id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 10 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2022:ARR.20220110.1 Rolnummer: 2019/AB/272 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-08-12 Raadplegingen: 123 - laatst gezien 2026-06-14 00:09 Fiche De vordering van (Verzekering) tot terugvordering van de voorschotten die uiteindelijk niet verschuldigd blijken te zijn verjaarde dus na drie jaar. (...) In het geval van de heer V was er geen sprake van onverschuldigde betaling op het ogenblik dat de voorschotten werden betaald. Integendeel was (Verzekering) wettelijk verplicht deze voorschotten te betalen in afwachting van de definitieve veststelling van de wegens het arbeidsongeval te betalen bedragen. Het onverschuldigd karakter van de voorschotten kwam dus pas voort uit een latere gebeurtenis waaruit het recht van (Verzekering) op terugbetaling voortvloeide, namelijk de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing als bepaald in voormeld artikel 24 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Verder geldt ook regel van artikel 2257 Burgerlijk Wetboek dat bepaalt dat de verjaring niet loopt ten aanzien van een schuldvordering die van een voorwaarde afhangt, zolang die voorwaarde niet vervuld is. (...) De verjaring van de terugvordering begon bijgevolg pas te lopen vanaf de dag dat het vonnis van 10 december 2016 van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel (in de zaak ingeschreven onder AR. Nr 11/9813A), waarbij uitspraak werd gedaan over de wegens het arbeidsongeval te betalen bedragen, definitief was geworden, hetzij op 16 januari 2017 (zie randnummers 8-9 feitenrelaas). (...) Artikel 45 quinquies van de Arbeidsongevallenwet is dus ook van toepassing op een geval als in deze zaak waar de betalingen aanvankelijk wettelijk verplicht waren en waar het onverschuldigd karakter voortkomt uit een latere gebeurtenis waaruit een recht op terugbetaling voortvloeit. Anderzijds blijkt dat de heer V te goeder trouw was en blijkt er geen enkele fout of nalatigheid van zijn kant. Hij wist weliswaar dat de betalingen bij wijze van voorschot gebeurden. Maar hij had alle reden om te goeder rouw en rechtmatig erop te mogen vertrouwen dat de uitkeringen minimaal beantwoorden aan de uitkeringen waarop hij uiteindelijk recht had, (...). (...) Bijgevolg is voldaan aan de voorwaarden van artikel 45 quinquies van de Arbeidsongevallenwet. De terugvordering dient dus beperkt te worden overeenkomstig de hoger vermelde bepalingen in artikel 3 ter KB 30 december 1976 tot uitvoering van de artikel 45 quinquies, 60 en 60 bis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Algemeen SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Begrip en bewijs SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Betaling Vrije woorden: Arbeidsongeval Tekst van de beslissing Deze publicatie is (nog) niet beschikbaar. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.