← België

ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101217.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 17 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101217.6 Rolnummer: 2009/AB/052384 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2011-01-05 Raadplegingen: 133 - laatst gezien 2026-07-01 14:23 Fiche De terugkeerclausule regelt hetzij de conventionele schorsing van de arbeidsovereenkomst, hetzij de beëindiging in onderling akkoord; ze beperkt niet de rechten van de werknemer en ze verzwaart evenmin zijn plichten, zodat de hier toepasselijke clausule niet nietig is overeenkomstig art. 6 AOW. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Algemeen Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Terugkeerclausule vermindert niet de rechten van een werknemer - Geen nietigheid. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 6 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 DECEMBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk definitief In de zaak: FOURWIN NV, in vereffening, vertegenwoordigd door de vereffenaar, CVBA DELVAUX FRONVILLE SERVAIS ET ASSOCIES (DFSA), met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Emile Jacqmainlaan 95, appellante, vertegenwoordigd door mr. HENDRIX Joost loco mr. MOMMENS Daniel, advocaat te 1180 BRUSSEL, Brugmannlaan

  1. Tegen: Y.M. , wonende te [xxx], geïntimeerde, verschijnend in persoon en bijgestaan door mr. SIMEONS Veerle, advocaat te 1080 BRUSSEL, Schoonslaapsterstraat 29 b
  2. In aanwezigheid van: CENTRUM VOOR INFORMATICABEHEER VOOR PLAATSELIJKE BESTUREN, (GIAL) VZW, met zetel te 1000 BRUSSEL, Emile Jacqmainlaan 95, vertegenwoordigd door mr. HENDRIX Joost loco mr. MOMMENS Daniel, advocaat te 1180 BRUSSEL, Brugmannlaan
  3. *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 28 april 2009 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 23e kamer (A.R. 21375/06). - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 30 juli 2009; - de conclusies voor de appellante, neergelegd ter griffie op 12 maart 2010, - de conclusie en syntheseconclusie voor de geïntimeerde, neergelegd ter griffie, respectievelijk op 30 november 2009 en 17 mei 2010; - de voorgelegde stukken; De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 19 november 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * I. FEITEN EN RECHTSPLEGING
  4. Op 9 juli 1999 ondertekenden de heer Y.M. en de VZW GIAL een stageovereenkomst van 6 maanden met het oog op een praktische opleiding van assistentie aan de Human Resources Consultant. Deze stageovereenkomst werd op 6 januari 2000 met 6 maanden verlengd. Op 26 juni 2000 werd ze omgezet in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd. De VZW GIAL heeft als doel, het beheer, de ontwikkeling en de uitbating van informatica- bureautica- en telecommunicatietoepassingen voornamelijk van openbaar belang. Ze beheert het informaticapark en de telefoniediensten van de stad Brussel. Op 16 oktober 1998 richtten enkele leden van deze VZW de NV Fourwin op en men besliste om met ingang van 1 januari 2005 het commercieel luik van de activiteiten van de VZW over te dragen aan de NV.
  5. Op 7 januari 2005 werd tussen de VZW, de NV en de heer Y.M. een overeenkomst ondertekend, waardoor de arbeidsovereenkomst van de heer Y.M. met de VZW GIAL vanaf 16 januari 2005 werd opgeschort onder volgende voorwaarden: - ingeval van faillissement, vereffening of gerechtelijk akkoord van de NV Fourwin geldt een terugkeerclausule voor de heer Y.M. naar de VZW GIAL - ingeval van overdracht van de activiteiten van Fourwin of overdracht van de aandelen van GIAL in Fourwin, kan de heer Y.M. binnen de 30 dagen zijn terugkeer naar GIAL aanvragen - ingeval van ontslag van de heer Y.M. door Fourwin voor enige andere reden, wordt de overeenkomst ontbonden vanaf 16 januari 2005 en partijen komen dan overeen dat het bestaande arbeidscontract tussen de heer Y.M. en GIAL in wederzijds akkoord verbroken is. Op 10 januari 2005 ondertekenden de NV Fourwin en de heer Y.M. een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd, waardoor de heer Y.M. met ingang van 16 januari 2005 in dienst kwam als HR projectleider met behoud van zijn anciënniteit bij de VZW GIAL. Op 20 februari 2006 ontsloeg de algemene vergadering van de NV Fourwin twee van haar bestuurders, naar verluidt omwille van fraude en daaropvolgend wordt een crisismanager (de heer Poma) en een nieuwe financieel directeur (de heer Jados) aangesteld.
  6. Op 25 april 2006 beëindigde de NV Fourwin de arbeidsovereenkomst van de heer Y.M. met dringende reden omwille van volgend motief: In dato van 24 april 2006, is onze Raad van Bestuur bijeengekomen, nadat aan de dagorde onder meer het nazien van uw dossier was voorzien. De Raad heeft tijdens de vergadering van 24 april 2006 kennis genomen van de ernstige tekortkomingen die u ten laste worden gelegd. Deze feitelijke reden werden recentelijk vastgesteld door de voorlopige manager Dhr. POMA. De raad werd ervan ingelicht dat u uitdrukkelijk heeft gevraagd aan ons sociaal secretariaat de loonfiche van de maand juli 2005 op naam van Mevrouw Evangélie SCHLUP te veranderen. Deze laatste nam één dag verlof wegens vakantie op vrijdag 1 juli 2005, begon haar moederschapsrust voorzien bij bevalling op maandag 4 juli 2005 terwijl de bevalling plaats vond op 7 juli
  7. Mevrouw SCHLUP had aldus recht op de betaling van de uitkering voorzien bij de ziekteverzekering tijdens de bevallingsrust, vanaf het begin van haar moederschapsrust. Ons sociaal secretariaat had een loonfiche opgesteld conform deze feitelijke gegevens. Nu blijkt dat u instructie heeft gegeven deze loonfiche te wijzigen door uitdrukkelijk te vragen dat aan mevrouw SCHLUP één maand gewaarborgd loon zou worden betaald. Op 24 augustus 2005 heeft ons sociaal secretariaat, op uw uitdrukkelijke aanvraag, dan ook gewijzigde loonfiches opgesteld. Op deze basis heeft onze onderneming eind augustus 2005 een teveel aan loon betaald ten beloop van euro 2.255,76 bruto (juli 2005) + euro 331,33 bruto (augustus 2005). De door u gepleegde feitelijkheden zijn, in het kader van de aan u toevertrouwde functie, ernstige tekortkomingen welke elke professionele samenwerking tussen onze onderneming en uzelf onmiddellijk en definitief onmogelijk maken. Daarenboven blijkt nog, en dit maakt een bezwarende omstandigheid uit, dat u instructie gaf aan ons sociaal secretariaat om tijdens de maanden augustus en september 2005 onverschuldigde onkosten te betalen ten voordele van Mevrouw SCHLUP voor een totaalbedrag van euro 199,
  8. Bij aangetekend schrijven van 26 april 2006 van de vakorganisatie van de heer Y.M. aan de NV Fourwin werd de tijdigheid en de zwaarwichtigheid van deze dringende reden betwist en werd uitgelegd dat het slechts kan gaan om een kleine fout die reeds geruime tijd voordien had plaatsgevonden. In dezelfde periode contacteerde de vakorganisatie de interim crisismanager in verband met het slechte sociale klimaat in de NV. Op 15 mei 2006 antwoordde de raadsman van de NV aan de vakorganisatie dat zij later haar standpunt zou verrechtvaardigen.
  9. Op 28 november 2006 dagvaardde de heer Y.M. de NV Fourwin (inmiddels in vereffening) en de VZW GIAL voor de arbeidsrechtbank te Brussel en, na aanpassing van de vorderingen bij conclusies, vroeg de heer Y.M. veroordeling van de NV Fourwin in betaling van - een opzeggingsvergoeding van euro 24.617,91 - een pro rata eindejaarspremie 2006 van euro 566,82 en het vakantiegeld hierop of euro 86,95 - feestdagenloon van euro 209,29 en het vakantiegeld hierop of euro 32,11; hij vroeg de veroordeling van de VZW GIAL in betaling van - een opzeggingsvergoeding van euro 24.617,91 - feestdagenloon van euro 209,29 en het vakantiegeld hierop of euro 32,11 alle bedragen te vermeerderen met wettelijke en de gerechtelijke intresten op bruto en met de gerechtskosten; ten slotte vroeg hij de veroordeling tot afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom. De VZW GIAL stelde een tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding ten bedrage van euro 5.
  10. De NV Fourwin stelde een tegenvordering in betaling van euro 5.000 wegens schadevergoeding op grond van artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet.
  11. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 28 april 2009 werd de vordering van de heer Y.M. ten aanzien van de NV Fourwin in volgende mate ontvankelijk en gegrond verklaard: - een opzeggingsvergoeding van 8 maanden of euro 22.051,24 - een pro rata eindejaarspremie 2006 van euro 566,82 en het vakantiegeld hierop of euro 86,95 - feestdagenloon van euro 209,29 en het vakantiegeld hierop of euro 32,11; alle bedragen te vermeerderen met wettelijke en de gerechtelijke intresten op bruto en met de gerechtskosten; - ten slotte werd de NV veroordeeld tot afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom van euro 25 per dag en per ontbrekend document ingeval van niet afgifte binnen de twee maanden na de betekening van het vonnis, met uitzondering van de fiscale fiche en met een maximum van euro 1.000 de vordering tegen de VZW GIAL en de respectievelijke tegenvorderingen werden afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond.
  12. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 30 juli 2009 tekende de NV Fourwin hoger beroep aan en vroeg dat de oorspronkelijke vordering werd afgewezen als zijnde ontvankelijk doch ongegrond met veroordeling van de heer Y.M. tot de gerechtskosten. In het motiverend gedeelte van de beroepsbesluiten vorderde de NV Fourwin ook de hervorming van het vonnis wat betreft de door haar ingestelde tegenvordering wegens schadevergoeding op grond van artikel 18 van de arbeidsovereenkomsten-wet. De VZW GIAL tekende incidenteel beroep aan wat betreft de afwijzing van haar tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding. De heer Y.M. tekende incidenteel beroep aan wat betreft de afwijzing van zijn vordering tegen de VZW GIAL, meer bepaald op het punt van de opzeggingsvergoeding van euro 22.051,
  13. II. BEOORDELING.
  14. Nu geen betekeningakte van het bestreden vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep tijdig werd ingesteld. Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor de incidentele beroepen. De dringende reden. De tijdigheid en de drie werkdagentermijn.
  15. Op grond van artikel 35, 3° lid van de arbeidsovereenkomstenwet mag een ontslag om dringende reden niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept. Artikel 35, achtste lid, voegt hieraan toe dat de partij die een dringende reden inroept, het bewijs moet leveren dat zij deze termijn geëerbiedigd heeft. De termijn van 3 werkdagen begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de partij die ontslag betekent, voldoende kennis heeft van de feiten (Cassatie, 23 mei 1973, JTT 1973, 212 en Cassatie, 11 januari 1993, JTT 1993, 58). Deze termijn neemt slechts een aanvang, nadat degene die de bevoegdheid heeft om tot ontslag over te gaan, van de feiten kennis heeft gekregen (Cass. 24 juni 1996, R.Cass. 1997,35; Cass. 7 december 1998, R.W. 1999-2000, 848). Ontslag om een dringende reden mag niet meer zonder opzegging of vóór het verstrijken van de termijn worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept; uit die regel volgt niet dat het onderzoek dat de werkgever beveelt om over het aangevoerde feit voldoende zekerheid voor zijn overtuiging te verkrijgen, onverwijld moet worden aangevat en snel moet worden gevoerd (Cass. 17 januari 2005 Arr. Cass. 2005, 114; JLMB 2005, 1264; JTT 2005, 137; Pas. 2005, 124; RW 2006-07, 1237; Soc.Kron. 2005 207). Alleen de dringende reden waarvan kennis is gegeven binnen de drie werkdagen na het ontslag kan worden aangevoerd ter rechtvaardiging van het ontslag zonder opzegging of vóór het verstrijken van de termijn (art. 35, 4de lid arbeidsovereen-komstenwet). Wanneer het arbeidsgerecht de tijdigheid van het ontslag om dringende redenen moet beoordelen, dient het alleen te onderzoeken of de aangevoerde kennis van het feit niet meer dan drie werkdagen bestond en doet het daarbij nog geen uitspraak over het bestaan van de feiten en het zwaarwichtig karakter ervan (cfr. Cass., 19 maart 2001, JTT 2001,249).
  16. De NV Fourwin werd bij schrijven van het sociaal secretariaat Partena van 21 april 2006 ingelicht over de bewerkingen rond de afwezigheid van mevrouw Schlup vanaf 4 juli
  17. Deze feiten werden besproken op de raad van bestuur van de N.V. van 24 april 2006, waarna de ontslagbeslissing werd betekend bij aangetekende brief van 25 april
  18. Niet betwist wordt dat de ontslagbevoegdheid voor de heer Y.M. bij de raad van bestuur lag, die op 24 april 2006 kennis kreeg van de feiten en alzo binnen de drie werkdagen tot het ontslag om dringende reden en de betekening van de motieven is overgegaan. Het ontslag werd dan ook tijdig gegeven. De grond van de dringende reden.
  19. Artikel 35 van de arbeidsovereenkomstenwet omschrijft de dringende reden als de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk onmogelijk maakt. Hieruit volgt dat 3 voorwaarden cumulatief aanwezig moeten zijn: - er moet een ernstige tekortkoming zijn van de werknemer, - die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt, - en dit op een bijzondere manier met name onmiddellijk en definitief (zie W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium 04-05, nr. 5249). Artikel 35 laatste lid van de arbeidsovereenkomstenwet zegt dat de partij die een dringende reden inroept hiervan het bewijs dient te leveren. Benevens het foutief karakter zal de rechter dus tevens de ernst van de tekortkoming dienen te beoordelen (cfr. Mallie J., noot onder A.H. Brussel, 20.6.1980, T.S.R. 1981,41). Bij de beoordeling van een dringende reden dient uiteraard rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de zaak. Het feit dat het ontslag om dringende reden rechtvaardigt, is immers het feit met inachtneming van alle omstandigheden die het feit het karakter van een zwaarwichtig motief geven (Cass., 13 december 1982, Arr. Cass., 1982-1983, 504; Cass., 16 juni 1971, JTT 1972, 37; Cass., 23 mei 1973, JTT 1973, 212).
  20. Oordeelkundig heeft de eerste rechter vastgesteld dat er een fout gebeurd is bij de verwerking van de afwezigheid van mevrouw Schlup, en dit doordat de heer Y.M. een foutieve rectificatie aan het sociaal secretariaat had doorgegeven. Deze fout werd door de eerste rechter niet als voldoende zwaarwichtig beschouwd om een ontslag om dringende reden te verantwoorden, gelet op het feit dat de hoofdtaak van de heer Y.M. elders lag en dat de aanvankelijke gegevens in verband met de afwezigheid van mevrouw Schlup tijdens de vakantie van de heer Y.M. werden doorgegeven, vermoedelijk door de heer Lambiotte. Bij zijn terugkeer heeft de heer Y.M. dit gewijzigd, omdat hij er verkeerdelijk van uitging dat een zwangere werkneemster aanspraak kon maken op gewaarborgd loon. De arbeidsrechtbank aanvaardt dat hij hierbij niet met bedrieglijk opzet heeft gehandeld. Het hof maakt de motieven van de eerste rechter tot de zijne. De heer Y.M. legt uit dat hij deze verbetering gedaan heeft, nadat mevrouw Schlup zich bij hem beklaagd had dat ze nog steeds geen inkomen voor de maand juli had ontvangen en nadat hij hierover bij Partena bijkomende telefonische inlichtingen had ingewonnen, waarbij hij foutief zou zijn ingelicht of minstens de toelichting verkeerd zou hebben begrepen. Hij werd omwille van de vakantie hierbij te woord gestaan door iemand anders dan de gebruikelijke dossierbeheerder. Ook in verband met de aanrekening van de onkostenvergoeding tijdens de maanden juli en augustus 2005, ging de heer Y.M. er naar eigen zeggen van uit dat het wegvallen ervan voor het sociaal secretariaat voldoende duidelijk diende te zijn, daar zij op de hoogte waren van de schorsing van de arbeidsovereenkomst van mevrouw Schlup. Alvorens tot een ontslag om dringende reden te beslissen, dient de werkgever zowel de feitelijkheid als de zwaarwichtigheid van de mogelijke dringende reden te evalueren. De ernst van de feiten en de juiste omstandigheden kan hij verifiëren door de werknemer te horen alvorens zijn drastische beslissing te nemen. De NV Fourwin is voor het nemen van de ontslagbeslissing enkel uitgegaan van de gegevens, die ze bekwam door de brief van het sociaal secretariaat van 21 april 2006 en zij heeft zich niet verder geïnformeerd over de juiste omstandigheden van de vergissing. Klaarblijkelijk werden in het kader van de gespannen verhoudingen binnen de NV alle voorafgaande handelingen door middel van een audit nagezien, maar dit onderzoek bracht aan het licht dat er geen andere vergissingen aan de heer Y.M. konden worden toegerekend. De schakelfunctie naar het sociaal secretariaat was slechts een nevenfunctie voor de heer Y.M.. De NV Fourwin benadrukt hierbij dat de heer Y.M. steeds een HR-verantwoordelijkheid heeft gehad, omdat zowel de VZW GIAL als de NV Fourwin werkzaam waren i.v.m. de verwerking van sociale gegevens en de heer Y.M. hiertoe als HR-projectleider was aangeworven. Nochtans blijkt uit de statuten van beide rechtspersonen dat deze activiteit gericht was op de informaticaverwerking van deze gegevens en het is vanuit dat oogpunt dat de heer Y.M. projecten leidde. In die zin is het aannemelijk dat hij niet op de hoogte was van alle finesses van de sociale wetgeving. De NV Fourwin overdrijft dan ook wanneer zij zonder meer poneert dat de heer Y.M. bij deze vergissing opzettelijk misbruik zou gemaakt hebben van zijn vertrouwensfunctie, minstens heeft zij zich omtrent de juiste omstandigheden onvoldoende geïnformeerd om een dergelijke verstrekkende conclusie als bewezen te aanvaarden. De enkele informatie die de NV bekwam van het sociaal secretariaat, doet daaraan geen afbreuk, omdat hierin enkel de fout wordt weergegeven. De omstandigheden, waarbinnen deze fout binnen de NV Fourwin gebeurde, konden door het sociaal secretariaat niet gekend zijn en werden door de NV niet meer nagezien. Ze evalueerde dan ook onvoldoende de zwaarwichtigheid van de fout en ze brengt op dit punt alleszins geen voldoende bewijs aan. Het arbeidshof kan zich dan ook aansluiten bij de oordeelkundige beoordeling van de eerste rechter, die weliswaar een fout in aanmerking heeft genomen, maar deze fout op basis van de voorliggende gegevens onvoldoende zwaarwichtig achtte om een ontslag om dringende reden te verantwoorden.
  21. Aangezien de dringende reden niet wordt aanvaard, heeft de heer Y.M. bij toepassing van art. 39 van de arbeidsovereenkomstenwet recht op betaling van een opzeggingsvergoeding, die gelijk is aan het lopende loon dat overeenstemt met de in acht te nemen opzeggingstermijn. Bij toepassing van artikel 82 § 3 van de arbeidsovereenkomstenwet wordt de opzeggingstermijn, bij gebreke aan overeenkomst, door de rechter bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van beëindiging van een overeenkomst bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden en dit rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd van de werknemer, de uitgeoefende functie en het loon volgens de gegevens eigen aan de zaak (Cass., 8 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, 17; Cass., 17 september 1975, T.S.R. 1976, 14; Cass., 3 februari 1986, JTT 1987, 58; Cass., 4 februari 1991, R.W. 1990-1991, 1407) en met inachtneming van de wederzijdse belangen van partijen ( Cass., 19 januari 1977, Arr. Cass. 1977,5 161; Cass., 9 mei 1994, Soc. Kron. 1994,2 153). Partijen hadden discussie over het basisloon, meer bepaald over de onkostenvergoeding, die door de eerste rechter niet in aanmerking werd genomen als lopend loon, omdat het een kost is eigen aan de werkgever. De heer Y.M. aanvaardt thans dit standpunt. Rekening houdend met een anciënniteit van 6 jaar en 9 maanden, de leeftijd van 31 jaar en 11 maanden, de functie van projectleider en de jaarwedde van euro 33.076,86 kan de kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden worden geraamd op een duurtijd van 8 maanden. Zodoende heeft de eerste rechter de opzeggingsvergoeding terecht berekend op euro 33.076,86 x 8/12 = euro 22.051,
  22. Het hoger beroep is op dit punt ongegrond. Feestdagenloon, pro rata eindejaarspremie en vakantiegeld hierop
  23. De NV Fourwin betwist al deze posten omwille van de dringende reden. Aangezien de dringende reden niet weerhouden wordt, zijn deze posten verschuldigd; het hof verwijst naar de juiste motivering van de eerste rechter. Het hoger beroep op deze punten is ongegrond. Schadevergoeding wegens fout van de heer Y.M.
  24. Mevrouw Schlup heeft het onverschuldigd uitbetaald gewaarborgd loon terugbetaald; er ligt geen bewijs voor dat de NV aan het sociaal secretariaat bijkomende opzoekings- of onderzoekskosten zou hebben moeten betalen. Bovendien treedt het hof ook hier de beoordeling van de eerste rechter bij dat de heer Y.M. geen fout gepleegd heeft, die te wijten is aan bedrog, zware schuld of gewoonlijk voorkomende lichte schuld in de zin van artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet. Ook op dit punt is het hoger beroep ongegrond. Het incidenteel beroep tegen de VZW GIAL
  25. De heer Y.M. houdt voor dat hij op grond van de overeenkomst van 7 januari 2005 tussen de VZW GIAL, de NV Fourwin en hemzelf gerechtigd is op nogmaals een opzeggingsvergoeding ten laste van de VZW GIAL, omdat zijn arbeidsovereenkomst met deze VZW opgeschort werd en vervolgens onrechtmatig door de VZW GIAL beëindigd werd. Dit standpunt steunt op een onjuiste lezing van de overeenkomst van 7 januari
  26. In artikel 1 van deze overeenkomst wordt het aanvankelijk arbeidscontract met de VZW GIAL opgeschort vanaf 16 januari 2005, waarna in artikel 2 de situaties van faillissement, vereffening of gerechtelijk akkoord van de NV Fourwin worden besproken in welke gevallen bij ontslag van de heer Y.M. de schorsing van het arbeidscontract met GIAL eindigt en deze overeenkomst terug in voege treedt volgens de financiële voorwaarden geldend bij Fourwin. In artikel 3 worden dan de situaties besproken van overdracht van alle activiteiten van Fourwin naar een maatschappij die niet tot de groep behoort of van de overdracht van de aandelen van GIAL in Fourwin, waardoor de participatie in Fourwin minder dan 25% zou bedragen; in deze laatste gevallen kan de heer Y.M. bij ontslag de hervatting van zijn arbeidsovereenkomst bij GIAL aanvragen. Het is niet betwist dat geen van deze situaties zich ten aanzien van de heer Y.M. hebben voorgedaan. Aldus komt artikel 5 van de overeenkomst aan de orde, dat bepaalt: Indien de werknemer ontslagen wordt door FOURWIN voor enige andere reden dan deze vermeld in artikelen 2 en 3 van deze overeenkomst, zal de overeenkomst ontbonden worden vanaf 16 januari
  27. In dat geval komen de partijen overeen dat het bestaande arbeidscontract tussen de werknemer en GIAL in wederzijds akkoord verbroken is.
  28. Een arbeidsovereenkomst van de heer Y.M. met de VZW GIAL werd afgesloten op 26 juni
  29. De overeenkomst van 7 januari 2005 is geen arbeidsovereenkomst, maar regelt wel de conventionele schorsing van de arbeidsovereenkomst van 26 juni 2000 in welbepaalde situaties. Anders dan de heer Y.M. voorhoudt beperkt deze overeenkomst geenszins zijn rechten; ze vermeerdert zijn rechten, omdat hij niettegenstaande de nieuwe arbeidsovereenkomst met Fourwin in bepaalde situaties een terugkeermogelijkheid bekomt naar GIAL. Indien deze welbepaalde situaties van de art. 2 en 3 zich niet voordoen en de heer Y.M. om een andere reden wordt ontslagen door Fourwin, wat het geval is geweest, dan wordt de overeenkomst van 7 januari 2005 ontbonden vanaf 16 januari 2005, wat inhoudt dat er dan geen schorsing van zijn arbeidsovereenkomst met GIAL is vanaf die datum. In dat geval wordt overeengekomen dat het arbeidscontract tussen GIAL en de heer Y.M. in wederzijds akkoord verbroken is, wat hem het voordeel gaf dat hij alleszins tav GIAL geen opzegging diende te doen. Hierdoor kon de nieuwe arbeidsovereenkomst van 10 januari 2005 met de NV onmiddellijk aanvatten.
  30. Anders dan de heer Y.M. voorhoudt worden zijn rechten door deze overeenkomst dus geenszins beperkt en evenmin worden zijn plichten verzwaard, zodat hij ten onrechte de nietigheid ingevolge artikel 6 van de arbeidsovereenkomstenwet inroept. Integendeel, de driepartijenovereenkomst vermeerderde zijn rechten en gaf hem bijkomende voordelen. In de van toepassing zijnde situatie van artikel 5 van de overeenkomst van 7 januari 2005, wordt de ontslagmacht uitgeoefend door de NV Fourwin, zodat de rechten van heer Y.M. bij een foutieve uitoefening hiervan lastens deze NV gevrijwaard zijn. Hieraan wordt overigens tegemoetgekomen door wat gezegd wordt in de randnummers 5 en 6 hierboven vermeld. Fourwin nam bovendien zijn anciënniteit bij GIAL over. Op grond van artikel 32 van de arbeidsovereenkomstenwet is de beëindiging in onderling akkoord een legitieme beëindiging van een arbeidsovereenkomst, daar ze begrepen is in de algemene wijzen waarop de verbintenissen teniet gaan. Het is dan ook niet zo dat dergelijke beëindigingwijze afbreuk doet aan de artikelen 39 en 82 van de arbeidsovereenkomstenwet, die van toepassing zijn bij een eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Er kon dus in artikel 5 van de overeenkomst van 7 januari 2005 worden voorzien in de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de heer Y.M. en de VZW GIAL in wederzijds akkoord, temeer daar de overeenkomst van 7 januari 2005 door beiden werd ondertekend, zodat de instemming met de beëindigingwijze van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord vaststaat.
  31. Ten onrechte wil de heer Y.M. nog voorhouden dat dit artikel 5 een ontbindende potestatieve voorwaarde zou inhouden. Hij gaat aldus voorbij aan het feit dat de VZW GIAL en de NV Fourwin twee afzonderlijke rechtspersonen zijn, zodat een ontslagbeslissing van Fourwin vreemd is aan de vervulling van de voorwaarde in hoofde van GIAL.
  32. Uit dit alles vloeit voort dat de arbeidsovereenkomst met GIAL in wederzijds akkoord beëindigd werd, zodat de heer Y.M. geen aanspraak kan maken op een tweede opzeggingsvergoeding. Zijn incidenteel beroep is dan ook ongegrond. Tergend en roekloos geding
  33. De overeenkomst van 7 januari 2005 is niet van een dermate duidelijkheid en evidentie dat ze de heer Y.M. ervan diende te weerhouden een vordering op basis van deze overeenkomst te stellen. Terecht heeft de eerste rechter de tegenvordering van de VZW GIAL wegens tergend en roekeloos geding ongegrond verklaard, zodat ook het incidenteel beroep van de VZW ongegrond dient te worden verklaard. Gerechtskosten
  34. De gerechtskosten van het hoofdberoep dienen ten laste van de NV Fourwin te worden gelegd. Aangezien de heer Y.M. thans bijgestaan wordt door een raadsman, kan hij aanspraak maken op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding, dit onverminderd het feit dat hij voordien bijgestaan werd door een vakbondsafgevaardigde. Bij de vermindering van de rechtsplegingsvergoeding onder het basisbedrag dient de rechter overeenkomstig art. 1022, derde lid Ger. W. rekening te houden met de financiële draagkracht van de verliezende partij, de complexiteit van de zaak, de contractueel bepaalde vergoedingen of het kennelijk onredelijk karakter van de situatie. Geen van deze elementen is aanwezig in hoofde van de NV Fourwin, zodat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding van toepassing is. De VZW GIAL en de heer Y.M. werden wederzijds in het ongelijk gesteld wat betreft hun incidentele beroepen, zodat de kosten ervan dienen te worden gecompenseerd. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoofdberoep en de incidentele beroepen ontvankelijk, doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn onderdelen. Veroordeelt de NV Fourwin tot de gerechtskosten van haar hoger beroep, deze aan de zijde van de heer Y.M. begroot op: Rechtsplegingsvergoeding hoger beroep basisbedrag euro 2.
  35. Compenseert de gerechtskosten van de incidentele beroepen van de heer Y.M. en de VZW GIAL in de zin dat elke zijn kosten draagt. Aldus gewezen door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door: Lieven LENAERTS, raadsheer, Lucrèce REYBROECK, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Andre LEURS, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER, Lucrèce REYBROECK, Andre LEURS. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 17 december 2010 door: Lieven LENAERTS, raadsheer, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101217.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.