← België

ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200303.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 03 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200303.6 Rolnummer: 2019/AB/156 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-21 Raadplegingen: 292 - laatst gezien 2026-06-28 07:53 Fiche Bewijs - De schriftelijke getuigenverklaringen in de zin van art. 961/2 Ger. W staan qua bewijswaarde op een vergelijkbaar niveau als een mondeling getuigenverhoor . Het is daardoor en gelet op de context van de verklaringen niet nodig verder in te gaan op het getuigenaanbod van partijen of een verhoor te bevelen in de zin van art. 961/3 Ger.W. De feitenrechter beoordeelt vrij de bewijswaarde van dergelijke schriftelijke getuigenverklaringen, rekening houdend met alle elementen die dienstig zijn om de geloofwaardigheid van de verklaring in te schatten. Outplacement - Wanneer een outplacementpakket zou zijn aangeboden, wordt de opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken verminderd met 4 weken (art. 11/5 §1). Art. 11/11 bepaalt vervolgens: De werknemer bedoeld bij artikel 11/5 herwint het recht op een opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur van een opzeggingstermijn, hetzij met ... , verkregen overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de artikelen 67 tot 69, als de werkgever: - hem geen enkele outplacementbegeleiding aanbiedt na de procedure bepaald bij artikel 11/7 te hebben gevolgd; - ... Uit deze bepaling vloeit voort dat het niet aanbieden van outplacement gesanctioneerd wordt door het wegvallen van de mogelijkheid van inkorting van de opzeggingsvergoeding. Kennelijk onredelijk ontslag - De werkneemster heeft betaling van de volledige opzeggingsvergoeding zonder inkorting gevorderd en het arbeidshof heeft deze ook als dusdanig toegekend. Hierdoor werd de schade ingevolge het niet toekennen van outplacement afdoende vergoed, nu alleszins niet wordt aangetoond dat de werkneemster daarenboven nog meerdere of andere schade zou hebben geleden. Kennelijk onredelijk ontslag - De ontslagbrief vermeldt als reden naast het taalgebruik ook de gedragslijn van de werkneemster. Voor de toepassing van de cao 109 kan ook met foutloos gedrag worden rekening gehouden om een ontslag als niet kennelijk onredelijk te aanvaarden. In de pleidooien van beide partijen en in de conclusies wordt erkend dat de werkneemster niet goed kon opschieten met de toenmalige Stafhouder; de spanningen rond het moeizame overleg over het voorstel van de Stafhouder weerspiegelen dit inderdaad. Hierbij blijft, ongeacht het feit dat art. 35 van de arbeidsovereenkomstenwet niet kan worden toegepast, het ontslag overeind, dat gegrond is in de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming. In een dergelijk spanningsveld kan een normale en redelijke werkgever een ontslagbeslissing nemen. Een zodanig ontslag is niet kennelijk onredelijk in de zin van de cao 109. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Werkgelegenheid - Tewerkstelling - Beroepsopleiding - Outplacement SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Willekeurig ontslag SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Ontslag om dringende reden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 961/2 Collectieve arbeidsovereenkomst - 109 Wet - 05-09-2001 - 11 - 109 ELI link Pub nr 2001012793 Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200303.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.