id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 10 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100910.6 Rolnummer: 2009/AB/051911 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-10-19 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-01 13:34 Fiche De in het Engels opgestelde veiligheidsvoorschriften zijn in strijd met het taaldecreet en derhalve nietig. Deze absolute nietigheid geldt vanaf de datum van het stuk (ex tunc) zodat het document geacht wordt niet te hebben bestaan; de rechter mag geen rekening houden met de inhoud ervan, inzonderheid niet met de wilsuitdrukking. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Taalgebruik in sociale zaken Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - DECRETEN - Taaldecreet - Nietigheid. Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 19-07-1973 - 5 - 01 ELI link Pub nr 1973071902 Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 SEPTEMBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk definitief In de zaak: TRAVELEX BELGIUM NV, met maatschappelijke zetel te 8200 BRUGGE (SINT-ANDRIES), Koningin Astridlaan 29, appellante, vertegenwoordigd door mr. TIMMERMAN I. loco mr. DUBOIS Sylvie, advocaat te 1000 BRUSSEL, Havenlaan 86C B
- Tegen: V.E. , wonende te [xxx], geïntimeerde, vertegenwoordigd door mevr. VANDE VELDE Elke, volmachtdrager ACV, te 1000 Brussel, Pletinckxstraat,
- *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 13 november 2008 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 24e kamer (A.R. 9867/05). - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 5 maart 2009; - de conclusie voor de appellante, neergelegd ter griffie op 23 oktober 2009 en de aanvullende en syntheseconclusie, neergelegd ter griffie op 29 maart 2010, - de conclusie voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 24 juli 2009 en de aanvullende conclusie, neergelegd ter griffie op 22 januari 2010; - de voorgelegde stukken; De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 25 juni 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * I. FEITEN EN RECHTSPLEGING
- Op 27 maart 2002 ondertekenden mevrouw V.E. en de NV Travelex Belgium (hierna ook aangeduid als Travelex) een arbeidsovereenkomst voor bedienden van onbepaalde tijd, waardoor mevrouw V.E. in dienst kwam als sales consultant. De arbeidsovereenkomst ving aan op 13 mei
- Ze bediende een éénmanswisselkantoor op de luchthaven te Zaventem. Op 28 mei 2004 werd zij met dringende redenen ontslagen, die werden gepreciseerd als volgt: V.E. verlaat een éénmanskantoor voor een korte pauze. Zij houdt zich niet aan de procedures die beschreven staan in de veiligheidsvoorschriften. (Security Handleiding). In de voorschriften, die zij op 3 oktober 2003 en 8 maart 2004 heeft gelezen en ondertekend, staat in hoofdstuk 10 dat bij een korte pauze (15 minuten) het volgende moet gebeuren: • alle valuta moeten in een gesloten schuif of kluis geplaatst worden • alarm moet geactiveerd worden • de deur van het kantoor moet vergrendeld worden • de sleutel moet in haar bezit blijven Aan de drie eerste voorschriften geeft zij geen gevolg. Hierdoor werd het mogelijk dat een vreemde personen zich toegang heeft verschaft tot het kantoor waardoor er 7000 Euro is verdwenen. V.E. bevestigde ons heden dat zij inderdaad geen gevolg heeft gegeven aan de interne voorschriften. ... Op 1 juni 2004 meldt mevrouw V.E. dat zij niet akkoord is met deze ontslagbrief, want dat men bij een pauze van 15 minuten de procedure moet volgen, terwijl ze maar 5 minuten afwezig is geweest.
- Op 27 mei 2005 dagvaardde mevrouw V.E. de NV Travelex Belgium in betaling van een opzeggingsvergoeding van 4 maanden of euro 9.174,69 en in de afgifte van de overeenstemmende sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom. Bij conclusies, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel op 10 april 2005, stelde de NV Travelex een tegenvordering in betaling van een schade-vergoeding van euro 7.000 wegens diefstal. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 13 november 2008 werd de hoofdvordering gegrond verklaard in de zin dat aan mevrouw V.E. een opzeggingsvergoeding van 3 maanden of euro 6.872,83 werd toegekend, vermeerderd met interesten op netto tot 30 juni 2005 en met de intresten op bruto vanaf 1 juli
- Tevens werd de NV veroordeeld tot afgifte van de sociale en fiscale documenten. De tegenvordering werd ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 5 maart 2009, tekende de NV Travelex Belgium hoger beroep aan en vroeg dat de oorspronkelijke vordering zou worden afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond en dat in ondergeschikte orde, wanneer de dringende reden door het arbeidshof niet zou worden aanvaard, de intresten moeten berekend worden op netto en dat in die omstandigheid ook de oorspronkelijke tegenvordering ontvankelijk en gegrond moet worden verklaard. II. BEOORDELING. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. De dringende reden.
- Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt. Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig moeten zijn: - er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer, - die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt, - en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief (zie W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium 04-05, nr. 5249). Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren. Benevens het foutief karakter zal de rechter dus tevens de ernst van de tekortkoming dienen te beoordelen (cfr. Mallie J., noot onder A.H. Brussel, 20.6.1980, T.S.R. 1981,41). Bij de beoordeling van een dringende reden dient uiteraard rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de zaak. Het feit dat het ontslag om dringende reden rechtvaardigt, is immers het feit met inachtneming van alle omstandigheden die het feit het karakter van een zwaarwichtig motief geven (Cass., 13 december 1982, Arr. Cass., 1982-1983, 504; Cass., 16 juni 1971, JTT 1972, 37; Cass., 23 mei 1973, JTT 1973, 212).
- Er is geen betwisting dat de vormvereisten voor de dringende reden werden nageleefd. De eerste rechter heeft de dringende reden niet aanvaard omdat aan mevrouw V.E. verweten werd dat zij de procedures miskend had, die beschreven werden in een Engelstalige handleiding, wat, gelet op de vestiging van de onderneming in Zaventem (Nederlandstalig taalgebied), in strijd is met artikel 10 van het taaldecreet van 19 juni
- Deze strijdigheid wordt gesanctioneerd met absolute nietigheid ex tunc. Het Arbeidshof dient inderdaad vast te stellen dat de veiligheidsvoorschriften, waarop de werkgever zich beroept, in het Engels zijn opgesteld en aldus in strijd zijn met het taaldecreet en derhalve nietig. Deze absolute nietigheid brengt mee dat zij geldt vanaf de datum van het stuk (ex tunc) en dat het document geacht wordt niet te hebben bestaan (Cassatie, 31 januari 1978, T.S.R. 1978, 329); hieruit volgt dat de rechter geen rekening mag houden met de inhoud ervan, inzonderheid niet met de wilsuitdrukking (Cassatie, 9 juni 1980, R.W. 1980-1981, 1737). Deze nietigheid raakt dus zowel de akte als de wilsuiting, die erin vervat ligt (Arbeidshof Gent, 19 maart 2003, Soc. Kron. 2004, 450). Aangezien aldus de Engelstalige documenten geacht worden niet te hebben bestaan, kan het Hof er op geen enkele wijze rekening mee houden en kunnen ze dan ook niet de regels inhouden, waarvan de niet naleving wordt gesanctioneerd door een ontslag met dringende reden. Bovendien houdt mevrouw V.E. voor dat zij juist omwille van de anderstalige voorschriften ook niet begrepen had dat deze golden voor een afwezigheid tot 15 minuten, terwijl zij van mening was dat deze voorschriften slechts golden voor een afwezigheid vanaf 15 minuten, terwijl er slechts een sanitaire onderbreking van 5 minuten was geweest. De overige beschouwingen van de NV Travelex kunnen aan deze beoordeling geen afbreuk doen.
- De feiten als dusdanig worden door mevrouw V.E. niet betwist. Voor zover de Engelstalige voorschriften door het hof niet worden aanvaard, wat het geval is, stelt de NV Travelex Belgium dat er ook veiligheidsvoorschriften waren opgenomen in een bijlage bij het arbeidsreglement, waarvan mevrouw V.E. in de arbeidsovereenkomst bevestigde dat ze dit had ontvangen. De in deze voorschriften voorkomende bepalingen in verband met de veiligheid, meer bepaald in verband met het aanleggen van het alarm, betreffen verzekerings-technische regels, zodat de bepaling in verband met het aanschakelen van het alarm bij het verlaten van het kantoor betrekking heeft op het beëindigen van de werkzaamheid. In verband met korte onderbrekingen tijdens de werkzaamheden zijn er geen regels bepaald. Bovendien wordt in de ontslagbrief niet naar deze regels verwezen, daar zij opgenomen zijn onder de hoofding 12.1 en de ontslagbrief verwijst naar de voorschriften van hoofdstuk 10, zoals mevrouw V.E. deze op 3 oktober 2003 en 8 maart 2004 had gelezen en ondertekend. Deze laatste voorschriften betreffen wel degelijk de Engelstalige handleiding. NV Travelex Belgium heeft gelijk dat ook zonder deze instructies mevrouw V.E. dient in te staan voor de veiligheid van de geldwaarden en ze heeft dan ook een onzorgvuldigheid begaan door de geldwaarden niet beter op te bergen tijdens haar weliswaar korte afwezigheid. Deze onzorgvuldigheid is echter onvoldoende om een professionele tekortkoming in aanmerking te nemen die voldoet aan de kwalificatie van een dringende reden, met name dat ze elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. De verantwoordelijke van het wisselkantoor, de heer Van Hauwe, verklaarde in zijn verhoor bij de luchthavenpolitie dat hij het volste vertrouwen in mevrouw V.E. had als loketbediende en dat zij ook geen financiële problemen kende. (PV BR.18.LH.122127/04 van 28 mei 2004 - stuk 5 van Travelex). Haar kundige werkhouding wordt ook bevestigd door de brief van de heer Van Hauwe van 15 april 2003 in verband met de loonaanpassing, waarin hij schrijft: 2002 was een niet eenvoudig jaar voor het bedrijf Travelex in België. Doch, jij hebt je gedurende het afgelopen jaar weten te onderscheiden: veel initiatief, flexibiliteit en een goede inbreng mbt SSLM/MLM. Hieruit blijkt dat mevrouw V.E. steeds een goede werkneemster is geweest; een eenmalige onzorgvuldigheid heeft in die omstandigheden niet het karakter van een dringende reden, daar ze de professionele samenwerking niet onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. De zwaarwichtigheid van de tekortkoming wordt immers in eerste instantie bepaald door het gedrag van de werkneemster en niet door het bedrag van de schade. Terecht heeft de eerste rechter dan ook de dringende reden niet aanvaard en het hoger beroep is ongegrond. Er is geen incidenteel beroep in verband met de hoegrootheid van de door de eerste rechter toegekende opzeggingsvergoeding. Intresten.
- Artikel 82 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen bepaalt dat de rente ingevolge de loonbeschermingswet berekend wordt op het loon vooraleer de in artikel 23 van deze wet bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht, maar deze bepaling kon volgens artikel 90 § 1 van de wet van 26 juni 2002 slechts in werking treden op een door de Koning te bepalen datum, wat gebeurde door de artikelen 1 en 2 van het K.B. van 3 juli 2005 (inwerkingtreding op 1 juli 2005 op de lonen waarvan de betaling inging vanaf die datum). Door de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (B.S. 16 juni 2008) werd het Koninklijk Besluit van 3 juli 2005 bekrachtigd. Hieruit volgt dat de intresten op de toegekende bedragen dienen berekend te worden op de nettobedragen, daar de tewerkstelling beëindigd werd op 28 mei 2004, zijnde voor 1 juli
- Op dit punt is het hoger beroep gegrond. Schadevergoeding De arbeidsovereenkomst werd beëindigd op 28 mei 2004 en de tegenvordering in terugbetaling van schade ten bedrage van euro 7.000 werd door de NV Travelex slechts gesteld bij conclusies, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank te Brussel op 10 april
- De vordering is derhalve verjaard op grond van artikel 15 van de arbeidsovereen-komstenwet. Ten onrechte meent de NV Travelex Belgium dat deze terugvordering kan bevolen worden op grond van de delictuele aansprakelijkheid van mevrouw V.E. wegens diefstal. Er is nochtans geen betwisting over het feit dat niet mevrouw V.E., doch wel een onbekende derde, de diefstal heeft gepleegd. De verantwoordelijke van de N.V. heeft overigens uitdrukkelijk bevestigd dat mevrouw V.E. evenmin kon verdacht worden van mededaderschap of medeplichtigheid. Het ingeroepen materieel element van het misdrijf kan dan ook niet ten laste van mevrouw V.E. worden gelegd, zodat de delictuele verjaringstermijn van artikel 26 V.T. Sv; niet van toepassing is. De tegenvordering is dan ook verjaard. Ten overvloede kan hierbij nog worden overwogen dat, gelet op het feit dat het hof enkel een onzorgvuldigheid weerhoudt lastens mevrouw V.E., evenmin voldaan is aan de voorwaarde van artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet. Nergens blijkt uit dat gelijkaardige feiten zich eerder nog eens zouden hebben voorgedaan. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond, Bevestigt het bestreden vonnis, behalve op het punt van de intresten en de kosten; Het vonnis op dit punt hervormend, zegt voor recht dat de intresten op de toe-gekende vergoeding enkel kunnen aangerekend worden op de nettobedragen en veroordeelt de NV Travelex Belgium hiertoe. Legt de kosten van beide aanleggen ten laste van de NV Travelex Belgium, deze in hoofde van mevrouw V.E. beperkt zijnde tot de dagvaardingskosten van euro 106,04, daar geen rechtsplegingsvergoedingen verschuldigd zijn. Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, Lieven LENAERTS, raadsheer, Paul DEPRETER, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Roger VANDENPUT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER, Paul DEPRETER, Roger VANDENPUT. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 10 september 2010 door: Lieven LENAERTS, raadsheer, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100910.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div