tijdelijke aanstellingen van de dames T. en J.e.
  11. Toepassing. Hieruit volgt dat mevrouw VdW, ongeacht de vraag of een vormfout in de kandidaatstelling voor een TADD nog zijn weerslag kan hebben op de geldigheid van een vaste benoeming, terecht opwerpt dat deze kandidaturen moeten worden ingediend bij aangetekend schrijven, wat hier niet gebeurde. In de tekst van artikel 23, zoals van toepassing bij de kandidaatstelling op 13 mei 2003 en 10 juni 2003, is echter als sanctie voorzien dat men voor het volgend schooljaar zijn voorrangsrecht verliest. De VZW Katholiek onderwijs Holsbeek houdt voor zonder daarin te worden tegengesproken dat de voorrangsregeling voor de aanstellingen TADD op dat ogenblik niet speelde gelet op de aanwezigheid van voldoende uren voor de tijdelijke aanstellingen, waarop gekandideerd werd. In die omstandigheden werden de dames T. en J.e dan ook correct aangesteld, daar de sanctie voor de vormfout in verband met de kandidaatstelling in die omstandigheden geen nuttig effect had. Deze sanctie was op dat ogenblik immers niet dat de TADD verviel, maar enkel dat het voorrangsrecht voor het volgend schooljaar verviel. Ten onrechte maakt mevrouw VdW dit onderscheid niet. Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur staat tegenover een tijdelijke aanstelling voor een bepaalde duur. In artikel 31 §1 wordt enkel als voorwaarde gesteld dat men moet aangesteld zijn voor doorlopende duur zonder enige verwijzing naar de voorrangsregeling, verbonden aan het recht op TADD. De sanctie in artikel 23 (in zijn toenmalige versie) dat enkel het voorrangsrecht voor het volgend schooljaar wegvalt, houdt overigens in dat niet gans de voorrangsregeling, die aan het recht op TADD verbonden is, wegvalt. De betrokkenen werden dan ook geldig aangesteld in het ambt waarvoor zij later bij aangetekende brief kandideerden voor een vaste benoeming, zodat ze voldeden aan de voorwaarde van artikel 31 §1 van het rechtspositiedecreet, zoals gewijzigd door het onderwijsdecreet IX. De overige beschouwingen van appellante kunnen hieraan geen afbreuk doen, zodat haar vordering terecht ongegrond werd verklaard. Het hoger beroep is dus eveneens ongegrond. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond, Bevestigt het bestreden vonnis Veroordeelt mevrouw VdW tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van alle partijen begroot op het basisbedrag rechtsplegingsvergoeding hoger beroep euro 1.
  12. Aldus gewezen door de derde kamer van het arbeidshof en ondertekend door : L. Lenaerts, raadsheer, voorzitter; S. Alaerts, raadsheer in sociale zaken, als werkgever; B. Mussche, raadsheer in sociale zaken, als werknemer-bediende; S. Van der hoeven, griffier. L. Lenaerts S. Van der hoeven S. Alaerts B. Mussche en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de derde kamer van het arbeidshof te Brussel op zesentwintig juni tweeduizend en negen door : L. Lenaerts raadsheer, voorzitter, Bijgestaan door S. Van der hoeven: griffier. L. Lenaerts S. Van der hoeven PDF document ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20090626.4 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020906.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.