← België

ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20190108.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 08 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20190108.2 Rolnummer: 2017/AB/723 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2019-04-10 Raadplegingen: 178 - laatst gezien 2026-06-28 06:01 Fiche Opdat er sprake kan zijn van een éénzijdige wijziging van een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst die gelijk staat met een onregelmatige beëindiging, moet worden aangetoond dat er sprake is van: - een effectieve wijziging, minstens een definitieve beslissing, - een aanzienlijke wijziging van een essentieel bestanddeel, - -een éénzijdige wijziging Een impliciet ontslag kan ook aanvaard worden bij een wanprestatie met de bedoeling de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Wanneer een partij tekort komt aan de verplichtingen die voor haar voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, doet dat op zichzelf de arbeidsovereenkomst niet eindigen. Enkel wanneer de blijvende wil blijkt om de overeenkomst in haar geheel of voor een belangrijk deel niet meer uit te voeren kan er sprake zijn van een onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Of de partij die aan een verplichting tekort komt, uiting geeft aan de wil om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, is een feitelijk gegeven waarover de feitenrechter oordeelt Impliciet ontslag veronderstelt dat de wederpartij zich hierop beroept . Deze wil moet afgeleid worden uit de concrete omstandigheden eigen aan de zaak . Aan de voorwaarden voor een impliciet ontslag wegens eenzijdige wijziging van een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst is niet voldaan nu partijen tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens ziekte van de werknemer onderhandelden over de arbeidsvoorwaarden en de mogelijke aanpassing hiervan. Er werd een andere functie voorgesteld waartegen de werknemer mits de nodige ondersteuning geen bezwaar had. Wel bleef er nog discussie over de voordelen. De werknemer had de mogelijkheid verdere tegenvoorstellen te doen of de voorstellen af te wijzen. In het laatste geval diende hij zich na zijn ziekte terug aan te bieden en dan kon hij zich beroepen op zijn vroegere situatie en de erbij horende voordelen. De werknemer beriep zich daarnaast ook op zich ook op een wanprestatie i.v.m. de overdracht (van onderneming), die tot een eenzijdige verbreking zou leiden met verwijzing naar.art. 10 van de cao 32bis, dat luidt: Indien de arbeidsovereenkomst wordt verbroken omdat de overgang in de zin van artikel 1, 1°, een aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van de werknemer ten gevolge heeft, wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn verbroken door toedoen van de werkgever. Daar nog geen aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden had plaats gevonden kon de werknemer uit voornoemde bepaling geen contractuele wanprestatie afleiden. Bovendien volgt uit de uitnodigingsbrieven van de werkgever om de afwezigheid te verantwoorden dat deze geenszins de wil had om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, wat nog eens uitdrukkelijk geschreven werd. Evenmin kan aan de werkgever verweten worden dat hij een abnormale onderhandelingshouding zou hebben aangenomen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Sluiting onderneming - Andere SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Eenzijdige wijziging Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20190108.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.