id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 04 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.2 Rolnummer: 07/9/A Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 134 - laatst gezien 2026-07-02 16:59 Fiche De contractant, die zich door zijn werknemer laat vervangen voor de uitvoering van een contractuele verplichting, is zelf contractueel aansprakelijk voor de schade die de uitvoerder veroorzaakt. Hij kan slechts buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld indien de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht die op hem rust, en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt. Daaruit volgt dat het feit dat de fout contractueel is, niet belet te vorderen op buitencontractuele grondslag, maar de schade moet wel andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade zijn opdat een buitencontractuele vordering zou kunnen worden gesteld. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop aansprakelijkheidsregimes - Contractueel-buitencontractueel - Algemeen Vrije woorden: Buitencontractuele vordering tegen medecontractant: vereisten Tekst van de beslissing Rolnummer : 07-9-A van : 04/02/2008 Rep nr. VONNIS : gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te TURNHOUT, op MAANDAG VIER FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ACHT; in de Openbare zitting van de VIJFDE KAMER, van de RECHTBANK van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, alwaar zetelden : R.VINCKX...............................................................................................Enig Rechter, Voorzitter J. THYS............................................................................................................................... Griffier INZAKE : BVBA H.T.F., ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0866.598.790, met zetel gevestigd te 2321 HOOGSTRATEN - MEER, Eindsestraat nr. 6 bus 4; Eiseres alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. J. Van Rooy, advocaat te 2300 TURNHOUT, Baron F. du Fourstraat nr. 2 bus 8; TEGEN : AFG BELGIUM INSURANCE NV, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 574, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0403.258.197, met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Lakensestraat nr. 35; verweerster alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr.E. Kersemans, loco Mr. L. Schuermans, advocaat te 2300 TURNHOUT, de Merodelei nr. 112; Gezien de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: - de inleidende dagvaarding, betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Philippe Mormal te Elsene van 14 december 2006; - de beschikking bij toepassing van art. 747, § 2, Ger.W. van 26 juni 2007; - de besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie op 3 september 2007 en 15 november 2007; - de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 26 september
- Gehoord partijen bij monde van hun voormelde raadslieden, in hun middelen en besluiten op de openbare zitting van 7 januari
- Gezien de stukken van partijen. I. FEITEN Op 2 mei 2006 kantelde een kipoplegger van eiseres te Wijnegem bij het lossen van een lading zand aan het nabijgelegen kanaal. Deze lading zand was op de oplegger geladen vanop een schip door een aangestelde van BVBA Gebroeders Goeyvaerts, in burgerlijke aansprakelijkheid verzekerd bij verweerster. Eiseres wijt dit aan een slechte belading van de oplegger. Volgens een handgeschreven verklaring van de genaamde T.G. was de oplegger te zwaar en te veel naar voor geladen. II. VORDERINGEN Met de inleidende dagvaarding vroeg eiseres veroordeling van verweerster, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement, tot betaling van euro 10.944,60, te vermeerderen met de vergoedende interesten sedert datum der feiten en de gerechtelijke interesten vanaf datum van dagvaarding, alle aan het wettelijke tarief, tot op datum van algehele betaling. In besluiten vraagt zij veroordeling van verweerster tot betaling van euro 24.708,64, vermeerderd met de vergoedende interesten sedert datum der feiten aan het wettelijk tarief en de gerechtelijke interesten tot op datum van algehele betaling. Zij vraagt niet langer uitdrukkelijk de voorlopige tenuitvoerlegging van het te wijzen vonnis toe te staan. Ondergeschikt vraagt zij, alvorens recht te doen ten gronde, enerzijds een getuigenverhoor toe te staan over de lading van de oplegger en anderzijds een deskundig onderzoek te bevelen betreffende het omkippen ervan. Verweerster vraagt de vordering ongegrond te verklaren. III. IN RECHTE De vordering van eiseres is, blijkens de dagvaarding en haar besluiten, gesteund op artt. 1382 en 1384 B.W., wegens de fout van de aangestelde waarvoor (de verzekeraar van) BVBA Gebroeders Goeyvaerts gehouden is tot schadevergoeding. Verweerster betwist onder meer de mogelijkheid van eiseres om een buitencontractuele vordering te stellen, gezien de contractuele verhoudingen tussen haar en BVBA Gebroeders Goeyvaerts. Hierover ter zitting ondervraagd, heeft eiseres bij monde van haar advocaat gesteld dat tussen haar en BVBA Gebroeders Goeyvaerts een mondelinge overeenkomst bestond. Aldus dient te worden onderzocht of eiseres niettegenstaande haar overeenkomst met BVBA Gebroeders Goeyvaerts op buitencontractuele grond kan vorderen tegen BVBA Gebroeders Goeyvaerts en zich dus ook op die grond kan richten tegen haar verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid. De contractant, ten deze BVBA Gebroeders Goeyvaerts, die zich door zijn werknemer laat vervangen voor de uitvoering van een contractuele verplichting, is zelf contractueel aansprakelijk voor de schade die de uitvoerder veroorzaakt. Hij kan slechts buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld indien de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht die op hem rust, en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt (Cass., 29 september 2006, R.W., 2006-07, 1717). De principiële onmogelijkheid voor contractspartijen om zich in het raam van hun contractuele verhouding op de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid te beroepen, vloeit voort uit de onderstelling dat contractspartijen hun contractuele rechtsverhouding en een in dit raam begane wanprestatie, behoudens andersluidend beding, uitsluitend door de regels van de contractuele aansprakelijkheid willen laten beheersen (Cass., 27 november 2006, RABG, 2007, 1257). Daaruit volgt dat het feit dat de fout contractueel is, niet het vorderen op buitencontractuele grondslag belet, maar dat de schade wel andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade moet zijn opdat een buitencontractuele vordering zou kunnen worden gesteld (Phang, L., "Over de rechtsverhouding tussen elektriciteitsmaatschappijen en hun afnemers en het samenloopverbod in deze verhouding" (noot onder Cass., 29 september 2006 en Cass., 27 november 2006), RABG, 2007, 1272-1273; Van Oevelen, A., "De samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid: een koerswijziging in de rechtspraak van het Hof van Cassatie" (noot onder Cass., 29 september 2006), R.W., 2006-07, 1720-1721). Opdat sprake zou zijn van andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade, mag de schade niet het gevolg zijn van de slechte uitvoering van de overeenkomst en mag de oorzaak van de schade niet te vinden zijn in een contractuele wanprestatie. De fout die de oorzaak van de schade was, mag niet contractueel zijn. Het loutere feit dat sprake is van indirecte schade, doet daaraan geen afbreuk (Bocken, H., "Samenloop contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid. Verfijners, verdwijners en het arrest van het Hof van Cassatie van 29 september 2006", NjW, 2007, 728-730). Indien de stelling van eiseres dat de het kantelen van de oplegger het gevolg is van slechte belading door de aangestelde van BVBA Gebroeders Goeyvaerts correct is, is daaraan ten deze niet voldaan. Zonder de belading door de aangestelde van BVBA Gebroeders Goeyvaerts, met andere woorden zonder de (beweerd foutieve) uitvoering van de overeenkomst tussen haar en eiseres, zou de oplegger niet gekanteld zijn. De schade waarvoor vergoeding wordt gevorderd, namelijk voertuigschade en daaraan verbonden takelkosten en gebruiksderving, is derhalve schade te wijten aan de beweerdelijk slechte uitvoering van de overeenkomst door de verzekerde van verweerster. Eiseres kan dan ook niet vorderen op buitencontractuele grond, zodat haar vordering ongegrond is. OM DEZE REDENEN, en de rechtspleging geschied zijnde in het Nederlands, conform art.2,34,36,37 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der landstalen in gerechtszaken. DE RECHTBANK, vonnissend op tegenspraak en in eerste aanleg : Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, begroot als volgt: - in hoofde van eiseres: euro 226,54 dagvaarding en rolstelling en euro 500,- rechtsplegingsvergoeding; - in hoofde van verweerster: euro 500,- rechtsplegingsvergoeding. J. Thys R. Vinckx PDF document ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div