← België

ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080623.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Rechtbank eerste aanleg Antwerpen Vonnis/arrest van 23 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080623.1 Rolnummer: 07/1412/A Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 163 - laatst gezien 2026-07-02 17:42 Fiche Het prijsvoorstel vanwege de koper, dat zelf uitdrukkelijk vermeldt dat het leidt tot een definitieve aanvaarding bij aanvaarding door de koper, is te beschouwen als een aanbod. Door aanvaarding ervan door de verkoper komt de overeenkomst tot stand. Daaruit volgt dat zowel het prijsvoorstel als de overeenkomst die volgt uit de aanvaarding moeten voldoen aan de Woningbouwwet, bij gebreke waaraan zij nietig zijn. Het volstaat niet dat de vermeldingen die de Woningbouwwet oplegt worden opgenomen in een later te ondertekenen onderhandse overeenkomst. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Koop op plan - Toepassingsgebied Vrije woorden: Prijsvoorstel Wettelijke bepalingen: Wet - 09-07-1971 - 1 - 30 ELI link Pub nr 1971070904 Wet - 09-07-1971 - 7 - 30 ELI link Pub nr 1971070904 Tekst van de beslissing A.R. nr: 07/1412/A van: 23 juni 2008 Rep.nr.: VONNIS uitgesproken in het gerechtsgebouw Het Kasteel te Turnhout op MAANDAG DRIEËNTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN ACHT, in de openbare zitting van de VIJFDE KAMER van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het Gerechtelijk Arrondissement Turnhout, alwaar zetelden: R. VINCKX, Alleenzetelend Rechter; E. SNEYDERS, Griffier. INZAKE VAN: De N.V. RIJFRA, met ondernemingsnummer 0471.302.610, waarvan de zetel gevestigd is te 2310 Rijkevorsel, Merksplassesteenweg

  1. -- eiseres op hoofdeis. -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door mr. P. Bowman, advocaat te 2018 Antwerpen, Van Eycklei
  2. TEGEN:
  3. De heer X
  4. Mevrouw Y -- verweerders op hoofdeis. -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door mr. A. Boon, advocaat te 9120 Beveren, Ciamberlanidreef
  5. EN INZAKE VAN:
  6. De heer X
  7. Mevrouw Y -- eisers in tussenkomst en vrijwaring, verweerders op tegeneis. -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door mr. A. Boon, advocaat te 9120 Beveren, Ciamberlanidreef
  8. TEGEN: De B.V.B.A. EXPERTENBURO NOLMANS, ondernemingsnummer 0471.302.610, met vennootschapszetel gevestigd is te 2320 Hoogstraten, Vrijheid
  9. -- verweerster in tussenkomst en vrijwaring, eiseres op tegeneis. -- alhier ter zitting vertegenwoordigd door mr. P. Ruelens, advocaat te 2110 Wijnegem, Pastorijlaan
  10. * * * * * Gezien de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: - de inleidende dagvaarding, betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Frans Jennes te Antwerpen van 28 juni 2007; - de dagvaarding tot tussenkomst en vrijwaring, betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Dimitri Van Moerkercke te Westerlo van 4 september 2007; - de beschikkingen bij toepassing van art. 747, § 2, Ger.W. van 19 september 2007 en 25 september 2007; - de besluiten van de gedwongen tussenkomende partij, neergelegd ter griffie op 31 oktober 2007; - de besluiten van verweerders, neergelegd ter griffie op 14 december 2007 en 29 februari 2008; - de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 22 januari
  11. Gehoord partijen bij monde van hun voormelde raadslieden, in hun middelen en besluiten op de openbare zitting van 26 mei
  12. Gezien de stukken van partijen. I. FEITEN Op 19 september 2006 ondertekenden verweerders op briefpapier van de gedwongen tussenkomende partij een document getiteld "prijsvoorstel", waarin zij verklaarden een prijsvoorstel te doen van euro 302.500,00 op het eigendom gelegen te (...), residentie "(...)", appartement 3.1, standplaats 10 en berging
  13. Bij aanvaarding door de verkoper verplichtten verweerders en de verkoper zich tot aankoop en tot het opmaken van een verkoopsovereenkomst onder gebruikelijke voorwaarden uiterlijk op 1 november
  14. Bij niet-naleving door koper of verkoper zou de in gebreke blijvende partij een schadevergoeding van 10 % op het gedane prijsvoorstel verschuldigd, maar zij zouden beide ook gerechtigd blijven de gedwongen uitvoering van de overeenkomst te vervolgen. Het prijsvoorstel vermeldde verder dat het geen optie was en zou leiden tot een definitieve verkoop bij aanvaarding door de verkoper. Het zou van rechtswege vervallen bij gebreke aan aanvaarding binnen de gestelde termijn, die zou lopen tot en met 1 november
  15. Het werd geformuleerd onder opschortende voorwaarde van het akkoord van de bank vóór 1 november
  16. Verweerders zeggen dat het document in één exemplaar werd opgesteld, waarvan zij een kopie kregen. Eiseres legt het origineel voor. Het prijsvoorstel vermeldt niet wie de verkoper is. Dat is eiseres. Zij ondertekende het prijsvoorstel voor akkoord met datum 22 september 2006, en voegde toe "bovenstaande enkel van toepassing indien voor 31/12 6 appartementen verkocht zijn". Eiseres legt kopie voor van een brief van de gedwongen tussenkomende partij aan verweerders van 22 september 2006, waarin de aanvaarding van het prijsvoorstel werd gemeld. Verweerders betwisten de ontvangst van deze brief, en zeggen pas in november 2006 kennis te hebben gekregen van de aanvaarding door eiseres. Per brief van 6 november 2006 nodigde de gedwongen tussenkomende partij verweerders uit om de onderhandse overeenkomst te komen ondertekenen op het kantoor op 10 november
  17. Verweerders kwamen niet en zeggen de brief niet ontvangen te hebben. Per aangetekende brief van 20 november 2006, volgens poststempel verstuurd op 21 november 2006, meldden verweerders aan de gedwongen tussenkomende partij dat zij afzagen van de aankoop, omdat zijn geen hypothecair krediet konden bekomen. De gedwongen tussenkomende partij protesteerde deze brief met brief van 16 januari 2007, waarin aan verweerders nog tot 27 januari 2007 de gelegenheid werd gegeven om de onderhandse overeenkomst te ondertekenen. Hierop ontstond briefwisseling tussen de advocaten van eiseres en verweerders, die niet tot een oplossing leidde. II. VORDERINGEN Eiseres vraagt veroordeling van verweerders, solidair, in solidum, minstens de ene bij gebreke aan de andere, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement, tot betaling van euro 30.250,00, te vermeerderen met verwijlinteresten vanaf 13 februari 2007 tot de dag der volledige betaling. Verweerder vragen de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren. Ondergeschikt vragen zij veroordeling van de gedwongen tussenkomende partij om haar te vrijwaren voor al de veroordelingen die zij zouden oplopen hoofdens de vordering op hoofdeis, zowel in hoofdsom, kosten, interesten en aanhorigheden. In eerste besluiten vroegen zij hen voorbehoud te verlenen om een tegenvordering te stellen wegens tergende en roekeloze procesvoering, maar dit voorbehoud wordt niet bevestigd in laatste besluiten en een dergelijke vordering wordt niet gesteld. De gedwongen tussenkomende partij vraagt te zeggen voor recht dat de vordering van verweerders ongegrond is en de exceptie van niet-mededeling der stukken te akteren. Daarnaast vraagt zij veroordeling van vereerders tot betaling van euro 1.000,00 wegens tergend en roekeloos geding. III. IN RECHTE A. Vordering van eiseres tegen verweerders Verweerders werpen onder meer op dat het prijsvoorstel strijdig is met de Woningbouwwet (Wet Breyne) en dus nietig is. Eiseres betwist de toepasselijk van de Woningbouwwet. Volgens haar zou niet het prijsvoorstel maar slechts de navolgende onderhandse overeenkomst moeten voldoen aan de Woningbouwwet, waarvan de toepasselijkheid als dusdanig niet ter discussie staat. Het prijsvoorstel vanwege verweerders is te beschouwen als een aanbod. Het document vermeldt zelf uitdrukkelijk dat het "leidt tot een definitieve verkoop bij aanvaarding door de koper". Eiseres stelt zelf in besluiten dat "de overeenkomst definitief geworden is" van zodra zij het voorstel aanvaardde. Aanbod en aanvaarding zouden aldus leiden tot een definitieve verkoop. Dit blijkt ook uit de verbintenis van zowel koper als verkoper om bij aanvaarding mee te werken aan het opstellen van de onderhandse overeenkomst. De koop kon tot stand komen, nu het prijsvoorstel zowel de prijs als het te (ver)kopen goed vermeldde. De Woningbouwwet is uitdrukkelijk deels ook toepasselijk op een contractsbelofte, waaronder het prijsvoorstel vanwege verweerders moet worden geklasseerd (Devroey, M., De Wet Breyne, nr. 10; Verbeke, A. en Vanhove, K., De Wet Breyne Sans Gêne, nrs. 7-8): - de vermeldingen van art. 7 van de Woningbouwwet moeten worden opgenomen; - de vergoeding bij niet-nakoming wordt door art. 10, laatste lid, beperkt tot 5 %. De prijsbelofte voldeed daaraan niet en is bijgevolg nietig (vgl. Brussel, 14 september 2007, NjW, 2008, 84). Verder voldeed ook de overeenkomst die tot stand kwam ingevolge de aanvaarding door eiseres niet aan de vereisten van de Woningbouwwet, waarbij verder niet moet onderzocht worden of eiseres al dan niet uiterlijk op 1 november 2006 het prijsvoorstel aanvaardde. De overeenkomst en de koop kwam definitief tot stand door aanvaarding van het prijsvoorstel, zonder dat nog een bijkomende onderhandse overeenkomst moest worden opgesteld. Ingevolge de nietigheid van prijsvoorstel en overeenkomst is de vordering ongegrond. B. Vordering van verweerders tegen de gedwongen tussenkomende partij Ingevolge de ongegrondverklaring van de hoofdvordering is deze vordering zonder voorwerp. C. Vordering van de gedwongen tussenkomende partij tegen verweerders De gedwongen tussenkomende partij vordert vergoeding wegens tergend en roekeloos geding, zonder nadere toelichting waarom de gestelde vordering daaraan zou beantwoorden. Ten deze moet vastgesteld worden dat het nietige prijsvoorstel gesteld werd op briefpapier van de gedwongen tussenkomende partij, zodat het niet tergend en roekeloos kan worden genoemd dat verweerders de gedwongen tussenkomende partij, professionele makelaar, onder meer verwijten een fout te hebben begaan bij de contractssluiting door een dergelijke document voor te leggen. De vordering is ongegrond. OM DEZE REDENEN, en de rechtspleging geschied zijnde in het Nederlands conform de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935, DE RECHTBANK, vonnissende op tegenspraak en in eerste aanleg, Verklaart de gestelde vorderingen ontvankelijk. Verklaart de vordering van eiseres tegen verweerders ongegrond. Verklaart de vordering van verweerders tegen de gedwongen tussenkomende partij zonder voorwerp. Verklaart de vordering van de gedwongen tussenkomende partij tegen verweerders ongegrond. Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, begroot als volgt: - in hoofde van eiseres: euro 274,36 dagvaarding en rolstelling en euro 2.000,00 rechtsplegingsvergoeding; - in hoofde van verweerders: euro 167,01 dagvaarding in tussenkomst en euro 2.000,00 rechtsplegingsvergoeding; - in hoofde van de gedwongen tussenkomende partij: euro 371,84 rechtsplegingsvergoeding. E. Sneyders R. Vinckx PDF document ECLI:BE:EAANT:2008:JUG.20080623.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.