← België

ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100423.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 23 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100423.7 Rolnummer: 2009/AB/051993 Rechtsgebied: Overige - Unierecht Invoerdatum: 2010-05-27 Raadplegingen: 120 - laatst gezien 2026-07-01 12:43 Fiche 1 Een vergissing in de opgave van de identiteit van de gedaagde werkgever leidt slechts tot relatieve nietigheid, zodat het bestaan van belangenschade moet worden nagegaan; deze is niet aanwezig, wanneer de dagvaarding de vereffenaar van een vennootschap heeft bereikt en uit de procesgang volgt dat deze geen enkele hinder heeft ondervonden om zich ten aanzien van de vordering te verdedigen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Algemeen Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Vermeldingen die, op straffe van nietigheid, in de dagvaarding moeten staan: naam, voornaam en woonplaats/verblijfplaats van de gedaagde. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 702,2° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Nota: Gerangschikt onder I A art. 702, 2° Ger.W. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder IX D 6 (Verordening 876/2002/EG). Een voorziening in cassatie werd op 14/10/2010 ingesteld door de appellante partij. Deze voorziening werd verworpen bij arrest van 4/11/

  1. Door arrest van 30.1.2012 heeft het Hof van cassatie een prejuciële vraag gesteld aan het Hof van justitie. Fiche 2 In de statuten van de Gemeenschappelijke Onderneming Galileo, die als bijlage zijn gevoegd bij de Europese Verordening 876/2002 van 21 mei 2002, kan geen hogere rechtsnorm worden gevonden die zou primeren op de loonafspraken in de individuele arbeidsovereenkomst; deze statuten houden niet in dat de werknemer recht heeft op een identiek loon als dit van een Europese ambtenaar. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT - RECHTSHANDELINGEN - Richtlijn Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN EN VERORDENINGEN - EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP - RICHTLIJNENEN VAN DE E.E.G. - Europese Verordening 876/2002 van 21/05/2002 - Loon ambtenaar Galileo. Wettelijke bepalingen: Huishoudelijk Reglement - 876/2002 - 21-05-2002 Nota: Gerangschikt onder IX D 6 - Verordening 876/2002/EG. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder I A art. 702, 2°. Een voorziening in cassatie werd op 14/10/2010 ingesteld door de appellante partij. Deze voorziening werd verworpen bij arrest van 4/11/
  2. Door arrest van 30.1.2012 heeft het Hof van cassatie een prejuciële vraag gesteld aan het Hof van justitie Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 23 APRIL
  3. 3de KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief Mevrouw R. B., Appellante, vertegenwoordigd door Mter V. Simeons, advocaat te 1080 Brussel; Tegen : DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING GALILEO, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 Brussel, Luxemburgstraat, thans in vereffening en waarvoor optreedt Mter Francis Goffin, met kantoor gevestigd te 1050 Brussel, Louizalaan, 1006, Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter Brasseur loco Mter Eddy Lievens, advocaat te 1050 Brussel; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest : Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel (24ste kamer) op de openbare terechtzitting van 12 februari 2009; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 27 maart 2009 ; - de besluiten en aanvullende besluiten van geïntimeerde ontvangen ter griffie van dit Hof, respectievelijk op 31 juli 2009 en 16 november 2009; - de besluiten en synthesebesluiten van appellante neergelegd ter griffie, respectievelijk op 1 oktober 2009 en 15 januari 2010; - de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen tijdens de openbare zitting van 26 maart 2010, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen.
  4. FEITEN EN RECHTSPLEGING.
  5. Op 1 augustus 2003 ondertekenen mevrouw R. B. en de Europese gemeenschappelijke onderneming Galileo een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 september 2003 tot 31 mei 2006, waarbij mevrouw B. in dienst genomen wordt als directiesecretaresse met een bruto jaarloon van euro 53.719,
  6. Artikel 18 van deze arbeidsovereenkomst bepaalt: Voor het overige verwijzen de partijen naar de Belgische wettelijke bepalingen, die de arbeidsovereenkomsten regelen. Elk geschil, dat kan voortkomen uit de interpretatie, de uitvoering of de ontbinding van de overeenkomst zal in gemeen akkoord voorgelegd worden aan de appreciatie van de hoven en rechtbanken te Brussel. (vrije vertaling) De gemeenschappelijke onderneming Galileo werd opgericht door de EG Verordening 876/2002 van 21 mei 2002, met als bijlage de statuten van de onderneming, waaronder artikel 11:
  7. De personeelsformatie wordt elk jaar vastgesteld in een lijst van het aantal ambten, die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen.
  8. De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming worden in dienst genomen met een contract van bepaalde duur, dat is opgesteld op basis van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.
  9. Alle personeelsleden komen ten laste van de gemeenschappelijke onderneming.
  10. De raad van bestuur stelt de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen vast. Op 1 maart 2004 ontvangt mevrouw B. een loonsverhoging van 5% als erkenning voor de uitvoering van haar taken. Op 23 augustus 2004 betwist mevrouw B. de loonschaal waarin ze vergoed wordt, omdat ze niet in overeenstemming zou zijn met de Europese graden. Op 31 augustus 2004 antwoordt de directeur van Galileo met verwijzing naar de van toepassing zijnde Belgische wettelijke bepalingen en de loonafspraken in artikel 7 van de arbeidsovereenkomst; tevens wordt aangegeven dat volgens de Europese reglementering Galileo niet verplicht is om het loonstelsel van de ambtenaren van de Europese Gemeenschap toe te passen, omdat de statuten slechts bepalen dat het arbeidsvoorwaardenstelsel moet geïnspireerd zijn op dit van de andere ambtenaren van de Europese Gemeenschap. De raad van bestuur heeft zich hiernaar gedragen. Op 4 november 2004 wordt er een bijlage aan de arbeidsovereenkomst ondertekend waarin de functie van mevrouw B. wordt aangepast als Executive Assistant en waar het jaarloon wordt aangepast aan deze nieuwe functie, met name vanaf 1 november 2004 euro 70.176,
  11. Op 28 januari 2005 betwist mevrouw B. andermaal de loonschaal die op haar tewerkstelling van toepassing was. Op 16 februari 2005 verwerpt Galileo deze betwisting met verwijzing naar de ondertekening van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst van 26 augustus 2003 en de bijlage van 1 november 2004, waarbij mevrouw B. uitdrukkelijk het loon aanvaard had. Op 14 maart 2006 ondertekenen partijen een bijlage aan de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst waarbij de overeengekomen duur verlengd wordt tot 31 december 2006 en waarbij alle andere clausules en contractuele voorwaarden van toepassing blijven. Op 20 december 2006 betwist mevrouw B. andermaal haar loonschaal. Bij antwoordbrief van 9 januari 2007 verwijst Galileo naar haar vorige brief van 15 ( lees 16) februari
  12. Mevrouw B. tracht dan nog bij een aantal andere instanties haar loondiscussie ter sprake te brengen, maar telkens wordt zij verwezen naar de voorafgaande afspraken.
  13. Partijen kwamen aldus niet tot overeenstemming en op 28 december 2007 dagvaardde mevrouw B. de naamloze vennootschap Galileo Joint Undertaking, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 3, thans in vereffening en waarvoor als vereffenaar optreedt de heer Goffin Francis., advocaat, met kantoren te 1050 Brussel, Louizalaan 106; ze vorderde betaling van : - achterstallig loon, provisioneel berekend op euro 5.000 - vakantiegeld op achterstallig loon, provisioneel geraamd op euro 1 te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten en de gerechtskosten. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 12 februari 2009 werd de vordering afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond, gelet op de loonafspraken in de arbeidsovereenkomst en in de bijlagen, terwijl uit artikel 11 van de statuten geen enkele verplichting volgt om identieke loonsvoorwaarden toe te kennen dan deze die van toepassing zijn op de personeelsleden van andere Europese instellingen. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 27 maart 2009, tekende mevrouw B. hoger beroep aan en hernam ze haar oorspronkelijke vordering, waarbij ze preciseerde dat ze voor de hele periode van tewerkstelling het loon wenste voor een functie in rang B3/salarisstap 2 in plaats van rang C3, resp. B4; In ondergeschikte orde vroeg ze het achterstallig loon in een functie in rang B4 voor de periode van 1 september 2003 tot 31 oktober
  14. BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. De ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering.
  15. Geïntimeerde houdt voor dat de dagvaarding onontvankelijk is, omdat zij enerzijds geen naamloze vennootschap is en anderzijds haar benaming in het Engels werd vermeld, wat tot nietigheid dient te leiden op grond van o.m. artikel 40 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Een vergissing in de opgave van de identiteit van de gedaagde werkgever leidt slechts tot relatieve nietigheid ( J. Petit, Sociaal Procesrecht, I.C.A. nr. 14, 2000, 150 , nr. 116; V. Vannes, Erreur quantà l' identité de l' employeur cité - validité?, JTT 1987, 125; Cass., 19 maart 1979, Arr. Cass. 1978-79, 833), zodat de eerste rechter terecht heeft nagegaan of deze vergissing geïntimeerde in haar belangen had geschaad. Geïntimeerde toont geen belangenschade aan; de dagvaarding heeft haar bereikt; deze was overigens geadresseerd aan haar vereffenaar en uit de procesgang volgt dat zij geen enkele hinder heeft ondervonden om zich ten aanzien van de vordering te verdedigen. Uit de inschrijving in de Kruispuntenbank van de Ondernemingen volgt dat de maatschappelijke naam van geïntimeerde werd opgegeven als Galileo Joint Undertaking,, zijnde dezelfde benaming die voorkomt op het briefpapier en de stukken die uitgaan van geïntimeerde. In die omstandigheden is er bij de aanduiding van de gedaagde geen schending van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zodat er evenmin nietigheid is op grond van artikel 40 van dezelfde wet. Het verschuldigde loon.
  16. In de arbeidsovereenkomst van 1 augustus 2003 wordt het jaarloon bepaald op euro 53.719,12, wat rekening houdend met de eindejaarspremie en het dubbel vakantiegeld, overeenkomt met een bruto maandloon van euro 3.859,13, zoals volgt uit de basisloonfiche die als bijlage bij de arbeidsovereenkomst is gevoegd. In de bijlage bij de arbeidsovereenkomst van 4 november 2004 wordt dit jaarloon verhoogd tot euro 70.176,30, wat overeenstemt met een maandelijkse brutoloon van euro 5.041,
  17. In de bijlage bij de arbeidsovereenkomst van 14 maart 2006 wordt overeengekomen dat deze contractuele bepaling van toepassing blijft tot het voorziene einde van de tewerkstelling op 31 december
  18. Al deze overeenkomsten werden door mevrouw B. ondertekend.
  19. Ondanks deze door mevrouw B. overeengekomen loonafspraken, meent zij aanspraak te kunnen maken op een hoger loon krachtens een hogere rechtsbron dan de individuele arbeidsovereenkomst, met name de Verordening 876/2002 van 21 mei 2002 tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, waarin de statuten van deze onderneming werden vastgelegd. Uit artikel 11,2 van deze statuten kan niet afgeleid worden dat mevrouw B. recht heeft op een volledig identiek loon als dit van de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. In dit artikel wordt immers enkel gezegd dat de overeenkomst van bepaalde tijd, waarmee mevrouw B. zou worden aangeworven, zou worden opgesteld op basis van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. Terecht heeft de eerste rechter de term op basis van geïnterpreteerd volgens de Franse tekst van de statuten, waar gesproken wordt over s' inspirant du ( in het Engels based on). Anders dan mevrouw B. voorhoudt zijn binnen de Europese Unie de verschillende talen gelijkwaardig, zodat er geen reden is om de Franse tekst terzijde te laten. Uit deze vergelijking kan inderdaad afgeleid worden dat de arbeidsovereenkomst diende gemodelleerd te worden naar de specificiteit van de gemeenschappelijke onderneming Galileo, maar dat men de vergelijkbare bepalingen uit de overeenkomsten van de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen als grondslag zou nemen. Volgens artikel 11,1 was de lijst van het aantal ambten binnen de personeelsformatie overigens afhankelijk van de jaarlijkse begroting, wat inhoudt dat de lonen een specifiek element vormden, dat binnen de begroting van Galileo diende te passen; immers volgens artikel 11, 3 komen alle personeelskosten ten laste van de gemeenschappelijke onderneming. In die zin diende de raad van bestuur overeenkomstig artikel 11,4 van deze statuten de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor het nader preciseren van de bepalingen van het contract van bepaalde duur in de zin van artikel 11,
  20. Op grond van artikel 1161 Burgerlijk Wetboek moeten alle bedingen van een overeenkomst worden uitgelegd het ene door het andere, zodat elk beding wordt opgevat in de zin die uit de gehele akte voortvloeit. Aldus volgt uit artikel 11 van de statuten dat de loonvorming mede bepaald werd door de jaarlijkse begroting, daar alle personeelskosten ten laste van de gemeenschappelijke onderneming kwamen, zodat de raad van bestuur dienaangaande de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen diende vast te stellen. Terecht verwijst Galileo in haar brief van 31 augustus 2004 dan ook naar deze vastlegging door de raad van bestuur. Overigens bevestigt mevrouw B. in haar syntheseberoepsconclusie van 15 januari 2010, pagina 25 dat de overeenkomstige EU-graden door de raad van bestuur goedgekeurd werden. Mevrouw B. leidt dan ook ten onrechte uit artikel 11 van deze statuten af dat ze aanspraak kan maken op een identiek loon als dit van een ambtenaar van de Europese Gemeenschappen; weliswaar diende de raad van bestuur zich bij het opstellen van de arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd te laten inspireren door de regeling van deze ambtenaren, maar hieruit volgt nog niet dat deze bepaling een bepaalde loonverplichting inhield. In die zin zijn de verwijzingen van mevrouw B. naar de lonen van andere medewerkers in Europese instanties niet ter zake dienend, daar de concrete loonvorming bij Galileo verder diende uitgewerkt te worden door de raad van bestuur op basis van de eigenheid van de onderneming, de middelen voorzien in de jaarlijkse begroting en de functie van mevrouw B.. Eens deze lonen vastgesteld, kon op basis daarvan de individuele arbeidsovereenkomsten worden afgesloten.
  21. Uit de overeenkomsten, vermeld in randnummer 2, volgt dat er tussen mevrouw B. en Galileo een wilsovereenstemming tot stand kwam in verband met het overeengekomen loon. Uit de brief van Galileo van 1 april 2004 volgt dat de loonsverhoging met 5% een erkenning inhield van de uitvoering van haar taken. Uit de bijlage bij de arbeidsovereenkomst van 4 november 2004 volgt dat het nieuwe jaarloon van euro 70.176,30 aangepast was aan de nieuwe functie van Executive Assistant. Hieruit kan afgeleid worden dat de loonvorming de eigenheid van de functie van mevrouw B. volgde, zoals ze in concreto door haar werd uitgevoerd. Terecht heeft Galileo dan ook in haar schrijven van 16 februari 2005 mevrouw B. erop gewezen dat zij door de ondertekening van deze overeenkomsten uitdrukkelijk het overeengekomen loon aanvaard had. Mevrouw B. blijft in gebreke om een hogere rechtsnorm aan te tonen die Galileo zou verplichten om een hoger loon dan het overeengekomene uit te betalen.
  22. Ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat uit artikel 18 van de arbeidsovereenkomst niet kan worden afgeleid dat het Belgische recht slechts beperkt van toepassing was. Voor hetgeen niet in de arbeidsovereenkomst was bepaald, verwezen de partijen naar de Belgische wettelijke bepalingen, wat inhoudt dat ze een rechtskeuze deden voor het Belgisch recht. Deze keuze houdt in dat de overeenkomst diende te voldoen aan de dwingende bepalingen van het Belgische arbeidsovereenkomstenrecht. Zoals in de vorige randnummers aangehaald, kan uit de Europese regelgeving geen strijdigheid worden afgeleid met wat in de arbeidsovereenkomst werd bedongen. De overige beschouwingen van mevrouw B. kunnen dan ook geen afbreuk doen aan het feit dat het loon correct werd uitbetaald volgens de overeenkomst. Haar vordering, ook deze in ondergeschikte orde, en haar hoger beroep zijn dan ook ongegrond. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond, Bevestigt het bestreden vonnis, Veroordeelt mevrouw B. tot de gerechtskosten van het hoger beroep, deze aan de zijde van beide partijen begroot op rechtsplegingsvergoeding hoger beroep euro 900 Aldus gewezen door de 3de Kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De heer L. LENAERTS, Raadsheer, De heer G. JACOBS, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De heer H. ENGELEN, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS, G. JACOBS, H. ENGELEN. Het arrest is uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3e Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 23 april 2010 door de heer L. LENAERTS, Raadsheer, bijgestaan door mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. L. LENAERTS, L. HERREGODTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100423.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.