id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 20 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230220.1 Rolnummer: 2022/AB/813 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-07-25 Raadplegingen: 306 - laatst gezien 2026-06-10 08:28 Fiche De vennootschap heeft de taalwijziging niet kunnen vorderen in eerste aanleg gezien zij bij verstek werd veroordeeld en geen verzet kan aantekenen (vgl. artikel 1047 Gerechtelijk Wetboek). Bijgevolg moet zij dit nog kunnen vragen in hoger beroep. Het Grondwettelijk Hof besliste immers in zijn arrest nr. 124/2019 van 26 september 2019 als volgt: “De artikelen 4, § 1, derde lid, en 24 van de wet van 15 juni 1935 « op het gebruik der talen in gerechtszaken » schenden de artikelen 10, 11 en 30 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, indien zij zo worden geïnterpreteerd dat zij een verweerder die verstek laat gaan, niet toelaten om in limine litis een verandering van taal te vragen wanneer die verweerder hoger beroep instelt tegen een in eerste aanleg gewezen vonnis. - Dezelfde bepalingen schenden niet de artikelen 10, 11 en 30 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, indien zij zo worden geïnterpreteerd dat zij een verweerder die verstek laat gaan, toelaten om in limine litis een verandering van taal te vragen wanneer die verweerder hoger beroep instelt tegen een in eerste aanleg gewezen vonnis.”. Bijgevolg en gelet op de voormelde omstandigheden dient de taalwijziging alsnog in hoger beroep te worden toegestaan , in overeenstemming met artikel 4 wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN Vrije woorden: Gerechtelijk recht – taalwijziging in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - 4, § 1er, 3de lid, en 24 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer Uitgereikt aan 2023/ Datum van uitspraak op 20 februari 2023 € JGR Rolnummer 2022/AB/813 Beslissing waartegen beroep 22/969/A Arbeidshof te Brussel vijfde kamer Arbeidshof te Brussel – 2022/AB/813 – p. 2 ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst arbeider tegensprekelijk arrest tussenarrest : algemene rol kennisgeving : 792, al
- Ger.W. KL BV, ON , met zetel te , , appellant, vertegenwoordigd door mr. , advocaat te , tegen GG, RRN , wonende te , , geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. , advocaat te , Na beraad, spreekt het arbeidshof te Brussel het volgend arrest uit: Gelet op de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder op: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken door de Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel op 08 november 2022, 3e kamer (A.R. 22/969/A) - het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie op 14 december 2022, - de voorgelegde stukken. De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet op de openbare zitting van 23 januari 2023, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden. Arbeidshof te Brussel – 2022/AB/813 – p. 3
- De heer GG, met woonplaats te , was in dienst van de bv KL, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te Linkebeek. Op 7 september 2022 legde de heer GG een tegensprekelijk verzoekschrift neer bij de Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel. Met een vonnis van 8 november 2022 veroordeelde de Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel de vennootschap bij verstek tot betaling van: - 7.005,24 euro bruto ten titel van een verbrekingsvergoeding gelijk aan 11 weken loon ; - 10.826,28 euro bruto ten titel van een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag gelijk aan 17 weken loon overeenkomstig de CAO. nr. 109; - de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, bepaald op 875,00 euro en 24,00 euro bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.
- Met een verzoekschrift van 14 december 2022 stelde de vennootschap hoger beroep in tegen het vonnis.
- De vennootschap vraagt in haar verzoekschrift tot hoger beroep, voor alle verweer en exceptie, dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet. Zij legt daartoe een door haar zaakvoerder handgeschreven en ondertekende verklaring neer in overeenstemming met artikel 4 §2 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. De raadsman van de heer GG verklaarde ter zitting dat deze akkoord gaat met de taalwijziging. Het blijkt uit de verklaringen van de partijen in hun verzoekschriften in eerste aanleg en in hoger beroep en ter zitting dat de heer GG verbonden was aan de vestiging van de vennootschap te Brussel en dat de sociale betrekkingen in het Frans verliepen gezien zowel de zaakvoerder als de heer GG Franstalig zijn.
- Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bepaalt dat voor al de rechtscolleges in hoger beroep voor de rechtspleging de taal wordt gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld. Arbeidshof te Brussel – 2022/AB/813 – p. 4
- In eerste aanleg, was artikel 4 van de wet van 15 juni 1935 van toepassing: “§
- Behoudens de gevallen van artikel 3 wordt het gebruik der talen voor geheel de rechtspleging in betwiste zaken voor de gerechten van eerste aanleg waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd, en, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtelijk wetboek overschrijdt, voor de politierechtbank van Brussel die zitting houdt in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van hetzelfde Wetboek geregeld als volgt : De akte tot inleiding van het geding wordt in het Frans gesteld, indien de verweerder woonachtig is in het Frans taalgebied; in het Nederlandsch, indien de verweerder woonachtig is in het Nederlands taalgebied; in het Frans of in het Nederlandsch, ter keuze van den eiser, indien de verweerder woonachtig is in een gemeente van de Brusselse agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft. De rechtspleging wordt voortgezet in de taal der akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de vrederechter, dan wel naar de anderstalige rechtbank van het arrondissement wordt verwezen, indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel of de politierechtbank.. §
- De bij de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door de verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend, wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt. Het geschrift moet van de hand zijn van verweerder en door hem zelf ondertekend; het blijft aan het vonnis gehecht. De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan weigeren op de aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding. In afwijking van het tweede lid kan de rechter, wanneer de verweerder gedomicilieerd is in de Brusselse agglomeratie of;, in een van de zes randgemeenten in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, de vraag tot verwijzing of verandering van taal slechts weigeren om een van de twee volgende redenen : - als die vraag tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken; - als die vraag tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding. Elke beslissing over een vraag tot verwijzing of verandering van taal wordt met redenen omkleed en bij gerechtsbrief of per fax zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten. (…)”. Arbeidshof te Brussel – 2022/AB/813 – p. 5
- De vennootschap heeft de taalwijziging niet kunnen vorderen in eerste aanleg gezien zij bij verstek werd veroordeeld en geen verzet kan aantekenen (vgl. artikel 1047 Gerechtelijk Wetboek). Bijgevolg moet zij dit nog kunnen vragen in hoger beroep. Het Grondwettelijk Hof besliste immers in zijn arrest nr. 124/2019 van 26 september 2019 als volgt: “De artikelen 4, § 1, derde lid, en 24 van de wet van 15 juni 1935 « op het gebruik der talen in gerechtszaken » schenden de artikelen 10, 11 en 30 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, indien zij zo worden geïnterpreteerd dat zij een verweerder die verstek laat gaan, niet toelaten om in limine litis een verandering van taal te vragen wanneer die verweerder hoger beroep instelt tegen een in eerste aanleg gewezen vonnis. - Dezelfde bepalingen schenden niet de artikelen 10, 11 en 30 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, indien zij zo worden geïnterpreteerd dat zij een verweerder die verstek laat gaan, toelaten om in limine litis een verandering van taal te vragen wanneer die verweerder hoger beroep instelt tegen een in eerste aanleg gewezen vonnis.”.
- Bijgevolg en gelet op de voormelde omstandigheden dient de taalwijziging alsnog in hoger beroep te worden toegestaan , in overeenstemming met artikel 4 wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN HET ARBEIDSHOF Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Rechtsprekend op tegenspraak en na erover beraadslaagd te he bben: Zegt dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet. Verzendt de zaak naar de algemene rol voor toewijzing aan de bevoegde Franstalige kamer van dit arbeidshof. Houdt de beslissing over de kosten aan. Arbeidshof te Brussel – 2022/AB/813 – p. 6 Aldus gewezen en ondertekend door : , kamervoorzitter , raadsheer in sociale zaken, werkgever , raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider bijgestaan door , griffier Mevrouw , raadsheer in sociale zaken, werkgever, die bij de debatten aanwezig was en aan de beraadslaging heeft deelgenomen, verkeert in de onmogelijkheid om het arrest te ondertekenen. Overeenkomstig artikel 785 Gerechtelijk Wetboek wordt het arrest ondertekend door mevrouw , kamervoorzitter en de heer , raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider. Het arrest wordt uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2023 van de vijfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, door : , kamervoorzitter bijgestaan door , griffier PDF document ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230220.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div