← België

ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20091218.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 18 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20091218.1 Rolnummer: 2008/AB/50553 Rechtsgebied: Unierecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-12-30 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-07-02 20:52 Fiches 1 - 2 De EU-Verordening 1346/2000 van 29 mei 2000 inzake insolventieprocedures kan voor België betrekking hebben op zowel het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de collectieve schuldenregeling. Wanneer een ontslag van een werknemer het gevolg is van een dergelijke insolventie, die volgens de gegevens van de zaak dient gelijkgesteld te worden met een faillissement, kan hoofdstuk 11, waaronder artikel 8, van de CAO 32bis niet toegepast worden. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT - RECHTSHANDELINGEN - Verordening Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN EN VERORDENINGEN - EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP - RICHTLIJNEN VAN DE EEG - EU-Verordening 1346/2000 van 29 mei 2000 inzake insolventieprocedures. Wettelijke bepalingen: Richtlijn EG/EU - 1346/2000 - 29-05-2000 - - - 37 Link Justel databank 20000529-37 Nota: Gerangschikt onder IX D 6 (EU-Verordening 1346/2000). Eveneens gerangschikt onder IV D art. 5bis (CAO nr. 32bis NAR art. 8). UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsraad - Nationale arbeidsraad - W. 29 mei 1952 - Werking - art. 4 -10 Vrije woorden: COLLECTIEVE ARBEIDSVERHOUDINGEN - NATIONALE ARBEIDSRAAD - CAO NR. 32 BIS. Wettelijke bepalingen: Wet - 29-05-1952 - 5bis - 01 ELI link Pub nr 1952052902 Collectieve arbeidsovereenkomst met nummer - 32bis - 07-06-1985 - 8 - 31 Link Justel databank 19850607-31 Nota: Gerangschikt onder IV D art. 5bis (CAO nr. 32bis NAR art. 8). Eveneens gerangschikt onder IX D 6 (EU-Verordening 1346/2000). Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 18 DECEMBER 2009. DERDE KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: De Heer G. E., Appellant, vertegenwoordigd door Mter V. Simeons, advocaat te 1080 Brussel; Tegen : 1. TEXIM EUROPE, besloten vennootschap, vennootschap naar Nederlands recht, met maatschappelijke zetel gevestigd te 7483 PG HAAKSBERGEN (Nederland), Elektrostraat, 17, 2. TEXIM EUROPE, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1082 Sint-Agatha-Berchem, Gentsesteenweg, 51, Eerste en tweede geïntimeerden, beiden vertegenwoordigd door Mter Lambers, advocaat te 1000 Brussel; 3. Mr. DEHANDSCHUTTER, advocaat, met kantoor te 1070 Brussel, Ninoofsesteenweg, 643, in zijn hoedanigheid van curator van de N.V. EURODIS TEXIM ELECTRONICS, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1780 Wemmel, Koningin Astridlaan, 49, ondernemingsnummer 0438 268 863 en de heren N. E., N. D. en N. K., in hun hoedanigheid van "administrators" in de internationale insolventieprocedure, hiertoe aangesteld bij vonnis van 26 juli 2005 van de High Court of Justice, Chancery Division, Companies Court, Verenigd Koninkrijk, met maatschappelijke zetel te 1780 Wemmel, Koningin Astridlaan, 49, ondernemingsnummer 0438 268 863, 3de geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter I. Derde, advocaat te 1831 Diegem; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak door de 2de kamer van de arbeidsrechtbank te Brussel op 26 oktober 2007; - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 3 januari 2008; - de conclusies voor beide partijen; - het voor eensluidend verklaard afschrift van het arrest van dit hof van 26 juni 2009 waarbij de heropening der debatten werd bevolen voor neerlegging van stukken. - de conclusies van partijen na tussenarrest; - de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 20 november 2009, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd. 1. Wat betreft de uiteenzetting omtrent de feiten en de rechtspleging kan verwezen worden naar het tussenarrest van 26 juni 2009. Hierin werden de partijen uitgenodigd om bijkomende stukken voor te leggen en verder hun standpunten weer te geven over een gebeurlijke overgang van onderneming. De eerste rechter vond in de door appellant voorgebrachte stukken onvoldoende gegevens om een overgang ingevolge overeenkomst aan te nemen, doch appellant bracht in graad van hoger beroep nieuwe bijkomende stukken voor om zijn standpunt aannemelijk te maken en vorderde op grond van artikel 877 Ger. W. de voorlegging van meer gegevens. Het hof vroeg echter eveneens dat de rechterlijke beslissingen zouden worden voorgebracht in verband met de Europese insolventieprocedure, gevoerd voor de High Court of London, alsook het faillissementsvonnis van de N.V. Eurodis Texim Electronics. 2. Het ontslag van appellant werd in de ontslagbrief van 15 september 2005 immers gemotiveerd door de insolventie van de vennootschap. In artikel 1 van de C.A.O. 32 bis wordt een onderscheid gemaakt al naargelang 1° eensdeels de overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming gebeurt krachtens een overeenkomst, waarbij de overgang in het kader van een gerechtelijk akkoord als een overgang krachtens overeenkomst wordt beschouwd of 2° anderdeels het een overgang betreft ingeval van overname van activa na faillissement. Appellant viseert de eerste mogelijkheid, omdat hij alzo artikel 8 van de CAO 32bis kan toepassen en een in solidum veroordeling kan vragen ten aanzien van 1ste en 2de geïntimeerde. 3. De EU-Verordening 1346/2000 van 29 mei 2000 inzake insolventieprocedures heeft zowel betrekking op sanerings- als op liquidatieprocedures. Om afbakeningsproblemen te vermijden, is in bijlage A van de Verordening een lijst gevoegd met de collectieve procedures bedoeld in artikel 2,a van de Verordening, die ten tijde van de betwisting luidde als volgt: Voor België ging het om: - het faillissement, - het gerechtelijk akkoord, - de collectieve schuldenregeling. Hieruit volgt dat de toepassing van de Europese insolventieprocedure niet automatisch leidt tot de eerste mogelijkheid , bedoeld in artikel 1 van de C.A.O. 32 bis, met name de overgang ingevolge overeenkomst (ook in het kader van een gerechtelijk akkoord) (hoofdstuk II C.A.O. 32bis) omdat de Europese insolventieprocedure evenzeer betrekking kon hebben op de tweede mogelijkheid, met name de overname van activa na faillissement, verder uitgewerkt in hoofdstuk III van deze C.A.O.. 4. Uit de thans voorgebrachte beslissing van 26 juli 2005 van de High Court of Justice (p. 3, punt 2.

  1. a)kan worden afgeleid dat er drie mogelijkheden voorzien werden:
  2. a)De redding van gans de groep als een going concern, waarbij de herstructurering het geheel intact liet.
  3. b)Wanneer de eerste doelstelling in redelijkheid niet haalbaar was, konden de Administrators om een beter resultaat te bekomen dan de onmiddellijke liquidatie van de maatschappij, overgaan tot de verkoop van de handelszaken en activa als een going concern.
  4. c)Het realiseren van het vermogen om het te verdelen tussen de gewaarborgde en bevoorrechte schuldeisers. Dit wordt tevens bevestigd in het verslag van de Administrators van 12 september 2005, p. 7-8, § 2.4. De Administrators leggen daarbij uit dat de eerste optie onmogelijk te realiseren was en dat ze de onmiddellijke liquidatie hebben willen vermijden en aldus gekozen hebben om over te gaan tot de verkoop van de handelszaken en activa ( zie dit verslag, p.8). Deze optie houdt in dat de Administrators de groep niet konden voortzetten en de continuïteit ervan niet weerhielden, zodat de onderdelen verkocht zouden worden. 5. Een overdracht van onderneming kan zowel plaats vinden in het kader van de toen van toepassing zijnde wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord (zie de art. 41 e.v.) als in het kader van een faillissement (zie in dat verband hoofdstuk III CAO 32 bis). In het eerste geval beoogt de overdracht de continuïteit van de onderneming te bewaren, terwijl bij faillissement de activa worden gerealiseerd ter betaling van de passiva. In de beslissing van de High Court of London van 26 juli 2005 wordt de verkoop van de handelszaken en activa als een going concern gezien als alternatief voor het realiseren van het vermogen om het te verdelen tussen de gewaarborgde en bevoorrechte schuldeisers. Deze operatie is vergelijkbaar met de handelwijze van een curator in een faillissement, wat bovendien geïllustreerd wordt door het feit dat in Nederland, waar het distributiecentrum van de groep gevestigd was, op 25 augustus 2005 beslist werd tot een secundaire insolventieprocedure bij wijze van faillissement met aanstelling van een curator. Niet betwist wordt dat de Europese insolventieprocedure betrekking had op de Belgische verkoopsentiteit, de N.V. Eurodis Texim Electronics. Waar uit de bijlage A bij de Verordening 1346/2000 van 29 mei 2000 inzake insolventieprocedures volgt dat men voor België o.m. verwijst naar het faillissement, dient uit bovenvermelde elementen te worden geconcludeerd dat, wanneer appellant op 16 september 2005 ontslagen werd ingevolge de insolventie van de vennootschap, dit ontslag vergelijkbaar is met een ontslag ingevolge een faillissement. Uit het verslag van de Administrators volgt dat zij van oordeel waren dat voor de Belgische vennootschap geen afzonderlijke faillissementsprocedure nodig was, omdat deze begrepen was in de insolventieprocedure beslist door de High Court of London. Niettemin werd de Belgische N.V. Eurodis Texim Electronics later bij vonnis van 23 september 2008 van de rechtbank van koophandel te Brussel failliet verklaard. Uit de thans voorgebrachte dagvaarding in faillissement, uitgaande van de heer Procureur des Konings, volgt dat de laatste neergelegde jaarrekening van de N.V. dateerde van 31 mei 2004. 6. Aangezien zijn ontslag het gevolg is van de insolventie, vergelijkbaar met een ontslag wegens een faillissement, kan appellant zich alleszins niet beroepen op de waarborgen van artikel 8 en 8bis van de C.A.O. 32 bis, daar de insolventie in dit geval hoogstens de toepassing zou kunnen meebrengen van hoofdstuk III van deze C.A.O. ( artikel 11 en volgende), voor zover er een overdracht binnen een faillissement zou zijn. In de ontslagbrief werd appellant er bovendien op gewezen dat de Administrators aangesteld werden door de High Court of London op 26 juli 2005 en dat ze als dusdanig voor de N.V. Eurodis Texim Electronics optraden. Ongeacht het feit dat de commerciële bewegingen tijdens de insolventie in verschillende richtingen kunnen geïnterpreteerd worden, daar zij voor de enen wijzen op een overname en voor de anderen het gevolg zijn van normale marktbewegingen, dienen deze elementen niet meer verder te worden onderzocht, daar artikel 8 van de C.A.O. 32 bis alleszins niet kan toegepast worden. 7. Zelfs indien appellant zou willen volhouden dat zijn arbeidsovereenkomst ingevolge een overeenkomst/gerechtelijk akkoord en niet ingevolge een faillissement werd overgedragen, dan situeert hij deze overdracht in de loop van de maand augustus 2005 en houdt hij voor dat deze overnameoperatie vervolgens in een schriftelijke overeenkomst van 5 september 2005 werd gegoten ( vergelijk zijn syntheseberoepsconclusie van 7 oktober 2008, 4.5). Dit houdt echter in dat zijn arbeidsovereenkomst initieel niet overgenomen werd door de B.V. Texim Europe, maar dat ze binnen de insolvente groep voordien overgegaan was naar de Nederlandse B.V. Eurodis Distribution Services of de B.V. Eurodis Texim Electronics, die op hun beurt echter failliete ondernemingen zijn ingevolge het vonnis van de rechtbank van Almelo van 25 augustus 2005, waarbij Mr. Daniëls als curator werd aangesteld. De overeenkomst van 5 september 2005 tot overgang van de arbeidsovereenkomsten en andere activa naar de B.V. Texim Europe werd overigens voor deze Nederlandse vennootschappen ondertekend door zowel curator D. als door de Administrators van de groep. De overgang naar de B.V. Texim Europe op 5 september 2005 gebeurde dan ook alleszins ingevolge een faillissement. 8. Terecht wijzen geïntimeerden er verder op dat appellant zijn ingebrekestelling in verband met zijn ontslag telkens gericht heeft aan de N.V. Eurodis Texim Electronics, zodat hij in die periode alleszins niet het standpunt heeft ingenomen dat zijn arbeidsovereenkomst was overgegaan naar de B.V. Texim Europe of naar de slechts na zijn ontslag opgerichte B.V.B.A. Texim Europe. De overeenkomst die de Administrators met de B.V.B.A. Texim Europe afsloten op 5 oktober 2005, dateert eveneens van na het ontslag en had overigens geen betrekking op de mogelijke overgang van arbeidsovereenkomsten, daar ze beperkt bleef tot de invordering van openstaande schuldvorderingen, wat opnieuw begrijpbaar is gelet op de insolventie, die zoals hierboven aangeduid dient beschouwd te worden als een faillissement. Het hoger beroep is dan ook ongegrond. De argumentaties in ondergeschikte orde en de vordering in vrijwaring zijn aldus zonder voorwerp. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis, in zoverre het bestreden wordt door appellant. Veroordeelt appellant tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van de B.V. Texim Europe en de B.V.B.A. Texim Europe begroot op rechtsplegingsvergoeding hoger beroep basisbedrag euro 5.000 en aan de zijde van de N.V. Eurodis Texim Electronics niet begroot. Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof op 18 december 2009, waar aanwezig waren : De Heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw S. ALAERTS, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer B. MUSSCHE, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. HERREGODTS, L. LENAERTS, S. ALAERTS. B. MUSSCHE. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 18 december 2009 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2009:ARR.20091218.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.