id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 17 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101217.7 Rolnummer: 2004/AB/045499 Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2011-01-10 Raadplegingen: 125 - laatst gezien 2026-07-01 14:22 Fiche 1 Het dubbel vakantiegeld staande de arbeidsovereenkomst wordt berekend op basis van de brutowedde van de maand waarin de vakantie ingaat. Het loon dat zoals een 13de maand, jaarlijks wordt betaald, maakt geen deel uit van de wedde van die maand, ook al wordt het recht erop verkregen naar gelang de arbeid wordt verricht. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Jaarlijkse vakantie - Vakantiegeld Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID DER WERKNEMERS - JAARLIJKSE VAKANTIE - Dubbel vakantiegeld en 13de maand. Wettelijke bepalingen: Gecoordineerde Wetten - 28-06-1971 - 54 - 03 ELI link Pub nr 1971062850 Koninklijk Besluit - 30-03-1967 - 38 - 01 ELI link Pub nr 1967033001 Nota: Gerangschikt onder VII G (Gec.W. 28/06/1971), art. 54 - KB 30/03/1967, art.
- Andere korte inhouden zijn gerangschikt onder III D bis (W. 16/03/1971), art. 36 en I B art. 2262bis. Fiche 2 Met de term 'gewoonlijke tewerkstelling' tijdens de nacht in de zin van art. 1 van de CAO's nrs. 46 en 49 van de NAR wordt de occasionele tewerkstelling uitgesloten, zoals een vaste uurregeling opgenomen in de arbeidsovereenkomst en in het arbeidsreglement. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidswetgeving - Arbeids- en rusttijden - Nachtarbeid Vrije woorden: ARBEIDSREGLEMENTERING - NACHTARBEID - Nachtvergoedingen CAO 46 en 49 NAR Toepassingsgebied - Gewoonlijke nachttewerkstelling. Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1971 - 36 - 02 ELI link Pub nr 1971031602 Nota: Gerangschikt onder III D bis, art. 36 Andere korte inhouden zijn gerangschikt onder VII G art. 54 - KB 30/03/1967, art. 38 en I B art. 2262bis. Fiche 3 De tienjaarlijkse verjaringstermijn van artikel 2262 bis BW kan enkel maar toegepast worden ingeval van een onverschuldigde betaling. De baremalonen, zoals vastgesteld in de sectorale CAO's, betreffen minimumlonen; niets verhindert de werkgever om bij individuele overeenkomst een hoger loon toe te kennen; dit leidt niet tot een onverschuldigde betaling. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - BURGERLIJK RECHT - Verjaring onverschuldigde betaling - Hoger contractueel loon dan baremaloon leidt niet tot onderschuldigde betaling. Wettelijke bepalingen: Wet - 21-03-1804 - 2262bis - 35 ELI link Pub nr 1804032155 Nota: Gerangschikt onder I B art. 2262bis. Andere korte inhouden zijn gerangschikt onder VII G art. 54 - KB 30/03/1967, art. 38 en III D bis art.
- Tekst van de beslissing rep.nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 DECEMBER 2010 3 e KAMER ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende tegensprekelijk heropening der debatten In de zaak: PRESS SHOP A.L.G. N.V., met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, WTC Shopping, Koning Albert II laan, 30 bus 2, appellante, vertegenwoordigd door mr. BIERNAUX Chantal, advocaat te 1200 BRUSSEL, Brand Whitlocklaan,
- Tegen: M.H. , wonende te [xxx], geïntimeerde, verschijnend in persoon en bijgestaan door mr. DE CUYPER Kathleen, advocaat te 1050 BRUSSEL, Kapitein Crespelstraat
- *** * Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - de voor eensluidend verklaarde afschriften van de bestreden vonnissen, uitgesproken op tegenspraak op 20 december 2001 en 11 december 2003, door de arbeidsrechtbank te Brussel, 12e kamer (A.R. 17.304/00-29.882/00). - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 24 mei 2004; - de conclusie en syntheseconclusie voor de appellante neergelegd ter griffie, respectievelijk op 18 februari 2005 en 18 april 2005, - de conclusie en syntheseconclusie voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 15 november 2004 en 18 maart 2005; - het tussenarrest van het hof van 14 oktober 2005; - de conclusie en syntheseconclusie na arrest voor de appelante neergelegd ter griffie respectievelijk op 7 april 2006 en 16 november 2009; - de conclusie en syntheseconclusie na arrest voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie respectievelijk op 9 maart 2009 en 22 februari 2010; - de voorgelegde stukken; Gelet op de gewijzigde samenstelling van de zetel, werd de zaak van bij het begin hernomen. De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 19 november 2010, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. *** * I. FEITEN EN RECHTSPLEGING
- Het hof kan verwijzen naar wat gezegd werd in het tussenarrest van 14 oktober
- Hierin werd reeds geoordeeld als volgt: Het Hof meent dat haar functie dient te worden on¬dergebracht onder categorie 2 van het winkel¬personeel PC 311 van 1 februari 1995 tot 4 maart
- Bij gebrek aan de vereiste anciënniteit van 5 jaar dienst (in dienst getreden op 13 augustus en uit dienst 4 maart 1999) heeft zij geen recht op categorie 2bis. Partijen dienen wederzijds hun vorderingen, tegen¬vordering en verweer nader te preciseren en te be¬cijferen, rekening houdend met de beslissing van het Hof dat: - Press Shop sinds 1 februari 1995 onder het PC 311 ressorteert, - de ondernemings-CAO dd. 28 maart 2001 dient te worden toegepast vanaf 1 januari 2000 Het Hof heropende daartoe de debatten.
- Partijen hebben hierop getracht een afrekening te maken, waarbij de NV Press Shop ALG een becijfering heeft gevraagd aan haar sociaal secretariaat. Niettemin zijn er een aantal twistpunten gebleven. De NV Press Shop weet aldus dat er alleszins nog een nettobedrag van euro 308,38 verschuldigd is, maar ze geeft te kennen dit slechts te willen uitbetalen nadat er een arrest hierover zal zijn geveld. Partijen vragen over de resterende twistpunten een beslissing van het hof, maar er moet wel vastgesteld worden dat er door mevrouw M.H. nog steeds geen volledige en transparante becijfering is gebeurd van de vordering met betrekking tot het achterstallig vakantiegeld op de eindejaarspremies, de nachtvergoedingen, het achterstallig loon voor niet gerecupereerde feestdagen, voor de gewerkte zaterdagen en zondagen en het achterstallig loon voor de pauzes, waarvoor telkens provisionele bedragen worden gevraagd, wat meebrengt dat ook de becijfering van het vakantiegeld hierop ten provisionele titel gebeurt. De openstaande twistpunten betreffen: - het achterstallig vakantiegeld op de eindejaarspremies voor 1995 tot en met 1999 - de nachtuitkeringen 1995 tot en met 1999 en het vakantiegeld hierop - het achterstallig loon voor niet gerecupereerde feestdagen, voor de gewerkte zaterdagen en zondagen en het vakantiegeld hierop - het achterstallig loon voor de pauzes - de verrekening van het zogenaamde negatief salaris, de verjaring hiervan en de eventuele schuldvergelijking - de kosten in verband met de berekening - de wijze van aanrekening van de intresten, de gerechtskosten en de veroordeling tot afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten met eventueel een dwangsom. - II. BEOORDELING Vakantiegeld op eindejaarspremies
- Mevrouw M.H. houdt voor dat voor de berekening van het vakantiegeld rekening moet gehouden worden met de eindejaarspremies, doch ze verwijst hiervoor naar achterhaalde of niet relevante rechtspraak. Het dubbel vakantiegeld staande de arbeidsovereenkomst wordt berekend op basis van de brutowedde van de maand waarin de vakantie ingaat. Het loon dat zoals een 13e maand, jaarlijks wordt betaald, maakt geen deel uit van de wedde van die maand, ook al wordt het recht erop verkregen naar gelang de arbeid wordt verricht (Cass. 9 oktober 1989, R. W. 1989-90, 359). Dit is anders voor het vakantiegeld einde dienst, waarvoor het loonbegrip van artikel 46 van het KB van 30 maart 1967 van toepassing is, met name de tijdens het vakantiedienstjaar verdiende brutowedden. Dit houdt in dat de premies die slechts eenmaal per jaar worden toegekend, waaronder de eindejaarspremies, in deze berekeningsbasis wel dienen te worden opgenomen (Cass. 28 oktober 1985, JTT 1986, 27 met noot).
- De NV Press Shop heeft in haar stuk 51 de eindejaarspremies en het lopend vakantiegeld berekend voor de periode 1995 -
- Terecht wordt aldus voor de berekening van het dubbel vakantiegeld geen rekening gehouden met deze eindejaarspremie. Voor het jaar 1999 wordt de opzeggingsvergoeding in rekening gebracht en het vakantiegeld einde dienst. Hierbij werd geen rekening gehouden met de verschuldigdheid van een pro rata eindejaarspremie omdat mevrouw M.H. voor haar ontslag op 4 maart 1999 reeds een lange periode ziek was en het gewaarborgd maandloon in 1998 werd betaald. De CAO's in verband met de eindejaarspremie, afgesloten in het PC 311, voorzien dat het bedrag van de premie dient te worden verminderd naar rata van de afwezigheden welke zich in de loop van het jaar hebben voorgedaan, maar welke niet voortvloeien uit o.m. de eerste 30 dagen van ziekte of ongeval. Deze regel brengt mee dat mevrouw M.H. omwille van haar afwezigheden in 1999 geen aanspraak kon maken op een pro rata eindejaarspremie, zodat hiermee evenmin rekening diende te worden gehouden voor de berekening van het vakantiegeld einde dienst. Haar vordering is op dit punt ongegrond. De nachtvergoedingen
- Mevrouw M.H. maakt aanspraak op de nachtvergoedingen ingevolge de CAO nr 46 NAR van 23 maart 1990 (KB 10 mei 1990 - BS 13 juni 1990), zoals gewijzigd. Artikel 13 van deze CAO voorziet in een specifieke financiële vergoeding, onder andere in de vorm van premies voor de werknemers die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst vallen. De nadere regels daarvoor moeten worden vastgesteld bij een in het paritair comité en/of in de onderneming gesloten CAO, voor zover er voor 1 januari 1995 op bedrijfstak- en/of ondernemingsniveau geen CAO of regelmatig toegepast collectief akkoord bestond waarin deze materie reeds was geregeld ( zie B. Massant en JF Gerard, Het statuut van de ploegenarbeid en van bepaalde prestaties, Or. 1990 6/7, p. 141; R. Spaey en R. Swennen, De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 inzake nachtarbeid en ploegenarbeid met nachtprestaties, Soc. Kron., 1990/8, 286, nr. 2.8). Voor de bedrijfstakken en de ondernemingen, waarvoor geen dergelijke CAO werd afgesloten, werd in de CAO nr.49 een residuaire regeling bepaald, waarbij de nachtvergoedingen aanvankelijk werden vastgesteld op 30 frank/uur (34 frank op 1 oktober 1997) ( W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium, 04-05, nr. 2599). Het is naar deze regeling dat mevrouw M.H. vermoedelijk wil verwijzen. Nochtans bepalen de CAO nr. 46 en 49 in hun respectievelijke art. 1 het toepassingsgebied op identieke wijze als volgt: Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die zij gewoonlijk tewerkstellen in arbeidsregelingen met prestaties tussen 20 uur en 6 uur, met uitsluiting van - de werknemers die uitsluitend prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur; - de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur. ... In de commentaar wordt hierbij toegelicht: Opgemerkt dient te worden, dat met de term "gewoonlijk" de occasionele tewerkstelling wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van deze overeenkomst.
- Mevrouw M.H. werkte in een stelsel, waarbij ze - ofwel het werk aanving om 6 uur, behalve in het hoogseizoen (juli en augustus), dan ving ze aan om 5 uur. - ofwel prestaties verrichtte tot 20 uur 30; in het seizoen (juli en augustus) tot 21uur
- Deze regeling werd vastgelegd in een bijlage bij de arbeidsovereenkomst van 1 februari 1991 en werd tevens opgenomen in het arbeidsreglement. Hieruit vloeit voort dat mevrouw M.H. uitsluitend prestaties verrichtte tussen 6 uur en 24 uur, behalve tijdens het seizoen in juli en augustus, waar ze gewoonlijk begon te werken vanaf 5 uur. Deze gewoonlijke - en dus niet occasionele - uurregeling wordt bevestigd door de voorgelegde uurroosters. Aldus zijn de regelingen in verband met de nachtvergoedingen op haar niet van toepassing en is haar vordering, in zoverre hierop gesteund, ongegrond. Overloon voor werk tijdens de nacht, op zaterdagen, zon- en feestdagen.
- De NV Press Shop heeft door bemiddeling van haar sociaal secretariaat een berekening van de overuren van mevrouw M.H. laten maken, die zij voortbrengt onder stuk
- Mevrouw M.H. antwoordt hierop dat deze overurenberekening niet voldoet, omdat geen rekening werd gehouden met haar prestaties tijdens de nachturen en deze op zaterdag, zon- en feestdagen. Geen van de partijen ent haar standpunt i.v.m. de overuren op de van toepassing zijnde arbeidstijdregeling ingevolge de geldende reglementering.
- Artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 bepaalt: §
- Overwerk wordt betaald tegen een bedrag dat ten minste 50% hoger is dan het gewone loon. Deze vermeerdering bedraagt 100% voor overwerk op zondag of op de rustdagen toegekend krachtens de wetgeving op de betaalde feestdagen. §
- Voor de toepassing van dit artikel wordt als overwerk aangemerkt, arbeid verricht boven 9 uren per dag of 40 uren per week of boven de lagere grenzen vastgesteld overeenkomstig artikel
- In afwijking van het eerste lid wordt de arbeid verricht met naleving van de voorwaarden en de grenzen die van toepassing zijn op een arbeidsregeling bedoeld bij de artikelen 20, 20 bis, 22,1° en 2° en 23 niet als overwerk aangemerkt. Artikel 28 § 4 van de Arbeidswet bepaalt: Voor de toepassing van de artikelen 26bis (inhaalrust) en 29 (overloon) wordt rekening gehouden met de arbeidsduur zoals vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de Wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en paritaire comités die in de onderneming van toepassing is, zelfs indien deze niet bij koninklijk besluit algemeen verbindend werd verklaard. In de Wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen wordt eveneens in een mogelijke verhoging van de arbeidsduurgrenzen voor overwerk voorzien. Artikel 3 van deze wet bepaalt: In afwijking van artikel 29 §2 van de wet van 16 maart 1971 wordt niet als overwerk aangemerkt, de arbeid verricht met naleving van de voorwaarden en de grenzen die van toepassing zijn op de nieuwe arbeidsregeling en inzonderheid met naleving van artikel 38 bis van de zelfde wet. De CAO van 12 oktober 1989, afgesloten in het PC 311 (KB 19 maart 90, B. S. 4 mei 1990), zoals gewijzigd door de CAO van 18 september 1997 (KB 29 april 1999, B. S. 27 november 1999, ed. 2) en de CAO van 9 juni 1999 (KB 30 april 2001, B. S. 6 september 2001) bepaalt in zijn artikel 2 voor de periode tussen 1 oktober 1984 en 31 december 2000 de maximum wekelijkse arbeidsduur op 36 uur. Artikel 2 bis voegt hieraan toe: De weekgrens vanaf dewelke er overloon dient betaald te worden, blijft behouden op 36 uur per week.
- Het is voor het hof onduidelijk welke arbeidstijdregeling, overeenstemmend met deze bepalingen, in de werksituatie van mevrouw M.H. van toepassing was en op basis waarvan de overloonberekening in stuk 51 gebeurde. De NV Press Shop verwijst daarbij naar bepalingen uit de economische reglementeringen, eigen geschriften en uitzonderingsregelingen over de zondagsrust en de feestdagenregeling. Nochtans dient het recht op overloon te worden nagezien vanuit de bepalingen die volgen uit artikel 29 van de arbeidswet, dat een eigen definitie van overwerk bevat. Hierrond bestaat dikwijls verwarring, omdat deze definitie niet volledig gelijklopend is met de arbeidsduurregeling van artikel 19 van dezelfde wet (S. Demeestere, De arbeidsduurgrenzen voor overloon onder de loep genomen, Or. 2007/1, 1). Op een zelfde wijze kan evenmin de benadering van mevrouw M.H. aanvaard worden, omdat zij er klaarblijkelijk van uitgaat dat zaterdagen, zon- en feestdagen telkens op zich recht geven op overloon. Zon- en feestdagen geven recht op inhaalrustdagen. Uit geen enkele bepaling van de feestdagenwet vloeit overigens voort dat de werkgever gehouden blijft om feestdagenloon te betalen voor vervangingsdagen of inhaalrustdagen die de werknemer niet heeft opgenomen, zelfs wanneer dit te wijten is aan het toedoen van de werkgever. Hij kan daar gebeurlijk wel schadevergoeding voor vragen (Cass. 17 september 2007, JTT 2008, 267 met conclusie advocaat-generaal Mortier op www.juridat.be). Artikel 29 van de arbeidswet houdt enkel in dat overwerk op zondag of op de rustdagen toegekend krachtens de wetgeving op de betaalde feestdagen, betaald moet worden tegen een bedrag dat ten minste 100% hoger is dan het gewone loon. Betaalde feestdagen worden evenwel niet beschouwd als arbeidsduur en worden ook niet aangerekend op de arbeidsduurgrenzen (S. Demeestere, a.w., 3). Partijen dienen derhalve toelichting te geven omtrent het toepasselijke arbeidstijdstelsel en daarvan uitgaande een duidelijke berekening te maken van het verschuldigde overloon. Zij kunnen zich hierbij eventueel laten leiden door het stappenplan voor de berekening van overuren dat voorgesteld wordt in de bijdrage van S. Demeestere, Or. 2007/1, 14-
- Achterstallig loon voor de pauzes en vakantiegeld hierop
- Partijen zijn het erover eens dat mevrouw M.H. geen recht heeft op loon voor een arbeidspauze, wanneer zij gedurende deze periode volledig vrij over haar tijd kon beschikken. In overeenstemming met het vastgestelde uurrooster werden pauzes in rekening gebracht voor de maaltijden in een van de restaurants van de luchthaven of in de kantine van Sabena. Mevrouw M.H. houdt voor dat ze tijdens deze pauzes niettemin ter beschikking diende te blijven van de werkgever; zij brengt van deze loutere bewering geen enkel bewijs voor. Haar vordering tot betaling van loon voor deze periodes is dan ook ongegrond. Het zogenaamde negatief salaris
- Het sociaal secretariaat heeft een berekening gemaakt van de achterstallige lonen door een vergelijking te maken tussen de uitbetaalde baremalonen volgens de CAO's van het PC 201 en de verschuldigde lonen overeenkomstig het tussenarrest van 14 oktober 2005 (PC 311). Wanneer het verschuldigde loon hoger was dan het uitbetaalde loon heeft het sociaal secretariaat het verschil in mindering gebracht op de eindafrekening. Mevrouw M.H. houdt voor dat met dit negatief salaris geen rekening mag worden gehouden, omdat de terugvordering door schuldvergelijking gebeurt door een onrechtmatige inhouding ingevolge artikel 23 van de loonbeschermingswet. Tevens stelt zij dat deze terugvordering verjaard is. De NV Press Shop meent dat ten onrechte verwezen wordt naar de verjaringstermijn van artikel 15 van de arbeidsovereenkomstenwet, want dat bij een onverschuldigde betaling de verjaringstermijn van 10 jaar ingevolge artikel 2262 bis §1 BW geldt. Ze verwijst daarbij naar Cass. 18 december 2006, RW 2008-09 met noot L. Eliaerts. (vgl. in andere zin dan Eliaerts: T. Van de Calseyde, Recente evoluties inzake verjaring in het arbeidsrecht, Or. 2008, 40). Artikel 2262 bis BW kan enkel maar toegepast worden ingeval van een onverschuldigde betaling. Dit is hier echter niet aan de orde. De baremalonen, zoals vastgesteld in de sectorale CAO's, betreffen minimumlonen; niets verhindert de werkgever om bij individuele overeenkomst een hoger loon toe te kennen. In de arbeidsovereenkomst van mevrouw M.H. van 27 juli 1994 artikel 3 wordt de maandwedde bepaald op 45.196 frank en wordt aangegeven dat deze verder zal worden geïndexeerd volgens de modaliteiten bepaald door het paritair comité
- Aldus werd het uitbetaalde loon contractueel overeengekomen, waardoor er niet kan gesproken worden van een onverschuldigde betaling. Om dezelfde reden kan er dan ook geen verrekening gebeuren wanneer dit uitbetaalde en individueel bedongen loon hoger is dan het baremaloon van het PC
- Mevrouw M.H. betwist dan ook terecht deze verrekening. De kosten van de berekening en de gedingkosten
- De uit te voeren berekeningen zijn niet eenvoudig. De NV Press Shop legt uit dat zij teneinde de kosten van een deskundige te besparen de berekeningen ingevolge het tussenarrest heeft laten uitvoeren door haar sociaal secretariaat, zoals overigens ook reeds in het bestreden vonnis was gesuggereerd. De NV Press Shop verzoekt het arbeidshof, indien zou geoordeeld worden dat er nog bijkomende bedragen zouden verschuldigd zijn, toegelaten te worden om de berekeningen verder zelf uit te werken. Het arbeidshof geeft de NV hiervan akte en verwijst naar de opmerkingen in de randnummers 7 en
- Terecht wijst de NV er op dat in die omstandigheden mevrouw M.H. zelf in de kosten van narekening moet voorzien, wanneer zij de becijfering door het sociaal secretariaat betwist. Mevrouw M.H. bevestigt overigens dat zij bereid is om te proberen tot een minnelijke regeling te komen teneinde kostenbesparend te werken voor beide partijen. Gelet op het feit dat in huidig stadium nog geen eindarrest kan worden geveld, zal het hof de gerechtskosten aanhouden. Ze zullen moeten worden vereffend, rekening houdend met artikel 1017 en volgende Ger. W., meer bepaald art. 1017, 4°. Reeds verschuldigd
- Uit de berekening door het sociaal secretariaat volgt dat de NV alleszins reeds een nettobedrag van euro 308,38 verschuldigd is. Gelet op het feit dat dit inmiddels nog steeds niet vrijwillig werd betaald, dient de NV hiertoe ten provisionele titel te worden veroordeeld. Mevrouw M.H. heeft tevens recht op afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten in verband met de nieuwe loonberekening. De afgifte van deze documenten dient te geschieden volgens de wettelijke bepalingen, waaraan het arbeidshof geen afbreuk kan doen. Het arbeidshof gaat ervan uit dat de NV Press Shop hieraan op een loyale wijze zal voldoen, zodat in het huidig stadium het verzoek om de afgifte te bevelen onder verbeurte van een dwangsom nog wordt aangehouden. De interesten .
- Artikel 82 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen bepaalt dat de rente ingevolge de loonbeschermingswet berekend wordt op het loon vooraleer de in artikel 23 van deze wet bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht, maar deze bepaling kon volgens artikel 90 § 1 van de wet van 26 juni 2002 slechts in werking treden op een door de Koning te bepalen datum, wat gebeurde door de artikelen 1 en 2 van het K.B. van 3 juli 2005 (inwerkingtreding op 1 juli 2005 op de lonen waarvan de betaling inging vanaf die datum). Door de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (B.S. 16 juni 2008) werd het Koninklijk Besluit van 3 juli 2005 bekrachtigd. Hieruit volgt dat de intresten op de toegekende bedragen kunnen berekend worden op de nettobedragen, daar de vorderingen betrekking hebben op bedragen die voor 1 juli 2005 eisbaar waren. Deze intresten dienen in het kader van de uiteindelijke afrekening door mevrouw M.H. nader te worden becijferd.
- Gelet op de aard van de betwistingen en de gevolgen hiervan op de procedure, is er tot op heden geen reden om de loop van de intresten gedurende een welbepaalde periode op te schorten. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Het tussenarrest van 14 oktober 2005 verder uitwerkend, Veroordeelt de NV Press Shop ALG tot betaling aan mevrouw M.H. van een nettobedrag van euro 308,38 provisioneel, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de datum de eisbaarheid en de gerechtelijke intresten; Zegt voor recht dat de negatieve bedragen waarvoor door de NV Press Shop ALG in de berekeningen een verrekening is gebeurd, terug bij het eindresultaat dienen te worden gevoegd en uitbetaald; Veroordeelt de NV Press Shop ALG tot afgifte aan mevrouw M.H. van de aangepaste sociale en fiscale documenten in verband met de herberekening van de gewone lonen, vakantiegelden, opzeggingsvergoeding en eindejaarspremies voor de periode 1995-1999; Wijst de vordering van mevrouw M.H. in verband met achterstallig vakantiegeld op eindejaarspremies, achterstallige nachtvergoedingen en het vakantiegeld hierop en achterstallig loon voor de pauzes en het vakantiegeld hierop af als zijnde ongegrond Alvorens over de definitieve afrekening en de vorderingen in verband met overloon verder te beslissen, heropent de debatten teneinde de partijen toe te laten te antwoorden op wat gesteld is in randnummers 7 en
- Zegt dat de NV Press Shop ALG haar opmerkingen hierover kan neerleggen uiterlijk op 31 maart 2011 Zegt dat mevrouw M.H. haar opmerkingen hierover kan neerleggen uiterlijk op 31 mei
- Zegt dat de NV Press Shop ALG hierop kan repliceren uiterlijk op 15 juli 2011; Zegt dat mevrouw M.H. een laatste maal kan repliceren uiterlijk op 31 augustus 2011; Stelt de zaak voor verdere behandeling op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van dit Hof (zaal 0.6), Poelaertplein, 3 te 1000 Brussel op 30 september 2011 om 14.30 uur. Om nadien hierover verder te oordelen als naar recht; Kosten aan te houden. Aldus gewezen door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door: Lieven LENAERTS, raadsheer, Lucrèce REYBROECK, raadsheer in sociale zaken, werkgever, Andre LEURS, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, bijgestaan door : Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER, Lucrèce REYBROECK , Andre LEURS. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 17 december 2010 door: Lieven Lenaerts, raadsheer, bijgestaan door Kelly CUVELIER, griffier. Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2010:ARR.20101217.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div