id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 23 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200623.19 Rolnummer: 2019/AB/822 Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-30 Raadplegingen: 527 - laatst gezien 2026-06-20 21:16 Fiche Art. 2 van de welzijnswet bepaalt dat ze toepasselijk is op werkgevers en werknemers, maar met werknemers worden gelijkgesteld de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon. Het toenmalige Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) oordeelde dat de federale bevoegdheid inzake arbeidsbescherming niet beperkt is door de definitie van de arbeidsverhouding die inzake het arbeidsrecht wordt gegeven. Gelet op het doel van die bescherming heeft de federale wetgever ervan kunnen uitgaan dat zij zich uitstrekt tot alle personen die een vorm van arbeid verrichten, ongeacht hun statuut, onder het gezag van een andere persoon (Arbitragehof nr. 65/2005 van 23 maart 2005; Arbitragehof nr. 147/2006, 28 september 2006). Het begrip werknemer werd door art 2 van deze wet uitgebreid tot een statutair ambtenaar. In het arrest nr. 142.215 van 16 maart 2005 stelde de Raad van State reeds vast: Volgens artikel 32tredecies van de Pestwet mag de werkgever de arbeidsverhouding met een werknemer die een pestklacht heeft ingediend, niet beëindigen, noch de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen, behalve om redenen die vreemd zijn aan die klacht of die rechtsvordering. Deze bepaling ter bescherming van de werknemer is duidelijk en behoeft geen interpretatie. Het bestaan van een hiaat dat tussen de Pestwet en de vereisten van de administratieve besluitvorming bestaat, verhindert niet dat deze beschermingsbepaling op een wettelijke wijze moet worden toegepast. De beschermingsbepaling houdt geen verbod in op elke wijziging van de arbeidsvoorwaarden van de klager maar wel een beperking van deze mogelijkheid tot redenen vreemd aan de klacht (T. Gem. 2007/3, 215 met noot T. Eyskens, 'De moeilijke positie van de pestwet in het administratief contentieux'). De kritische annotator van dit arrest vindt het evident dat o.m. het ontslag van ambtswege valt onder het toepassingsgebied van het beschermingsregime. Zo'n straf raakt evident aan de arbeidsvoorwaarden of impliceert de beëindiging van de arbeidsverhouding (p. 219, nr. 13). Op grond van art. 578, 11° Ger.W. neemt de arbeidsrechtbank kennis van de geschillen betreffende psychosociale risico's op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, die hun oorzaak vinden in hoofdstuk Vbis van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Op grond van art. 79 van de welzijnswet kunnen de werkgevers, de werknemers en de representatieve werknemersorganisaties bij de arbeidsgerechten een vordering instellen tot beslechting van alle geschillen in verband met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. Aangaande de bevoegdheidsregeling inzake pestzaken bij ambtenaren verduidelijkte de Memorie van Toelichting bij de aanpassing van de welzijnswet door de wet van 10 januari 2007 (BS 6 juni 2007): Om te bepalen welk rechtscollege bevoegd is om kennis te nemen van de geschillen in deze materie, moet rekening gehouden worden met het voorwerp van het geschil: - Wanneer de vernietiging gevraagd wordt van een eenzijdige administratieve rechtshandeling die werd getroffen in strijd met artikel 32tredecies van de welzijnswet of die een overtreding vormt op artikel 32bis (omdat zij past in een context van pesterijen) is de Raad van State bevoegd. - Wanneer de vordering slaat op de toekenning van schadevergoeding ingevolge pesterijen, is de arbeidsrechtbank bevoegd, zelfs ten opzichte van ambtenaren (Parl. St. K.v.V. 2005-06, 51 2686/1 en 2687/1, 50; P. Brasseur, 'Le bien-être au travail: commune envie de mieux faire? » Rev.d.C. 2013/4, 23, nr. 77 ; R.v.St.., 27 mei 2008, n° 183.478, Gillain, www.raadvst-consetat.be). In het arrest nr. 247.609 van 20 mei 2020 inzake de nietigverklaring van het ontslag van ambtswege door de beroepscommissie stelde de Raad van State overduidelijk vast dat de schending van de welzijnswet, meer bepaald het miskennen van de beschermingsregeling van art. 32tredecies ten voordele van X te beschouwen is als een doorslaggevend motief voor de bestreden beslissing. Dit arrest heeft gezag van gewijsde, zodat het arbeidshof met de inherente motieven van dit arrest moet rekening houden. De vernietiging van een administratieve rechtshandeling impliceert dat de administratieve beslissing, hier tot ontslag van ambtswege, als rechtshandeling uit de rechtsorde wordt genomen, maar dit doet niet af aan het feit van de beslissing, omdat men zelfs bij een retroactieve vernietiging een vroeger moment in het rechtsverkeer en in de maatschappelijke verhoudingen niet kan herscheppen (R.v.St. 30 september 1980, nr. 20.599, Tibax, TBP 1981, 306). De voorliggende vordering vindt haar oorsprong in het feit dat de beschermingsregeling werd miskend, na het neerleggen van een met redenen omklede klacht.; alsdan zijn de arbeidsgerechten bevoegd om te oordelen over een vordering tot schadevergoeding op grond van de welzijnswet .. Immers, een vernietiging met retroactief gevolg berust op een onvolkomen juridische fictie - het arrest Tibax en de rechtsleer spreken over een ‘tijdsmachine' -, die het gebeurde niet volledig kan teniet doen en die de tellers niet volledig op nul kunnen zetten (B. Lombaert, 'Au sujet de la rétroactivité des arrêts d'annulation du Conseil d'État : la fiction juridique oblige-t-elle à simuler la résurrection ? », RCJB 2015, 222). Bovendien aanvaardt vaststaande rechtspraak dat de bescherming niet gebonden is aan de gegrondheid van het verzoek, maar wel aan het neerleggen van het verzoek bij de externe preventieadviseur. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Arbeidsrechtbank SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 04-08-1996 - 2, 32 en 79 Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200623.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.