← België

ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20091023.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 23 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20091023.13 Rolnummer: 51384 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-10-25 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 20:28 Fiche Bij een verbreking van de arbeidsovereenkomst tijdens de proefperiode moet geen rekening gehouden worden met de vormvoorschriften van art. 37, 2e tot 4e lid van de AOW, die bij een verbreking niet van toepassing zijn. Het ontslag is immers een eenzijdige handeling die aan geen vormvereisten is onderworpen, waardoor het zich onderscheidt van de opzegging. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Opzegging Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - BEDIENDEN - Opzeggingsvergoeding proefperiode. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 81,§2 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 23 OKTOBER

  1. DERDE KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: De Heer S. , Appellant, vertegenwoordigd door Mter B. Gijsen, advocaat te 9200 Dendermonde; Tegen : DE N.V. TITANS, met maatschappelijk zetel gevestigd te 1700 Dilbeek, Ninoofsesteenweg, 358, KBO 0874.069.275, Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter V. Pauwels, advocaat te 1730 Asse; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank van Brussel (12de kamer ) op de openbare terechtzitting van 26 mei 2008; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 26 september 2008; - de besluiten voor geïntimeerde neergelegd ter griffie op 30 december 2008; - de besluiten voor appellant neergelegd ter griffie op 27 februari 2009; - de bundel met stukken neergelegd door appellant ter griffie op 3 augustus 2009; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 25 september 2009; geïntimeerde legde haar bundel neer, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.
  2. FEITEN EN RECHTSPLEGING.
  3. Op 17 november 2006 ondertekenden de heer S. en de N.V. Titans een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ingaande op 21 november 2006 met een proefperiode van 3 maanden. Bij schrijven, gedateerd op 20 februari 2007, maar aangetekend verzonden op 21 februari 2007 ( ontvangen op 22 februari 2007) beëindigde de N.V. Titans deze arbeidsovereenkomst en stelde hierbij : Bijgevolg beëindigen wij uw arbeidsovereenkomst met een verbrekingsvergoeding van zeven kalenderdagen waardoor uw arbeidsovereenkomst verbroken wordt op 21 februari 2007 overeenkomstig de bepalingen van artikel 81§1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Vanaf deze datum bent u dus vrijgesteld van alle verdere prestaties en bent u dus niet meer in dienst van de onderneming. Bij schrijven van de raadsman van de heer S. van 14 maart 2007 stelde deze de NV Titans in gebreke wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst buiten de proefperiode en vroeg hij betaling van een opzeggingsvergoeding van 3 maanden samen met het vakantiegeld bij uitdiensttreding.
  4. Partijen kwamen hierover niet tot overeenstemming en op 22 oktober 2007 dagvaardde de heer S. de N.V. in betaling van een opzeggingsvergoeding van euro 10.440 en vakantiegeld einde dienst van euro 1.380,60, te vermeerderen met intresten en kosten, alsook in afgifte van aangepaste sociale en fiscale bescheiden. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 26 mei 2008 werd deze vordering ontvankelijk, doch ongegrond verklaard en werden de kosten ten laste van de heer S. gelegd. De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst wel degelijk binnen de proefperiode werd verbroken, temeer daar de proefperiode nog geschorst werd door enkele vakantiedagen. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 26 september 2008, tekende de heer S. hoger beroep aan en hernam hij zijn oorspronkelijke vordering.
  5. BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. De proefperiode en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  6. In de arbeidsovereenkomst tussen partijen was een proefperiode van 3 maanden bedongen; deze ving aan op 21 november
  7. Bij toepassing van artikel 67 §3 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt de proeftijd met een periode gelijk aan die van de schorsing verlengd, in het geval de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd wordt geschorst. Volgens de loonbrieven van januari en februari 2007 werden er twee vakantiedagen opgenomen. Rekening houdend met deze schorsing liep de proeftijd dus tot 22 februari
  8. Volgens de ontslagbrief van 20 februari 2006 werd de arbeidsovereenkomst verbroken op 21 februari 2007 en was de heer S. vanaf deze dag niet meer in dienst van de onderneming. Er werd hem een opzeggingsvergoeding van 7 dagen uitbetaald. Aldus werd de heer S. tijdens zijn proefperiode ontslagen en ontving hij de opzeggingsvergoeding overeenkomstig artikel 81§2 van de arbeidsovereenkomstenwet. De opzeggingsvergoeding is in die omstandigheden gelijk aan het lopend loon en de voordelen verworven krachtens overeenkomst, overeenstemmend met de duur van de opzeggingstermijn (§2). Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de verwijzing in de ontslagbrief naar artikel 81 §1 van de arbeidsovereenkomstenwet; artikel 81 §2 verwijst immers evenzeer naar artikel 81 §1, zodat deze verwijzing doelt op de normale opzeggingstermijn van zeven dagen. De opzeggingsvergoeding moet immers overeenstemmen met de duur van deze opzeggingstermijn. Ten onrechte verwijst de heer S. naar de vormvoorschriften van artikel 37, tweede tot vierde lid van de arbeidsovereenkomstenwet, die bij een verbreking niet van toepassing zijn. Het ontslag is immers een eenzijdige handeling die aan geen vormvereisten is onderworpen ( Cass. 6 januari 1997, JTT 1997, 119), waardoor het zich onderscheidt van de opzegging ( W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium 04-05, 5103). Terecht stelde de eerste rechter dan ook vast dat het ontslag gegeven werd tijdens de proefperiode, zodat de heer S. geen aanspraak kan maken op een bijkomende opzeggingsvergoeding. Het hoger beroep is op dit punt ongegrond. Vakantiegeld einde dienst.
  9. Alhoewel de heer S. dit onderdeel nog opneemt in het beschikkend gedeelte van zijn beroepsconclusie, brengt hij betreffende dit punt geen grieven voor. Uit de door hem voorgebrachte loonbrief van februari 2007 volgt dat het vakantiegeld einde dienst volledig werd afgerekend en hij brengt geen kritiek uit op deze berekening. Ook op dit punt is zijn vordering en zijn hoger beroep ongegrond. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond; Bevestigt het bestreden vonnis. Veroordeelt de heer S. tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van de beide partijen begroot op rechtsplegingsvergoeding beroep basisbedrag euro 1.
  10. Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de Kamer van het Arbeidshof op 23 oktober 2009, waar aanwezig waren : De Heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. HERREGODTS, L. LENAERTS, L. REYBROECK, A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 23 oktober 2009 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20091023.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.