id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 23 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230523.1 Rolnummer: 2023/KB/44 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2023-07-28 Raadplegingen: 196 - laatst gezien 2026-06-10 09:23 Fiche De heer T brengt geen enkele concrete informatie of stukken bij over zijn verblijf sinds 27 februari
- Hij vermeldt geen enkele locatie, en vermeldt niet concreet waar hij sindsdien eet en slaapt en waar hij overdag verblijft. Hij geeft ook geen enkele verklaring waarom hij tot 14 april 2023 heeft gewacht om Fedasil in gebreke te stellen, daar waar zijn raadsman reeds werd aangesteld op 7 maart 2023 (zie zijn stuk 2), zijnde meer dan een maand voordien! De algemene beschouwingen in zijn verzoekschrift omtrent art. 3 EVRM en het verbod op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, kunnen niet volstaan om daaruit af te leiden dat er in het geval van de heer T werkelijk en concreet sprake is van uitzonderlijke omstandigheden (zie en vgl. hoger aangehaalde rechtspraak van het Hof van Cassatie van 27 september 2018). Hetzelfde geldt voor de algemene beschouwingen omtrent het recht op opvang. Het blijkt met name niet dat er dermate dreigende schade of ongemakken zouden zijn dat een beslissing van de rechter in kort geding, zo nodig met de verkorting van de termijn voor verschijning overeenkomstig art. 1036 Ger.W., niet tot een tijdige beslissing zou leiden. Waar de heer T laat gelden dat hij wettelijk recht heeft op opvang, zou zijn vordering overigens ten gronde normaal gezien in aanmerking komen voor korte debatten overeenkomstig art. 735 Ger.W. en behandeld worden op de inleidingszitting, waarna een vonnis zou volgen binnen de maand. Ten overvloede merkt het arbeidshof nog op dat de bestreden beschikking intussen al dateert van 18 april
- Pas op 17 mei 2023, dus bijna een maand nadat de bestreden beschikking werd gewezen, wordt er hoger beroep aangetekend. Daar waar ook al geen verklaring werd gegeven waarom er zo lang gewacht werd met het in gebreke stellen van Fedasil, wordt hier opnieuw geen enkele verklaring gegeven waarom men zoveel tijd laat voorbijgaan vooraleer hoger beroep aan te tekenen. Uit de herhaalde talmende houding van de heer T zelf blijkt dat er geen volstrekte noodzakelijkheid voorhanden is. De heer T had alle tijd om de vordering tegensprekelijk in te leiden met een procedure in kort geding. Thesaurus CAS: KORT GEDING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Eenzijdig verzoekschrift Vrije woorden: FEDASIL – geen volstrekte noodzakelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 1036 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Deze publicatie is (nog) niet beschikbaar. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.