id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 25 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100625.9 Rolnummer: 2009/AB/051999 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-10-14 Raadplegingen: 141 - laatst gezien 2026-07-01 13:22 Fiche 1 Het ontbreken in de dagvaarding van de juiste identiteitsgegevens nopens de gedaagde, brengt slechts nietigheid mee, indien het verzuim of de nalatigheid de belangen schaadt van die partij. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Belangenschade Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Excepties van nietigheid. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 861 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Nota: Gerangschikt onder I A art.
- Andere samenvattingen zijn gerangschikt onder I B art. 1134 en III H artt. 2, 3e lid en
- Fiche 2 Na een gegeven ontslag staat het aan de partijen vrij, om op basis van het principe van de wilsautonomie, vastgelegd in artikel 1134 B.W., in gemeenschappelijk overleg te beslissen om dit ontslag als niet gegeven te beschouwen zodat het contract alsnog het voorwerp kan zijn van een andere wijze van beëindiging. Dit is echter slechts mogelijk na een gemeenschappelijk overleg en een nieuwe wilsovereenstemming na het gegeven ontslag. Wanneer niet aangetoond is dat werkzaamheden van de werknemer na het ontslag gebeurden op vraag van de werkgever, maar deze hiervoor niettemin loon uitbetaalt, wordt niet aangetoond dat de werkgever afstand van recht deed in verband met het door de werknemer gegeven ontslag,. omdat ook in andere situaties na een ontslag de werkzaamheden gedurende een korte bedenktijd kunnen worden verdergezet zonder dat afbreuk gedaan wordt aan het ontslag. Een afstand van recht kan enkel worden afgeleid uit feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Grondpijlers - Wilsautonomie Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - BURGERLIJK RECHT - Gevolgen van verbintenissen - Ontslag en keuze om nadien de arbeidsovereenkomst op een andere wijze te beëindigen. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1134 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 Nota: Gerangschikt onder I B art.
- Andere samenvattingen zijn gerangschikt onder I A art. 861 en III H artt. 2, 3e lid en
- Fiches 3 - 4 Overeenkomstig artikel 2, derde lid, 10 van de Loonbeschermingswet van 12 april 1965 wordt het vakantiegeld niet als loon beschouwd, zodat artikel 23 van deze wet op vakantiegeld niet kan toegepast worden. De werkgever kon derhalve op het gedeelte vakantiegeld een inhouding wegens onverschuldigde betaling verrichten. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Loonbegrip Vrije woorden: ARBEIDSREGLEMENTERING - BESCHERMING VAN HET LOON - Begrip loon. Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - 2,L3 - 04 ELI link Pub nr 1965041207 Nota: Gerangschikt onder III H art. 2, 3e lid. Andere samenvattingen zijn gerangschikt onder I A art. 861; I B art. 1134 en III H art.
- UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Inhouding op loon Vrije woorden: ARBEIDSREGLEMENTERING - BESCHERMING VAN HET LOON - Art. 23 niet van toepassing bij inhouding op vakantiegeld wegens onverschuldigde betaling. Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - 23 - 04 ELI link Pub nr 1965041207 Nota: Gerangschikt onder III H art.
- Andere samenvattingen zijn gerangschikt onder I A art. 861; I B art. 1134 en III H art. 2, 3e lid. Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 25 JUNI 2010 3e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende (artikel 578,1°(b) Ger.W.) tegensprekelijk definitief in de zaak met AR nummer 2009/AB/51999: VDH. C., wonende te [xxx], appellant op hoofdberoep geïntimeerde op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door mr. DECLERCK Ilse loco mr. STAPPERS Koen, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Vlaamse Kaai 54-57 tegen:
- UPS SCS (BELGIUM) NV, met maatschappelijke zetel te 2030 ANTWERPEN, Noorderlaan 147, K.B.O. nr. 0406.685.465, eerste geïntimeerde op hoofdberoep eerste appellante op incidenteel beroep,
- UPS SCS SUPPLY CHAIN SOLUTIONS INC, vennootschap naar het recht van de staat DELAWARE, met maatschappelijke zetel te DELAWARE (USA), Corporation Trust Center, 1209 Orange Street, Wilmington, New Castle County, tweede geïntimeerde op hoofdberoep, tweede appellante op incidenteel beroep; beiden vertegenwoordigd door mr. CRAENINCKX Herman, advocaat te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat 25; en in de zaak met AR nummer 2009/AB/51485: VDH. C., wonende te [xxx], appellant, vertegenwoordigd door mr. DECLERCK Ilse loco mr. STAPPERS Koen, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Vlaamse Kaai 54-57 tegen: UPS SCS (BELGIUM) NV, met maatschappelijke zetel te 2030 ANTWERPEN, Noorderlaan 147, geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. CRAENINCKX Herman, advocaat te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat 25; f *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 30-06-2008 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 2e kamer (A.R. 3056/06 en 5013/06). - de verzoekschriften tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 31 maart 2009 (in de zaak met AR nummer 2009/AB51999) en op 6 november 2008 (in de zaak met AR nummer 2008/AB/51485); - de conclusies die voor de beide partijen ter griffie werden neergelegd; - de voorgelegde stukken; De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 28 mei 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * FEITEN EN RECHTSPLEGING
- De heer VdH. C.kwam op 18 september 2000 in dienst van Menlo Worldwide Forwarding Inc. ( hierna afgekort als Menlo) in de hoedanigheid van tracing bediende. Op 24 oktober 2003 werd de heer VdH. C.gedurende een periode van 3 maanden tewerkgesteld in Koeweit. Vanaf 25 januari 2004 werd hij aangesteld als Service Manager voor Koeweit en Irak. Met een e-mail van 9 februari 2005 deelde de heer VdH. C.mee dat hij omwille van persoonlijke redenen met onmiddellijke ingang zijn arbeidsovereenkomst van 19 september 2000, ondertekend te Brussel, beëindigde. Op dezelfde dag ondertekende de heer Omar Hassan deze e-mail voor ontvangst, waaraan de heer VdH. C.handgeschreven had toegevoegd : laatste werkdag nog te bepalen. De heer Omar Hassan is de country manager in Koeweit; er is discussie tussen partijen of hij een hiërarchische bevoegdheid had ten aanzien van de heer Van der Horst. De e-mail werd echter eveneens verzonden naar de heer Dursley Neil J., van wie niet betwist wordt dat hij de rechtstreekse hiërarchische overste van de heer VdH. C.was. Na 9 februari 2005 heeft de heer VdH. C.nog een aantal prestaties voor Menlo geleverd in verband met de overdracht van zijn werkzaamheden. Hij werd door zijn werkgever betaald tot 28 februari
- Op 5 februari 2005 had de heer VdH. C.vakantie aangevraagd voor de periode van 28 februari tot 22 maart
- Het antwoord van de werkgever op deze vakantieaanvraag wordt niet voorgebracht. Op 23 maart 2005 heeft de heer VdH. C.zich aangeboden bij Menlo, waarbij hem werd meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst eind februari een einde had genomen.
- Bij schrijven van de raadsman van de heer VdH. C.van 18 april 2005 aan Menlo werd deze laatste in gebreke gesteld in betaling van een opzeggingsvergoeding van 8 maanden, becijferd op de euro 42.323,
- Tevens werd gewezen op het feit dat de laatste onkostenrekening en de bonus 2004 nog openstonden en werd toelichting gevraagd over de inhouding op het nettoloon van februari van euro 5.833,
- De raadsman van Menlo betwistte op 9 mei 2005 deze vordering, omdat de heer VdH. C.onvoorwaardelijk ontslag had genomen. De verdere briefwisseling tussen partijen leidde niet tot een oplossing.
- Op 1 mei 2005 werd Menlo Worldwide Forwarding Inc. door fusie opgeslorpt door UPS Supply Chain Solutions Inc. ( zie statutenwijziging 29 april 2005, gepubliceerd in het B.S. op 19 augustus 2005 - stuk 9 Menlo) Bij beslissing van de raad van bestuur van 14 juli 2005 werd het bijkantoor op de Zaventemsesteenweg 103 te 1831 Diegem gesloten vanaf 31 augustus 2005 en er werden volmachtdragers aangeduid om dit uit te voeren. ( zie publicatie in het B.S. van 19 augustus 2005 - stuk 9 Menlo)
- Op 28 november 2005 dagvaardde de heer VdH. C.Menlo Worldwide Forwarding Inc. voor de arbeidsrechtbank te Brussel in betaling van : - een opzeggingsvergoeding van 8 maanden of euro 50.531,11 - een bonus 2004 of 2.123 euro provisioneel en het vakantiegeld hierop of euro 325,67 - terugbetaling kosten eigen aan de werkgever of euro 11.428,04 - terugbetaling ten onrechte ingehouden nettobedrag of euro 5.833,33 - loon feestdag 28 maart 2005 of euro 162,59 - saldo vakantiegeld einde dienst of euro 1 provisioneel te vermeerderen met wettelijke intresten vanaf 28 februari 2005 en de gerechtelijke intresten. Tevens vroeg de heer VdH. C.afgifte van de aangepaste sociale en fiscale bescheiden onder verbeurte van een dwangsom en vroeg hij veroordeling tot de gerechtskosten. Op 8 februari 2006 dagvaardde de NV UPS SCS Belgium de heer VdH. C.voor de arbeidsrechtbank te Brussel in betaling van : - een opzeggingsvergoeding van 6 maanden of euro 26.026,78 - terugbetaling huishuur voor de maand maart en april 2005 van euro 5.833,33 - terugbetaling kosten euro 1 provisioneel te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten en met de kosten.
- Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 30 juni 2008 werden deze vorderingen samengevoegd en werden ze beiden ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard; aldus werd de NV NV UPS SCS Belgium veroordeeld tot betaling aan de heer VdH. C.van : - euro 5.833,33 ten titel van ten onrechte betaalde huurgelden voor de maanden maart en april, bedrag te verhogen met wettelijke en gerechtelijke intrest vanaf 14 februari 2005 tot en met de datum van de dagvaarding - euro 2123 ten titel van bonus, meer het vakantiegeld hierop of euro 325,67 bedragen te verhogen met wettelijke en de gerechtelijke intresten op netto sedert 9 februari
- De overige vorderingen van de heer VdH. C.werden afgewezen. De heer VdH. C.werd veroordeeld tot betaling aan de NV UPS SCS Belgium van - euro 6.316,38 ten titel van opzeggingsvergoeding, te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten sedert 9 februari 2005 - euro 5.833,33 ten titel van ten onrechte betaalde huurgelden voor de maanden maart en april 2005, te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke intresten vanaf 14 februari 2006; de debatten werden heropend ter verduidelijking van het vakantieattest
- Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 6 november 2008, tekende de heer VdH. C.hoger beroep aan tegen dit vonnis ten aanzien van de NV UPS SCS Belgium. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 31 maart 2009, tekende de heer VdH. C.opnieuw beroep aan tegen dit vonnis ten aanzien van de NV UPS SCS Belgium en UPS SCS Supply Chain Solutions Inc, als rechtsopvolger van Menlo Worldwide Forwarding Inc. In beide beroepen vroeg de heer VdH. C.de toekenning van zijn integrale oorspronkelijke vordering, met dien verstande dat de terugbetaling kosten eigen aan de werkgever werd herleid tot euro 8.428,
- Minstens vroeg hij dat er een onderzoeksdaad zou worden bevolen in de vorm van de overlegging van stukken wat betreft de terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever. Hij vroeg tevens de afwijzing van de vordering van NV UPS SCS Belgium en de veroordeling van zijn werkgever tot de gerechtskosten. Met zijn tweede verzoekschrift tot hoger beroep beoogde de heer VdH. C.dat de door hem nagestreefde veroordeling van zijn werkgever zou worden uitgesproken ten aanzien van UPS SCS Supply Chain Solutions Inc, als rechtsopvolger van Menlo Worldwide Forwarding Inc. De werkgever besluit tot de onontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van de oorspronkelijke vordering van de heer VdH. C.ten aanzien van Menlo Worldwide Forwarding Inc. en vraagt in ondergeschikte orde de bevestiging van het vonnis wat betreft de aan de NV UPS SCS Belgium toegekende opzeggingsvergoeding en de hervorming in de zin dat de huurgelden maart en april 2005 rechtsgeldig werden ingehouden en de bonus 2004 en het vertrekvakantiegeld correct werden uitbetaald. Hij tekent aldus incidenteel beroep aan. BEOORDELING
- Beide hogere beroepen hebben betrekking op hetzelfde vonnis, zodat ze voor een goede rechtsbedeling dienen te worden samengevoegd. Ontvankelijkheid hogere beroepen en incidenteel beroep
- Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat de hogere beroepen tijdig werden ingesteld. Ze zijn regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Ze zijn derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep. Ontvankelijkheid oorspronkelijke vordering van de heer Van der Horst
- De geïntimeerden betwisten de ontvankelijkheid van de vordering van de heer Van der Horst, zoals geformuleerd bij dagvaarding van 28 november 2005, omdat deze gericht is tegen Menlo Worldwide Forwarding Inc., die reeds op 1 mei 2005 gefuseerd was met UPS Supply Chain Solutions Inc. Het ontbreken van de juiste identiteitsgegevens nopens de gedaagde, brengt echter slechts nietigheid mee, indien het verzuim of de nalatigheid de belangen schaadt van die partij ( art. 861 Ger. W.; J. Petit, Sociaal Procesrecht, p. 150-151, nr. 116) In zijn antwoordbrief van 9 mei 2005 op de ingebrekestelling door de raadsman van de heer Van der Horst, heeft de raadsman zich zelf kenbaar gemaakt als optredend voor de vennootschap Menlo Worldwide. Terecht zegt de heer VdH. C.dat Menlo Worldwide Forwarding Inc. ook via haar raadsman na dagvaarding verklaring van verschijning deed. (zie schrijven van 10 februari 2006 ) Bovendien gebeurde de publicatie dd. 19 augustus 2005 in het B.S. over de sluiting van het filiaal in België, zoals beslist op 13 juli 2005, eveneens onder de hoofding Menlo Worldwide Forwarding Inc. (zie stuk 9 Menlo) Tweede geïntimeerde kan dan ook geen belangenschade inroepen, daar zijzelf na 1 mei 2005 zich ook nog heeft kenbaar gemaakt onder de oude benaming. De oorspronkelijke vordering is dan ook ontvankelijk. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst
- Het is overduidelijk dat de heer VdH. C.door zijn e-mail van 9 februari 2005 uitdrukkelijk de wil heeft geuit om de bestaande arbeidsovereenkomst te beëindigen. Het is niet zo dat deze e-mail slechts een intentie uitdrukt. De tekst doet blijken van een duidelijke beslissing van de heer Van der Horst. Deze e-mail werd op 9 februari 2005 alleszins aan de hiërarchisch verantwoordelijke gericht, daar hij medegeadresseerd was aan de heer Dursley.
- Ten onrechte wil de heer VdH. C.uit de ondertekening van deze e-mail door de heer Omar Hassan afleiden dat de partijen nog een akkoord dienden te bereiken omtrent de datum van vertrek. De geschreven toevoeging laatste werkdag nog te bepalen op de afgeprinte e-mail was immers niet van de hand van de heer Omar Hassan, maar werd wel bijgevoegd door de heer Van der Horst. Bovendien heeft Omar Hassan dit stuk enkel voor ontvangst ondertekend. Er kan dus geen stellingname van de werkgever uit worden afgeleid in de zin dat er nog een bespreking diende te gebeuren over de laatste werkdag. Deze voorwaarde kan evenmin afgeleid worden uit het feit dat partijen nadien getracht hebben een dading overeen te komen. Het siert partijen dat zij eerst onderling hun conflicten trachten te regelen, maar dit beduidt niet dat een overeenkomst over de laatste werkdag een voorwaarde zou geweest zijn voor het ontslag. Immers uit de wilsuiting van de heer VdH. C.in de door hem verzonden e-mail van 9 februari 2005 blijkt zeer duidelijk dat hij een onvoorwaardelijke ontslagbeslissing had genomen.
- De heer VdH. C.beroept zich op de rechtspraak die aanvaardt dat het na een gegeven ontslag aan de partijen vrijstaat, om op basis van het principe van de wilsautonomie, vastgelegd in artikel 1134 B.W., in gemeenschappelijk overleg te beslissen om dit ontslag als niet gegeven te beschouwen zodat het contract alsnog het voorwerp kan zijn van een andere wijze van beëindiging. ( Cass. 28 januari 2002, Soc. Kron, 2002/5, 247) Dit cassatiearrest gaat echter uit van een gemeenschappelijk overleg en een nieuwe wilsovereenstemming na het gegeven ontslag. Een dergelijk overleg is er in casu wel geweest, zoals blijkt uit de ontwerpen van de overeenkomst, die de heer VdH. C.bij zijn dossier voert onder de stukken 15 t/m
- Maar deze ontwerpen van 15 en 28 februari 2005 tonen evenzeer aan dat dit overleg niet tot een overeenkomst of tot een wilsovereenstemming heeft geleid. Beide partijen bevestigen in hun ontwerpen dat de bediende per 9 februari 2005 schriftelijk zijn ontslag had genomen, maar over de overige punten zijn ze van mening blijven verschillen. Er is dus na het ontslag geen wilsovereenstemming bereikt om het contract op een andere wijze te beëindigen.
- Partijen ontkennen niet dat tijdens deze gesprekken de heer VdH. C.nog een aantal werkzaamheden heeft verricht om zijn taken over te dragen. Omwille van dit feitelijk gegeven is de werkgever bereid geweest om het volledig loon van februari uit te betalen. Het is echter duidelijk dat deze beperkte overdrachtswerkzaamheden geen afbreuk hebben gedaan aan de wilsuiting in de e-mail van 9 februari 2005 van de heer VdH. C.om zijn ontslag te betekenen. Ook de betaling van het loon tot einde februari kan gelet op deze omstandigheden niet worden beschouwd als een afstand van het ontslag door de werkgever. Een afstand van recht kan immers slechts worden afgeleid uit de feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn ( Cass. 23 januari 2006, RABG 2006, 981 met noot V. Dooms) en in casu heeft de werkgever steeds benadrukt dat zij alle vorderingen van de heer VdH. C.afwees omdat hij zelf onvoorwaardelijk ontslag had genomen. Ook in de onderhandelingen na 9 februari 2005 hebben de partijen steeds dit ontslag als onbetwist uitgangspunt genomen. De betaling van het loon tot einde februari kan beschouwd worden als de correcte reactie van de werkgever op het feit dat de heer VdH. C.toch nog wat overdrachtswerkzaamheden had verricht. Het is voor het hof niet duidelijk of het voortzetten van deze werkzaamheden het eigen initiatief is geweest van de heer Van der Horst, die hierin enig belang kon zien omwille van zijn onderhandelingen, dan wel of dit gebeurd is op vraag van de werkgever. Door deze onduidelijkheid kan dit voor de heer VdH. C. geen bewijs zijn dat er na het ontslag een wilsovereenstemming en dus een overeenkomst tot stand kwam waarbij de werkgever afstand deed van het ontslag. Het enkele feit van de betaling van het loon tot 28 februari 2005 beduidt in die omstandigheden evenmin dat de werkgever afstand zou gedaan hebben van het gegeven van het ontslag en toont evenmin aan dat de partijen tot een overeenkomst zouden gekomen zijn om na het ontslag het contract verder te zetten dan wel op een andere wijze te beëindigen. De rechtspraak aanvaardt overigens ook in andere situaties, zoals bijvoorbeeld bij impliciet ontslag of bij een nietige opzegging, dat na een ontslag de werkzaamheden gedurende een korte bedenktijd kunnen worden verdergezet zonder dat afbreuk gedaan wordt aan het ontslag.
- Hieruit vloeit voort dat de heer VdH. C.zelf zijn ontslag heeft gegeven en in beginsel gehouden is tot betaling van een opzeggingsvergoeding aan zijn werkgever. Deze opzeggingsvergoeding werd van hem gevorderd door de NV UPS SCS Belgium. De heer VdH. C.roept in dat niet deze vennootschap zijn werkgever was, doch wel tweede geïntimeerde ( Menlo). Geïntimeerden houden voor dat bij de fusie van Menlo met UPS SCS Supply Chain Solutions Inc. alle activa van het bijkantoor gelegen te Machelen werden overgenomen door de Belgische NV UPS SCS Belgium. Dit blijkt echter niet uit de stukken 9 van geïntimeerden. Hierin wordt immers enkel de statutenwijziging door fusie in Delaware bevestigd en uit de melding in verband met de sluiting van het filiaal te België blijkt dat deze sluiting slechts plaatsvond vanaf 31 augustus
- Door het feit dat mandaat gegeven werd aan de heer Tony Van der Straete om alles te doen wat nuttig of nodig is om voor de sluiting van het filiaal te zorgen, volgt dat er voor UPS SCS Supply Chain Solutions Inc nog verder handelingen werden verricht en hierbij wordt nergens bewijs gegeven van een overdracht van activa aan de Belgische vennootschap. Terecht werpt de heer VdH. C.dan ook op dat de opzeggingsvergoeding niet door deze Belgische vennootschap kan gevorderd worden, daar deze niet zijn werkgever was. Er is geen bewijs van een overdracht van activa door de werkgever aan de Belgische vennootschap. Het hoger beroep van de heer VdH. C.is dan ook gegrond in zoverre het gericht is tegen zijn veroordeling door de eerste rechter tot betaling van een opzeggingsvergoeding en huurgelden aan deze vennootschap. Zijn hoger beroep is ongegrond in zoverre hij zelf van zijn werkgever een opzeggingsvergoeding tracht te bekomen. Feestdagenloon 28 maart 2005
- Op grond van artikel 14 van het KB van 18 april 1974 tot uitvoering van de feestdagenwet blijft de werkgever gehouden tot betaling van het loon voor de feestdagen die vallen in de periode van 30 dagen die volgt op het einde van de arbeidsovereenkomst, maar deze bepaling is niet van toepassing wanneer de werknemer de arbeidsovereenkomst beëindigt zonder een dringende reden, wat hier het geval is. Het hoger beroep is op dit punt dan ook ongegrond. De huur voor de maanden maart en april 2005
- De heer VdH. C.houdt voor dat de werkgever ten onrechte het bedrag van euro 5.833,33 heeft ingehouden op het nettoloon voor de maand februari
- Het betrof de huishuur voor de maanden maart en april 2005 die de werkgever reeds aan de heer VdH. C.had geprovisioneerd. Anders dan de heer VdH. C.voorhoudt werd dit bedrag niet ingehouden op het loon voor de maand februari 2005, doch wel op de eindafrekening, waaronder het vakantiegeld einde dienst (stuk 26 van de heer Van der Horst) Overeenkomstig artikel 2, derde lid, 1° van de Loonbeschermingswet van 12 april 1965 wordt het vakantiegeld niet als loon beschouwd, zodat artikel 23 van deze wet op vakantiegeld niet kan toegepast worden. De werkgever kon derhalve op het gedeelte vakantiegeld de inhouding verrichten. Deze inhouding was ook terecht. De heer VdH. C.houdt ten onrechte voor dat hij nog aanspraak kon maken op betaling van de huur tot aan het ogenblik dat hij terug naar België verhuisde. Naar aanleiding van de tewerkstelling van de heer VdH. C.in Koeweit, bepaalde de werkgever : Menlo Worldwide zal u tijdens uw opdracht in Koeweit voorzien van een gemeubileerde bewoning, die als geschikt wordt geacht door Menlo Worldwide. ( stuk 7 van de heer Van der Horst) Hieruit volgt dat de werkgever zich enkel verbonden had om tijdens de tewerkstelling de huur ten laste te nemen, zodat voor de maanden maart en april 2005 geen huur meer verschuldigd was en de betaling onverschuldigd. De heer VdH. C.had in de maand februari zijn opdracht zelf beëindigd. De heer VdH. C.diende dit bedrag niet terug te betalen aan de NV UPS SCS Belgium, maar de inhouding door de tweede geïntimeerde was terecht. In die mate is het incidenteel beroep van UPS SCS Supply Chain Solutions Inc. gegrond en is het hoger beroep van VdH. C.ongegrond. Bonus 2004 en het vakantiegeld hierop
- De heer VdH. C.betwist niet dat hij in december 2004 een bedrag van euro 2.123 uitbetaald kreeg als bonus voor het jaar
- Hij vraagt dit bedrag nogmaals maar dan ten provisionele titel, omdat hij voorhoudt dat hij niet het volledige bedrag ontvangen heeft. Hij duidt echter op geen enkele wijze aan waarom de bonusberekening door de werkgever foutief zou zijn. Hij bewijst dan ook zijn vordering niet. Zijn oorspronkelijke vordering is ongegrond en het incidenteel beroep gegrond. Terugbetaling kosten
- De eerste rechter heeft terecht vastgesteld dat de heer VdH. C.ook op dit punt zijn vordering niet bewijst. De bewijlast ligt op de heer VdH. C.als eisende partij. Hij kan zeer gemakkelijk de betalingsbewijzen voorbrengen van de onkosten die hij gedaan heeft. Hij doet dit echter niet. De eerste rechter heeft deze vordering afgewezen, niet alleen omdat ze gesteund is op eenzijdig opgestelde stukken, die door de werkgever worden betwist, maar ook omdat deze staten werden opgesteld na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zodat er geen enkel bewijs is dat deze kosten werkelijk zijn gemaakt. De voorlegging van de volledige onkostenafrekening voor de ganse tewerkstelling kan hieraan geen afbreuk doen en de gevraagde onderzoeksmaatregel is dan ook niet ter zake dienend. Het hoger beroep is op dit punt ongegrond. Vakantiegeld einde dienst
- Gelet op de heropening der debatten die door de eerste rechter was beslist, trekt het hof dit onderdeel van de vordering aan zich. De heer VdH. C.houdt voor dat het vakantiegeld 2004 -2005 niet volledig betaald werd, omdat op zijn vakantieattest vermeld wordt dat er voor het dienstjaar 2004 enkel rekening gehouden wordt met de periode van 25 januari 2004 tot en met 31 december
- Hij houdt terecht voor dat hij gedurende het volledige jaar 2004 in dienst geweest is, zodat ook had moeten rekening gehouden worden met de periode van 1 januari 2004 tot 24 januari
- Nochtans blijkt uit de individuele rekening 2004 ( stuk 40 de heer Van der Horst) dat het brutoloon voor het volledige jaar ( en dus met inbegrip van de periode van 1 januari 2004 tot 24 januari 2004) euro 48.969,94 bedraagt en het is dit jaarloon dat voor de berekening van het vakantiegeld van het vakantiejaar 2005 als basis werd genomen. De uiteindelijke berekening is dan ook correct maar in het vakantieattest sloop blijkbaar een materiële vergissing in verband met de periode van tewerkstelling. In die omstandigheden is de vordering en het hoger beroep ongegrond. Intresten.
- Artikel 82 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen bepaalt dat de rente ingevolge de loonbeschermingswet berekend wordt op het loon vooraleer de in artikel 23 van deze wet bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht, maar deze bepaling kon volgens artikel 90 § 1 van de wet van 26 juni 2002 slechts in werking treden op een door de Koning te bepalen datum, wat gebeurde door de artikelen 1 en 2 van het K.B. van 3 juli 2005 ( inwerkingtreding op 1 juli 2005 op de lonen waarvan de betaling inging vanaf die datum). Door de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (B.S. 16 juni 2008) werd het Koninklijk Besluit van 3 juli 2005 bekrachtigd. Hieruit volgt dat de intresten op de toegekende bedragen kunnen berekend worden op de nettobedragen, daar de tewerkstelling beëindigd werd voor 1 juli
- OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Voegt de hogere beroepen ingeleid bij verzoekschrift en hoger beroep van 6 november 2008 ( AR 2008/AB/51.485) en 31 maart 2009 ( 2009/AB/AR 51.999) samen. Verklaart de hogere beroepen en het incidenteel beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, Trekt, gelet op de devolutieve kracht van het hoger beroep, de betwisting omtrent het vakantiegeld einde dienst tot zich, Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende, Verklaart de vordering van de N.V. UPS SCS Belgium ontvankelijk, doch ongegrond. Verklaart de vordering van de heer VdH. C.tegen UPS SCS Supply Chain Solutions, als rechtsopvolger van Menlo Worldwide Forwarding Inc. ontvankelijk, doch ongegrond. Veroordeelt de heer VdH. C.tot betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen, deze aan zijn zijde begroot op Dagvaarding 740,70 Rechtsplegingsvergoeding arbeidsrechtbank 5.000,00 Rechtsplegingsvergoeding arbeidshof 5.000,00 totaal 10.740,70 en aan de zijde van geïntimeerden begroot op Rechtsplegingsvergoeding arbeidsrechtbank 5.000,00 Rechtsplegingsvergoeding arbeidshof 5.000,00 totaal 10.000,00 Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, Lieven LENAERTS, raadsheer, Georges JACOBS, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Roger VANDENPUT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Sven VAN DER HOEVEN, griffier. Sven VAN DER HOEVEN, Roger VANDENPUT, Georges JACOBS, Lieven LENAERTS. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 25 juni 2010 door: Lieven LENAERTS, raadsheer, bijgestaan door Sven VAN DER HOEVEN, griffier. Sven VAN DER HOEVEN, Lieven LENAERTS. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100625.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div