id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 19 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20190319.9 Rolnummer: 2012/AB/843 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2019-08-14 Raadplegingen: 158 - laatst gezien 2026-06-28 06:13 Fiche - Voor een schuldvernieuwing moet bij beide partijen de bedoeling aanwezig zijn om een nieuwe verbintenis te doen ontstaan (‘animus novandi') ; het bewijs hiervan moet worden geleverd omdat schuldvernieuwing niet wordt vermoed. Men mag de bedoeling van partijen niet uit vage veronderstellingen afleiden en in geval van twijfel over de aanwezigheid van de bedoeling tot schuldvernieuwing, moet de rechter zich tegen de novatie uitspreken. - Doordat de club zelf zich op (... datum)enkel op het contract van betaalde sportbeoefenaar heeft beroepen, wat door de voetbalbond op(... datum)werd gevalideerd, is het bewijs niet geleverd dat partijen deze zouden hebben vervangen door een andere overeenkomst. Het nader onderzoek na het bestreden vonnis heeft ook aangetoond dat enkel de overeenkomst van betaalde sportbeoefenaar werd uitgevoerd. - De club legt geen kwitanties voor in de zin van art 5 van de loonbeschermingswet van de beweerde in de hand gedane betalingen. Op grond van art. 47bis van de loonbeschermingswet (van toepassing vanaf 1 juli 2011) wordt het loon beschouwd als niet uitbetaald, wanneer zulks in overtreding met art. 5 is gebeurd. De voetbalbond bevestigde overigens de niet betaling van het loon gedurende een periode van meer dan drie maanden. Gelet op de maandenlange niet betaling van de contractuele vergoedingen en de aanvaarding door de voetbalbond van deze omstandigheid om een uitzonderlijke transfer toe te staan, aanvaardt het arbeidshof het door de sportbeoefenaar ingeroepen impliciet ontslag lastens de club, zodat hij aanspraak kan maken op een opzeggingsvergoeding in de zin van art. 4 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst van betaalde sportbeoefenaars (BS 9 maart 1978), dat bepaalt: ...Werd de overeenkomst gesloten voor een bepaalde tijd dan heeft de benadeelde partij wegens het verbreken daarvan zonder dringende reden vóór het verstrijken van de termijn, recht op een vergoeding gelijk aan het bedrag van het tot het verstrijken van die termijn verschuldigd loon. Deze vergoeding mag echter niet meer belopen dan het dubbel van die bepaald in artikel 5, lid 2. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Tenietgaan verbintenis - Schuldvernieuwing SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidswetgeving - Andere SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Betaalde sportbeoefenaars SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Betaling SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Andere Wettelijke bepalingen: Wet - 24-02-1978 - 4 Wet - 12-04-1965 - 5 en 47 Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20190319.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.