id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 02 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200602.12 Rolnummer: 2019/AB/280 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-21 Raadplegingen: 242 - laatst gezien 2026-06-28 08:05 Fiche Terecht maakt de eerste rechter een onderscheid tussen de loonbepaling en de looninhoudingen die op grond van art. 23 van de loonbeschermingswet zijn toegelaten. Het loon vormt een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst, zodat dit bij toepassing van art. 25 van de arbeidsovereenkomstenwet niet eenzijdig kan gewijzigd worden. Dit verhindert niet dat partijen op grond van art. 1134 BW en mits eerbiediging van de hiërarchie van de bronnen der verbintenissen in de arbeidsbetrekkingen bij wijze van onderlinge overeenkomst een loonvermindering kunnen negotiëren. Dergelijke overeenkomst kan individueel of collectief zijn. Voor een collectieve overeenkomst heeft de wetgever met de cao-wet van 5 december 1968 een kader gecreëerd, dat precies omwille van de hiërarchie van de bronnen der verbintenissen in de arbeidsbetrekkingen moet in acht worden genomen. In die zin kon de bedrijfs-cao een loonvermindering vastleggen. Deze cao omspande luidens zijn art. 1 gans de tewerkstellingsperiode van de werknemer. De cao kende een retroactieve werking, de mogelijkheid daartoe wordt aanvaard omwille van art. 16.6 van de cao-wet, die een datum van inwerkingtreding oplegt, indien de overeenkomst niet in werking treedt op de datum waarop zij is gesloten. Een dergelijke retroactieve cao kan ook van toepassing zijn op het personeel wier arbeidsovereenkomst een einde nam vóór de datum van de collectieve overeenkomst. Hieruit vloeit voort dat door de bedrijfs-cao die een retroactieve werking had op gans de tewerkstellingsperiode van de werknemer, de loonvermindering volgens het mechanisme van het voorakkoord een conventionele basis had en zodoende in overeenstemming was met de dwingende wettelijke bepalingen. Het ten laste nemen van de volledige bijdrage in de groepsverzekering door de werkgever betrof een afzonderlijke verbintenis, die hieraan geen afbreuk deed, daar ze geen inhouding uitmaakte op het overeengekomen aangepaste loon. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - C.A.O.-wet - 5 december 1968 SOCIAAL RECHT - ARBEID - C.A.O.-wet - 5 december 1968 - Collectieve arbeidsovereenkomsten SOCIAAL RECHT - ARBEID - C.A.O.-wet - 5 december 1968 - Collectieve arbeidsovereenkomsten - Begin en einde SOCIAAL RECHT - ARBEID - C.A.O.-wet - 5 december 1968 - Hiërarchie rechtsnormen SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Algemeen SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Inhouding op loon Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200602.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.