id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 07 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080407.4 Rolnummer: 06/1606/A Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-05-07 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-07-02 17:17 Fiche
- Aan de vereisten van art. 1326 B.W. moet niet voldaan zijn bij een algemene borgtocht waarvan het bedrag niet vaststaat.
- De borgtocht moet geïnterpreteerd worden volgens de gemeenrechtelijke interpretatieregels, in de eerste plaats de gemeenschappelijke bedoeling van partijen en anders ten voordele van hem die zich verbonden heeft. Een borgtocht voor alle schulden die een schuldenaar 'heeft' omvat slechts de op dat ogenblik bestaande schulden.
- De afbetalingen door de schuldenaar moeten eerst worden aangerekend op de gewaarborgde schuld. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Uitlegging overeenkomst BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Schriftelijk bewijs - Onderhandse akte - Onderhandse biljetten BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Modaliteiten BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Schuldeiser-borg Vrije woorden: Uitlegging overeenkomst: omvang borgtocht. Bewijs: Borgtocht voor onbepaalde geldsom. Borgtocht:
- Bewijs - Onbepaalde geldsom.
- Omvang - Interpretatie - Voor alle schulden die schuldenaar 'heeft'.
- Toerekening van afbetalingen door schuldenaar. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1156 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1162 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1326 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 2037 - 35 ELI link Pub nr 1804032155 Tekst van de beslissing A.R. nr: 06/1606/A van: 7 april 2008 Rep.nr.: VONNIS uitgesproken in het gerechtsgebouw Het Kasteel te Turnhout op MAANDAG ZEVEN APRIL TWEEDUIZEND EN ACHT, in de openbare zitting van de VIJFDE KAMER van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het Gerechtelijk Arrondissement Turnhout, alwaar zetelden: R. VINCKX, Alleenzetelend Rechter; E. SNEYDERS, Griffier. INZAKE VAN: De B.V.B.A. FACTO, met ondernemingsnummer 0458.652.226, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder het nummer 434, met vennootschapszetel gevestigd te 2460 Kasterlee, boskant 35, en uitbating te 2200 Herentals, Lierseweg
- -- eiseres. -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door mr. L. Peeters, advocaat te 2250 Olen, Gerheiden
- TEGEN: X. -- verweerder. -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door mr. J. Van Looy, advocaat te 2280 Grobbendonk, Bevrijdingsstraat 20A. * * * * * Gezien de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: - de inleidende dagvaarding, betekend bij exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Filip Van Dessel te Herentals van 9 oktober 2006; - de besluiten van verweerder, neergelegd ter griffie op 8 maart 2007; - de beschikking bij toepassing van art. 747, § 2, Ger.W. van 12 oktober 2007; - de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 29 november 2007; - de besluiten van verweerder, neergelegd ter griffie op 15 januari
- Gehoord partijen bij monde van hun voormelde raadslieden, in hun middelen en besluiten op de openbare zitting van 10 maart
- Gezien de stukken van partijen. I. FEITEN Eiseres verrichtte prestaties van accountancy, fiscaliteit en algemene administratieve begeleiding voor NV XX. Met een aangetekende brief van 27 oktober 2003 beklaagde eiseres er zich over dat nog steeds niet alle documenten nodig voor de afsluiting van het boekjaar 2002 waren bezorgd en dat de facturen sinds januari 2003 onbetaald bleven. Zij zette daarom de samenwerking stop. Daarop volgden besprekingen, waarna eiseres haar werkzaamheden voor NV XX verder zette. In het raam daarvan ondertekende verweerder, bestuurder en aandeelhouder van NV XX, op 17 november 2003 een document getiteld "akte van borgstelling", waarin hij zich hoofdelijk en solidair borg te stellen voor alle schulden dewelke NV XX "heeft" ten opzichte van eiseres. Het document werd gesteld op briefpapier van eiseres. NV XX werd failliet verklaard bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Turnhout van 22 februari
- Eiseres diende een aangifte van schuldvordering in voor een bedrag van euro 16.716,
- Met brief van haar advocaat van 14 juli 2005 stelde zij verweerder in gebreke tot betaling van euro 15.196,52, meer interesten en schadebeding van 10 %. Na de inwerkingtreding van de wet van 20 juli 2005 legde eiseres een bijkomende verklaring neer inzake de borgtocht door verweerder. Deze verzocht op zijn beurt de Rechbank van Koophandel om daarvan bevrijd te worden. Het faillissement van NV XX werd afgesloten met vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Turnhout van 15 januari
- Vervolgens verklaarde zij met vonnis van 12 februari 2008 verweerders verzoek tot bevrijding ontvankelijk doch ongegrond. II. VORDERINGEN Eiseres vraagt veroordeling van verweerder tot betaling van euro 17.602,63, te vermeerderen met de verwijlinteresten aan 7 % vanaf 14 juli 2005, datum van ingebrekestelling, en de gerechtelijke interesten. In besluiten vraagt zij niet langer de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis toe te staan, en vraagt zij in ondergeschikte orde en alvorens recht te doen ten gronde haar toe te laten het bewijs te leveren met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, dat op 17 november 2003 verweerder zich opzichtens haar verbond tot een algemene borgstelling tot betaling van alle bestaande en toekomstige schulden van NV XX ten opzichte van haar. Verweerder vraagt de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, minstens het bedrag van de vordering te herleiden tot euro 1.422,
- III. IN RECHTE A. Formele geldigheid van de borgtocht Verweerder stelt dat het ondertekende document geen formele geldigheid heeft, omdat het niet voldoet aan de vereisten van art. 1326 B.W. Die bepaling is echter niet van toepassing bij een algemene borgtocht waarvan het bedrag niet vaststaat (Van Quickenborne, M., Borgtocht in A.P.R., nr. 303). B. Omvang van borgtocht Principe Volgens eiseres heeft de borgtocht betrekking op alle schulden, bestaande op 17 november 2003 of nadien, van NV XX opzichtens haar. Verweerder stelt dat de borgtocht slechts de op 17 november 2003 bestaande schulden omvatte, waarbij hij wijst op het gebruik van het woord "heeft". De borgtocht moet geïnterpreteerd worden volgens de gemeenrechtelijke interpretatieregels. Daarbij moet in de eerste plaats de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen worden nagegaan. Wanneer dit niet mogelijk is, gebeurt de interpretatie ten nadele van degene die bedongen heeft en ten voordele van hem die zich verbonden heeft (Van Quickenborne, M., o.c., nrs. 290-291). Eiseres stelt dat de borgtocht tot doel had een verdere samenwerking tussen haar en NV XX mogelijk te maken door een bijkomende zekerheid dat haar facturen betaald zouden worden, zodat het de bedoeling was dat ook toekomstige schulden onder de borgtocht zouden vallen. Verweerder betwist deze interpretatie. Het is bij gebreke aan andere gegevens geenszins evident dat het de bedoeling was dat verweerder ook alle toekomstige schulden zonder enige beperking, waarvan de omvang bij aanvang onbekend was, op zich zou nemen. De borgtocht kon evenzeer tot doel hebben een nieuwe start in de relaties tussen eiseres en NV XX mogelijk te maken, door eiseres een voldoende garantie te geven voor al haar op 17 november 2003 openstaande facturen. De niet-vermelding van een concreet bedrag in de borgtocht leidt niet tot een ander besluit. Enerzijds was dit niet nodig omdat de omvang van de borgtocht zou kunnen bepaald worden aan de hand van de datum van ondertekening ervan. Anderzijds is het mogelijk dat de exacte omvang van de schuld op het ogenblik van ondertekening nog niet bekend was, bijvoorbeeld omdat mogelijk nog betalingen moesten verrekend worden. Het gebruik van het woord "heeft" in de tegenwoordige tijd, in de borgtocht opgesteld door een accountant, professioneel terzake, spreekt ook tegen dat ook toekomstige schulden zouden gewaarborgd worden. De schuld van verweerder als borg is dan ook beperkt tot het op 17 november 2003 verschuldigde bedrag. De Rechtbank ziet geen reden om terzake het getuigenbewijs toe te staan. Enerzijds geeft eiseres op geen enkele wijze aan wie getuige zou kunnen zijn, anderzijds zou moeten gepeild worden naar intenties en bedoelingen, niet naar materiële feiten. Berekening Eiseres stelt dat op 17 november 2003 euro 9.275,90 verschuldigd was, terwijl dit volgens verweerder slechts euro 1.422,16 was. Het rekeninguittreksel van eiseres per 17 november 2003 voorziet inderdaad een bedrag van euro 9.275,90 aan openstaande facturen. Niet al deze facturen komen nog terug op het overzicht dat eiseres voegde bij haar aangifte van schuldvordering in het faillissement, wellicht omdat zij ondertussen betaald werden. Wanneer zoals ten deze een deel van de schuld gewaarborgd is door een borgtocht, moeten de betalingen van de schuldenaar, NV XX, in beginsel eerst worden aangerekend op de gewaarborgde schuld (Van Quickenborne, M., o.c., nr. 681). Dat was bovendien de oudste schuld. Daaruit volgt dat verweerder niet gehouden blijft tot het op 17 november 2003 bestaande saldo van euro 9.275,90, maar dat integendeel latere betalingen van op dat ogenblik openstaande facturen ook in mindering komen op de omvang van zijn verplichtingen als borg. Het overzicht bij het faillissement voorziet openstaande bedragen op volgende facturen voorafgaand aan 17 november 2003: - nr. F 200306698 van 7 juli 2003: euro 462,38 - nr. F 200306861 van 5 augustus 2003: euro 1.273,53 - nr. F 200307020 van 5 september 2003: euro 855,02 - nr. F 200307173 van 7 oktober 2003: euro 280,42 - nr. F 200307324 van 7 november 2003: euro 202,68 Totaal: euro 3.074,
- Daarop brengt eiseres zelf op haar overzicht betalingen of verrekeningen in mindering ten belope van euro 1.651,87, zodat er voor de schuld bestaande op 17 november 2003 nog slechts een saldo bleef van euro 1.422,
- De vordering is in hoofdsom alleen voor dat deel gegrond. Eiseres legt geen stuk voor waaruit de toepassing van de schadebeding zou blijken, zodat dit niet kan worden toegekend. Op dit bedrag kunnen interesten worden toegekend vanaf de ingebrekestelling op 14 juli
- Eiseres vraagt interesten aan 7 % maar in 2007 bedroeg de wettelijke interestvoet slechts 6 % en er is geen reden om een hoger tarief toe te passen. C. Toepassing van art. 2037 B.W. Verweerder stelt bij toepassing van art. 2037 B.W. (in laatste besluiten per vergissing vermeld als art. 2027) ontslagen te zijn als borg door de zware fout of nalatigheid van eiseres zelf, die de zaken op haar beloop zou hebben gelaten en de schuld blindelings liet aangroeien. Er moet evenwel vastgesteld worden dat verweerder na betaling aan eiseres nog steeds in haar rechten kan treden. Weliswaar werd het faillissement reeds afgesloten en zal verweerder daaruit wellicht niets meer ontvangen, maar hetzelfde zou gelden voor eiseres. Dat verweerder datgene wat hij moet betalen niet kan recupereren bij NV XX is dan ook niet het gevolg van enige fout van eiseres maar van het faillissement van de NV, waarvan niet blijkt dat het het gevolg is van de omvang van de vordering van eiseres. Bijgevolg is verweerder niet ontslagen als borg. OM DEZE REDENEN, en de rechtspleging geschied zijnde in het Nederlands conform de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935, DE RECHTBANK, vonnissende op tegenspraak en in eerste aanleg, Verklaart de vordering ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond. Veroordeelt verweerder om aan eiseres euro 1.422,16 te betalen, te vermeerderen met verwijlinteresten aan de wettelijke interestvoet vanaf 14 juli 2005 tot 9 oktober 2006 en vanaf dan gerechtelijke interesten aan de wettelijke interestvoet tot volledige betaling. Wijst het anders of meer gevorderde als ongegrond. Veroordeelt elk der partijen tot de helft van de kosten van het geding, begroot als volgt: - in hoofde van eiseres: euro 242,11 dagvaarding en rolstelling en euro 1.100,00 rechtsplegingsvergoeding; - in hoofde van verweerder: euro 1.100,00 rechtsplegingsvergoeding. E. Sneyders R. Vinckx PDF document ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080407.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.