id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 10 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100910.7 Rolnummer: 2009/AB/052037 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-10-19 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-01 13:34 Fiche De CAO van 30/01/2003 tot vastlegging van de loonvoorwaarden in het sociaal cultureel werk, afgesloten in het paritair comité 329, is niet alleen van toepassing op organisaties van sociaal cultureel volwassenenwerk, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, maar ook op werkgevers, die ondersteund en gesubsidieerd worden door gemeentebesturen, provinciebesturen of de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Een socioculturele medewerker met inhoudelijke verantwoordelijkheid en 6 jaar relevante ervaring valt onder het barema B1b. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - C.A.O.-wet - 5 december 1968 - Collectieve arbeidsovereenkomsten - Binding Vrije woorden: COLLECTIEVE ARBEIDSVERHOUDINGEN - PARITAIRE COMITES - CPC 329 - Toepassingsgebied CAO van 30 januari 2003 - Barema. Wettelijke bepalingen: Collectieve arbeidsovereenkomst met nummer - 329 - 30-01-2003 - - - 01 Link Justel databank 20030130-01 Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 SEPTEMBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk definitief In de zaak (2009/AB/52037): D. S. K., voor Seniorencentrum VZW, met zetel te 1000 BRUSSEL, Leopoldstraat 25, appellant, vertegenwoordigd door mr. TERIJDT L. loco mr. ROOSENS Peter, advocaat te 3000 LEUVEN, Maria-Theresiastraat 34 A. Tegen: G.M., wonende te [xxx], geïntimeerde, vertegenwoordigd door mevr. DE RIJCKE Sarah, volmachtdrager ACV, te 1000 Brussel, Pletinckxstraat,
- En in de zaak (2009/AB/52442): SENIORENCENTRUM VZW, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Leopoldstraat 25, appellante, vertegenwoordigd door mr. TERIJDT L. loco mr. ROOSENS Peter, advocaat te 3000 LEUVEN, Maria-Theresiastraat 34 A. Tegen: G.M., wonende te [xxx], geïntimeerde, vertegenwoordigd door mevr. DE RIJCKE Sarah, volmachtdrager ACV, te 1000 Brussel, Pletinckxstraat,
- *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 10 maart 2009 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 4746/08); - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 8 april 2009 (2009/AB/52037) en 25 augustus 2009 (2009/AB/52442); - de conclusies voor de appellante, neergelegd ter griffie op 16 april 2010 (2009/AB/52037) en op 16 februari 2010 (2009/AB/52442); - de conclusie voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 20 mei 2010 (2009/AB/52037), 15 december 2009 (2009/AB/52442) en de aanvullende conclusie, neergelegd ter griffie op 18 maart 2010 (2009/AB/52442); - de voorgelegde stukken; De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 25 juni 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * FEITEN EN RECHTSPLEGING
- Mevrouw G.M. kwam op 18 maart 1997 als maatschappelijk assistente in dienst van de VZW Centrum Derde Leeftijd met een DAC- contract ter vervanging van een gepensioneerde werknemer. Haar werkzaamheden werden omschreven als werving en begeleiding van vrijwillige bezoekers in rusthuizen en klinieken. Met ingang van 3 november 1998 werd een nieuw en gelijkaardig DAC- contract afgesloten maar dan ter vervanging van een andere werknemer. Met ingang van 1 december 2000 werd tussen mevrouw G.M. en de VZW Seniorencentrum een arbeidsovereenkomst voor bedienden afgesloten in het kader van het GESCO-stelsel. Telkens werd de functie op een zelfde wijze omschreven.
- Op 18 februari 2005 schreef de vakorganisatie van mevrouw G.M. een brief aan de VZW Seniorencentrum, waarin verwezen werd naar een loonharmonisering, waardoor mevrouw G.M. het barema MV2 met 7 jaar anciënniteit bekwam, terwijl zij volgens de vakorganisatie op grond van haar functie en opleidingsniveau van maatschappelijk assistente recht had op de categorie B1b ( na 6 jaar relevante ervaring als medewerker cat. 1) De werkgever antwoordde dat het barema MV2 na overleg werd omgezet naar B1c ( sociocultureel medewerker met inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de functie). Men motiveerde dit door aan te geven dat betrokkene geen eindverantwoordelijkheid in haar functie droeg, maar men erkende dat zij sinds maart 2004 wel inhoudelijk werk opnam, zodat binnen vijf jaar de stap naar B1b zou worden gezet. De vakorganisatie betwistte op 30 mei 2005 dit standpunt en hield voor dat eindverantwoordelijkheid voor een functie B1b niet vereist was. Uit de daarna volgende briefwisseling blijkt dat partijen niet tot overeenstemming kwamen en de vakorganisatie becijferde het loonverschil op euro 4.000,18 en euro 613,63 vakantiegeld.
- Mevrouw G.M. dagvaardde op 13 maart 2008 de VZW in betaling van loonachterstallen ten bedrage van euro 3.999,10, vermeerderd met het vakantiegeld hierop of euro 613,46, te vermeerderen met intresten en kosten. Tevens vroeg zij de afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 10 maart 2009 werd de vordering wat betreft de gevorderde bedragen ontvankelijk en gegrond verklaard. Er werd geen uitspraak gedaan over de afgifte van de sociale en fiscale documenten.
- Bij verzoekschriften tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 8 april 2009 en op 25 augustus 2009, tekenden de heer K D.S. voor de VZW Seniorencentrum en vervolgens de VZW Seniorencentrum hoger beroep aan tegen dit vonnis en ze vroegen dat de vordering ongegrond zou worden verklaard met veroordeling van mevrouw G.M. tot de gerechtskosten. Mevrouw G.M. handhaafde haar oorspronkelijke vordering met inbegrip van haar vraag tot afgifte van de sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom. Aangezien dit laatste onderdeel door de eerste rechter niet behandeld werd, dient de vraag van geïntimeerde tot afgifte te worden beschouwd als een incidenteel beroep. BEOORDELING. Aangezien beide verzoekschriften tot hoger beroep hetzelfde voorwerp hebben en gericht zijn tegen hetzelfde vonnis, dienen ze voor een goede rechtsbedeling te worden samengevoegd. Als rechtspersoon kan de VZW Seniorencentrum zelfstandig hoger beroep aantekenen, zodat het hof enkel rekening zal houden met het beroep van de VZW Seniorencentrum. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep.
- Partijen hebben discussie of de CAO van 30 januari 2003 tot vastlegging van de loonvoorwaarden in het sociaal cultureel werk, afgesloten in het paritair comité 329, ( KB 10 augustus 2005, BS 28 september 2005), zoals gewijzigd door de CAO van 2 juni 2004 ( KB 19 juli 2005, BS 16 november 2005) van toepassing is, en zo ja of mevrouw G.M. dan aanspraak kan maken op het barema B1b. Toepasselijkheid van de CAO van 30 januari 2003
- Artikel 1 van deze CAO bepaalt : Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de organisaties van het sociaal cultureel werk die ressorteren onder het Paritair Comité voor de socioculturele sector en decretaal erkend zijn of gesubsidieerd worden door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Administratie Cultuur of door het gemeentebestuur, het provinciebestuur of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, en behoren tot de volgende deelsector : • het sociaal cultureel volwassenenwerk : decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal cultureel volwassenenwerk • ...
- De loondocumenten van de VZW bevestigen dat zij ressorteert onder het paritair comité 329 voor de socio-culturele sector. Wat de decretale erkenning ‘of' subsidiëring betreft, wijst mevrouw G.M. er terecht op dat het volstaat dat één van deze mogelijkheden vervuld is; dit blijkt uit het woordje of. Voor de subsidiëring geldt niet enkel deze die uitgaat van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap- Administratie Cultuur, maar komt ook de subsidiëring door een gemeentebestuur, het provinciebestuur of de Vlaamse Gemeenschapscommissie in aanmerking. Uit stuk 25 van mevrouw G.M. blijkt dat de VZW Seniorencentrum door de overheid gesubsidieerd wordt, naar verluidt door de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De VZW Seniorencentrum meent niettemin dat ze niet onder het toepassingsgebied van de CAO valt, omdat ze niet erkend is ingevolge het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Artikel 1 van de CAO verwijst enkel naar dit decreet om de deelsector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk aan te duiden, tot welke deelsector de organisatie van de werkgever moet behoren. Het sociaal cultureel volwassenenwerk wordt in artikel 2,1° van dit decreet omschreven als: een onderdeel van het beleidsveld sociaal cultureel werk; het omvat de activiteiten die de ontplooiing van volwassenen en hun maatschappelijke participatie willen bevorderen; personen nemen er vrijwillig deel aan, los van enige schoolverband en los van elke vorm van beroepsopleiding. Overeenkomstig artikel 3 beoogt het decreet de ondersteuning van organisaties in het domein van het sociaal cultureel volwassenenwerk door de Vlaamse Gemeenschap. Anders dan het decreet, richt de CAO zich ook naar werkgevers, die ondersteund en gesubsidieerd worden door gemeentebesturen, provinciebesturen of de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Hieruit vloeit voort dat de CAO van toepassing is op een werkgever die gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschapscommissie, voor zover hij behoort tot de deelsector van het sociaal cultureel volwassenenwerk, zoals omschreven in artikel 2,1° van het decreet van 4 april
- Of met andere woorden de subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschapscommissie volstaat voor zover de VZW Seniorencentrum behoort tot de deelsector van het sociaal cultureel volwassenenwerk. Dit laatste is het geval, zoals kan afgeleid worden uit artikel 3 van de statuten van de VZW: De vereniging stelt zich ten doel om elke vorm van sociaal cultureel en welzijnsgericht werk met en voor ouderen in Brussel te coördineren, te ondersteunen, te begeleiden en waar nodig is, eigen initiatieven te nemen. In het jaarverslag 2006 wordt verder toegelicht dat het Seniorencentrum functioneert in een Conventie met de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (28 november 2003) en dat in deze statuten (artikel 4) wordt uitgelegd: Het Seniorencentrum stelt zich tot doel om sociaal cultureel en de welzijnsgericht werk met en voor senioren in het Brusselse hoofdstedelijke gewest te coördineren, te ondersteunen, te begeleiden en waar nodig eigen initiatieven te nemen zonder daarbij in de plaats te treden van het andere georganiseerde seniorenwerk. Het Seniorencentrum oefent de functie uit van adviesbureau en gespreksforum voor beleidsinstanties en andere organisaties inzake seniorenwerk. Er wordt jaarlijks een basisprogramma opgemaakt, ... Aangezien de VZW vanuit die doelstelling gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschapscommissie, is de CAO van 30 januari 2003 van toepassing. Het toepasselijke barema
- In artikel 3 §1 van de CAO wordt de functie voor het barema B1c en B1b op een zelfde wijze omschreven als: Sociocultureel medewerker met inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de functie (cat. 1) (educatief medewerker, vormingswerker, cultuurfunctionaris, consulent, (ped)agogisch medewerker, sociaal cultureel werker, vrijgestelde, jeugdwerker, cursusleider, opbouwwerker, integratiewerker, buurtwerker, redacteur, documentalist, studiemedewerker, ...) Aangezien de VZW Seniorencentrum niet betwist dat mevrouw G.M. recht heeft op het loon van het barema B1c, staat het vast dat haar werkzaamheden onder deze noemer thuishoren. Dit wordt bovendien geïllustreerd door de vermeldingen in het jaarverslag omtrent de werkzaamheden van mevrouw G.M., waar op p. 9, in overeenstemming met de functieomschrijving in haar arbeidsovereenkomsten, haar activiteiten omschreven worden als: werving, begeleiding en vorming van de vrijwillige bezoekers. Het feit dat deze activiteit gerangschikt wordt onder de noemer administratieve medewerker doet niets af aan de werkzaamheid als sociocultureel medewerker, gelet op de voorbeelden die in artikel 3 §1 van de CAO voor deze functie worden gegeven. Op pagina 36 van het jaarverslag wordt een opsomming gegeven van het werk dat hoort bij het VBV- secretariaat, waaronder redactioneel werk, informatieverstrekking, opvang en begeleiding van (nieuwe) vrijwilligers, de praktische organisatie van activiteiten, programma's en vergaderingen en de verslaggeving van al deze activiteiten. In 2006 werd er veel tijd en energie gestoken in het verzamelen van de nodige gegevens, correcte informatie enz. betreffende de vrijwilligerswetgeving (organisatienota die dan werd vervangen door informatienota, de perikelen rond de verzekering, het uitblijven van een het wachten op de KB's enz) deze taak wordt waargenomen door G.M.. Het is duidelijk dat een dergelijke werkzaamheid veel meer inhoudt dan een louter uitvoerende taak en verantwoordelijkheid inhoudt, temeer daar in artikel 3 §1 van de CAO functies als deze van redacteur, documentalist, studiemedewerker... worden aangeduid als sociocultureel medewerker met inhoudelijke verantwoordelijkheid. Bovendien wordt op pagina 36 van dit jaarverslag uitgelegd: G.M. vertegenwoordigt VBV in de Raad Van Bestuur van Home Info en in de Raad van Bestuur van Het Punt. Zij vertegenwoordigt tevens de vereniging in de Algemene Vergadering van de BWR. Tevens zijn er de contacten binnen het Seniorencentrum met de rusthuiswerking en de dienst welzijn. Bovendien had mevrouw G.M. het diploma van gegradueerde in de gezinswetenschappen.
- Het verschil tussen het barema B1c en B1b ligt hem in de vereiste dat men voor het barema B1b zes jaar relevante ervaring als medewerker cat.
- moet hebben. Uit de voorgelegde DAC en Gesco-contracten blijkt dat mevrouw G.M. sedert 18 november 1997 aangeworven werd voor het uitoefenen van de... functie maatschappelijk assistente met volgende werkzaamheden werving en begeleiding van vrijwillige bezoekers in rusthuizen en klinieken. Zij beschikt aldus over de relevante ervaring sinds 18 november 1997, zijnde meer dan zes jaar, zodat ze voldoet aan de voorwaarden voor de categorie B1b. De interne onderhandelingen die partijen gevoerd hebben om hierin een tussenoplossing te vinden, kunnen aan de toepasselijkheid van het baremaloon volgens de CAO geen afbreuk doen.
- De becijfering van de achterstal door mevrouw G.M. wordt door het Seniorencentrum niet betwist, zodat het hoger beroep ongegrond is. Mevrouw G.M. heeft recht op afgifte van de aangepaste sociale en fiscale bescheiden, doch er is geen reden om deze afgifte te bevelen onder verbeurte van een dwangsom, daar nergens uit blijkt dat de VZW ooit op dit punt een nalatige administratieve houding zou hebben aangenomen. Het hoger beroep is dan ook ongegrond en het incidenteel beroep gegrond. De VZW Seniorencentrum dient te worden veroordeeld tot de gerechtskosten van het hoger beroep, maar mevrouw G.M. kan geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding, daar zij niet door een advocaat werd bijgestaan. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Voegen de zaken ingeschreven op de algemene rol onder 2009/AB/52037 - 2009/AB/52442 en de verzoekschriften tot hoger beroep samen en weerhoudt het beroep ingesteld door de VZW Seniorencentrum. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond; Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond; Bevestigt het bestreden vonnis met volgende toevoeging: Veroordeelt de VZW Seniorencentrum tot afgifte aan mevrouw G.M. van de met de veroordeling overeenstemmende sociale en fiscale bescheiden, zoals loonfiche, individuele rekening en fiscale fiche 281.
- Legt de gerechtskosten van het hoger beroep ten laste van de VZW Seniorencentrum, deze aan de zijde van mevrouw G.M. begroot op en vereffend op nihil. Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, Lieven LENAERTS, raadsheer, Paul DEPRETER, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Roger VANDENPUT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER, Paul DEPRETER, Roger VANDENPUT. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 10 september 2010 door: Lieven LENAERTS, raadsheer, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20100910.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div