← België

ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100520.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 20 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100520.14 Rolnummer: 2010/AB/00002 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2010-08-26 Raadplegingen: 123 - laatst gezien 2026-07-01 12:59 Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat een werkloze kan vrijgesteld worden van de verplichting van een actief zoekgedrag omwille van een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33% (toepassing art. 59bis van het werkloosheidsbesluit) houdt niet noodzakelijk in dat hij vrijgesteld is van de verplichting om mee te werken aan een begeleidingsplan bedoeld door art. 52 vn het werkloosheidsbesluit. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Toekenningsvoorwaarden - Onvrijwillig Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING - WERKLOOSHEID - Medewerking aan een begeleidingstraject. Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 52 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Nota: Gerangschikt onder V A N art.

  1. Eveneens gerangschikt onder V A N art. 59bis. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Toekenningsvoorwaarden - Beschikbaarheid arbeidsmarkt Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING - WERKLOOSHEID - Medewerking aan een begeleidingstraject. Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 59bis - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Nota: Gerangschikt onder V A N art. 59bis. Eveneens gerangschikt onder V A N art.
  2. Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 20 MEI
  3. 7DE KAMER Art. 580 § 2 G.W. Werkloosheid Tegensprekelijk Definitief Inzake : DE RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
  4. Appellant, vertegenwoordigd door Mr. I. VAN CALSTER loco Mr. R. SWENNEN, advocaat te Zellik. Tegen: S.R. , wonende te [xxx]. Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. J. HENDRIX, advocaat te Brussel.    Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit : Gelet op de stukken van rechtspleging, in het bij-zonder : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrecht-bank van Brussel op 30 november 2009, - het verzoekschrift in hoger beroep van ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 4 ja-nuari 2010; Gehoord de partijen in hun middelen en beweringen ter openbare terechtzitting van 1 april 2010 waarna de debatten gesloten werden en de zaak overgemaakt werd aan het Openbaar Ministerie voor schriftelijk advies neer te leggen uiterlijk op 15 april
  5. Gelet op het schriftelijk advies van de heer J.J. ANDRE, Advocaat-generaal ontvangen ter griffie op 15 april
  6. Partijen zien af van hun recht op repliek op dit ad-vies, waarna het arbeidshof de zaak in beraad neemt om uitspraak te doen op de openbare terechtzitting van 20 mei
  7.    I. DE FEITEN EN DE RECHTSPLEGING.
  8. De heer S.R. is sinds geruime tijd werkloos (werk-zoekende sinds 6 december 2004 volgens de VDAB, uit-keringsgerechtigd sinds 1 september 1999 volgens de bestreden beslissing van de Rijksdienst voor Ar-beidsvoorziening). Op 15 april 2008 - hij was dan 49 jaar oud - werd hem een (nieuwe) trajectbegeleiding voorgesteld, met het oog op het vinden van werk. Na een aanvankelijke weigering zonder enige verantwoor-ding, meldde de heer S.R. dat hij medische problemen had, die hij eerst met zijn dokter wenste te bespre-ken. De voorgestelde trajectbegeleiding werd op dat ogenblik uitgesteld en aan de heer S.R. werd ge-vraagd een medisch attest voor te leggen. Op de volgende bespreking met de consulent op 20 mei 2008 kon de heer S.R. geen medisch attest voorleg-gen. Er werd hem voorgesteld zijn arbeidsongeschikt-heid te laten vaststellen door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of wel een activering-screening te laten uitvoeren. De heer S.R. gaf geen gevolg aan deze suggestie en legde evenmin een medisch attest neer. Omdat de heer S.R. aangaf slechts een volgende afspraak bij de ge-neesheer specialist te kunnen bekomen einde juni, werd hij slechts opnieuw uitgenodigd op 21 augustus
  9. De heer S.R. had echter geen medisch document bij. Op 3 november 2008 werd de heer S.R. opnieuw uitgeno-digd. Hij legde op dat ogenblik een medisch verslag voor van een geneesheer (Dr.Vorlat), dat echter onlees-baar was zoals de heer S.R. zelf bevestigde. Hij zegde dat hij op advies van zijn vakbond de procedure niet opgestart had bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzie-ning tot een erkenning van een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33% (advies dat later ontkend werd door de vakorganisatie). Op 7 november 2008 werd de heer S.R. een laatste maal uitgenodigd om de trajectovereenkomst te onder-tekenen met de melding dat, indien hij weigerde te tekenen, zijn dossier werd overgemaakt aan de Rijks-dienst voor Arbeidsvoorziening.
  10. Op 18 december 2008 werd de heer S.R. gehoord door de Gewestelijke Directeur van de Rijksdienst voor Ar-beidsvoorziening. Hij verklaarde medisch niet in staat te zijn om in te gaan op initiatieven zoals een tra-jectovereenkomst. Hij legde geen medisch attest voor. Bij beslissing van 31 december 2008 werd hij voor onbepaalde duur uitgesloten uit het recht op werk-loosheidsuitkeringen, omdat hij weigerde deel te ne-men aan een inschakelingsparcours.
  11. Bij verzoekschrift, aangetekend verzonden op 7 ja-nuari 2009, stelde de heer S.R. beroep in voor de arbeidsrechtbank te Brussel tegen deze beslissing. Bij vonnis van 30 november 2009, ter kennis gebracht op 14 december 2009, heeft de arbeidsrechtbank de vordering ontvankelijk verklaard, maar heeft zij, vooraleer recht te spreken over de grond van de zaak een deskundig onderzoek bevolen. Aan de deskundige werd gevraagd te bepalen of de heer S.R. een graad van arbeidsongeschiktheid van tenminste 33% vertoont in de zin van artikel 59 bis van het Koninklijk Be-sluit van 25 november 1991 houdende de werkloos-heidsreglementering.
  12. Bij verzoekschrift van 4 januari 2010 heeft de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep in-gesteld tegen dit vonnis. II. DE ONTVANKELIJKHEID. Het hoger beroep is regelmatig naar de vorm. Het is ingesteld binnen de maand na de kennisgeving van het bestreden vonnis en is aldus tijdig ingesteld. Het beroep is ontvankelijk. III. BEOORDELING.
  13. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening betwist het door de eerste rechter bevolen deskundig onderzoek. Hij stelt dat de bepaling van een arbeidsongeschikt-heid van minstens 33 % enkel relevant is bij het on-derzoek van de vraag of een werkloze onderworpen is aan de verplichtingen inzake een actief zoekgedrag, zoals georganiseerd door artikel 59 bis van het Ko-ninklijk Besluit van 25 november 1991 op de werkloos-heidsuitkeringen (verder genoemd het werkloosheidsbe-sluit. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening stelt verder, in ondergeschikte orde dat, indien de medi-sche redenen aangehaald door de heer S.R. toch in re-kening worden gebracht om de weigering tot deelname aan het inschakelingsparcours te rechtvaardigen, er vooreerst een medisch onderzoek dient te gebeuren door een geneesheer, aangesteld door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Slechts als deze geneesheer oordeelt dat de heer S.R. medisch ongeschikt is, ont-staat er, aldus de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzie-ning, een medische betwisting die de aanstelling van een deskundige kan rechtvaardigen.
  14. Overeenkomstig artikel 44 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsregle-mentering dient de werkloze, om te kunnen genieten van uitkeringen, zonder arbeid en zonder loon te zijn en dit wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil. Overeenkomstig art. 51 § 1, tweede lid van het werk-loosheidsbesluit wordt onder werkloosheid wegens omstandigheden afhankelijk van de wil van de werkne-mer onder meer verstaan de weigering van de werkloze deel te nemen aan een begeleidingsplan of inschake-lingsparcours, hem voorgesteld door de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling of beroepsopleiding. Overeenkomstig artikel 52 bis § 2 van het werkloos-heidsbesluit kan de werknemer het recht op uitkerin-gen verliezen indien hij werkloos is of wordt als gevolg van de weigering deel te nemen aan een bege-leidingsplan of inschakelingparcours in de zin van artikel 51 § 1, tweede lid, 5°. Overeenkomstig artikel 58 van het werkloosheidsbe-sluit dient de werkloze om uitkeringen te genieten actief te zoeken naar werk en moet hij als werkzoe-kende ingeschreven zijn en blijven. Overeenkomstig artikel 59 bis van het werkloosheids-besluit volgt de directeur van het werkloosheidsbu-reau het actieve zoekgedrag naar werk op van de vol-ledige werkloze die meer dan 15 maanden werkloos is. Deze bepaling vindt echter onder meer geen toepas-sing wanneer de werkloze een arbeidsongeschiktheid vertoont van meer dan 33%, vastgesteld door de door het werkloosheidsbureau aangewezen geneesheer.
  15. Terecht merkt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op dat de bepalingen van artikel 52 en artikel 59 bis van het werkloosheidsbesluit van elkaar dienen onderschei-den te worden. Artikel 52 heeft betrekking op de weige-ring mee te werken aan een begeleidingsplan of inscha-kelingsparcours. Artikel 59 bis verplicht bepaalde ca-tegorieën werklozen tot een actief zoekgedrag. Artikel 59 bis voorziet enkel in een vrijstelling voor de verplichtingen inzake het actief zoekgedrag voor een de werkloze die meer dan 33% arbeidsonge-schikt is. De vaststelling van deze arbeidsonge-schiktheid heeft echter niet tot gevolg dat de werk-loze niet meer beschikbaar zou moeten zijn voor de arbeidsmarkt, dat hij zou kunnen weigeren in te gaan op een passende werkaanbieding of dat hij zijn mede-werking zou kunnen weigeren aan een begeleidingsplan of een inschakelingsparcours. De door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatre-gel kan dan ook niet bevestigd worden, vermits een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33% op zichzelf geen voldoende medische reden kan vormen om een trajectbegeleiding te weigeren.
  16. Uiteraard kan niet uitgesloten worden dat medische redenen een werkloze beletten een bepaald voorge-steld traject te volgen, tijdelijk of definitief. Door de heer S.R. worden echter onvoldoende medische elementen aangebracht om te oordelen dat hij niet in staat was het voorgelegde traject te volgen of dat hij in het totaal niet arbeidsgeschikt zou zijn. In-tegendeel blijkt, zoals terecht door het openbaar ministerie in zijn advies wordt opgemerkt, uit het door hem voorgelegde medisch attest dat hij daarin aangespoord werd om progressief meer te mobiliseren en activiteiten op te bouwen, ondanks de pijn die hij voelt. De heer S.R. heeft ook nooit van de gele-genheid gebruik willen maken, die hem geboden werd door de VDAB, om zijn arbeidsongeschiktheid te laten vaststellen door een geneesheer, aangesteld door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, zodat de VDAB of de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening ook nooit in de gelegenheid gesteld werden om te onderzoeken voor welke arbeid de heer S.R. geschikt of onge-schikt was en op die basis de trajectbegeleiding aan te passen. Het voorgelegde medisch attest is ook onvoldoende om de aanstelling van een deskundige te rechtvaardigen.
  17. Het hoger beroep is dan ook gegrond.    OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, in het bijzonder op het artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Gelet op het eensluidend schriftelijk advies van de heer Jean-Jacques André, Advocaat-generaal; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond; Hervormt het bestreden vonnis en wijst de heer S.R. af van zijn vordering tot vernietiging van de bestreden administratieve beslissing van 31 december 2008; Veroordeelt, overeenkomstig artikel 1017 al.2 van het Gerechtelijk Wetboek, de Rijksdienst voor Ar-beidsvoorziening tot de kosten van het hoger beroep, niet begroot in hoofde van de heer S.R.; Aldus gewezen door de 7de kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door : De Heren : F. KENIS : Raadsheer, C. LAURIERS : Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, J.P. VAN CONINGSLOO : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-arbeider, En bijgestaan door : D. DE RAEDT: Grif¬fier, C. LAURIERS J.P. VAN CONINGSLOO D. DE RAEDT F. KENIS En uitgesproken op de openbare te¬rechtzitting van de 7de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 20 mei 2010 door : De heer F. KENIS : Raadsheer, En bijgestaan door : D. DE RAEDT: Grif¬fier, D. DE RAEDT F. KENIS PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100520.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.