← België

ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 04 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.4 Rolnummer: 07/97/A Rechtsgebied: Familierecht - Financieel recht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 152 - laatst gezien 2026-07-02 16:59 Fiche

  1. Een bank mag niet uit eigen beweging de rekening blokkeren van een echtgenoot wanneer zij vaststelt dat in een beschikking van de Vrederechter aan beide echtgenoten een algemeen vervreemdingsverbod is opgelegd.
  2. Een bank handelt onzorgvuldig wanneer zij nalaat te antwoorden op de brief van de klant over een blokkering van haar rekening. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJK - Verplichtingen en sancties - Dringende en voorlopige maatregelen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BANK - EN KREDIETWEZEN - Bankrecht - Aansprakelijkheid bankier HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BANK - EN KREDIETWEZEN - Bankverrichtingen - Bankrekening Vrije woorden: Blokkering bankrekening door bank op eigen initiatief - Geen antwoord op brief van klant. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 223 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Rolnummer : 07-97-A van : 04/02/2008 Rep nr. VONNIS : gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te TURNHOUT, op MAANDAG VIER FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ACHT; in de Openbare zitting van de VIJFDE KAMER, van de RECHTBANK van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, alwaar zetelden : R.VINCKX...............................................................................................Enig Rechter, Voorzitter J. THYS............................................................................................................................... Griffier PRO DEO dd. 21/12/2006 INZAKE : C. B., B., L., H., zonder beroep, wonende te (...); Eiseres alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. Van Winsen B., advocaat te 2340 BEERSE; Schoolstraat nr. 17; TEGEN : NV KBC BANK, ondernemingsnummer 0462.920.226, met zetel te 1080 ST. JANS MOLENBEEK, Havenlaan nr. 2; verweerster alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. Raepsaet, loco Mr. J. De Lat, advocaat te 2200 HERENTALS, Lierseweg nr. 238;; Gezien de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: - de inleidende dagvaarding, betekend bij exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Mietje Demeestere te Koekelberg van 9 januari 2007; - de beschikking bij toepassing van art. 747, § 2, Ger.W. van 2 juli 2007; - de besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie op 10 juli 2007 en 30 november 2007; - de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 15 oktober
  3. Gehoord partijen bij monde van hun voormelde raadslieden, in hun middelen en besluiten op de openbare zitting van 7 januari
  4. Gezien de stukken van eiseres. I. FEITEN Eiseres was gehuwd met K.V. Bij vonnis van 23 december 1999 legde de Vrederechter van het eerste kanton Turnhout bij toepassing van art. 223 B.W. maatregelen op voor onbepaalde duur. V. werd veroordeeld tot betaling van onderhoudsgeld aan eiseres voor beide kinderen. Aan beide echtgenoten werd het verbod opgelegd de roerende goederen afhangende van de huwgemeenschap te vervreemden, te verplaatsen en/of te verpanden. De zaak werd in voortzetting gesteld op de zitting van 27 januari 2000, maar het blijkt niet dat de opgelegde maatregelen nog gewijzigd werden. De echtscheiding tussen eiseres en haar echtgenoot werd uitgesproken bij vonnis van deze Rechtbank van 21 september 2006 op grond van vijf jaar feitelijke scheiding. De Rechtbank stelde vast dat de echtgenoten feitelijk gescheiden leefden sinds 8 februari
  5. Het vonnis werd betekend op 8 december 2006 en trad nadien in kracht van gewijsde. Wegens wanbetaling van het onderhoudsgeld, toegekend door de Vrederechter, liet eiseres bij exploot van 4 augustus 2005 bewarend beslag onder derden leggen in handen van verweerster lastens V. Bij exploot van 9 augustus 2005 werd het vonnis van 23 december 1999 betekend aan V., met omzetting van bewarend in uitvoerend beslag onder derden. Vervolgens stelde eiseres vast dat verweerster haar eigen bankrekeningen, 418-(...)-29 en 418-(...)-30, had geblokkeerd. Deze rekeningen waren geopend op 29 januari
  6. Verweerster licht toe dat aan het eerste nummer geen rekening is verbonden maar dat het louter het stamnummer of cliëntennummer van eiseres was. Per brief van 14 september 2005 aan verweerster, zowel op haar zetel als aan het kantoor te (...), stelde zij verweerster in gebreke tot deblokkering van de rekening. Verweerster antwoordde op 20 september 2005 dat zij de zaak onderzocht en er spontaan op zou terugkomen. Na herinneringen van eiseres via faxen van haar advocaat van 16 februari 2006 en 1 juni 2006 antwoordde verweerster uiteindelijk op 8 juni
  7. Zij stelde dat zij ingevolge het vervreemdingsverbod, vervat in het vonnis van 23 december 1999, verplicht was geweest tot blokkering over te gaan. Met een eenzijdig verzoekschrift van 5 december 2006 aan de beslagrechter in deze Rechtbank verzocht eiseres verweerster te veroordelen tot vrijgave van haar rekeningen. De beslagrechter wees het verzoek af bij beschikking van 7 december 2006, omdat niet bleek dat eiseres opzichtens verweerster over een schuldvordering beschikte zoals bedoeld in art. 1415 Ger.W. Daarop verzocht eiseres bij fax van haar advocaat van 13 december 2006 verweerster om vrijwillig te verschijnen voor deze Rechtbank. Op het ogenblik van de betekening van de dagvaarding was op dat verzoek nog geen reactie gekomen. Hangende het geding gaf verweerster de rekeningen van eiseres vrij, naar eigen zeggen omdat zij dan pas op de hoogte was gesteld van het echtscheidingsvonnis. II. VORDERINGEN Met de inleidende dagvaarding vroeg eiseres, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement: - verweerster op te leggen de door eiseres geopende rekening nrs. 418-(...)-29 en 418-(...)-30 onmiddellijk te deblokkeren het kredietsaldo op datum van 4 augustus 2005, vermeerderd met de gerechtelijke interesten aan 7 % per jaar, minstens de gebruikelijke conventionele interestvoeten van de bank tot op datum van vrijgave, uiterst ondergeschikt minstens het saldo van 4 augustus 2005, zonder enige aftrek, vrij te geven; - verweerster te veroordelen tot een schadevergoeding ex aequo et bono te ramen op euro 1.000,- wegens misbruik van recht en bevoegdheid om te beschikken over een rekening welke ze ten onrechte blokkeerde; - te zeggen voor recht dat deze deblokkering dient te gebeuren binnen de 24 uren na de betekening van de uitspraak, op straffe van een dwangsom van euro 100,- per dag vertraging. In besluiten vraagt zij: - te zeggen voor recht dat verweerster ten onrechte de rekeningen heeft geblokkeerd ingevolge een vonnis van de Vrederechter, maatregelen bevelend op grond van art. 223 B.W. tussen partijen waar verweerster geen partij was; dat verweerster niet door één per partijen verzocht is geweest over te gaan tot blokkering en zij niet gemachtigd is dit op eigen initiatief te doen; - verweerster te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van euro 1.000,- ex aequo et bono voor de materiële en morele schade opgelopen door eiseres ten gevolge van de blokkering; - verweerster te veroordelen tot betaling van een bedrag van euro 1.200,- aan tussenkomst in de advocatenkosten van eiseres. De voorlopige tenuitvoerlegging van het te wijzen vonnis wordt niet langer uitdrukkelijk gevraagd. Verweerster vraagt de vordering ongegrond te verklaren. III. IN RECHTE A. Fout van verweerster Verweerster stelt terecht dat het in het vonnis van de Vrederechter opgelegde vervreemdingsverbod algemeen en onbeperkt in de tijd was, en ook betrekking had op gelden op bankrekeningen, voor zover althans zij deel uitmaakten van de huwgemeenschap. Dit neemt echter niet weg, zoals eiseres terecht opmerkt, dat verweerster geen partij was in het geding voor de Vrederechter. Verweerster werd niet veroordeeld tot blokkering, er werd haar geen verbod tot vrijgave opgelegd. Het vervreemdingsverbod gold louter tussen de echtgenoten, partijen in het geding, die zich tegenover elkaar zouden moeten verantwoorden bij niet-naleving ervan, bijvoorbeeld in het raam van de vereffening-verdeling. Het kwam daarentegen niet aan verweerster toe om eigenmachtig, ongevraagd en onaangekondigd over te gaan tot wat zij meende een uitvoering van het vonnis te zijn, zonder zelfs maar concreet onderzoek of navraag of de betrokken gelden mogelijk tot de huwgemeenschap behoorden. Het zou verweerster niet kunnen verweten worden dat zij een echtgenoot liet beschikken over de tegoeden van zijn of haar rekening, geopend op eigen naam en niet gemeenschappelijk tijdens de feitelijke scheiding, omdat zij geen controle moest uitoefenen op de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen partijen. De rechten van V. werden verzekerd door correcte toepassing door verweerster van art. 218 B.W. Verweerster stelt nog dat zij "van meet af aan" een minnelijke of gerechtelijke opheffing suggereerde. Gezien de lopende echtscheiding, waarbij in het echtscheidingsvonnis te lezen staat dat eiseres haar toevlucht had moeten nemen in een vluchthuis en dat V. correctioneel was veroordeeld wegens aan haar toegebrachte slagen, was een minnelijke opheffing met akkoord van beide echtgenoten geen ernstig voorstel. Het voorstel "van meet af aan" moet verder toch gerelativeerd worden. Verweerster zegt gehandeld te hebben "zoals elke zorgvuldige bankier", maar had wel bijna negen maanden nodig en twee aanmaningen om te antwoorden op de vraag van eiseres. Dit kan moeilijk zorgvuldig genoemd worden, nog afgezien van het feit dat haar standpunt onjuist is. Dat verweerster pas tijdens dit geding kennis kreeg van het echtscheidingsvonnis, is verder niet relevant, nu zij ook zonder dat vonnis niet gerechtigd was tot blokkering over te gaan. De vordering van eiseres is dan ook principieel gegrond. B. Schade van eiseres Eigenlijke schade Verweerster betwist de door eiseres gevorderde schadevergoeding, bij gebreke aan bewijs. De vordering van eiseres is gesteld naar redelijk en billijkheid. Zij komt gepast voor. Er was niet alleen de onterechte blokkering met de daaruit volgende ongemakken, er was ook de bijzondere nalatigheid van verweerster om te antwoorden op de brief van eiseres. De schade van eiseres is derhalve zowel moreel als materieel. Eiseres vordert geen interesten. Vergoeding voor kosten van advocaat Eiseres is niet gerechtigd op de vergoeding van kosten van advocaat boven de rechtsplegingsvergoeding (art. 1022, laatste lid, Ger.W., zoals vervangen bij wet van 21 april 2007). Bijkomend moet vastgesteld worden dat eiseres beroep kan doen op een pro deo-advocaat, zodat zij terzake geen kosten heeft. IV. GERECHTSKOSTEN De kosten dienen ten laste te worden gelegd van verweerster. Aangezien eiseres wordt bijgestaan door een pro deo-advocaat, is de rechtsplegingsvergoeding in hoofde van verweerster te begroten op het minimumbedrag (art. 1022, lid 4, Ger.W.). Eiseres bekwam de kosteloze rechtspleging en kan derhalve de kosten van dagvaarding niet in rekening brengen. Zij vraagt zonder motivering het maximumbedrag van de rechtsplegingsvergoeding van euro 1.000,-. Er is echter niet voldaan aan één van de criteria van art. 1022, lid 3, Ger.W., zodat slechts het basisbedrag wordt toegekend. OM DEZE REDENEN, en de rechtspleging geschied zijnde in het Nederlands, conform art.2,34,36,37 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der landstalen in gerechtszaken. DE RECHTBANK, vonnissend op tegenspraak en in eerste aanleg : Verklaart de vordering ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond. Zegt voor recht dat verweerster ten onrechte de rekening of rekeningen van eiseres bij haar heeft geblokkeerd ingevolge een vonnis van de Vrederechter van het eerste kanton te Turnhout van 23 december 1999, maatregelen bevelend op grond van art. 223 B.W. tussen partijen waar verweerster geen partij was; dat verweerster niet door één der partijen verzocht is geweest over te gaan tot blokkering en dat zij niet gemachtigd was dit op eigen initiatief te doen. Veroordeelt verweerster om aan eiseres DUIZEND EURO ( euro 1.000,- ) te betalen voor materiële en morele schade. Wijst het anders- of meergevorderde af als ongegrond. Veroordeelt verweerster tot de kosten van het geding, begroot als volgt: - in hoofde van eiseres: euro 400,- rechtsplegingsvergoeding; - in hoofde van verweerster: euro 200,- rechtsplegingsvergoeding. J. Thys R. Vinckx PDF document ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.