id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 01 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20191001.7 Rolnummer: 2018/AB/586 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-02-17 Raadplegingen: 166 - laatst gezien 2026-06-28 06:36 Fiche - De door beide partijen voorgelegde verklaringen zijn afgelegd met toepassing van art. 961/2 Ger. W., waardoor de wetgever het bewijs d.m.v. een getuigenverhoor heeft willen beperken en waardoor dergelijke verklaringen qua bewijswaarde op hetzelfde niveau staan als een mondeling getuigenverhoor. Het is daardoor niet nodig een bijkomend getuigenverhoor te gelasten. De feitenrechter beoordeelt vrij de bewijswaarde van de schriftelijke getuigenverklaring in de zin van de art. 961/1 en 961/2 Ger. W., rekening houdende met alle elementen die dienstig zijn om de geloofwaardigheid van de verklaring in te schatten. Het ontbreken van een van de door deze bepalingen voorgeschreven vermeldingen in de verklaring van een getuige verhindert niet dat de feitenrechter de verklaring kan aannemen, mits hij de redenen opgeeft waarom hij ze niettemin geloofwaardig acht. De verklaring van de getuige is eerder summier en bevestigt de gewijzigde bedrijfscultuur die ook uit andere verklaringen blijkt. Ze is daardoor geloofwaardig. Dit is ook de strekking van een nieuwe verklaring van een andere getuige en ze wordt ondersteund door bijkomende verklaringen waarvan de e-deposit versie overeenstemt met de papieren versie. - Art. 1178 BW bepaalt dat een voorwaarde wordt geacht vervuld te zijn, wanneer de schuldenaar die zich onder die voorwaarde verbonden heeft, zelf de vervulling ervan verhinderd heeft. Hierbij is vereist dat de handeling van de schuldenaar een fout uitmaakt, maar lichtzinnigheid of nalatigheid is hiervoor voldoende. Artikel 1178 BW houdt immers een positieve loyauteitsplicht in als toepassing van de objectieve goede-trouw-norm die de uitvoering van de verbintenissen beheerst (art. 1134, derde lid BW). Het niet vaststellen van de objectieven voor het bekomen van variabel loon is een contractuele fout in hoofde van de werkgever Door het niet vaststellen van doelstellingen van de kant van de werkgever, wordt de werknemer geacht de voorwaarde voor het bekomen van variabel loon te hebben nageleefd. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Overlegging stukken BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Modaliteiten - Voorwaardelijke verbintenis SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Rechten en plichten Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20191001.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.