id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2021:ARR.20211209.7 Rolnummer: 2020/AB/476 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-08-12 Raadplegingen: 163 - laatst gezien 2026-06-13 22:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR Fiche Artikel 6 § 1 IGO-wet, zoals gewijzigd door de wet van 8 december 2013, bepaalt in alinea 3 'worden geacht dezelfde hoofdverblijfplaats te delen, de aanvrager en elke andere persoon die gewoonlijk met hem op dezelfde plaats verblijft'. Alinea 4 voorziet dan weer dat 'het gewone verblijf blijkt uit de inschrijving in de bevolkingsregisters van de gemeente waar de verblijfplaats is gevestigd'. Het is evident dat beide alinea's samen moeten gelezen worden. De term ‘geacht' in alinea 3 wijst op een ‘beschouwen', ‘een vermoeden', of een ‘min of meerdere graad van zekerheid op basis van eigen inzichten', maar niet op een zeker en vaststaand gegeven. Dat het gewoonlijk verblijf volgens alinea 4 uit de bevolkingsregisters ‘blijkt', wijst alweer niet op een absoluut vaststaand gegeven dat niet voor tegenbewijs vatbaar zou zijn, dat met andere woorden niet weerlegbaar zou zijn. Uit de artikelen 1349, 1350 en 1352, al. 1 oud B.W. blijkt dat het wettelijk vermoeden diegene ontslaat van elk bewijs in wiens voordeel het werd ingesteld. In de regel is dit vermoeden evenwel weerlegbaar. Volgens artikel 1352, al. 2 oud B.W. werd geen bewijs tegen het wettelijk vermoeden toegelaten wanneer de wet, op grond van dit vermoeden, bepaalde handelingen nietig verklaart of de rechtsvordering ontzegt. Dit wordt bevestigd door artikel 8.7 Boek VII B.W. inzake het nieuwe bewijsrecht dat sinds 1 november 2020 van toepassing is. Het wettelijk vermoeden dat een wet met bepaalde rechtshandelingen of feiten verbindt, wijzigt het voorwerp van het bewijs of stelt, in voorkomend geval, degene ten voordele van wie het bestaat, ervan vrij het bewijs ervan te leveren. Het wettelijk vermoeden kan weerlegd worden, behalve (
- a)wanneer de wet anders bepaalt, (
- b)wanneer dit vermoeden tot nietigheid van een rechtshandeling leidt, (
- c)wanneer dit vermoeden tot de onontvankelijkheid van een vordering in rechte leidt. In de thans hangende betwisting is dit geenszins het geval. De vereenvoudiging van het werk voor de FPD die met de wetswijziging werd beoogd, werd ook daadwerkelijk gerealiseerd, aangezien ervan mocht worden uitgegaan (‘geacht') dat de hoofdverblijfplaats met de feitelijke situatie overeenstemde, maar nergens werd dit gekoppeld aan een onweerlegbaar wettelijk vermoeden waartegen het tegenbewijs niet mogelijk zou is. Het zal dus integendeel vanaf 1 januari 2014 aan de IGO-aanvrager toekomen zélf met bewijzen op de proppen te komen en aan te tonen dat er, ondanks dezelfde hoofdverblijfplaats, geen sprake is van een samenwoning. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gewaarborgd inkomen bejaarde - Algemeen SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gewaarborgd inkomen bejaarde - Gewaarborgd inkomen SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gewaarborgd inkomen bejaarde - Inkomensgarantie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gewaarborgd inkomen bejaarde - Andere Vrije woorden: De Inkomensgarantie voor ouderen (IGO) Annotaties Publicaties: www.terralaboris.be - - Tekst van de beslissing Deze publicatie is (nog) niet beschikbaar. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.