← België

ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200218.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 18 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200218.11 Rolnummer: 2018/AB/533 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-21 Raadplegingen: 726 - laatst gezien 2026-06-28 07:51 Fiche Discriminatie - Op grond van art. 14 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie is elke directe of indirecte discriminatie alsook de intimidatie verboden in de aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze wet vallen. Op grond van art. 3 van deze wet vormen de huidige of toekomstige gezondheidstoestand een beschermd criterium. Anders dan het criterium 'handicap' komt het criterium 'huidige of toekomstige gezondheidstoestand' niet voor in de Europese kaderrichtlijn 2000/78. De werkneemster werd ontslagen tijdens haar ziekteperiode en het ontslag staat in rechtstreeks verband met de ziekte, zoals volgt uit het C4-formulier, aangezien verwezen wordt naar de langdurige afwezigheid, terwijl er geen afwezigheden omwille van andere redenen blijken geweest te zijn. Het Openbaar Ministerie ontleedt het C4-formulier en leidt hieruit af dat de ziekte slechts in derde orde als causaliteitsreden kan worden aanvaard. In het aansprakelijkheidsrecht gaat men uit van de gelijkwaardigheid der oorzaken, zodat de analyse van het OM niet verhindert dat de ziekte (mede) de reden van het ontslag is. De werkneemster brengt aldus voldoende sterke en pertinente feiten aan, die doen vermoeden dat ze gediscrimineerd werd omwille van haar 'huidige gezondheidstoestand', zoals die zich voordeed op het ogenblik van het ontslag; om de discriminatie voldoende aannemelijk te maken om het vermoeden in werking te stellen, moet vergeleken worden met het ontslag of in diensthouding van een niet zieke afwezige werknemer. Het blijkt niet dat een niet zieke afwezige werknemer op eenzelfde wijze door een ontslag nadelig zou zijn behandeld, zodat er een voldoende vermoeden van ziekte als reden voor haar ontslag aanwezig is. Evenmin kan men zich beroepen op de vrijwaringsgrond van art. 11 §1 van de antidiscriminatiewet dat een discriminatie uitsluit wanneer een onderscheid gemaakt wordt dat opgelegd wordt door of krachtens een wet, wat niet het geval is wanneer een werkgever een mogelijkheid heeft zoals bij art. 38 van de arbeidsovereenkomstenwet., waardoor een werkgever in geval van ziekte kan opzeggen, maar dit hem niet wordt opgelegd. Handelsvertegenwoordiging - Cliënteel bezoeken veronderstelt dat de handelsvertegenwoordiger zich naar een klant begeeft. Er is dus geen sprake van handelsvertegenwoordiging wanneer de activiteit uitgeoefend wordt op een plaats waar potentiële klanten samenkomen, zoals een jaarbeurs, een grootwarenhuis, een tentoonstelling of een winkel. Wanneer de klant zelf naar de verkoper toekomt, spreekt men niet over een handelsvertegenwoordiger, wat het geval is bij een showroomverkoop of een verkoop in een vestiging van de werkgever. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Gelijkwaardige behandeling SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Gelijkwaardige behandeling - Definities SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Gelijkwaardige behandeling - Bescherming SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Handelsvertegenwoordigers Wettelijke bepalingen: Wet - 10-05-2007 - 3, 11, § 1 en 14 Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200218.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.