id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 19 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200519.7 Rolnummer: 2018/AB/980 Rechtsgebied: Strafrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-21 Raadplegingen: 199 - laatst gezien 2026-06-29 04:51 Fiche Art. 17 §3 van het decreet sociaalrechtelijk toezicht bepaalt: Indien de aangewezen ambtenaar beslist een administratieve geldboete op te leggen, vermeldt zijn beslissing met in achtneming van de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, het bedrag, de tekst van § 5 en de termijn waarbinnen en de manier waarop de administratieve geldboete betaald wordt. Wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn kan de aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete onder de betreffende minimumbedragen opleggen zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 40 % van het toepasselijke minimumbedrag. Art. 2 van de wet van 29 juli 1991 bepaalt: De bestuurshandelingen van de besturen bedoeld in artikel 1 moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd. Art. 3 voegt daaraan toe: De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Zij moet afdoende zijn. Het staat aan de rechter te oordelen of de motivering afdoende is. Een bestuur dat een administratieve sanctie kan opleggen, en daarbij over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt, moet o.m. de evenredigheid uitleggen tussen de opgelegde sanctie en de feiten die ertoe aanleiding geven. (Cass., 15 februari 1999 Soc.Kron. 1999, 316). Immers in de Memorie van Toelichting bij het decreet sociaalrechtelijk toezicht werd uitgelegd dat het stelsel van de administratieve geldboeten zoals federaal van toepassing, wordt getransponeerd naar de Vlaamse administratieve geldboeten en verder verfijnd. Hierbij werd als volgt toegelicht wat de volheid van bevoegdheid van de arbeidsgerechten: Indien beroep wordt ingesteld bij de arbeidsrechtbank, dan doet deze uitspraak over de eis tot betaling van de administratieve geldboete en heeft deze terzake de volheid van bevoegdheid ; zij kan de eis tot betaling inwilligen, afwijzen, dan wel het bedrag ervan wijzigen. (onderlijning door het hof Vl. Parl. (2002-03, 1812/1, 7, littera h). Deze doelstelling van de Vlaamse decreetgever is in overeenstemming met de recente rechtspraak van het Hof van Cassatie,volgens dewelke, bij miskenning van de uitdrukkelijke motiveringsplicht de ter zake bevoegde arbeidsrechtbank bij een geschil over een administratieve sanctie, met naleving van het recht van verdediging en binnen het kader van het geding zoals de partijen dat zijn overeengekomen, een toetsing met volle rechtsmacht uitoefent over de beslissing die de bevoegde ambtenaar heeft genomen over de strafmaat, waarbij ze desgevallend, de duur en de modaliteiten van die sanctie kan kiezen. (Cass. 5 maart 2018, www.juridat.be met conclusie OM). Interessant daarbij is de conclusie van het OM, waarin uitgelegd wordt dat er een zekere aarzeling en tegenstrijdigheid zou kunnen blijken bij lezing van voorgaande cassatierechtspraak. Immers wanneer de administratie gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid om al dan niet een administratieve sanctie op te leggen, dan verhindert de scheiding der machten dat de rechter zich in de plaats van de overheid stelt en kan de rechter enkel de administratieve sanctie nietig verklaren en de overheid uitnodigen een nieuwe beslissing te nemen. Wanneer het daarentegen enkel gaat over de straftoemeting dan wordt deze discretionaire bevoegdheid onverlet gelaten en kan de rechter doen wat de overheid kon doen, met name de sanctie moduleren. (Cass. 5 maart 2018) Het Hof van Cassatie zette zich zo op dezelfde lijn als het Grondwettelijk Hof (toen Arbitragehof) in het arrest 72/92 van 18 november 1992 (B.4.4) en in het arrest 128/99 van 7 december 1999. De rechter oefent een volledig toezicht uit, hetgeen inhoudt dat niets van wat onder de beoordeling van het bestuur valt, aan de controle van de rechter mag ontsnappen (arrest 128/99 B.13 tot B.15). De rechter treedt hiermee niet in de plaats van het bestuur, aangezien het bestuur zelf al duidelijk heeft aangegeven dat het gedrag naar zijn oordeel een sanctie verdient. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Administratieve geldboetes SOCIAAL RECHT - ARBEID - Dienstencheques Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 30-04-2004 - 17, § 3 en § 5 Wet - 29-07-1991 - 2 en 3 Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200519.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.