id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 10 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200310.10 Rolnummer: 2012/AB/861 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-21 Raadplegingen: 223 - laatst gezien 2026-06-28 07:54 Fiche De wijziging van een voorlopig uitvoerbaar verklaard vonnis m.b.t. de aanvullende opzeggingsvergoeding door het arrest doet de rechtsgrond van de voorlopige tenuitvoerlegging vervallen met terugwerkende kracht, waardoor een teruggaveplicht ontstaat, steunend op het principe van de onverschuldigde betaling. Het arrest zelf vormt de titel voor deze teruggave. Wanneer een werknemer op grond van de art. 1235, 1373 en 1377 BW gehouden is bezoldigingen terug te betalen die hem niet verschuldigd waren, heeft deze terugbetaling niet enkel betrekking op de netto bezoldiging, maar ook op het bedrag van de bedrijfsvoorheffing. De werkgever staat in voor de recuperatie van de sociale zekerheidsbijdragen; de werknemer kan zijn fiscale situatie laten regulariseren. Krachtens art. 1398 tweede lid Ger.W. handelt een partij die last geeft tot tenuitvoerlegging van een vonnis waarvan de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging heeft toegestaan, op eigen risico. Hieruit volgt dat degene die een dergelijk vonnis laat uitvoeren, bij hervorming van het eerste vonnis, tevens de schade dient te vergoeden die door de enkele tenuitvoerlegging is ontstaan, zonder dat enige kwade trouw of fout vereist is. Hieruit volgt verder dat, aangezien de aansprakelijkheid van de executant moet worden beschouwd als een risicoaansprakelijkheid, hij in geval van wijziging of vernietiging van zijn precaire titel tot restitutie van de te veel ontvangen gelden verplicht is, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf de dag der betaling tot de datum van de wijzigende uitspraak, zonder dat hiertoe enige fout (art. 1382 BW) of kwade trouw (art. 1378, tweede lid, BW) vereist is. De interesten zijn verschuldigd vanaf de dag dat de schuldeiser de terug te betalen hoofdsom ontvangen heeft. De schade die volgt uit de risicoaansprakelijkheid van de werknemer bestaat uit de interest die de werkgever heeft moeten derven op de teveel betaalde som. Deze schade wordt, mede gelet op het feit dat op de aan haar toegekende sommen interest aan de wettelijke interestvoet opleveren, passend vergoed door toekenning van interest aan (eveneens) de wettelijke interestvoet vanaf de betaling. Vanaf de dag van de wijzigende uitspraak zijn overeenkomstig art. 1153 BW vervolgens moratoire interesten verschuldigd tot de dag van de effectieve betaling. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Oneigenlijke contracten - Onverschuldigde betaling SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 1235, 1373 en 1377 Gerechtelijk Wetboek - 1398, 2e lid Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200310.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.