id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 15 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100415.2 Rolnummer: 2009/AB/052322 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-08-26 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-07-01 12:39 Fiche Een voldoende belang is een vereiste om hoger beroep in te stellen. Het belang concretiseert zich dan in de eis dat de bestreden beslissing griefhoudend dient te zijn. Niet griefhoudend is de beslissing waarin de rechter, zonder enige uitspraak te doen over de grond van de ambtshalve opgeworpen exeptie, de debatten heropent ten einde een partij toe te laten standpunt in te nemen over deze exeptie. Een dergelijke belsissing kan gelijk gesteld worden met een beslissing of maatregel van inwendige aard in de zin van artikel 1046 van het Gerechtelijk Wetboek. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Belang Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Ontvankelijkheid hoger beroep - Belang. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing rep.nr ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ───────── ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN VIJFTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN TIEN. 7e KAMER socialezekerheidsbijdragen tegenspraak definitief In de zaak : IRON MOUNTAIN, naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel te 1831 Machelen, Woluwelaan 147, ondernemingsnummer 0859.679.920, appellante, vertegenwoordigd door meester B. Blanpain, advocaat te Brussel, tegen : RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, geïntimeerde, vertegenwoordigd door meester S. De Kerpel loco meester P. Derveaux, advocaat te Zaventem. * * * * Na beraad, spreekt het arbeidshof te Brussel volgend arrest uit: Het arbeidshof neemt kennis van de volgende procedurestukken: -het eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van 26 juni 2009 van de zevenentwintigste kamer van de arbeidsrechtbank te Brussel; -het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het arbeidshof op 10 juli 2009; -de conclusies voor de beide partijen; -de voorgelegde stukken; De partijen werden, wat de ontvankelijkheid van het hoger beroep betreft, gehoord in de mondelinge uiteenzetting van hun middelen en conclusies, ter openbare terechtzitting van 18 maart 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op heden. * * * * I. DE FEITEN EN DE RECHTSPLEGING.
- De nv Iron Mountain, die als activiteit heeft het beschermen, beheren en archiveren van informatie, het scannen, digitaliseren en inventariseren van gegevens en het ordenen en inpakken van archieven, werd op het ogenblik van haar inschrijving bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, onderworpen aan het Paritair Comité 226 inzake de Internationale Handel, het Vervoer en de aanverwante bedrijfstakken. De nv Iron Mountain heeft deze onderwerping betwist bij de algemene directie collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD tewerkstelling en arbeid, doch zonder succes. Naar aanleiding van de wijziging van de omschrijving van de bevoegdheid van het Paritair Comité 226 bij Koninklijk Besluit van 7 mei 2007, heeft de nv Iron Mountain deze toewijzing opnieuw betwist. Op 11 augustus 2008 stelde zij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in gebreke om over te gaan tot terugbetaling van bijdragen voor het Sociaal Fonds van het Paritair Comité 226 en dit vanaf 1 juli
- Bij exploot van 15 september 2008 heeft de nv Iron Mountain de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gedagvaard voor de arbeidsrechtbank te Brussel. Zij vorderde dat de arbeidsrechtbank voor recht zou zeggen dat het bevoegde Paritair Comité niet het Paritair Comité 226 was, maar wel het Paritair Comité
- Zij vorderde verder de terugbetaling van de door haar verrichtte onverschuldigde betalingen van bijdragen aan het sociaal fonds van het Paritair Comité, provisioneel begroot op 1,00 euro .
- In zijn vonnis van 26 juni 2009 heeft de arbeidsrechtbank, in aansluiting op het advies geformuleerd door het Openbaar Ministerie, de heropening van de debatten bevolen ten einde partijen toe te laten standpunt in te nemen over de toelaatbaarheid van de vordering van de nv Iron Mountain. De arbeidsrechtbank stelde zich de vraag of de vordering, zoals ze geformuleerd werd, van een voldoende belang getuigde in de zin van art. 17 van het Gerechtelijk Wetboek. De arbeidsrechtbank stelde conclusietermijnen vast voor beide partijen, en voorzag dat de zaak opnieuw in beraad zou genomen worden op 30 september 2009, voor vonnis op 23 oktober
- Bij verzoekschrift van 10 juli 2009 heeft de nv Iron Mountain hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. De nv Iron Mountain vraagt dat de oorspronkelijke vordering ontvankelijk wordt verklaard, dat het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden bevoegd wordt verklaard voor zijn activiteiten, en dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid veroordeeld wordt tot terugbetaling van de bijdragen aan het sociaal fonds van het Paritair Comité inzake de Internationale Handel, het Vervoer en de Logistiek, voor het provisioneel bedrag van 1,00 euro op een bedrag te begroten door haar sociaal secretariaat. II. DE ONTVANKELIJKHEID.
- Het beroep is regelmatig naar de vorm. Er wordt geen betekeningsakte voorgelegd van het bestreden vonnis, zodat het beroep ook tijdig is ingesteld. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid betwist echter de toelaatbaarheid van het hoger beroep omdat het bestreden vonnis van 26 juni 2009 op geen enkele wijze uitspraak doet over de ontvankelijkheid en de grond van de betwisting en er zich toe beperkt de heropening van de debatten te bevelen. Ter zitting van 18 maart 2010 hebben partijen, op voorstel van het hof, de debatten beperkt tot de vraag naar de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
- Overeenkomstig artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek kan een rechtsvordering niet worden toegelaten indien de eiser geen belang heeft om ze in te dienen. Deze regel vindt eveneens toepassing op het hoger beroep (Cass. 19.12.1979, Arr. Cass.1978-1979, p. 725; Cass.5.01.1990, Pas.1990, I, 526; G. Closset-marchal, F. Van Drooghenbroeck e.a. Droit Judiciaire privé. Aperçu de Jurisprudence, R.C.J.B. 2006, 191, P. Van Lersberghe, Belang vereist voor het instellen van een ontvankelijk hoger beroep, R.A.G.B. 2006, p. 1383, A. Decroes, Recevabilité de l'appel: qualité et intéret, R.C.J.B.2004, 370, 375). Het vereiste belang om hoger beroep in te stellen bestaat hierin dat de bestreden beslissing griefhoudend dient te zijn t.a.v. de partij die hoger beroep instelt, waarbij in de regel de grief moet voortvloeien uit het beschikkend gedeelte van de beslissing (cfr. Decroes, geciteerd artikel, p. 375 en 377, G. Closset-marchal e.a., geciteerd artikel, p. 190-194) en niet enkel uit een overweging van de bestreden beslissing. Zoals de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid terecht opmerkt heeft de eerste rechter in het geheel geen uitspraak gedaan over de problematiek van de ontvankelijkheid, doch heeft hij de heropening van de debatten bevolen ten einde de nv Iron Mountain toe te laten, alvorens uitspraak te doen over de ontvankelijkheid, haar opmerkingen terzake te laten gelden. De nv Iroun Mountain had aldus de mogelijkheid, zonder dat de procedure daardoor enige substantiële vertraging opliep (er werden conclusietermijnen bepaald en een vonnis werd voorzien voor 23 oktober 2009) om haar opmerkingen te formuleren en de eerste rechter te overtuigen dat zijn vordering wel degelijk ontvankelijk was.
- Aan de regel dat ieder beroep een belang vereist - en met name een beslissing die griefhoudend is - wordt geen afbreuk gedaan door de bepalingen van art. 616 en 1050 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze bepalingen stellen enkel de algemene regel vast dat tegen ieder vonnis hoger beroep kan worden ingesteld, maar doen geen afbreuk aan de vereiste van het belang. Het Gerechtelijk Wetboek bevat ten andere verschillende uitzonderingen op de regel van art. 1050, zoals het verbod hoger beroep in te stellen tegen het bevel tot persoonlijke verschijning van partijen, of het bevel tot voorlegging van documenten. Deze bepalingen steunen op dezelfde grondgedachte dat er een voldoende belang moet zijn om hoger beroep in te stellen, wat niet het geval is bij een louter voorbereidende beslissing, die zich nog op geen enkele wijze uitspreekt over een betwist punt. In die zin kan het vonnis dat, zonder enige beslissing te nemen, de heropening van de debatten beveelt ten einde partijen toe te laten een standpunt in te nemen over een door de rechter opgeworpen kwestie, gelijkgesteld worden met een beslissing of maatregel van inwendige aard als bedoeld in art. 1046 Gerechtelijk Wetboek. Op deze bepaling wordt door de rechtspraak gesteund om het beroep onontvankelijk te verklaren tegen een vonnis dat een prejudiciële vraag stelt aan het Grondwettelijk Hof (Luik, 30.06.1994, JLMB, 1994, p.1330) of aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (Brussel, 5 maart 1999, R.D.S. 1999, 433) of tegen een vonnis dat de zaak verwijst naar de arrondissementsrechtbank ( zie verder G. Closset-marchal e.a., geciteerd artikel nr. 111 p. 159).
- Het hoger beroep is dan ook onontvankelijk. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, in het bijzonder op het artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep onontvankelijk. Veroordeelt de nv Iron Mountain tot de kosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op 1.200 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen door de zevende kamer van het arbeidshof te Brussel en ondertekend door: F. Kenis, raadsheer, voorzitter; J.-M. Boulogne, raadsheer in sociale zaken, benoemd als werkgever; H. Silon, raadsheer in sociale zaken, benoemd als werknemer-arbeider; S. Van der hoeven, griffier. F. Kenis S. Van der hoeven H. Silon J.-M. Boulogne en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vijftien april tweeduizend en tien van de zevende kamer van het arbeidshof te Brussel door: F. Kenis raadsheer, voorzitter Bijgestaan door S. Van der hoeven, griffier. F. Kenis S. Van der hoeven PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100415.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div