← België

ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101125.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 25 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101125.8 Rolnummer: 2009/AB/52052 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2011-02-03 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-01 14:10 Fiche De premie die de werkgever betaalt voor een verzekering, die moet toelaten aan de werknemer te genieten van bepaalde aanvullende voordelen van sociale zekerheid, is op zichzelf geen aanvullend voordeel van sociale zekerheid, die uit het loonbegrip gesloten is, bedoeld door art.2 van de wet van 12 april 1965 op de bescherming van het loon. De premies die de werkgever betaalt om aan het geheel van zijn werknemers, zonder onderscheid naar hun functies, een bijstandsverzekering te betalen voor het gebruik van een wagen en hun vakanties, kunnen niet beschouwd worden als een aanvullend voordeel van sociale zekerheid, waarop overeenkomstig art. 14 van de wet van 27 juni 1969, geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Sociale zekerheid - Werknemer - Bijdragen - Sociale-zekerheidsbijdragen Vrije woorden: Sociale zekerheid der werknemers.- ALGEMENE REGELING - Bijdrageplicht. - Begrip loon. Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 14 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Koninklijk Besluit - 28-11-1969 - 19 - 01 ELI link Pub nr 1969112813 Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 25 NOVEMBER 2010 7e KAMER SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT WERKNEMERS - bijdragen werkgevers tegensprekelijk gedeeltelijk definitief en bijzondere rol in de zaak:

  1. BAYER CROPSCIENCE NV, KBO nr. 0412.639.087, met maatschappelijke zetel te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 141, eerste appellante,
  2. BAYER NV, KBO nr. 0400.948.213, met maatschappelijke zetel te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 141, tweede appellante, beiden vertegenwoordigd door mr. VAN DE CALSEYDE T. loco mr. BUYSSENS Herman, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210 A tegen: RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbae instelling, met zetel te 1060 BRUSSEL, Victor Hortaplein, 11, geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. VAN DEN BOSSCHE I. loco mr. DE GREEF Dirk, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30 *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 10-03-2009 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 27e kamer (A.R. 07/17229 en 07/17230). - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 15 april 2009; - de conclusies die voor de beide partijen ter griffie werden neergelegd; - de voorgelegde stukken. De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 28 oktober
  3. Overeenkomstig art. 769 Ger. W. konden de partijen tot uiterlijk 5 november 2010 hun dossier ter griffie neerleggen, waarna de debatten van rechtswege werden gesloten, de zaak in beraad genomen en voor uitspraak gesteld op heden. *** * I. DE FEITEN EN DE RECHTSPLEGING.
  4. Bij gelegenheid van een algemene controle van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid bij de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience werd vastgesteld dat deze vennootschappen aan hun werknemers een aantal voordelen toekende, zonder daarop sociale zekerheidsbijdragen te betalen, alhoewel deze volgens de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verschuldigd waren. Een aantal zaken werden in der minne opgelost of geregulariseerd. Betwisting bleef echter bestaan op twee domeinen. De eerste betwisting betrof de premies die de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience betaalden, voor al hun werknemers, voor een algemene bijstandsverzekering (Europe-Assistance) bij verplaatsingen in binnen- en buitenland. De tweede betwisting betrof een aantal jubileumpremies, die betaald werden respectievelijk na 25 en 40 jaar dienst. Ten einde de toepassing van de bijdrageopslagen en de intresten te vermijden heeft de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience, ook voor de betwiste voordelen, de sociale zekerheidsbijdragen betaald, doch zulks onder voorbehoud.
  5. Bij dagvaarding van 20 november 2007 hebben de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gedagvaard voor de arbeidsrechtbank te Brussel in terugbetaling van deze bijdragen. Voor de nv Bayer betrof het de terugbetaling van een bedrag van 50.384,07 euro voor de bijstandsverzekering en 9.019,45 euro uit hoofde van de bijdrage op de jubileumpremies. Voor de nv Bayer Cropscience betrof het een som van 8.451,68 euro voor de premies voor de bijstandsverzekering. Bij vonnis van 10 maart 2009 heeft de arbeidsrechtbank te Brussel de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience volledig afgewezen van hun vordering.
  6. Bij verzoekschrift van 15 april 2009 hebben de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience hoger beroep aangetekend tegen dit vonnis. II. DE ONTVANKELIJKHEID. Het beroep is regelmatig naar de vorm. Er wordt geen betekeningsakte voorgelegd van het bestreden vonnis, zodat het beroep ook tijdig is ingesteld. III. BEOORDELING.
  7. Ter zitting vragen beide partijen uitdrukkelijk dat het hof enkel uitspraak zou doen over de problematiek van de premies voor de bijstandsverzekering en niet over de problematiek van de jubileumpremies, waaromtrent partijen onderhandelingen voeren. De partijen bepalen vrij wat zij aan de rechter, in dit geval de beroepsrechter, ter beoordeling voorleggen zodanig dat het hof alleen maar akte kan nemen van de beperking van het geschil, althans op dit ogenblik, tot dit onderdeel.
  8. De nv Bayer en de nv Bayer Cropscience laten voor het hof in hoofdorde gelden dat de premies, betaald voor de bijstandsverzekering, dienen beschouwd te worden als een aanvullend voordeel van sociale zekerheid, zodanig dat deze voordelen, in toepassing van artikel 14 § 1 van de wet van 27 juni 1969 op de sociale zekerheid der werknemers en artikel 2 lid 1, 3° van de wet van 12 april 1965 op de bescherming van het loon, uit het loonbegrip zijn gesloten voor de toepassing van de sociale zekerheidsbijdragen. In ondergeschikte orde stellen de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience dat deze premies een vrijgevigheid uitmaakten, omdat zij zich nooit verbonden hadden ten aanzien van de werknemers tot betaling van deze premies en daaraan, op ieder ogenblik een einde konden te stellen. In nog meer ondergeschikte orde stellen de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience dat, minstens voor een deel van de werknemers, met name voor dit deel van de werknemers dat voor de uitoefening van zijn werk een wagen diende te gebruiken, het ging om de terugbetaling van de kosten eigen aan de werkgever.
  9. Overeenkomstig artikel 14, al. 1 van de wet van 27 juni 1969 op de maatschappelijke zekerheid der werknemers worden de bijdragen voor sociale zekerheid berekend op het loon van de werknemers. Overeenkomstig art. 14 § 2 van dezelfde wet wordt het begrip loon bepaald bij artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. De Koning wordt echter, ingevolge dezelfde bepaling, gemachtigd het aldus bepaalde begrip te verruimen of te beperken en dit bij een in ministerraad overlegd besluit. Overeenkomstig artikel 2, al.1,1° van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers wordt onder ‘loon' verstaan, het loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever. Overeenkomstig al. 3, 1°, c worden voor de toepassing van deze wet evenwel niet als loon beschouwd de vergoedingen die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen, toegekend door de verschillende takken van de sociale zekerheid.
  10. De eerste vraag die aan de orde is dus te weten of de premie voor de bijstandsverzekering, betaald door de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience, dient beschouwd te worden als een aanvulling van één van de voordelen toegekend door de verschillende takken van de sociale zekerheid. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, daarin gevolgd door het eerste rechter, is van oordeel dat van deze bepaling in ieder geval enkel toepassing kan gemaakt worden wanneer de werkgever rechtstreeks een aanvulling betaalt op een voordeel van sociale zekerheid, maar dat deze bepaling niet kan uitgebreid worden tot de premies die de werkgever betaalt voor een verzekering, waaruit een aanvullend voordeel van sociale zekerheid zou kunnen ontstaan. Reeds in een arrest van 16 januari 1978 (Arr.Cass. 1977-1978, 594) oordeelde het Hof van Cassatie dat de geldsommen, die door de werkgever aan derden worden uitbetaald, deel uitmaken van het loon, omschreven bij art. 2, lid 1, van de wet van 12 april 1965 op de bescherming van het loon (verder ook genoemd de loonbeschermingswet), wanneer de werknemer aanspraak kan maken op die uitbetaling en hij zijn recht stoelt op de arbeidsovereenkomst. Dit is m.n., aldus het Hof, het geval voor de premies die de werkgever aan de groepsverzekering betaalt. (Omgekeerd had in een arrest van 19 juni 1974 (JTT 1974,265) het Hof geoordeeld dat het pensioen dat door de werkgever zelf wordt toegekend, een aanvulling uitmaakt van de voordelen van één van de takken van de sociale zekerheid en aldus niet kan beschouwd worden als loon voor de toepassing van de wet van 12 april
  11. Het Hof van Cassatie heeft deze lijn doorgetrokken in zijn arresten van 4 februari 2002 (RW, 2002-03, 293) en 24 mei 2004 (Pas. 2001-4, 901). De elementen die de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience aanvoeren om te stellen dat deze arresten geen toepassing vinden op huidige betwisting, overtuigen niet. In zijn arrest van 4 februari 2002 stelt het Hof: Overwegende dat geldsommen die aan derden worden uitbetaald door de werkgever, wanneer de werknemer aanspraak kan maken op de betaling ervan en hij zijn recht stoelt op de arbeidsovereenkomst, zoals de door de werkgever in uitvoering van een reglement dat deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst betaalde bijdragen of premies voor een groepsverzekering, bestemd om een pensioenfonds te spijzen, deel uitmaken van het loon in de zin van de Loonbeschermingswet en, als krachtens de arbeidsovereenkomst verworven verdiensten, in geld waardeerbare voordelen uitmaken die betaald worden als tegenprestatie voor de in het kader van de arbeidsovereenkomst verrichte arbeid; Dat artikel 2, derde lid, c, van de Loonbeschermingswet hieraan niets afdoet vermits deze bepaling betrekking heeft op de langs het pensioenfonds of de pensioenverzekering uitgekeerde aanvullende pensioenuitkeringen zelf en niet op de hierboven bedoelde premies of bijdragen; In tegenstelling met hetgeen de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience aanvoeren is in het cassatiearrest van 4 februari 2002 niet doorslaggevend de overweging dat het ging om premies die door de werkgever betaald werden in uitvoering van de arbeidsovereenkomst, (terwijl dit bij de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience niet het geval zou zijn). Doorslaggevend in het arrest is de overweging dat art 2, al.3, c enkel betrekking heeft op de door de verzekering uitgekeerde pensioenuitkeringen zelf en niet op de premies of bijdragen. Anderzijds, en zoals verder uiteengezet zal worden, werden de premies, die de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience betaalden, eveneens betaald in uitvoering van de arbeidsovereenkomst, of in ieder geval ingevolge de dienstbetrekking die tussen partijen bestond In zijn arrest van 24 mei 2004 heeft het Hof van Cassatie dit standpunt nogmaals herhaald. De omstandigheid dat dit arrest gewezen werd in het kader van de toepassing van de wet van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen en het loonbegrip, bepaald in art. 35, lid 1 van de wet, is zonder belang. Het loonbegrip, aangewend in artikel 35 al. 1 van deze wet is inhoudelijk hetzelfde is als het loonbegrip gehanteerd in artikel 2, al. 1van de wet van 12 april 1965 ( cfr ook de conclusies van Adv. Gen. LECLERCQ bij dit arrest ‘ Pas. 2004, p. 901 die, na analyse van het onderscheid tussen art. 35, al.1 en al. 2 besluit (vertaling): " Partant, la prime d'assurance de l'assurance hospitalisation, contractée en faveur d'un travailleur et destiné à lui procurer, en cas du survenance du risque, un avantage complémentaire au régime de la sécurité sociale, ne constitue pas elle-même un tel avantage, mais, au contraire, payé par l'employeur en raison des relations de travail existant entre lui et le travailleur, cette prime doit être considérée comme une rémunération". Het hof sluit zich bij deze rechtspraak aan. De tekst van art. 2 van de wet van 12 april 1965 laat geen andere interpretatie toe. De premie die de werkgever betaalt aan een verzekeringsmaatschappij, en die toelaat aan de werknemer een bepaald aanvullend voordeel toe te kennen, is geen "vergoeding" die de werkgever betaalt aan de werknemer. Bovendien dient, bij nalezing van de verzekeringspolis die door de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience werd afgesloten, vastgesteld te worden dat de voordelen voortvloeiend uit deze verzekering in ieder geval slechts voor een beperkt gedeelte zou kunnen worden als een aanvulling op de voordelen toegekend door de verschillende takken van de sociale zekerheid, nl. datgene wat rechtstreeks verband houdt met de terugbetaling van ziekte en overlijdenskosten. ‘Aanvullende' voordelen van de sociale zekerheid zijn daarbij niet hetzelfde als ‘bijkomende sociale zekerheidsvoordelen', en nieuwe sociale voordelen (cfr. W. VAN EECKHOUTTE, "Het begrip loon in de bijdrageregeling van de sociale zekerheid der werknemers", in R. JANVIER e.a., Het loonbegrip, Die Keure, 2005, 72). Zaken zoals het ten laste nemen van het bezoek van een familielid in het ziekenhuis in een vreemd land, de kosten van repatriëring (zeker van anderen dan de werknemers zelf) zijn geen aanvullende voordelen van sociale zekerheid, maar nieuwe voordelen die door de gewone ziekteverzekering niet gedekt worden. A fortiori geldt zulks natuurlijk voor alles wat te maken heeft met de repatriëring van een voertuig en een aantal diensten bvb bijstand bij verlies van documenten, die in de algemene voorwaarden van de polis voorzien zijn.
  12. De premies, die betaald werden door de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience, kunnen ook geenszins beschouwd worden als een vrijgevigheid. Het is duidelijk dat deze premies betaald worden als een tegenprestatie van de arbeid, die ter uitvoering van de overeenkomst worden verricht. De omstandigheid dat het recht op deze verzekering niet in de individuele overeenkomsten is opgenomen, belet niet dat het recht daarop kan steunen op een andere rechtsbron, zoals het gebruik (dat algemeen, standvastig en vast is, zoals in deze zaak) of de eenzijdige verbintenis van de werkgever (Cass. 18.12.1974, Arr.Cass. 1974-75, 460 met conclusies van Adv.Gen LENAERTS. Overigens is, opdat de voordelen die door de werkgever worden toegekend aan de werknemers, onder het begrip loon zouden vallen niet vereist dat de toekenning daarvan door de partijen bedongen is of dat de werkgever daartoe een eenzijdige verbintenis heeft aangegaan of tot de betaling verplicht is ingevolge een wet, een C.A.O. of een gebruik (cfr. Cass.20.04.1977, RW 1977-1978, 1871 met conclusies. Adv.Gen. LENAERTS). Wanneer loon de tegenprestatie is van de ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst verrichte arbeid, ontstaat het recht op loon door het verrichten van dergelijke arbeid. Het recht op deze tegenprestatie is op zichzelf niet kenmerkend voor het begrip loon, maar slechts het noodzakelijk gevolg van het verrichten van arbeid krachtens een arbeidsovereenkomst. Betalingen door de werkgever aan zijn werknemer gedaan, worden dus in beginsel beschouwd als betalingen verschuldigd ingevolge de dienstbetrekking, dus als loon waarop de sociale zekerheidsbijdragen worden berekend.. De wetgever heeft wel niet de bedoeling gehad de door de werkgever aan de werknemer toegekende giften uit te sluiten uit het begrip loon. Uit de omschrijving van het loonbegrip in de loonbeschermingswet volgt echter dat van een gift slechts sprake kan zijn wanneer het voordeel niet is toegekend wegens de ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst verrichte arbeid, en dus niet ingevolge de dienstbetrekking, maar bij gelegenheid van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, naar aanleiding van een arbeidsonderbreking of wegens bijzondere omstandigheden zoals de persoonlijke genegenheid of de waardering van de werkgever, of een andere gebeurtenis in het persoonlijke leven of dat van de familie van de werknemer. ( Cass. 5.01.2009, JTT 2009, 313). Deze hypothese is echter in deze helemaal niet van toepassing.
  13. Ten onrechte tenslotte roepen de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience in dat, tenminste voor een deel van de werknemers, de voordelen die terugbetaald werden ingevolge de bijstandsverzekering, moeten beschouwd worden als kosten eigen aan de werknemer. Kosten kunnen slechts beschouwd worden als kosten eigen aan de werkgever, hetzij wanneer het gaat om kosten die inherent zijn aan de eigenlijke uitvoering van de arbeidsovereenkomst, en dit ook zonder uitdrukkelijke verbintenis van de werkgever hetzij wanneer het gaat om kosten, die het gevolg zijn van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zonder aan de uitvoering daarvan inherent te zijn, wanneer de werkgever tot betaling van deze kosten verplicht is krachtens de wet, een C.A.O., een individuele overeenkomst of een eenzijdige verbintenis ( zie conclusies. Adv. Gen. BRESSELEERS bij Cass. 17 mei 1993, Arr. Cass. 1993, 499). Het onderzoek van de toegekende voordelen laat in zijn algemeenheid geenszins toe te besluiten dat het gaat om kosten eigen aan de werkgever. De toegekende voordelen betreffen immers de reisbijstand tijdens de vakantie in het buitenland of eventueel ook in België zelf. Theoretisch zouden bepaalde van de voordelen, die opgenomen zijn in de verzekering, als kosten eigen aan de werkgever kunnen beschouwd worden voor de personeelsleden die, voor de uitvoering van hun functie, verplaatsingen moeten uitvoeren voor rekening van de werkgever. De nv Bayer en de nv Bayer Cropscience hebben echter steeds geweigerd, zowel in het kader van het onderzoek, als in het kader van de ingeleide procedure, een aanduiding te geven van de werknemers die onder dit stelsel zouden kunnen vallen. Er zijn geen elementen voorhanden om het aantal van deze werknemers, noch de voordelen waarover het gaat, te beoordelen, zodat de nv Bayer en de nv Bayer Cropscience, niet aantonen dat enige werknemer onder dit stelsel zou kunnen vallen.
  14. Het hoger beroep tegen het vonnis van de arbeidsrechtbank is dan ook ongegrond, voor wat betreft de premies voor de bijstandsverzekering. Voor het overige wordt, overeenkomstig het verzoek van de partijen, de zaak naar de bijzondere rol verzonden, hetgeen ook inhoudt dat de kosten niet kunnen begroot worden. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, in het bijzonder op het artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk. Verklaart het hoger beroep ongegrond in zoverre het beroep betrekking heeft op de terugbetaling van de sociale zekerheidsbijdragen op de bijstandsverzekering (Europ Assistance) en bevestigt op dit punt het bestreden vonnis. Verzendt de zaak voor het overige naar de bijzondere rol. Houdt de kosten aan. Aldus gewezen en ondertekend door de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit: Fernand KENIS, raadsheer, Ivo VAN DAMME, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Karel GACOMS, raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider, bijgestaan door : Sven VAN DER HOEVEN, griffier. Sven VAN DER HOEVEN Karel GACOMS Ivo VAN DAMME Fernand KENIS en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 25 november 2010 door: Fernand KENIS, raadsheer, bijgestaan door Sven VAN DER HOEVEN, griffier. Sven VAN DER HOEVEN Fernand KENIS PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101125.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.