id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 04 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.5 Rolnummer: 07/937/A Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-02 16:59 Fiche
- Er wordt geen deskundigenonderzoek bevolen indien de vordering ten gronde wellicht toch om een andere reden dan de aangevoerde gebreken zou moeten worden afgewezen.
- De korte termijn bedoeld in art. 39 CISG bedraagt maximum ongeveer één maand. Een dagvaarding in tussenkomst tegen de voorgaande verkoper is laattijdig wanneer zij pas ruim vier maanden volgt na de voorgaande dagvaarding door de koper waarin de beweerde gebreken in de verkochte zaak werden gemeld. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Algemeen BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Internationale koop Vrije woorden: DESKUNDIGENONDERZOEK: vordering ten gronde om andere redenen dan gebrek af te wijzen. INTERNATIONALE KOOP: korte protesttermijn Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 875bis - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Verdrag of internationale overeenkomst - 11-04-1980 - 39 - 33 Link Justel databank 19800411-33 Tekst van de beslissing Rolnummer : 07-937-A van : 04/02/2008 Rep nr. VONNIS : gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te TURNHOUT, op MAANDAG VIER FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ACHT; in de Openbare zitting van de VIJFDE KAMER, van de RECHTBANK van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, alwaar zetelden : R.VINCKX...............................................................................................Enig Rechter, Voorzitter J. THYS............................................................................................................................... Griffier INZAKE : D. J. I., (...), geboren te (...) op (...), wonende te (...); -- Eiseres -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. Fr. Janssen, advocaat te 2230 HERSELT, Aarschotsesteenweg nr. 7; TEGEN :
- Bvba IMMO DE MEUTTER, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0422.011.366, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2200 Herentals, Breidelstraat 3 ;
- K.B.C. VERZEKERINGEN, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0403.552.563, met maatschappelijke zetel gevestigd te 3000 Leuven, Waaistraat 6; -- verweerders -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. De Meyer, loco Mr. L. Sol, advocaat te 2300 TURNHOUT, Gemeentestraat nr. 4 bus 6; EN INZAKE :
- Bvba IMMO DE MEUTTER, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0422.011.366, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2200 Herentals, Breidelstraat 3; -- eiseres in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. De Meyer, loco Mr. L. Sol, advocaat te 2300 TURNHOUT, Gemeentestraat nr. 4 bus 6; TEGEN : Nv. CENTERBETON, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2200 Herentals, Poel 11 ondernemingsnummer 0480.012.418; -- verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. T. Robeyns, advocaat te 2300 TURNHOUT, Baron F. du Fourstraat nr. 2 bus 8; EN INZAKE : D. J. I. (...), geboren te (...) op (...), wonende te (...); -- Eiseres in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. Fr. Janssen, advocaat te 2230 HERSELT, Aarschotsesteenweg nr. 7; TEGEN : Nv. BOLIDT BELGIE, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0417.224.516, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2140 Borgerhout, Joe Englishstraat 63 B 47, -- eerste verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. A. Ramon, loco Mr. S. Breys, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg nr. 177/6; De Heer J. A., A., architect, geboren te (...) op (...) en wonende te (...); -- tweede verweerder in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. Hoogmartens, loco Mr. H. Lamon, advocaat te 3500 HASSELT, De Schiervellaan nr. 23; EN INZAKE : Nv. CENTERBETON, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2200 Herentals, Poel 11 ondernemingsnummer 0480.012.418; -- eiseres in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. T. Robeyns, advocaat te 2300 TURNHOUT, Baron F. du Fourstraat nr. 2 bus 8; TEGEN : PORTLAND ZEMENTWERKE SEIBEL + SOEHNE oHG, vennootschap naar Duits Recht, met zetel te Duitsland, 59597 ERWITTE, Berger Strasse 100; -- verweerster in tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. T. Hens, advocaat te 2300 TURNHOUT, de Merodelei nr. 112; BOUWMATERIALEN VAN PELT Nv. RPR ANTWERPEN KBO 0403.750.523, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2980 Zoersel, Kapellei 157; -- verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring -- alhier ter zitting niet verschenen noch vertegenwoordigd; Gezien de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: - de inleidende dagvaarding, betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Michel Van Heertum te Mol van 23 mei 2007; - de dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring, betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Jan Eyskens te Turnhout van 11 juni 2007; - de dagvaarding in tussenkomst, betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Michel Van Heertum te Mol van 10 juli 2007; - het voor eensluidend verklaard afschrift van het tegensprekelijk vonnis van de vakantiekamer in deze Rechtbank van 26 juli 2007; - de dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring, betekend bij exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Willem Rigouts te Antwerpen van 25 oktober 2007 en akte van het Amtsgericht te Lippstadt (Duitsland) van 9 november 2007; - de besluiten van Portland Zementwerke Seibel & Söhne oHG, neergelegd ter griffie op 3 januari 2008 en ter zitting van 7 januari 2008; - de besluiten van NV Centerbeton, neergelegd ter zitting van 7 januari
- Gehoord partijen behalve NV Bouwmaterialen Van Pelt bij monde van hun voormelde raadslieden, in hun middelen en besluiten op de openbare zitting van 7 januari
- Gezien de stukken van I. D. J., NV Centerbeton en Portland Zementwerke Seibel & Söhne oHG. I. FEITEN EN VOORGAANDEN De tot dan gestelde vorderingen van partijen en de feiten die eraan ten grondslag liggen, werden reeds uiteengezet in het voorgaande vonnis van 26 juli
- Met dat vonnis, gewezen bij verstek opzichtens J. A. en voor het overige op tegenspraak, werd alvorens te oordelen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vorderingen, onder voorbehoud van alle rechten van partijen, de heer Norbert Smets aangesteld aan als gerechtsdeskundige, en de zaak in voortzetting gesteld op de zitting van maandag 7 januari
- De gerechtsdeskundige vatte zijn opdracht aan. Hij stelde een verslag op van een vergadering van 5 november 2007, waar ook de thans in tussenkomst gedaagde partijen en A. aanwezig of vertegenwoordigd waren. Daarin noteerde hij op blz. 3 dat op dat ogenblik nog maar één hypothese overeind bleef, namelijk de aanwezigheid van kalkpitten in de levering van de basismaterialen, al dan niet via de aangewende vervoermiddelen. De advocaat van Portland Zementwerke Seibel & Söhne reageerde op dit verslag per fax van 28 november 2007 aan de gerechtsdeskundige, volgens verzendingsbericht pas verzonden op 29 november. Hij wees er op dat zijn cliënte geen partij was in de expertise en dat zij geen cement in bulk afleverde bij NV Centerbeton maar dat het cement werd geleverd af fabriek en NV Centerbeton zelf voor het vervoer instond. Verder verwees hij naar een brief van de advocaat van NV Centerbeton van 22 november 2007, die niet aan de Rechtbank wordt voorgelegd, waarin deze zou stellen dat er geen kalkpitten in de bij haar afgenomen cement zitten. Per brief van 28 november 2007 nodigde de gerechtsdeskundige de betrokkenen uit voor een nieuwe bijeenkomst op 5 december
- Daar was A. wel vertegenwoordigd, maar niet de thans in tussenkomst gedaagde partijen. II. PROCEDURE Het vonnis van 26 juli 2007 werd bij verstek uitgesproken opzichtens A. Ter zitting van 7 januari 2008 waren partijen het erover eens om opzichtens hem verder op tegenspraak te handelen. NV Bouwmaterialen Van Pelt is ter zitting niet verschenen noch iemand voor haar. De zaak werd evenwel correct vastgesteld bij toepassing van art. 19, lid 2, Ger.W., zodat opzichtens haar bij verstek wordt gevonnist. III. VORDERINGEN Met de dagvaarding in tussenkomst vroeg NV Centerbeton, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement, te zeggen voor recht dat de gedwongen tussenkomende partijen gehouden zijn om haar te vrijwaren voor alle veroordelingen die opzichtens haar zouden worden uitgesproken, zowel in hoofdsom, interesten als gerechtskosten. In besluiten vraagt zij, alvorens recht te doen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vorderingen, en onder voorbehoud van alle partijen, tevens in deze procedure in tussenkomst ingenieur Norbert Smets aan te stellen als gerechtsdeskundige. Portland Zementwerke Seibel & Söhne vraagt de vordering van NV Centerbeton tot vrijwaring onbepaald uit te stellen en de vordering tot aanstelling van een gerechtsdeskundige als ongegrond af te wijzen. IV. IN RECHTE A. Vordering tegen Portland Zementwerke Seibel & Söhne Portland Zementwerke Seibel & Söhne werpt onder meer op dat elke vordering ten gronde van NV Centerbeton tegen haar onontvankelijk zou moeten worden verklaard in het licht van artt. 38 en 39 van het Weense Koopverdrag (CISG). De Rechtbank onderzoekt eerst dit punt, omdat het niet zinvol is een deskundigenonderzoek met de daaraan verbonden kosten te bevelen indien uiteindelijk de vordering toch wellicht om een andere reden zou moeten worden afgewezen. Portland Zementwerke Seibel & Söhne is de leverancier van het cement aan NV Centerbeton. De toepassing van het CISG op hun onderlinge relatie staat terecht niet ter discussie. De Rechtbank beschikt over onvoldoende gegevens om te oordelen over de naleving van de keuringstermijn zoals bedoeld in art. 38 CISG door NV Centerbeton. Het kan in de huidige stand van het geding niet worden uitgesloten dat een zorgvuldige keuring vóór het effectieve gebruik van het cement de beweerde gebreken niet aan het licht zou hebben gebracht. In de dagvaarding in tussenkomst van 11 juni 2007, waarmee BVBA Immo De Meutter NV Centerbeton in het geding betrok, werd gesteld "dat de beweerde schade immers mogelijk het gevolg zou kunnen zijn van een gebrek in het gebruikte zand en cement". Het exploot werd betekend in handen van de afgevaardigd bestuurder van NV Centerbeton, zodat zij minstens op 11 juni 2007 kennis had van de beweerde gebreken in het cement dat zij geleverd had en dat zij zelf gekocht had bij Portland Zementwerke Seibel & Söhne. Vanaf dat ogenblik was NV Centerbeton dan ook krachtens art. 39 CISG verplicht binnen een redelijke termijn kennis te geven van de beweerde gebreken aan haar eigen verkoper, bij gebreke waaraan zij zich tegenover de verkoper niet meer op die gebreken zou kunnen beroepen. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden, maar naar algemeen wordt aangenomen is het maximum één maand (De Groot, S., "Non-conformiteit volgens het Weens Koopverdrag", T.P.R., 1999, 675-677; Erauw, J., e.a., "Overzicht van rechtspraak. Internationaal privaatrecht en nationaliteitsrecht (1998-2006)", T.P.R., 2006, 1606; Van Houtte, H., e.a., Het Weens Koopverdrag, Intersentia, 1997, nr. 5.50). De eerste klacht van NV Centerbeton bij Portland Zementwerke Seibel & Söhne blijkt uit de dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring van 25 oktober 2007, waarin gemeld wordt "dat er misschien een probleem zou zijn met betrekking tot het gebruikte zand en cement", zijnde vier een een halve maand later. Het is wel duidelijk dat er voordien contacten waren, aangezien Portland Zementwerke Seibel & Söhne aanwezig was op de expertisezitting van 5 november 2007, vooraleer haar het exploot in Duitsland betekend was. Maar over de inhoud en het tijdstip van die contacten wordt geen inlichtingen verstrekt. Het blijkt dan ook niet dat zij tijdig waren en een voldoende duidelijk protest inhielden om te voldoen aan art. 39 CISG. De vordering tot aanstelling van een gerechtsdeskundige wordt dan ook ongegrond verklaard, de vordering in vrijwaring wordt in overeenstemming met het verzoek van Portland Zementwerke Seibel & Söhne uitgesteld samen met de controle van het deskundig verslag. B. Vordering tegen NV Bouwmaterialen Van Pelt Krachtens art. 981 Ger.W. kan het deskundigenonderzoek niet worden tegengeworpen aan NV Bouwmaterialen Van Pelt indien gerechtsdeskundige Smets reeds voordien zijn voorlopig verslag heeft verstuurd, tenzij van het middel van de niet-tegenwerpbaarheid wordt afgezien. NV Bouwmaterialen Van Pelt laat verstek, zodat niet blijkt dat zij van dat middel afziet. Wel moet vastgesteld worden dat NV Bouwmaterialen Van Pelt vertegenwoordigd was op de expertisezitting van 5 november
- Eerder dan een volledige nieuwe expertise te bevelen, komt het dan ook gepast voor het lopende onderzoek uit te breiden tot NV Bouwmaterialen Van Pelt, met dien verstande dat de gerechtsdeskundige desgevallend op haar verzoek reeds gedane werkzaamheden moet overdoen en desgevallend een bijkomende termijn moet laten om te antwoorden op reeds meegedeelde verslagen. OM DEZE REDENEN, en de rechtspleging geschied zijnde in het Nederlands, conform art.2,34,36,37 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der landstalen in gerechtszaken. DE RECHTBANK, Vonnissend bij verstek opzichtens NV Bouwmaterialen Van Pelt en voor het overige op tegenspraak. Verder rechtdoende na het vonnis van de vakantiekamer in deze Rechtbank van 26 juli
- Stelt vast dat partijen het erover eens zijn om de procedure opzichtens J. A. verder op tegenspraak te laten verlopen. Verklaart de vordering van NV Centerbeton tegen Portland Zementwerke Seibel & Söhne oHG tot aanstelling van een gerechtsdeskundige ongegrond. Beveelt gerechtsdeskundige Norberts Smets, aangesteld bij het voorgaande vonnis van 26 juli 2007, om zijn opdracht uit te breiden tot NV Bouwmaterialen Van Pelt, met dien verstande dat op haar verzoek reeds gedane werkzaamheden moeten worden overgedaan en dat haar desgevallend een bijkomende termijn moet worden gelaten om te antwoorden op reeds meegedeelde verslagen. Stelt de zaak, met inbegrip van de vordering tot vrijwaring van NV Centerbeton tegen Portland Zementwerke Seibel & Söhne oHG en NV Bouwmaterialen Van Pelt in voortzetting op de zitting van maandag 5 mei 2008 om 9.00 uur voor nazicht van de neerlegging van het deskundig verslag. Houdt de beslissing betreffende de kosten aan. J. Thys R. Vinckx PDF document ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080204.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.