id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 11 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080211.1 Rolnummer: 05/6/A Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 164 - laatst gezien 2026-07-02 17:01 Fiche
- Een vordering tot het verlijden van de authentieke koopakte moet niet worden gekantmeld op het hypotheekkantoor.
- De koper kan de nietigverklaring vorderen van de onderhandse koopovereenkomst betreffende een onroerend goed, opgesteld door een notaris, waarin niet voldaan is aan de decretale informatieverplichtingen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Onroerende publiciteit - Randmelding PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Vernietiging titel Vrije woorden: Randmelding hypotheekkantoor: vordering tot verlijden van authentieke koopakte. Vernietiging titel wegens niet-naleving van informatieverplichtingen. Wettelijke bepalingen: Wet - 16-12-1851 - 3 - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - 162 - 33 ELI link Pub nr 1999035652 Nota: Bevestigd bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 29 juni 2009, eerste kamer, inzake 2008/AR/
- Tekst van de beslissing Rolnummer : 05-6-A van : 11/02/2008 Rep nr. VONNIS : gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te TURNHOUT, op MAANDAG ELF FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ACHT; in de Openbare zitting van de VIJFDE KAMER, van de RECHTBANK van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Turnhout, alwaar zetelden : R.VINCKX...............................................................................................Enig Rechter, Voorzitter J. THYS............................................................................................................................... Griffier INZAKE : C. J., C., F., M., (...), geboren te (...) op (...), wonende te (...); Eiser op hoofdeis, verweerder op tegeneis alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. A. Snick. , loco Mr. Linders L., advocaat te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel nr. 131; TEGEN : D. M., L., F., (...), geboren te (...) op (...), wonende te (...), voorheen, thans te (...); Verweerster op hoofdeis, eiseres op tegeneis; alhier ter zitting vertegenwoordigd door Mr. De Roeck, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan nr. 6; Gezien de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: - de inleidende dagvaarding, betekend bij exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Tanguy van Lidth de Jeude te Antwerpen van 13 december 2004; - de besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie op 6 april 2005, 10 juni 2005, 23 september 2005 en 27 september 2005; - de besluiten van eiser, neergelegd ter griffie op 11 mei 2005, 30 augustus 2005 en 13 september 2005; - de beschikking bij toepassing van (oud) art. 750, § 2, Ger.W. van 1 juni 2007; - de besluiten van verweerster, neergelegd ter griffie op 7 september 2007 en 16 november 2007 en ter zitting van 14 januari 2008; - de besluiten van eiser, neergelegd ter griffie op 16 november
- Gehoord partijen bij monde van hun voormelde raadslieden, in hun middelen en besluiten op de openbare zitting van 14 januari
- Gezien de stukken van partijen. I. FEITEN Volgens onderhandse overeenkomst van 25 juni 2004, waarvan de echtheid deels ter discussie staat, verkocht eiser aan verweerster een woning te (...) met tussenliggende bouwgrond, voor de prijs van euro 4.000.000,-. Verweerster kocht voor zichzelf het vruchtgebruik en maakte zich sterk voor de vier kinderen van haar broer, met name (...) die zouden kopen als naakte eigenaar. (...), geboren op (...), was op ogenblik nog minderjarig. De overeenkomst werd gesteld op papier met het briefhoofd van notaris Coppens te Vosselaar. De overeenkomst werd gesloten onder de opschortende voorwaarde van enerzijds het bekomen van een gunstig bodemattest, waartoe eiser het nodige zou doen, en anderzijds het voorleggen van het bewijs van een stedenbouwkundige vergunning en de afwezigheid van dagvaarding wegens stedenbouwinbreuken, vóór het verstrijken van de termijn voorzien voor het verlijden van de notariële akte. De eigendom van het goed zou worden overgedragen bij het verlijden van de notariële akte, die uiterlijk op 15 juli 2004 zou moeten plaatsvinden. De ingenottreding van verweerster zou gebeuren per 15 oktober
- De sterkmaking werd niet bekrachtigd, de koopprijs niet betaald, de akte niet verleden. Met een aangetekende brief van zijn advocaat van 24 september 2004, volgens poststempel verstuurd op 28 september 2004, stelde eiser verweerster in gebreke tot het verlijden van de authentieke akte uiterlijk op 14 oktober
- Haar advocaat antwoordde met een uitvoerige brief van 8 oktober 2004, waarbij de stelling van eiser betwist werd. Verdere briefwisseling tussen advocaten leidde niet tot een oplossing. Eiser legt bodemattesten voor betreffende de percelen waarop de koop betrekking heeft. Hangende het geding legde verweerster in handen van de onderzoeksrechter in deze Rechtbank klacht met burgerlijke partijstelling neer lastens onbekenden wegens valsheid in geschrifte en gebruik en oplichting. Eiser en makelaar (...) werden tijdens het onderzoek als verdachten geïdentificeerd. Met beschikking van 3 april 2007 oordeelde de raadkamer in deze Rechtbank, conform de vordering van de procureur des Konings, dat er geen aanleiding was tot vervolging. II. VORDERINGEN Met de inleidende dagvaarding vroeg eiser, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het recht op kantonnement: - in hoofdorde: verweerster te veroordelen tot betaling van euro 4.000.000,-, vermeerderd met de verwijlinteresten aan 7 % per jaar vanaf 15 juli 2004 en te zeggen voor recht dat het tussen te komen vonnis geldt als authentieke titel met bekrachtiging van de verkoop van de volle eigendom van de woning met bijhorende grond gelegen te (...) evenals van een tussenliggende bouwgrond, gekadastreerd sectie (...) nrs. (...) met een oppervlakte van ongeveer zevenduizend vierkante meter en dit met het oog op overschrijving van de verkoop op het hypotheekkantoor, minstens verweerster te veroordelen om haar medewerking te verlenen aan het verlijden van de authentieke verkoopovereenkomst voor hetzelfde goed binnen de maand na de uitspraak van het tussen te komen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van euro 25.000,- per dag vertraging; - ondergeschikt: verweerster te veroordelen tot betaling van euro 3.124.800,-, vermeerderd met de verwijlinteresten aan 7 % per jaar vanaf 15 juli 2004 en te zeggen voor recht dat het tussen te komen vonnis geldt als authentieke titel ter bekrachtiging van de verkoop van het vruchtgebruik van hetzelfde goed met het oog op overschrijving op het hypotheekkantoor, minstens verweerster te veroordelen om haar medewerking te verlenen aan het verlijden van authentieke verkoopovereenkomst voor het vruchtgebruik van hetzelfde goed binnen de maand na de uitspraak van het tussen te komen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van euro 20.000,- per dag vertraging; - verweerster tevens te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van euro 87.520,-. In besluiten vraagt eiser een schadevergoeding van euro 1.200.000,-, minstens van euro 87.520,-, te vermeerderen met de gerechtelijke interesten. Verder vraagt hij, voor zoveel als nodig, hem toe te laten bepaalde punten te bewijzen met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen. Verweerster vraagt in het beschikkend gedeelte van haar laatste besluiten de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, maar werpt in het motiverend gedeelte ervan wel de onontvankelijkheid van de vordering op. Verder vraagt zij haar akte verlenen: - dat zij zich het recht voorbehoudt tot overlegging van de relevante stukken die de vordering van eiser weerleggen; - dat zij, voor zoveel als nodig in toepassing van art. 871-878 Ger.W. de overlegging vordert van de recent verrichte aankoop door bemiddeling van (...) en de notariële akte die daarvan noodzakelijkerwijze het gevolg moet geweest zijn. Op tegeneis vraagt zij veroordeling van eiser tot betaling van euro 25.000,- wegens tergend en roekeloos geding. Eiser vraagt deze tegenvordering ongegrond te verklaren. III. PROCEDURE Verweerster stelt dat de inleidende dagvaarding had moeten gekantmeld worden op het hypotheekkantoor bij toepassing van art. 3 Hyp.W. Dit is echter slechts het geval wanneer reeds een voor overschrijving vatbare, dus authentieke, akte bestaat. Dat is ten deze niet het geval. Een dagvaarding strekkende tot veroordeling om mee te werken aan het verlijden van een authentieke akte moet bijgevolg niet worden gekantmeld (Byttebier, K., Voorrechten en hypotheken in hoofdlijnen, Maklu, 1997, nr. 188). Om dezelfde redenen diende ook de vordering van verweerster tot nietigverklaring van de overeenkomst niet te worden gekantmeld. IV. IN RECHTE A. Ontvankelijkheid Volgens verweerster wenst eiser een declaratief vonnis te bekomen, omdat tussen partijen geen koopovereenkomst zou zijn tot stand gekomen. De vraag of sprake is van een koopovereenkomst, is een beoordeling ten gronde. Eiser stelt dat een koopovereenkomst bestaat. Hij vraagt niet dat het te wijzen vonnis zou gelden als koopovereenkomst, maar als authentieke bevestiging van de bestaande onderhande overeenkomst, met het oog op overschrijving ervan en daaruit volgende tegenstelbaarheid. De bedenkingen die verweerster verder formuleert over het tijdens het geding voorleggen van bijkomende stukken beïnvloeden geenszins de ontvankelijkheid van de vordering. Het is immers toegelaten in de loop van het geding bijkomende stukken voor te leggen. B. Nietigheid van de koopovereenkomst Verweerster werpt de nietigheid van de overeenkomst op op grond van de wetgeving betreffende ruimtelijke ordening en bodemsanering, en betreffende de machtiging bij het optreden voor minderjarigen. Ruimtelijke ordening Verweerster werpt de nietigheid van de koop-verkoopovereenkomst op, omdat niet voldaan was aan de informatieverplichtingen bedoeld in art. 199 van het decreet van 18 mei 1999 (hierna "DRO"). Eiser argumenteert niet specifiek op dit punt. In de onderhandse overeenkomst verklaarden partijen de overeenkomst te willen sluiten, "ondanks het feit dat de door hen aangezochte notaris niet kan voldoen aan de informatieverplichting hem opgelegd in artikel 199 van voormeld decreet". Art. 199, § 2, DRO, een overgangsbepaling, schrijft voor welke informatie moet worden opgenomen in koopovereenkomsten betreffende onroerend goed. Krachtens art. 199, § 2, lid 1, DRO, zijn de bepalingen ervan slechts toepasselijk 31 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad dat de betrokken gemeente beschikt over plannenregister en vergunningenregister. Dit is tot op heden nog niet gebeurd voor de gemeente (...). Art. 199, § 2, laatste lid, DRO, zoals toegevoegd bij decreet van 21 november 2003 met ingang van 8 februari 2004, bepaalt echter dat de informatieverplichtingen vervat in art. 137, § 1 ,lid 1, 1° en 3°, en § 1, lid 3 en 4, onmiddellijk toepasselijk zijn. De overeenkomst werd onbetwist opgesteld door notaris Coppens, te beschouwen als instrumenterend ambtenaar in de zin van art. 137, § 1, DRO. Aldus diende te worden vermeld: - of er voor het onroerend goed een stedenbouwkundige vergunning is uitgereikt; - of er voor het onroerend goed een dagvaarding werd uitgebracht overeenkomstig artt. 146 of 149 tot en met 151 DRO en iedere in de zaak gewezen beslissing; Verder diende art. 99 DRO integraal te worden opgenomen en diende een afzonderlijke akte te worden opgesteld in geval van een definitieve rechterlijke beslissing houdende verplichting tot herstelmaatregelen. Art. 99 DRO werd integraal opgenomen. Eiser verklaarde dat alle door hem opgerichte vergunningsplichtige constructies vergund werden en dat er bij zijn weten tegen stedenbouwkundige overtredingen inzake het verkochte goed waren vastgesteld. Deze vermelding vanwege eiser volstond niet. De notaris diende de nodige inlichtingen in te winnen bij gemeentebestuur en hypotheekkantoor. In de overeenkomst van 25 juni 2004 werd dan ook correct vermeld dat op dat ogenblik niet voldaan was aan de informatieverplichting bedoeld in art. 199 DRO. Bijkomend moet vastgesteld worden dat tot op heden nog steeds geen informatie terzake wordt voorgelegd aan de Rechtbank, zodat zij niet kan nagaan of de opschortende voorwaarde ondertussen vervuld is. De niet-naleving van de informatieverplichting hield een inbreuk in op art. 146, 4°, DRO. De burgerlijke sanctie daarop is vervat in art. 162 DRO, dat voorziet in de mogelijkheid tot vernietiging van de koopovereenkomst door de Rechtbank. Deze mogelijkheid bestaat niet alleen wanneer sprake is van herstelmaatregelen, maar bij elk misdrijf bedoel in art. 146 DRO, onder meer inzake de informatieverplichting vervat in art. 146, 4°, DRO (Vansant, P., De herstelmaatregel in het Vlaamse decreet ruimtelijke ordening, nr. 267). De nietigheid wordt geponeerd en door de Rechtbank vastgesteld. Daaruit volgt de ongegrondheid van de hoofdvordering, zonder dat de andere argumenten van eiser nog moeten onderzocht worden. C. Tegenvordering Het blijkt niet dat eiser zonder ernstige motivering of met het doel verweerster te schaden de vordering heeft ingesteld. Er ligt immers een onderhandse overeenkomst voor, en de klacht van verweerster wegens de beweerde valsheid ervan leidde tot een buitenvervolgingstelling. De tegenvordering is derhalve eveneens ongegrond. V. GERECHTSKOSTEN Beide partijen begroten hun rechtsplegingsvergoeding op euro 30.000,-, zijnde het maximumbedrag. Er is in deze evenwel geen reden om af te wijken van het basisbedrag. De zaak vertoont geen bijzondere complexiteit, mede gelet op haar waarde. Andere redenen om van het basisbedrag af te wijken worden niet gegeven. OM DEZE REDENEN, en de rechtspleging geschied zijnde in het Nederlands, conform art.2,34,36,37 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der landstalen in gerechtszaken. DE RECHTBANK, vonnissend op tegenspraak en in eerste aanleg : Verklaart de hoofd- en tegenvordering ontvankelijk. Zegt voor recht dat de koop-verkoopovereenkomst tussen partijen van 25 juni 2004 betreffende een onroerend goed gelegen te (...) met tussenliggende bouwgrond, nietig is bij toepassing van art. 162 van het Vlaamse decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Verklaart hoofd- en tegenvordering ongegrond. Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding, begroot als volgt: - in hoofde van eiser: euro 281,88 dagvaarding en rolstelling en euro 15.000,- rechtsplegingsvergoeding; - in hoofde van verweerster: euro 15.000,- rechtsplegingsvergoeding. J. Thys R. Vinckx PDF document ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080211.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.