← België

ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101126.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 26 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101126.1 Rolnummer: 2009/AB/052514 Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-11-30 Raadplegingen: 163 - laatst gezien 2026-07-01 14:10 Fiche 1 De internationale bevoegdheid van de aangezochte rechter kan in geen geval nog plaatsvinden na het tijdstip van de stellingname die naar nationaal procesrecht als het eerste voor de aangezochte rechter voorgedragen verweer is te beschouwen, omdat krachtens artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek de onbevoegdheid van de rechter moet worden opgeworpen voor elk ander middel. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Excepties van onbevoegdheid Vrije woorden: GERECHTELIJK RECHT - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Excepties van onbevoegdheid - Betwisting internationale bevoegdheid voor elk ander verweer. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 854 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Nota: Gerangschikt onder I A art.

  1. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder II K II art. 31 §
  2. Fiche 2 Door in art. 31 §1 van de uitzendarbeidwet te omschrijven dat instructies door een derde gegeven in uitvoering van de overeenkomst die hem met de werkgever verbindt inzake de uitvoering van het overeengekomen werk geen gezagsuitoefening meebrengen tussen de werknemer en de derde, heeft de wetgever willen aangeven dat er geen verboden terbeschikkingstelling is bij een tewerkstelling zonder gezagsuitoefening in het kader van onderaanneming. Hierbij dient de 'oorspronkelijke' werkgever zeggenschap te behouden over de inhoud van het geleverde werk. De mogelijkheid tot en de draagwijdte van de instructies over de uitvoering van het overeengekomen werk moet opgenomen zijn in de overeenkomst tussen de werkgever en de gebruiker. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Tijdelijke en uitzendarbeid - Terbeschikkingstelling Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - TIJDELIJKE ARBEID EN UITZENDARBEID - Ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Wettelijke bepalingen: Wet - 24-07-1987 - 31,§1 - 31 ELI link Pub nr 1987012597 Nota: Gerangschikt onder II K II art. 31 §
  3. Een andere korte inhoud is gerangschikt onder II art.
  4. Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 26 NOVEMBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk heropening der debatten In de zaak: T.V. , wonende te [xxx], appellante, vertegenwoordigd door mr. DE WAGTER Thijs loco mr. HOFKENS Jan, advocaat te 1000 BRUSSEL, Havenlaan 86c b
  5. Tegen:
  6. ANHEUSER-BUSCH INBEV NV, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Grote Markt 1, eerste geïntimeerde,
  7. SUN INBEV UKRAÏNE OJSC, VENNOOTSCHAP NAAR OEKRAÏNE RECHT, met maatschappelijke zetel te Bozhenko Str.87, 03150 KYIV, tweede geïntimeerde, Geïntimeerden vertegenwoordigd door mr. WOUTERS Olivier en mr. BOUCIQUE Ward loco mr. LACOMBLE Jean-Paul, advocaat te 1160 BRUSSEL, Vorstlaan,
  8. *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 11 juni 2009 door de arbeidsrechtbank te Leuven, 1e B kamer (A.R. 08/304/A en 08/1498/A). - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 17 september 2009; - de syntheseconclusies voor de appellante, neergelegd ter griffie op 2 juni 2010, - de conclusie voor de geïntimeerden, neergelegd ter griffie op 2 april 2010 en de aanvullende en syntheseconclusie, neergelegd ter griffie op 2 september 2010; - de voorgelegde stukken; De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 29 oktober 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * I. FEITEN EN RECHTSPLEGING
  9. Op 17 februari 2006 kwam mevrouw T.V. in dienst van Sun InBev Ukraïne OJSC (hierna afgekort als Sun InBev) als National Marketing Director. Dit betrof een arbeidsovereenkomst naar Oekraïens recht. Met ingang van 1 april 2006 kwam zij over naar de hoofdzetel van InBev te Leuven als Global Brands Director. Op 24 februari 2006 werden de voorwaarden voor haar verblijf in België bevestigd in een schrijven van de N.V. InBev Leuven (thans Anheuser-Busch InBev NV, hierna afgekort tot AB InBev). Dit schrijven werd door haar voor akkoord ondertekend. Zo werd onder meer bepaald: Thuisland & Gastland In voorwaarden van huidig document verstaan we onder Oekraïne thuisland, respectievelijk België gastland. Functie Global Brands Director - Lokale merken en Leffe, rapporterende aan de Vice President Brands Locatie : Leuven/België. De duur van deze opdracht is gepland voor 3 jaar die verlengd kan worden in onderling akkoord. Nationaal salaris Uw jaarlijkse bruto nationaal basissalaris bedraagt 547.832 UAH. Tijdens de opdracht zullen de salarisverhogingen op dit bruto nationaal salaris toegepast worden volgens de praktijk van het thuisland. Bonus U zult deelnemen in het InBev Global Bonus Program in overeenstemming met de voorwaarden en bepalingen afhankelijk van de hoogte van uw positie. Van het bedrag van de berekende (bruto) bonus zal het bedrag van de corresponderende Oekraïense (hypothetische) sociale zekerheidsbijdrage en de hypothetische persoonlijke inkomensbelasting, berekend aan het Oekraïense marginaal belastingtarief, afgetrokken worden.... Hierna worden de toelage voor levenskosten, de internationale mobiliteitspremie, de bedrijfswagen, de huisvesting, de bijstand aan partners, verhuiskosten, vestigingskosten, vakantie naar huis, taallessen, recht op vakantie, sociale zekerheid, pensioenplan, verzekering, belasting/belastingadvies, wisselratio en juridisch en financieel advies besproken. Vervolgens wordt overeengekomen: Arbeidsrecht Gedurende uw internationale opdracht zal u overgeplaatst worden naar InBev NV, terwijl uw arbeidsovereenkomst in het thuisland ( hierna genoemd Arbeidsovereenkomst) met specifieke voorwaarden van deze brief onveranderd blijft. De grondrechten van de Werknemer, de Arbeidsovereenkomst veranderen, het loon verhogen en de Arbeidsovereenkomst beëindigen, zullen bij de werkgever van het thuisland blijven, wat betekent dat ingeval van opzegging de voorwaarden in de Arbeidsovereenkomst zullen van toepassing zijn. Repatriëring Bij het einde van uw opdracht zal je geïntegreerd worden in Sun Interbrew Ukrain of zal jou een andere opdracht binnen de InBev groep worden aangeboden. Uw loon bij reïntegratie zal ten minste gelijk zijn aan het bruto nationaal basissalaris verhoogd met alle collectieve en individuele salarisverhogingen die werden uitgevoerd tijdens uw opdracht. Wanneer deze opdracht afgelopen is of voortijdig beëindigd werd in onderling akkoord, zal u gerepatrieerd worden naar uw thuisland op kosten van de werkgever. Beëindigingsvoorwaarden zullen in overeenstemming zijn met uw Arbeidsovereenkomst. Indien uw tewerkstelling beëindigd wordt tijdens uw opdracht dan zal u gerepatrieerd worden naar uw thuisland op kosten van de werkgever en uw beëindiging zal opnieuw in overeenstemming gebeuren met uw Arbeidsovereenkomst. ...
  10. Op 9 augustus 2007 bevestigde AB InBev bij aangetekende brief het volgende: Wij verwijzen hierbij naar uw gesprek van 6 augustus ll. met Frank Abenante waarbij we bevestigen dat uw assignment in België ten einde zal komen op 30 september
  11. In de komende weken, zal het bedrijf met u de mogelijke opties overwegen en bespreken die gerelateerd zijn aan uw tewerkstelling terwijl u vanaf 1 september 2007 vrij van prestatie bent. Gelieve ondertussen uw relocatie naar Oekraïne te regelen met het International Mobility Centre. Tegelijkertijd bevestigen wij u dat op 30 september 2007, alle aan uw internationale assignment gerelateerde vergoedingen en voordelen zoals vermeld in onze brief van 24 februari 2006 zullen stopgezet worden. Uw arbeidsovereenkomst met Sun Interbrew Ukraïne zal worden gereactiveerd met een jaarlijkse bruto basissalaris dat gelijk is aan uw bruto nationaal basis salaris van uw thuisland vandaag van toepassing. Mevrouw T.V. houdt voor dat zij ingevolge dit schrijven en ingevolge de repatriëringsclausule in haar overeenkomst van 24 februari 2006, in september 2007 naar Oekraïne is teruggekeerd, waar men haar op 12 september 2007 meedeelde dat er aldaar voor haar geen verdere tewerkstelling mogelijk was. Er werd een ontslagvergoeding van 3 maanden naar Oekraïens recht vooropgesteld. Wel erkent ze dat van oktober 2007 tot 6 juli 2009 haar loon in Oekraïne (ten bedrage van bruto 7.875 UAH of netto 6.634,61 UAH/maand (ongeveer euro 680) werd doorbetaald. Bij schrijven van 26 november 2007 van de raadslieden van mevrouw T.V. aan de N.V. AB InBev werd deze laatste in gebreke gesteld omwille van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en op basis van het toepasselijke dwingende Belgische arbeidsrecht werd AB InBev in gebreke gesteld tot betaling van een opzeggings-vergoeding van 16 maanden, becijferd op euro 450.102,33, een pro rata bonus voor 2007 van euro 21.541,29 en het vakantiegeld hierop of euro 3.304,43, een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht van euro 25.000, de kosten van de repatriëring en fiscale bijstand.
  12. Bij dagvaarding van 7 februari 2008 vorderde mevrouw T.V. dat de arbeidsrechtbank te Leuven zou zeggen voor recht dat haar arbeidsovereenkomst door AB InBev werd beëindigd op 30 september 2007 en dat het Belgisch arbeidsrecht van toepassing was, waarna zij haar cijfermatige vordering ten aanzien van AB InBev formuleerde. In haar conclusie voor de eerste rechter van 28 april 2008 stelde AB InBev dat niet zijzelf de werkgever van mevrouw T.V. was, doch wel Sun InBev. Dienvolgens werd de Oekraïense vennootschap op 4 september 2008 bij proces-verbaal van vrijwillige verschijning in de procedure betrokken. Na aanpassing van haar vordering in conclusies van 6 maart 2009 vorderde mevrouw T.V. de hoofdelijke veroordeling van AB InBev en Sun InBev tot betaling van: - een opzeggingsvergoeding van 14 maanden of euro 417.185,62 - een bonus voor het jaar 2007 of euro 32.311,93 - vakantiegeld hierop of euro 4.956,65 - vertrekvakantiegeld van euro 1 provisioneel - een pro rata eindejaarspremie van euro 4.813,09 - een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht van euro 25.000 meer de wettelijke en gerechtelijke intresten op bruto en de kosten van rechtspleging. Tevens vroeg zij dat zou worden gezegd voor recht dat zij beroep kon doen op fiscale bijstand voor de belastingsaangifte in België en in Oekraïne voor de inkomsten 2007, evenals m.b.t. alle bedragen waartoe zijn het kader van deze procedure zou veroordeeld worden; ondergeschikt vroeg ze de hoofdelijke veroordeling van Sun InBev en AB InBev tot vergoeding van alle kosten verbonden aan de fiscale bijstand in België en Oekraïne omtrent dezelfde aangelegenheden, provisioneel geraamd op euro 1; te zeggen voor recht dat op alle bedragen die in uitvoering van het tussengekomen arrest verschuldigd zullen zijn hetzelfde belastingsregime, met inbegrip van de tax equalisation wordt toegepast, zoals gangbaar tijdens de tewerkstellingsperiode; zij vroeg ook de hoofdelijke veroordeling tot afgifte van alle wettelijke sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom. Bij vonnis van 11 juni 2009 van de arbeidsrechtbank te Leuven worden de vorderingen afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond, met veroordeling van mevrouw T.V. tot de kosten.
  13. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 17 september 2009, tekent mevrouw T.V. hoger beroep aan en ze vraagt, na aanpassing van haar vorderingen in beroepsconclusies, te zeggen voor recht dat haar arbeidsovereenkomst met AB InBev door deze uiterlijk op 30 september 2007 werd beëindigd en dat het Belgisch arbeidsrecht van toepassing is; minstens vraagt ze de hoofdelijke veroordeling van AB InBev en Sun InBev tot betaling van: - een opzeggingsvergoeding van euro 377.330,26 in ondergeschikte orde : een schadevergoeding wegens gederfde winst van euro 485.138,91 bruto, in nog meer ondergeschikte orde 812.219,81 UAH - een achterstallige bonus 2007 van euro 3.040,03; - vakantiegeld hierop van euro 466,34 - vertrekvakantiegeld van euro 15.814,27 - pro rata eindejaarspremie van euro 4.813,09 meer de wettelijke en gerechtelijke intresten op bruto en de gerechtskosten; Tevens vroeg zij dat zou worden gezegd voor recht dat zij beroep kon doen op fiscale bijstand voor de belastingsaangifte in België en in Oekraïne voor de inkomsten 2007, evenals m.b.t. alle bedragen waartoe zijn het kader van deze procedure zou veroordeeld worden; ondergeschikt vroeg ze de hoofdelijke veroordeling van Sun InBev en AB InBev tot vergoeding van alle kosten verbonden aan de fiscale bijstand in België en Oekraïne omtrent dezelfde aangelegenheden, provisioneel geraamd op euro 1; te zeggen voor recht dat op alle bedragen die in uitvoering van het tussengekomen arrest verschuldigd zullen zijn hetzelfde belastingsregime, met inbegrip van de tax equalisation wordt toegepast, zoals gangbaar tijdens de tewerkstellingsperiode; zij vroeg ook de hoofdelijke veroordeling tot afgifte van alle wettelijke sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom. In ondergeschikte orde, vroeg ze bij gebreke aan hoofdelijke veroordeling van AB InBev en Sun InBev, tenminste de veroordeling van AB InBev tot betaling van bovenvermelde bedragen. in uiterst ondergeschikte orde vroeg ze de heropening van de debatten, indien 30 september 2007 niet als datum van beëindiging zou worden aanvaard. AB InBev stelt incidenteel beroep in en vraagt: in hoofdorde de vorderingen van mevrouw T.V. onontvankelijk te horen verklaren, minstens ongegrond; in ondergeschikte orde vraagt zij dat de onbevoegdheid van de arbeidsgerechten zou worden vastgesteld om te oordelen over de vorderingen van mevrouw T.V., omwille van de rechtskeuze voor het Oekraïense recht en de overeenkomst om de Oekraïense rechtbanken bevoegd te verklaren; in uiterst ondergeschikte orde, indien zou geoordeeld worden dat mevrouw T.V. haar vorderingen rechtsgeldig kon richten jegens AB InBev overeenkomstig het Belgisch recht voor een Belgische rechtbank, vraagt zij dat de vordering jegens haar ongegrond zou worden verklaard en alleszins dat de opzeggingsvergoeding zou worden herleid tot 5 maanden hetzij euro 42.641,04 bruto; en dat er tevens geen hoofdelijkheid zou worden toegestaan; in al deze hypotheses vraagt zij de veroordeling van mevrouw T.V. tot de gerechtskosten; Sun InBev vraagt in hoofdorde de vordering van mevrouw T.V. ongegrond te horen verklaren; alleszins dat de opzeggingsvergoeding zou worden herleid tot 5 maanden hetzij euro 42.641,04 bruto; en dat er tevens geen hoofdelijkheid zou worden toegestaan; ook vraagt zij de veroordeling van mevrouw T.V. tot de gerechtskosten; AB InBev en Sun InBev vragen dat de nieuwe vorderingen van mevrouw T.V., ingesteld bij verzoekschrift hoger beroep onontvankelijk, minstens ongegrond zouden worden verklaard. II. BEOORDELING.
  14. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is derhalve ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep. Ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vorderingen lastens AB InBev
  15. AB InBev houdt voor dat de aanvankelijke vordering onontvankelijk is, omdat zij niet de werkgever was van mevrouw T.V., zodat deze niet het vereiste belang heeft om een vordering op basis van een arbeidsovereenkomst tegen haar in te stellen.
  16. Op grond van artikel 17 Ger. W. kan een rechtsvordering niet worden ingesteld, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen. Ingevolge artikel 18 dient dit belang een reeds verkregen en dadelijk belang te zijn. Mevrouw T.V. houdt voor dat zij door een arbeidsovereenkomst met AB InBev verbonden was, zodat ze over het vereiste belang beschikte om op die basis een rechtsvordering tegen AB InBev in te stellen. Wanneer deze laatste dit betwist, betreft dit een discussie over de gegrondheid van de vordering. Voor de ontvankelijkheid van de vordering is immers niet vereist dat het bestaan van een recht wordt aangetoond (P. Van Lersberghe, Artikelsgewijze commentaar, art. 18 Ger. W., I.B.). De door AB InBev aangehaalde rechtspraak in verband met de dagvaarding van een verkeerde werkgever is hier niet ter zake dienend, omdat in die gevallen geen vordering tegen de foutief gedagvaarde werkgever kon worden gesteld, daar de vordering doelde op een andere werkgever. Het incidenteel beroep van AB InBev is op dit punt ongegrond. Bevoegdheid van de Belgische rechtbanken
  17. Terecht wijst mevrouw T.V. erop dat de betwisting over de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken slechts gebeurde in de conclusie voor de eerste rechter van 6 april 2008, nadat AB InBev en Sun InBev in hun voorgaande conclusies reeds standpunt hadden ingenomen over de grond van de zaak. Ingevolge art. 854 Ger. W. moet de onbevoegdheid van de rechter voor wie de zaak aanhangig is, worden voorgedragen voor alle exceptie of verweer behalve wanneer zij van openbare orde is. Het Hof van Cassatie paste deze regel toe in een zaak van internationale bevoegdheid in het arrest van 28 april 2006 (JT 2006, 507; Pas. 2006, 988; RABG 2007, 673; RW 2007-08 (samenvatting), afl. 33, 1366 noot -; P&B 2006, afl. 5, 216) en oordeelde dat de betwisting van de internationale bevoegdheid van de aangezochte rechter in geen geval nog kan plaatsvinden na het tijdstip van de stellingname die naar nationaal procesrecht als het eerste voor de aangezochte rechter voorgedragen verweer is te beschouwen, omdat krachtens artikel 854 van het Gerechtelijk Wetboek de onbevoegdheid van de rechter moet worden opgeworpen voor elk ander middel.
  18. Ten overvloede kan hieraan worden toegevoegd dat ingevolge artikel 96 van het WIPR de Belgische rechters bevoegd zijn om kennis te nemen van de vorderingen aangaande een contractuele verbintenis, indien deze in België is ontstaan (vgl. H. Storme en S. Bouzoumita, Arbeidsovereenkomsten in internationaal privaatrecht, NjW 2005, 304, nr. 39). De vorderingen van mevrouw T.V. tegen AB InBev steunen o.m. op de met deze vennootschap afgesloten overeenkomst van 24 februari 2006 betreffende haar opdracht te Leuven. Ongeacht het feit dat bij de organisatie van een internationale tewerkstelling twee arbeidsovereenkomsten kunnen worden afgesloten, die een wederzijdse impact kunnen hebben en op elkaar zullen inspelen, blijven de twee individuele afgesloten arbeidsovereenkomst elk afzonderlijk geregeld (Y. Jordens, Handboek Europese detachering en vrij verkeer, Brugge, 2009, p. 35). De arbeidsrechtbank te Leuven was dan ook bevoegd om van de zaak kennis te nemen en het incidenteel beroep is op dit punt ongegrond. Was er een verboden terbeschikkingstelling?
  19. Mevrouw T.V. is van mening dat het Belgische recht op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van toepassing is omwille van haar verboden terbeschikkingstelling in strijd met artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers (hierna aangeduid als uitzendarbeidswet). Bij toepassing van artikel 31 § 3 van deze wet worden in dat geval de gebruiker en de werknemer beschouwd als verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vanaf het begin der uitvoering van de arbeid. Op grond van artikel 32 §1 van de uitzendarbeidswet kan een vaste werknemers die met zijn werkgever verbonden blijft krachtens een oorspronkelijke arbeidsovereenkomst, uitzonderlijk ter beschikking worden gesteld van een gebruiker in het kader van de samenwerking tussen de ondernemingen van een zelfde economische en financiële entiteit, wanneer dit gebeurt voor een beperkte tijd en mits de gebruiker minstens 24 uren vooraf de door de Koning aangewezen ambtenaar verwittigt. Aldus heeft de wetgever tegemoet willen komen aan de specifieke situatie van samenwerking tussen verschillende entiteiten van een economische groep.
  20. AB InBev betwist niet dat zij van deze uitzonderingsbepaling geen gebruik heeft gemaakt, maar zij meent dat er geen verboden terbeschikkingstelling in de zin van artikel 31 §1 voorhanden is omwille van het tweede lid van deze bepaling. Deze luidt als volgt: Geldt evenwel niet als de uitoefening van een gezag in de zin van dit artikel, het naleven door de derde van de verplichtingen die op hem rusten inzake het welzijn op het werk, alsook de instructies die door de derde worden gegeven in uitvoering van de overeenkomst die hem met de werkgever verbindt, zowel inzake arbeids- en rusttijden als inzake de uitvoering van het overeengekomen werk. Deze verduidelijking werd ingevoegd door artikel 181 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen (B. S. 31 augustus 2000, err. 25 januari 2001), en dit ingevolge het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998 en van het advies nr. 1295 van de Nationale Arbeidsraad. Volgens de Memorie van Toelichting wilde de wetgever een duidelijk onderscheid maken tussen enerzijds de terbeschikkingstelling van werknemers ten behoeve van een gebruiker ingevolge een arbeidsovereenkomst, waarbij gezagsuitoefening plaatsvindt en anderzijds een tewerkstelling zonder gezagsuitoefening in het kader van onderaanneming. (Parl. St. Kamer G.Z., 1999 -2000, Doc 50 0756/001, p. 88): De wijze waarop de overeenkomst effectief zal uitgevoerd worden zal bepalend zijn om te weten of men valt onder een vorm van terbeschikkingstelling die verboden is omdat deze samengaat met een delegatie van gezag over de werknemer die de aan zijn werkgever gevraagde prestatie levert, ten voordele van de onderneming die van deze diensten gebruikmaakt, of men integendeel te maken heeft met een toegelaten terbeschikkingstelling omdat deze geen enkele overdracht van gezag met zich meebrengt. Volgens deze Memorie van Toelichting hebben de sociale partners met de wijziging willen bevestigen dat de terbeschikkingstelling van werknemers ten behoeve van gebruikers in beginsel verboden blijft wanneer de terbeschikkingstelling samengaat met een overdracht van gezag komende van de oorspronkelijke werkgever en gaande naar de gebruikende onderneming (id. p. 89). Ze aanvaarden derhalve dat het geen teken is van een overdracht van gezag dat de terbeschikkingstelling verbiedt, maar wel een aanwijzing die integendeel toelaat om in de sfeer van de onderaanneming te blijven, het feit voor de gebruikende onderneming: ... - van het geven in het kader van een overeenkomst - van handelsrechtelijke aard - die deze verbindt aan de werkgever van de werknemer die hier bedoeld wordt, van instructies inzake arbeids- en rusttijden; - en van het geven van instructies inzake de uitvoering van het overeengekomen werk - met name krachtens de overeenkomst die de twee ondernemers verbindt in de context opgenomen in het vorige punt (id. p. 89). De rechtsleer heeft hieruit afgeleid: Net zoals voor de instructies inzake arbeids- en rusttijden, moeten de mogelijkheid tot en de draagwijdte van de instructies over de uitvoering van het overeengekomen werk opgenomen zijn in de overeenkomst die tussen de werkgever en de gebruiker werd gesloten. In de parlementaire werkzaamheden wordt verduidelijkt dat dit recht niet automatisch is en uitdrukkelijk uit de overeenkomst moet blijken (O. Moreno, Tijdelijke arbeid, uitzendarbeid en terbeschikkingstelling van werknemers, Kluwer, Sociale Praktijkstudies 24, p. 185, nr. 235). M. Goldfays en MN Vanderhoven, La mise à disposition de travailleurs, JTT 2001, 421-428 benadrukken het belang van de overeenkomst tussen de werkgever en de gebruiker. Aan de opstelling ervan dient volgens deze auteurs een bijzondere aandacht te worden besteed (zie ook CE Clesse, Travailleurs détachés et mis à disposition, Larcier, 2008, 36).
  21. De opdracht van mevrouw T.V. bij AB InBev kaderde in de samenwerking tussen de ondernemingen van een zelfde economische en financiële entiteit, maar situeerde zich niet in het kader van een handelsrechtelijke overeenkomst van onderaanneming, waarbij geen gezag werd uitgeoefend door AB InBev. Er diende daarvoor een overeenkomst te bestaan tussen AB InBev en Sun InBev inzake de uitvoering van het overeengekomen werk. Er bestond daarentegen enkel een arbeidsovereenkomst tussen mevrouw T.V. en Sun InBev en een overeenkomst van 24 februari 2006 tussen mevrouw T.V. en AB InBev over de voorwaarden van haar verblijf in het buitenland. De e-mails van 16 en 17 februari 2006 houden geen regeling in van het instructierecht over het overeengekomen werk. Er was geen uitdrukkelijke overeenkomst tussen Sun InBev en AB InBev, die zou inhouden dat de uitvoering van het overeengekomen werk onderling wordt geregeld in de zin dat AB InBev ingevolge deze overeenkomst instructies kon geven aan mevrouw T.V.. AB InBev wil weliswaar voorhouden dat een dergelijke overeenkomst mondeling zou kunnen gesloten worden, maar zelfs in die verkeerde veronderstelling brengt ze evenmin een bewijs voor van een uitdrukkelijke en klare afspraak tussen de ondernemingen inzake instructies over de uitvoering van het overeengekomen werk. Hierbij dient de "oorspronkelijke" werkgever overigens zeggenschap te behouden over de inhoud van het geleverde werk (Brussel 30 maart 2001, JTT 2001, 431 en de verwijzing aldaar naar uitvoerige rechtsleer en naar de parlementaire voorbereiding, meer bepaald Parl. St. Senaat, 1999 -2000, n° 2-522/3, p. 8, 20,130 en 131). Uit de voorgelegde stukken blijkt bovendien dat AB InBev rechtstreeks de lonen betaalde van mevrouw T.V., de bonusberekening deed, dat mevrouw T.V. in de hiërarchie rechtstreeks rapporteerde aan de Vice President Brands van AB InBev en zelf ook personeel van AB InBev onder zich had, dat ze geëvalueerd werd op basis van de regels van AB InBev. Dit alles wijst op een veel ruimere gezagsuitoefening dan bedoeld in artikel 31 §1, tweede lid van de uitzendarbeidswet. Terecht verwijst mevrouw T.V. dan ook naar de bepalingen van artikel 31 § 1 en 3 van deze wet in verband met haar tewerkstelling te Leuven. Is deze Belgische wet van toepassing?
  22. AB InBev en Sun InBev merken nochtans op dat deze bepaling van Belgisch recht niet van toepassing is, omdat in de overeenkomst van 24 februari 2006 onder de hoofding Arbeidsrecht een rechtskeuze gebeurde voor het Oekraïense recht, waardoor de arbeidsovereenkomst in het thuisland onveranderd bleef. Partijen debatteren vervolgens uitvoerig over de vraag of, ongeacht deze rechtskeuze, geen rekening moet gehouden worden met de dwingende bepalingen van het recht, bedoeld in artikel 6 van het Verdrag van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op de verbintenissen uit overeenkomst, goedgekeurd bij wet van 14 juli 1987 (B. S. 9 oktober 1987) (hierna aangeduid als EVO verdrag). Deze bepaling verwijst naar de gewoonlijke tewerkstelling, tenzij uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de arbeidsovereenkomst nauwer is verbonden met een ander land, in welk geval het recht van dat ander land toepasselijk is. Ongeacht de invulling van het begrip gewoonlijke tewerkstelling, dient echter ook rekening te worden gehouden met artikel 7 van het EVO verdrag, wat door de partijen onbesproken wordt gelaten. Meer bepaald rijst de vraag of de regeling van artikel 31 van de uitzendarbeidswet een bepaling is van bijzonder dwingend recht. Dit dient mede te worden bezien vanuit artikel 5 §1 van de Wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG (hierna aangeduid als detacheringwet), waardoor met ingang van 1 april 2002 op alle gedetacheerde werknemers die op het Belgisch grondgebied worden tewerkgesteld de dwingende bepalingen van minimale bescherming uit het Belgisch arbeidsrecht en de algemeen verbindend verklaarde Belgische CAO's dienen te worden nageleefd. Ondanks zijn hoofding, lijkt deze wet een ruimer toepassingsgebied te hebben dan de aangeduide richtlijn, omdat ze geldt voor alle gedetacheerden en niet enkel de gedetacheerden afkomstig uit een andere lidstaat (D. Nuyts en I. Sonneville, De omzetting van de' detacheringsrichtlijn' 96/71/EG in België en de andere lidstaten van de EU, TvV 2003, 24; CE Clesse, Travailleurs détachés et mis à disposition, Larcier, 2008, 193, nr. 358) Dit is hier van belang omdat mevrouw T.V. gedetacheerd werd vanuit Oekraïne. Het hof acht het nuttig dat partijen hierover nader standpunt zouden innemen. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Recht sprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk; Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk en reeds ongegrond in zoverre de ontvankelijkheid van de vordering van mevrouw T.V. lastens AB InBev en de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken worden aangevochten. Alvorens verder te beslissen, heropent de debatten teneinde de partijen toe te laten te antwoorden op wat gesteld is in randnummer
  23. Zegt dat mevrouw T.V. haar opmerkingen hierover kan neerleggen uiterlijk op 31 januari 2011 Zegt dat AB InBev en Sun InBev hun opmerkingen hierover kunnen neerleggen uiterlijk op 15 maart
  24. Zegt dat mevrouw T.V. hierop kan repliceren uiterlijk op 15 april 2011; Zegt dat AB InBev en Sun InBev een laatste maal kunnen repliceren uiterlijk op 29 april 2011; Stelt de zaak voor verdere behandeling op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van dit Hof (zaal 0.6), Poelaertplein, 3 te 1000 Brussel op 17 juni 2011 om 14 uur. Om nadien hierover verder te oordelen als naar recht; Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, Lieven LENAERTS, raadsheer, Paul DEPRETER, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Andre LEURS, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER, Paul DEPRETER, Andre LEURS. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 26 november 2010 door: Lieven LENAERTS, raadsheer, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101126.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.