← België

ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101008.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 08 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101008.4 Rolnummer: 2009/AB/52310 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2012-04-27 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-01 13:49 Fiche Op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt kunnen de partijen een dading afsluiten en geheel of gedeeltelijk afstand doen van de nog verschuldigde bedragen, met inbegrip van het vakantiegeld en het nog verschuldigde loon, op voorwaarde dat zulks toelaatbaar is en op een ondubbelzinnige manier gebeurt. Een dergelijke afstand kan niet afgeleid worden uit een kwijting voor saldo van rekening, gelet op artikel 42 van de arbeidsovereenkomstenwet. Een afstand van recht kan slechts afgeleid worden uit de feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn. Een dading met een voorbehoud voor de cijfermatige uitwerking door het sociaal secretariaat houdt geen afstand in voor de juistheid van de latere berekeningen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Dading Vrije woorden: Rechtswetenschap Burgerlijk recht Dading met voorbehoud voor cijfermatige uitwerking Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 2048 - 35 ELI link Pub nr 1804032155 Tekst van de beslissing A.R. nr. 2009/AB/52310 1e blad. rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 8 OKTOBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk definitief In de zaak: V. D. P. J., appellante, vertegenwoordigd door mr. JACOBS P., advocaat te 9300 AALST, Leopoldlaan 32 A bus 1-

  1. Tegen: KERAVISIE N.V., met zetel te 1702 DILBEEK, ‘t Hofveld 4A, geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr SWINNEN loco mr. TRAP Jan, advocaat te 1700 DILBEEK, Baron R. de Vironlaan 60 b
  2. *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 4 juni 2009 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 24e kamer (A.R. 18.964/06). - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 8 juli 2009; - de conclusies voor de appellante, neergelegd ter griffie op 15 december 2009, - de conclusie voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie op 27 november 2009 en de syntheseconclusie, neergelegd ter griffie op 31 maart 2010; A.R. nr. 2009/AB/52310 2e blad - de voorgelegde stukken; De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 10 september 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * I. FEITEN EN RECHTSPLEGING
  3. Mevrouw V. d. P. kwam op 1 augustus 2000 in dienst van de N.V. Ceramega als hoofd van de boekhouding. Op 3 juli 2000 werd er een geschreven arbeidsovereenkomst opgemaakt. Deze arbeidsovereenkomst werd overgenomen door de NV Keravisie. Er deden zich moeilijkheden voor tussen partijen en bij aangetekende brief van 22 december 2004 werd aan de arbeidsovereenkomst een einde gemaakt door middel van opzegging met een opzeggingstermijn van 24 maanden, ingaande op 1 januari
  4. De opzeggingstermijn werd regelmatig geschorst wegens ziekte van mevrouw V. d. P..
  5. Op 29 november 2005 werd er tussen partijen een overeenkomst afgesloten, waarin bepaald werd dat de arbeidsovereenkomst op die dag beëindigd werd met betaling van een opzeggingsvergoeding van 7 maanden, gelet op de reeds gepresteerde termijn van 11 maanden. De betaling diende te gebeuren op uiterlijk 31 december 2005 en op dat ogenblik diende mevrouw V. d. P. ook haar wagen met tankkaart in te leveren. Er werd uitdrukkelijk vermeld: Het precieze uit te betalen bedrag zal worden berekend door het sociaal secretariaat van de werkgever. Verder bevatte de overeenkomst de clausule dat ze een einde stelde aan alle wederzijdse rechten en verplichtingen en dat verzaakt werd aan alle openstaande rechten, alsook aan het inroepen van elke dwaling in rechte of in feite. Ingevolge deze overeenkomst bezorgde mevrouw V. d. P. op 29 december 2005 de bedrijfswagen terug en zij ontving daarbij vanwege de werkgever de volgende documenten: - fiches verbrekingsvergoeding - fiche eindejaarspremie - fiche vervroegd vakantiegeld - vakantieattest 2005/2006 - 1 cheque ter waarde van euro 13.599,67 (vervangt stortingen op rekening). Ze ondertekende een kwijting, waarop voorgeschreven staat: Ondergetekende verklaart hierbij na haar ontslag volledig vergoed te zijn en geen verdere aanspraken meer te kunnen maken ten laste van haar ex-werkgever Keravisie NV. Bij haar handtekening schreef ze echter: Voor akkoord, onder voorbehoud dat de berekening juist is. A.R. nr. 2009/AB/52310 3e blad
  6. Bij aangetekend schrijven van de vakorganisatie van mevrouw V. d. P. van 11 januari 2006 werd opgemerkt dat het vakantiegeld bij uitdiensttreding niet correct werd begroot, omdat geen rekening werd gehouden met de gelijkgestelde dagen wegens ziekte. In het antwoordschrijven van de raadsman van de N.V. van 13 februari 2006 werd verwezen naar de regeling in de overeenkomst van 29 november 2005 en naar de verzaking aan alle andere rechten, terwijl het door de N.V. verschuldigde bedrag werd berekend door het sociaal secretariaat, inmiddels werd uitbetaald en door mevrouw V. d. P. werd aanvaard, zodat zij niets meer te vorderen had. In de navolgende briefwisseling werd discussie gevoerd over de vraag of mevrouw V. d. P. haar akkoord had gegeven in verband met de afrekening.
  7. Partijen kwamen hierover niet tot overeenstemming en op 17 oktober 2006 dagvaardde mevrouw V. d. P. de NV Keravisie in betaling van: - een saldo vakantiegeld 2005-06 ten bedrage van euro 1.182,10 - een vergoeding ter compensatie van maaltijdcheques van euro 54 netto te vermeerderen met wettelijke intrest vanaf december 2005 en de gerechtskosten. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 4 juni 2009 werd deze vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard omwille van de tussen partijen afgesloten dading met afstand van verdere vorderingen. II. BEOORDELING.
  8. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk.
  9. Partijen hebben in de overeenkomst van 29 november 2005 en in de kwijting van 29 december 2005 een regeling bereikt in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar hierbij werd telkens aangegeven dat de cijfermatige uitwerking afhankelijk was van het sociaal secretariaat; op 29 december 2005 maakte mevrouw v. d. P. overigens een uitdrukkelijk voorbehoud of de berekening juist was (zie I.2.). Aldus hebben de partijen enkel de beginselen uitgewerkt zonder een akkoord te formuleren over de becijfering. Niettegenstaande de overeenkomst van 29 november 2005 handelt over de opzeggingsregeling volgt uit de uitvoering door de werkgever met de overhandiging van de sociale documenten en de betaling van het nettobedrag dd. 29 december 2005 dat er een akkoord was dat ook het vakantiegeld en de eindejaarspremie diende te worden afgerekend.
  10. Op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt kunnen de partijen een dading afsluiten en geheel of gedeeltelijk afstand doen van de nog verschuldigde bedragen, met inbegrip van het vakantiegeld en het nog verschuldigde loon, op voorwaarde dat zulks toelaatbaar is en op een ondubbelzinnige manier gebeurt (Arbh. Antwerpen 19 september 1983, R. W. 1983 -84,1291 met verwijzing naar de A.R. nr. 2009/AB/52310 4e blad conclusie van het Openbaar Ministerie bij Cass. 10 maart 1976, JTT 1976, 291). Een dergelijke afstand kan niet afgeleid worden uit een kwijting voor saldo van rekening, gelet op artikel 42 van de arbeidsovereenkomstenwet (zie Cass. 10 maart 1976; Cass. 7 april 2003, JTT 2003, 400). Een afstand van recht kan overigens slechts afgeleid worden uit de feiten die voor geen andere interpretatie vatbaar zijn. (vgl. Cass. 23 januari 2006, RABG 2006,9181 met noot V. Dooms). Weliswaar, werd in het schrijven van de raadsman van de N.V. van 13 februari 2006 voorgehouden dat de berekening door het sociaal secretariaat en de uitbetaling door mevrouw V. d. P. werden aanvaard; ook de eerste rechter stelt dat er door partijen niet betwist wordt dat de overeenkomst op correcte wijze werd uitgevoerd; doch deze vaststellingen zijn onjuist, want de betwisting van mevrouw V. d. P. betrof juist de afrekening; ze maakte daarover ook een uitdrukkelijk voorbehoud op de kwijting van 29 december
  11. Er was dus geenszins een afstand wat betreft de juistheid van de becijfering. Er wordt niet betwist dat in de berekening van het vakantiegeld geen rekening werd gehouden met de gelijkgestelde ziektedagen, zodat het door mevrouw v. d. P. gevorderde achterstallig bedrag nog verschuldigd is. In de overeenkomst van 29 november 2005 en in de kwijting van 29 december 2005 wordt echter nergens melding gemaakt van maaltijdcheques. Mevrouw V. d. P. verklaarde geen verdere aanspraken te maken, mits de berekening van de verbrekingsvergoeding, de eindejaarspremie en het vakantiegeld juist was. Wat de vergoeding voor gebeurlijk niet afgeleverde maaltijdcheques is de vordering dan ook ongegrond. Het hoger beroep is derhalve enkel gegrond wat betreft het achterstallig saldo vakantiegeld.
  12. Ingevolge artikel 2, derde lid, 1° a) van de loo nbeschermingswet wordt het vakantiegeld niet als loon beschouwd, zodat artikel 10 van deze wet op het vakantiegeld niet van toepassing is. Er kan dan ook geen wettelijke intrest worden aangerekend en evenmin kan de rente worden berekend op het brutoloon. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, Vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende, A.R. nr. 2009/AB/52310 5e blad Veroordeelt de NV Keravisie tot betaling aan mevrouw V. d. P. van een bedrag van euro 1.182,10 bruto ten titel van achterstallig vakantiegeld 2005-06, te vermeerderen met de moratoire intresten vanaf 11 januari 2006 en de gerechtelijke intresten op netto. Wijst het meergevorderde af. Veroordeelt de NV Keravisie tot betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen, deze aan de zijde van mevrouw v. d. P. begroot op: Dagvaarding euro 91,63 rechtsplegingsvergoedingen eerste aanleg euro 400,00 rechtsplegingsvergoedingen hoger beroep euro 400,00 totaal euro 891,63 A.R. nr. 2009/AB/52310 6e blad Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, Lieven LENAERTS, raadsheer, Lucrèce REYBROECK, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Daniël HEYVAERT, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS Kelly CUVELIER Lucrèce REYBROECK Daniël HEYVAERT en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 8 oktober 2010 door: Lieven LENAERTS, raadsheer, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS Kelly CUVELIER PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101008.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.