id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 23 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200623.25 Rolnummer: 2019/AB/866 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-09-30 Raadplegingen: 209 - laatst gezien 2026-06-20 12:10 Fiche In de huidige versie van art. 24 §1 DRP, zoals vervangen door art. V.32 Decr. Vl. Parl. 13 juli 2007 (BS 31 augustus 2007 (derde uitg.) kunnen de redenen van het ontslag enkel verband houden met een tekortkoming aan de plichten.. In de Memorie van Toelichting leest men hierover: Het ontslag wordt beperkt tot feiten die slaan op een tekortkoming van de plichten waartoe het personeelslid gehouden is. Dit ontslag kan dus niet worden aangewend voor feiten die vallen binnen de afspraken m.b.t. de functiebeschrijving van het personeelslid. Hiervoor moet worden gebruik gemaakt van de procedure van evaluatie. (Parl.St. Vl. Parl. 2006-07, 1246/1, 6) Hierbij wordt dus een strikt onderscheid gemaakt tussen tekortkoming aan de plichten en de evaluatie volgens de functiebeschrijving. Op grond van art. 47octies §2 kan een personeelslid waarvoor geen functiebeschrijving werd opgesteld, niet worden geëvalueerd. Het onderscheid tussen een ontslag wegens tekortkomingen en een ontslag van rechtswege na een definitieve evaluatie met onvoldoende vindt zijn reden in de bedoeling van een evaluatie, zoals uitgedrukt in art. 47octies §1 DRP; deze moet bezien worden als een constructief en positief beleidsinstrument, dat het mogelijk maakt een autonoom personeelsbeleid te voeren gericht op het verstrekken van kwaliteitsvol onderwijs. Een evaluatie heeft dus in beginsel geen repressief karakter. Anders dan de eerste rechter aannam, impliceert het niet voldoen aan de kwaliteitscriteria van het autonoom personeelsbeleid daarom nog niet dat men tekortkomt aan zijn plichten. Het motief van het ontslag was gelegen in de evaluatie, die tot een tekortkoming aan de plichten concludeerde. In de aangetekende ontslagbrief leest men geen afdoende motivering over concrete tekortkomingen aan de plichten, behoudens het niet voldoen aan het respect en algemene houding overeenkomstig het imago van de school, wat een evaluatiecriterium kan zijn naar gelang de functiebeschrijving. Het evaluatieverslag bevestigt de motivering voor de onvoldoende zonder een concrete tekorttkoming aan te wijzen. In de syntheseconclusie in hoger beroep resumeert de school de feitelijkheid zelf als het al geruime tijd niet aan de rechtmatige verwachtingen van 2B2 voldoen; dit is een voorbeeld van een mogelijke evaluatiebeoordeling, doch geen omschrijving van een concrete tekortkoming aan plichten. Als het evaluatieverslag de eindconclusie 'onvoldoende' bevat, moet het - op straffe van nietigheid - steeds de beroepsmogelijkheden bevatten (art. 47decies §2 laatste lid DRP); immers op grond van art. 47undecies §2 juncto art. 47septesdecies §5, 1° DRP kan het personeelslid tegen een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' binnen een termijn van twintig kalenderdagen volgend op de overhandiging van de kopie van het evaluatieverslag beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van het college van beroep, zoals vermeld in artikel 47septiesdecies §1. Die kamer van het college van beroep garandeert de rechten van verdediging. Bij een dergelijk beroep is de evaluatie slechts definitief na de uitspraak van de kamer van beroep, voor zover deze de evaluatie niet vernietigt. Als het personeelslid, binnen de in artikel 47septiesdecies, § 5, 1°, voorziene termijn, geen beroep aantekent, is de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' definitief na het verstrijken van deze termijn (art. 47undecies §2, tweede lid). Een illegitieme opzegging leidt tot een contractuele fout, waarbij alle schadelijke gevolgen van de fout moeten worden vergoed, zijnde bij een dergelijk ontslag juist voordat de leerkracht een TADD aanvroeg, de schade doordat men het voordeel van een dergelijke aanstelling verliest. Inderdaad conditioneert een zodanig ontslag ernstig de kansen om spoedig een verwachte betrekking te mogen bekleden. Deze schade blijft niet beperkt tot de schade in het navolgend schooljaar, maar op grond van art. 23 §6 en 23bis §6 DRP heeft het verlies gevolgen voor de onderwijsloopbaan in de 5 volgende schooljaren. Tevens is er morele schade doordat het beroep op art. 24 plichtsverzuim suggereert. Het arbeidshof meent dat de schade enkel naar billijkheid (ex aequo et bono) kan worden geraamd op een bedrag.gelijk aan het loon van 3 maanden. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Andere Vrije woorden: Ontslag - redenen - rechten en plichten - evaluatie Decreet Rechtspositie art 24, art 47octies §1, § 2 Schadevergoeding Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:CTBRL:2020:ARR.20200623.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.