id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 03 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20191203.7 Rolnummer: 2018/AB/645 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-02-17 Raadplegingen: 293 - laatst gezien 2026-06-29 04:50 Fiche - De gezondheidstoestand uit het verleden is geen discriminatiegrond. Tevens moet het beweerde slachtoffer een prima facie bewijs aandragen waardoor hij een discriminatie op basis van de toepasselijke criteria aannemelijk maakt. - De werkgever heeft zich met betrekking tot het ontslag van de werknemer niet gedragen als een normale en redelijke werkgever. Een werkgemeenschap is een samenwerkingsverband en een werkgever mag het daarbij niet zover laten komen dat de rechten van de werknemer tot een minimum worden herleid en erger nog dat leugens worden toegeschreven aan iemand die op een redelijke wijze zijn plichten in een moeilijke situatie als ziekte tracht na te leven. Hierdoor wendt men een motivering aan, waarbij de integriteit van de werknemer abnormaal in twijfel wordt getrokken. Het gaat in hoofde van de werkgever over meer dan over een lichte appreciatiefout of een ongelukkige communicatie. De vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag gelijk aan 17 weken kan worden toegekend - Art. 11/11 (hoofdstuk V, afdeling 1 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers) bepaalt vervolgens: De werknemer bedoeld bij artikel 11/5 herwint het recht op een opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur van een opzeggingstermijn, hetzij met ... , verkregen overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de artikelen 67 tot 69, als de werkgever: - hem geen enkele outplacementbegeleiding aanbiedt na de procedure bepaald bij artikel 11/7 te hebben gevolgd; - ... Uit deze bepaling vloeit voort dat het niet aanbieden van outplacement gesanctioneerd wordt door het wegvallen van de mogelijkheid van inkorting van de opzeggingsvergoeding. Nu de werknemer de volledige opzeggingsvergoeding zonder inkorting heeft gevraagd en het arbeidshof deze ook als dusdanig heeft toegekend, werd de mogelijke schade ingevolge het niet toekennen van outplacement afdoende vergoed, nu de werknemer niet aantoont dat hij daarenboven nog meerdere of andere schade zou hebben geleden. Hij heeft overigens ook nooit gebruik gemaakt van de mogelijkheid van art. 11/7 §2 om de werkgever in gebreke te stellen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Gelijkwaardige behandeling SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Gelijkwaardige behandeling - Toezicht SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Gelijkwaardige behandeling - Andere SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Werkgelegenheid - Tewerkstelling - Beroepsopleiding - Outplacement SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Willekeurig ontslag Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2019:ARR.20191203.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.