id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 15 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100115.4 Rolnummer: 2007/AB/50.182 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-02-17 Raadplegingen: 148 - laatst gezien 2026-07-02 21:14 Fiche 1 Wanneer een partij tekort komt aan de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, doet zulks op zichzelf de arbeidsovereenkomst niet eindigen. Enkel wanneer de blijvende wil blijkt om de overeenkomst in haar geheel of voor een belangrijk deel niet meer uit te voeren kan er sprake zijn van een onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Wanneer een werkneemster met een moeilijke zwangerschap, die reeds meerdere maanden afwezig is wegens arbeidsongeschiktheid, aangemaand wordt om het werk te hernemen, wordt ten onrechte de onwettige afwezigheid als contractuele wanprestatie ingeroepen, wanneer noch uit het arbeidsreglement noch uit de arbeidsovereenkomst blijkt dat er voor het indienen van een verlengingsattest afspraken zijn bepaald en wanneer de werkgever hiertoe evenmin uitdrukkelijk heeft verzocht. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Schorsing (arbeidsovereenkoms) Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Impliciet ontslag - Wet 3 juli 1978, art. 31 §2 Verlengingsattest bij voortdurende ziekte. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 31,§2 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gerangschikt onder II AAN art. 31 §
- Een andere korte inhoud is gerangschikt onder III C art. 40.. Fiche 2 Wanneer de werkneemster voorhoudt dat de ingeroepen redenen niet vreemd zijn aan haar lichamelijke toestand als gevolg van haar zwangerschap, dan moet de werkgever bij toepassing van artikel 40 van de arbeidswet het bewijs leveren van:
- het bestaan van objectieve feiten die aantonen dat het ontslag werd gegeven om redenen die vreemd zijn aan haar lichamelijke toestand;
- de echtheid van deze redenen;
- het oorzakelijk verband tussen deze vreemde redenen en het ontslag UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidswetgeving - Moederschapsbescherming - Ontslagbescherming Vrije woorden: ARBEIDSREGLEMENTERING - VROUWENARBEID - Moederschapsbescherming - Bewijsregeling. Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1971 - 40 - 02 ELI link Pub nr 1971031602 Nota: Gerangschikt onder III C art.
- Een andere korte inhoud is gerangschikt onder II AAN art. 31 §
- Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 15 JANUARI
- 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak A.R. nr. 50.182 : DE N.V. GLOBAL CARE & CONTACT CENTER, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1932 Zaventem, Lozenberg, 17, Appellante, vertegenwoordigd door Mter W. Denoodt loco Mter G. Lamal, advocaat te 1932 Zaventem; Tegen : Mevrouw N. L., Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter Vandendriessche S. loco Mter L. De Munck, advocaat te 1852 Beigem; In de zaak A.R. nr. 50.254 : DE N.V. GLOBAL CARE & CONTACT CENTER, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1932 Zaventem, Lozenberg, 17, Appellante, vertegenwoordigd door Mter W. Denoodt loco Mter G. Lamal, advocaat te 1932 Zaventem; Tegen : Mevrouw N. L., Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter Vandendriessche S. loco Mter L. De Munck, advocaat te 1852 Beigem; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (2e kamer) op de openbare terechtzitting van 20 april 2007; - de verzoekschriften tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel, respectievelijk op 28 augustus 2007 (zaak A.R. nr. 50.182) en 17 september 2007 (zaak A.R. nr. 50.254); - de besluiten van partijen; - de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen tijdens de openbare zitting van 18 december 2009, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd. FEITEN EN RECHTSPLEGING.
- Op 4 december 2000 ondertekenden mevrouw L.h N. en de N.V. Belgacom Skynet een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waardoor mevrouw N. met ingang van dezelfde datum werd aangeworven als helpdesk operator. Op 29 maart 2002 ondertekenden dezelfde partijen, samen met de N.V. IP Global Care, een overeenkomst tot overdracht van onderneming in de zin van de CAO 32bis, en dit met ingang van 2 april
- Van 3 tot 30 april 2002 was mevrouw N. arbeidsongeschikt wegens ziekte. Ze hervatte het werk op 3 mei 2002 en nam vervolgens vakantie van 6 tot 17 mei
- Na de feestdag van 20 mei 2002, hervatte ze het werk op 21 mei, maar vanaf 22 mei 2002 tot 24 juli 2002 was ze opnieuw arbeidsongeschikt, klaarblijkelijk ingevolge een moeilijke zwangerschap. Ze verantwoordde deze ziekteperiodes telkens met de medische attesten. Met een medisch attest van 18 april 2002 werd de zwangerschap aan de werkgever gemeld. Op 25 juli 2002 verscheen ze niet op het werk en dezelfde dag verzond haar werkgever haar een aangetekende brief waarin gemeld werd dat ze onwettig afwezig was en dat bij gebrek aan aanmelding ten laatste op 29 juli 2002, dit beschouwd zou worden als een éénzijdige verbreking van het contract langs haar kant. Bij aangetekende brief van 30 juli 2002 meldde de werkgever dat de wil tot beëindiging in haren hoofde om de arbeidsovereenkomst éénzijdig te verbreken werd vastgesteld wegens 4 dagen onwettige afwezigheid. Op dezelfde datum verzond mevrouw N. bij aangetekende brief een nieuw medisch attest wegens werkonbekwaamheid voor de periode van 25 juli 2002 tot 9 augustus
- Bij aangetekende brief van 1 augustus 2002 stelde de werkgever vast dat de brieven van 30 juli 2002 mekaar hadden gekruist, maar dat zij bij haar standpunt bleef, zoals vermeld in haar vorige brief. Op 12 augustus 2002 ontving de N.V. nogmaals een medisch attest voor de periode van 10 augustus tot en met 10 september
- Bij aangetekende brief van 13 augustus 2002 uitte de vakorganisatie haar verwondering over deze gang van zaken en wees op de moeilijke zwangerschap van mevrouw N. en de daaruit volgende verlengingen van de ziekteperiode; zij wees erop dat telefonisch contact werd gezocht met de werkgever, maar dat dit afgeweerd werd en zij vroeg uiteindelijk een opzeggingsvergoeding van 3 maanden en een beschermingsvergoeding wegens zwangerschap van 6 maanden. Op haar beurt betwistte de werkgever de beweringen van de vakorganisatie en wees erop dat in het verleden de vriend van mevrouw N. steeds de ziekteattesten binnenbracht; zij handhaafde haar standpunt in verband met de contractbreuk.
- De betwisting bleef over en weer gaan, zodat mevrouw N. op 16 juli 2003 de N.V. Global Care and Contact Center dagvaardde in betaling van : - een opzeggingsvergoeding van 3 maanden of euro 5.259,81 - een beschermingsvergoeding van euro 10.519,62 - vertrekvakantiegeld op de opzeggingsvergoeding van euro 806,85 al deze bedragen te vermeerderen met wettelijke intrest vanaf 29 juli 2002, de gerechtelijke intresten en de kosten. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank van Brussel van 20 april 2007 werd deze vordering ontvankelijk en gegrond verklaard, behalve wat betreft het vertrekvakantiegeld, dat niet kan aangerekend worden op de opzeggingsvergoeding. Bij verzoekschriften tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 28 augustus 2007 en op 17 september 2007, tekende de N.V. Global Care and Contact Center hoger beroep aan en vroeg dat de vordering van mevrouw N. volledig ongegrond zou worden verklaard. BEOORDELING. De hogere beroepen tegen hetzelfde vonnis ingeleid bij verzoekschriften neergelegd op 28 augustus 2007 en op 17 september 2007 dienen voor een goede rechtsbedeling te worden samengevoegd. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat deze hogere beroepen tijdig werden ingesteld. Ze zijn regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Ze zijn derhalve ontvankelijk. De verbreking van de arbeidsovereenkomst wegens wanprestatie met de wil tot beëindiging.
- Global Care roept in dat mevrouw N. éénzijdig de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd wegens 4 dagen onwettige afwezigheid door het niet inleveren van een verantwoordend medisch attest voor een verlenging van haar ziekteperiode. De werkgever merkt dit aan als de wanprestatie,waarop hij het impliciet ontslag van mevrouw N. steunt. Wanneer een partij tekort komt aan de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, doet zulks op zichzelf de arbeidsovereenkomst niet eindigen ( Cass., 5 januari 1977, Arr. Cass. 1977,487; Cass., 14 april 1980, R.W. 1980 -81, 979 met conclusie Openbaar Ministerie; Cass., 27 oktober 1986, Soc. Kron., 1987, 116; Cass., 4 februari 1991, R.W. 1990 -91, 1437; Cass., 1 februari 1993, Soc. Kron. 1993, 304 met noot). Enkel wanneer de blijvende wil blijkt om de overeenkomst in haar geheel of voor een belangrijk deel niet meer uit te voeren kan er sprake zijn van een onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst ( Cass., 26 maart 1984, Arr. Cass. 1983-84, 973; Cass., 7 maart 1994, Arr. Cass. 1994, 232). Of de partij die aan een verplichting tekort komt en hierbij tevens uiting geeft aan de wil om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, is een feitelijk gegeven waarover de feitenrechter oordeelt ( Cass., 26 februari 1990, Soc. Kron. 1990, 273). Deze wil dient afgeleid worden uit de concrete omstandigheden eigen aan de zaak (Arbh. Brussel 1 juni 1979, JTT 1980,143). De partij die ten onrechte contractbreuk verwijt aan een andere partij, begaat een tekortkoming waarbij zijzelf de wil uitdrukt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, zodat in dat geval deze partij zelf de arbeidsovereenkomst onrechtmatig beëindigt ( Arbh. Antwerpen, 14 oktober 1993, JTT 1994, 213; Arbh. Antwerpen, 4 februari 1997, R.W. 1997-98, 50). Contractuele wanprestatie.
- Overeenkomstig artikel 31 §2 van de arbeidsovereenkomstenwet dient de werknemer bij schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens ziekte een geneeskundig getuigschrift voor te leggen, indien een collectieve arbeidsovereenkomst op het arbeidsreglement dit voorschrijft of bij ontstentenis van dergelijk voorschrift, op verzoek van de werkgever. Artikel 9 van de arbeidsovereenkomst van 4 december 2000 verwijst voor de afwezigheid wegens ziekte naar het arbeidsreglement van Belgacom Skynet. Dit wordt door geen van de partijen voorgebracht, zodat niet vaststaat in welke mate er een verplichting bestond om een geneeskundig getuigschrift voor te leggen. Bovendien bepaalt de arbeidsovereenkomstenwet niet uitdrukkelijk welke formaliteiten inzake verwittiging moeten nageleefd worden bij verlenging van de arbeidsongeschiktheid; in de rechtspraak bestaan hierover verschillende stellingen ( W. Van Eeckhoutte, Sociaal compendium 04-05, 1406, nr. 4603). Alleszins kan uit de enkele omstandigheid dat geen verlengingsattest werd ingediend, niet afgeleid worden dat de werknemer de overeenkomst heeft beëindigd ( Arbh. Bergen 3 mei 1991, JTT 1991, 400; Arbh. Brussel 20 juni 1979, Med. VBO 1980, 220). In alle geval heeft de werkgever op 25 juli 2002 voorbarig een onwettige afwezigheid ingeroepen met aanmaning om op 29 juli zich opnieuw op het werk aan te melden, temeer daar men wist dat mevrouw N. een moeilijke zwangerschap kende en zij voordien reeds meerdere maanden wegens ziekte afwezig was. In de brief van 25 juli 2002 wordt mevrouw N. niet expliciet uitgenodigd om een bijkomend geneeskundig getuigschrift voor te leggen, maar zij heeft dit na een bezoek aan haar arts wel gedaan op 30 juli 2002, zijnde dezelfde datum, waarop Global Care de contractbreuk inriep. Eveneens op 30 juli werd Global Care zowel door de vriend van mevrouw N. als door haar vakorganisatie telefonisch gecontacteerd om de situatie toe te lichten. In die omstandigheden is geen uitdrukkelijke contractuele wanprestatie aangetoond. De wil tot beëindiging.
- Alleszins kan in hoofde van mevrouw N. niet worden besloten tot het bestaan van een wil tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het op 30 juli 2002 verzenden van een medisch attest voor de periode van 25 juli 2002 tot en met 9 augustus 2002 toont aan dat mevrouw N. de arbeidsovereenkomst wilde voortzetten. Op 12 augustus 2002 verzond ze overigens nogmaals een medisch attest voor de periode van 10 augustus tot en met 10 september
- Global Care heeft dan ook ten onrechte de contractbreuk ingeroepen en heeft hierdoor zelf op onrechtmatige wijze een einde gemaakt aan de arbeidsovereenkomst, waardoor ze gehouden is om de gevorderde opzeggingsvergoeding van 3 maanden te betalen, waarvan het bedrag niet wordt betwist. Wat betreft dit onderdeel is het hoger beroep ongegrond. De moederschapbescherming.
- Artikel 40 van de arbeidswet bepaalt : " De werkgever die een zwangere werkneemster tewerkstelt, mag geen handeling stellen die ertoe strekt éénzijdig een einde te maken aan de dienstbetrekking vanaf het ogenblik waarop hij werd ingelicht omtrent de zwangerschap tot één maand na het einde van de postnatale rustperiode, behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling. De werkgever dient te bewijzen dat zulke redenen voorhanden zijn. Op verzoek van de werkneemster stelt de werkgever haar er schriftelijk van in kennis. ..." Artikel 40 van de arbeidswet voorziet in de betaling van een forfaitaire vergoeding gelijk aan het brutoloon voor 6 maanden ingeval deze beschermingsregel wordt overtreden. In casu wordt niet betwist dat mevrouw N. haar werkgever op de hoogte heeft gebracht van haar zwangerschap. Wanneer de werkneemster voorhoudt dat de ingeroepen redenen niet vreemd zijn aan haar lichamelijke toestand als gevolg van haar zwangerschap, dan moet de werkgever het bewijs leveren van :
- het bestaan van objectieve feiten die aantonen dat het ontslag werd gegeven om redenen die vreemd zijn aan haar lichamelijke toestand;
- de echtheid van deze redenen;
- het oorzakelijk verband tussen deze vreemde redenen en het ontslag ( S. Cockx en P. Maerten, Overzicht rechtspraak beschermde werknemers 2002 -2007,Or. 2008/1, 21; Arbh. Brussel, 12 september 2006, A.R. 47.218; Arbh. Antwerpen, 7 april 2003, Soc. Kron 2004,84).
- Op het C4-formulier staat als reden van werkloosheid vermeld : Eénzijdige verbreking door werknemer van de arbeidsovereenkomst : onwettige afwezigheid. Onder randnummer 2 hierboven werd de onwettige afwezigheid en de uitdrukkelijke contractuele wanprestatie niet weerhouden. In randnummer 3 werd vastgesteld dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van het ten onrechte inroepen van contractbreuk door Global Care. De door de werkgever ingeroepen reden kan dan ook niet worden aanvaard en Global Care toont in dit opzicht niet aan dat er redenen zijn die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand als gevolg van de zwangerschap van mevrouw N.. Terecht stelt Global Care dat zij in de loop van de gerechtelijke procedure de ontslagreden nader kan motiveren. In haar beroepsbesluiten brengt ze echter geen aanvullende of nieuwe redenen aan, daar ze op p. 11 onder IV. 2.1.2 opnieuw verwijst naar de onwettige afwezigheid of m.a.w. dezelfde reden van het C4-formulier. Mevrouw N. van haar kant houdt voor dat haar afwezigheid het gevolg was van haar zwangerschap en dit werd aan Global Care ook als dusdanig meegedeeld. Global Care, op wie de bewijslast rust, toont alleszins de onjuistheid van deze bewering niet aan. Global Care bewijst dus niet dat er redenen voor het ontslag voorhanden zijn, die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand als gevolg van de zwangerschap van mevrouw N., zodat deze terecht aanspraak maakt op de beschermingsvergoeding van artikel 40 van de arbeidswet. Ook op dit punt is het hoger beroep ongegrond.
- De gerechtskosten dienen derhalve ten laste worden gelegd van de N.V. Global Care; ter zitting verwijzen beide partijen naar het basisbedrag voor de rechtsplegingsvergoeding. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Voegt de hogere beroepen, ingeleid bij verzoekschriften hoger beroep van 28 augustus 2007 en van 17 september 2007 samen Verklaart deze hogere beroepen ontvankelijk, doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Veroordeelt de N.V. Global Care tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van beide partijen te begroten op : rechtsplegingsvergoeding hoger beroep euro 1.100 Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, Mevrouw L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De heer A. LEURS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS, L. REYBROECK, A. LEURS. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 15 januari 2010 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100115.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div